Summary Ontwikkelingspsychologie

-
ISBN-10 9043024252 ISBN-13 9789043024259
2522 Flashcards & Notes
417 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Ontwikkelingspsychologie". The author(s) of the book is/are Robert S Feldman Esmah Lahlah, Ilse Smits, Laurent Voets Aafke Moons het Engels Vanja Walsmit. The ISBN of the book is 9789043024259 or 9043024252. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Ontwikkelingspsychologie

  • 1 De ontwikkeling van een kind


  • De belangrijkste invalshoeken om de ontwikkeling te bekijken zijn:
    Psychodynamisch perspectief
    Behavioristisch perspectief
    Cognitief perspectief
    Systemisch perspectief 
    Evolutionair perspectief
  • op welke drie aspecten van de ontwikkeling concentreerd dit boek zich?

    fysieke ontwikkeling, cognitieve ontwikkeling en persoonlijkheids/sociale ontwikkeling

  • Wat is de Latijnse naam voor de voorste en achterste gehemeltebogen?

    voorste: arcus palatoglossus, achterste: arcus palatopharyngeus

  • Ontwikkelingspsychologie is de wetenschappelijke studie naar de patronen van groei, verandering en stabiliteit die zich voordoen bij toenemende leeftijd.
  • Wat is ontwikkelingspsychologie?
    Ontwikkelingspsychologie is de wetenschappelijke studie naar de patronen van groei, verandering en stabiliteit die zich voordoen bij toenemende leeftijd.

  • PSYCHODYNAMISCH PERSPECTIEF

    Belangrijkste theorieën: Freud en Erikson


    Gedrag wordt ons hele leven gemotiveerd door innerlijke, onbewuste krachten die uit onze kindertijd stammen en 
    waarover we weinig controle hebben.
    Erikson legt in zijn theorie de nadruk op de sociale 
    interactie met anderen. Mensen worden zowel gevormd als belemmerd door hun samenleving en hun cultuur.
    Psychosociale ontwikkeling
  • Waar liggen de amandelen

    tussen de voorste en achterste gehemelteboog

  • De meeste aandacht van de onderzoekers gaat uit naar de periode waarin de verandering elkaar het snelst opvolgen: die van de geboorte tot aan de adolescentie. 
  • Wat is cognitieve ontwikkeling?
    Cognitieve ontwikkeling is de ontwikkeling die te maken met denken. Daarbij word vooral gekeken naar hoe gedrag van mensen wordt beïnvloed. Daarbij staat: leren, geheugen, probleemoplossing en intelligentie centraal.
  • Wat is de Latijnse naam voor de neus en de keelamandelen

     

    neusamandelen: tonsilla adenoidea, keelamandelen: tonsilla palatina

  • Onderzoek naar de ontwikkeling van kinderen is te verdelen in drie centrale thema's of benaderingen:
    - Fysieke ontwikkeling
    - Cognitieve ontwikkeling
    - Sociale en persoonlijkheidsontwikkeling
  • Wat is fysieke ontwikkeling?
    Men onderzoekt hierbij welke invloed je lichaam, hersenen, het zenuwstelsel, de spieren, de zintuigen en de primaire behoeften als eten, drinken en slaap heeft op het gedrag van mensen.
  • Bij fysieke ontwikkeling wordt er gekeken naar de invloed van het lichaam- de hersenen, het zenuwstelsel, de spieren, de zintuigen en de behoefte aan eten, drinken en slaap- op ons gedrag.
  • Wat is sociale ontwikkeling?

    Bij sociale ontwikkeling kijkt men naar de ontwikkeling die betrekking heeft op de manier waarop de interacties van mensen met elkaar en hun sociale relaties in de loop van hun leven groeien, veranderen en stabiel blijven.

  • Bij cognitieve ontwikkeling wordt er gekeken hoe het gedrag van mensen wordt beinvloed door groei en veranderingen in hun intellectuele vermogens.
  • Wat is maturatie?
    Maturatie is het proces van geleidelijk ontvangen van voorbestemde genetische informatie. (Rijping, ontwikkeling)
  • Cognitieve ontwikkelingspsychologen houden zich bezig met leren, geheugen, probleemoplossing en intelligentie. ze willen er bijvoorbeeld achter komen hoe intellectuele vermogen in de loop van de kindertijd veranderen, of proberen te achterhalen of er culturele verschillen bestaan in de factoren waaraan kinderen hun successen en mislukkingen op school toeschrijven. 
  • Wat is plasticiteit?
    Dit is de mate waarin men ontwikkelingsgedrag of fysieke structuur kan wijzigen. Men blijkt namelijk op de gebieden: cognitieve-, persoonlijkheids- en sociale ontwikkeling flexibeler dan men dacht.
  • Bij sociale ontwikkeling kijk men naar de manier waarop de interacties van mensen met elkaar en hun sociale relaties in de loop van hun leven groeien, veranderen en stabiel blijven.
  • Wat word er bedoelt met de gevoelige periode?
    Tijdens deze periode zijn organismen erg gevoelig voor bepaalde stimuli. (prikkels) Deze periode staat voor een periode waarin bepaalde vermogens optimaal naar voren komen.
  • Bij persoonlijkheidsontwikkeling wordt er gekeken naar stabiliteit en verandering in de eigenschappen die de ene persoon van de andere onderscheiden. 
  • Wat word er bedoelt met de kritieke periode?

    Een specifieke tijd in de ontwikkeling waarin een bepaalde gebeurtenis de grootste gevolgen heeft. (Bijvoorbeeld: ziekte tijdens zwangerschap)

  • Specialisten op het gebied van persoonlijkheidsontwikkeling en sociale ontwikkeling houden zich ook bezig met de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen en adolescenten. Zij doen bijvoorbeeld onderzoek naar de effecten van een klasstructuur op de sociaal-emotionele ontwikkeling van schoolgaan kinderen.
  • Een belangrijke vraag is of ontwikkeling zich op een continue of discontinue manier voltrekt.

    Continue verandering.
    Hierbij heeft men het over de ontwikkeling die geleidelijk is en 'vloeien' prestaties uit tot een nieuw niveau van ontwikkeling. Het is dus een kwantitatieve verandering. (Dit blijft levenslang het zelfde)

    Discontinue verandering.
    Hierbij vindt de ontwikkeling plaats in aparte stappen of stadia. Elk stadium levert gedrag op dat kwalitatief ander is dan gedrag in een eerder stadia. (kleutertijd, kindertijd en adolescentie) Men aanschouwt deze ontwikkeling hierbij abrupt, dus heel plotseling.

    De meeste ontwikkelingspsychologen zijn van mening dat beide soorten verandering naast elkaar bestaan. Hoewel veel veranderingen continu zijn, zijn andere discontinu.

  • Er zijn verschillende globale leeftijdsgroepen: de prenatale periode (conceptie tot geboorte), de baby-en peutertijd (geboorte tot 3 jaar), de kleutertijd (3-6 jaar), de schooltijd (6-12 jaar) en de adolescentie (12-20 jaar).
  • Wat is persoonlijkheidsontwikkeling?

    Daarbij houden ze zich vooral bezig met de ontwikkeling die betrekking heeft op de stabiliteit van een persoonlijkheid. In hoeverre blijft men 'zichzelf', welke verandering maakt men mee wanneer hij/zij zich aanpast.

  • Wanneer ontwikkelingspsychologen het over leeftijdsgroepen hebben, is het dus belangrijk om te beseffen dat zij het over gemiddelden hebben: het tijdstip waarop kinderen gemiddeld genomen bepaalde mijlpalen bereiken. 
  • Wat is een cohort?
    Een groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek zijn geboren. (generatie)
  • De Culturele context: Alle culturen en subculturen hebben hun eigen opvattingen over de juiste manier om kinderen op te voeden, zoals ze ook hun eigen ontwikkelingsdoelstellingen voor kinderen hebben.
  • Wat zijn normatieve gebeurtenissen?

    Dit zijn gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen, binnen een groep op dezelfde manier voltrekken.

  • Het woord ras  is een biologisch concept dat verwijst naar classificaties die gebaseerd zijn op fysieke en structurele eigenschappen van soorten.
  • Normatieve gebeurtenissen.
    Dit zijn gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen, binnen een groep op dezelfde manier voltrekken.

    VOORBEELDEN: Puberteit, eindexamen doen, naar de peuterspeelzaal gaan.
  • Etnische groep en etniciteit zijn bredere termen die verwijzen naar culturele achtergrond, nationaliteit, religie en taal. 
  • Cohort: een groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek is geboren.
  • Normatieve gebeurtenissen: gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen binnen een groep op dezelfde manier voltrekken.
  • Cohorteffecten treden bijvoorbeeld op als gevolg van normatieve historisch bepaalde invloeden, biologische en omgevingsinvloeden die verbonden zijn aan een specifiek historisch moment. 
  • Leeftijdsgebonden invloeden zijn biologische en omgevingsinvloeden die gelijk zijn voor mensen in een bepaalde leeftijdsgroep, ongeacht waar of wanneer ze opgroeien (bijv. puberteit, menopauze). 
  • Een socioculturele gebeurtenis als naar school gaan, kan gezien worden als een normatieve leeftijdsgebonden invloed, omdat dit in de meeste culturen rond het zesde jaar plaatsvindt.
  • Normatieve invloeden: invloeden die leiden tot conformiteit omdat men de gevolgen van afwijkend gedrag vreest.
  • Niet-normatieve gebeurtenissen: specifieke gebeurtenissen die plaatsvinden in het leven van een specifiek persoon op een tijdstip dat zulke gebeurtenissen de meeste andere mensen niet overkomen.
  • Volgens Philippe Ariès krgen kinderen in de middeleeuwen pas rond 1600 een eigen status, voor die tijd werden ze gezien als miniatuurvolwassenen.
  • Babybiografieën: Waarnemers probeerden de groei van een kind bij te houden. Dat dezen ze door de fysieke en taalkundige mijlpalen van het kind vast te leggen.
  • Charles Darwin ontwikkelde de evolutietheorie en toen kreeg de observatie van kinderen pas een systematisch karakter. 
  • Nature: erfelijkheid
    Nurture: Omgevingsinvloeden
  • Alfred Binet deed onderzoek naar het geheugen en naar hoofdrekenen.
  • G. Stanley Hall was de eerste die het denken en het gedrag van kinderen onderzocht met behulp van vragenlijsten.
  • De wetenschappers die de basis van de ontwikkelingspsychologie legden, hadden een gemeenschappelijk doel: ze wilden de aard van groei, verandering en stabiliteit tijdens jeugd en adolescentie op een wetenschappelijke manier bestuderen.
  • Continue verandering: gelijdelijke ontwikkeling waarbij prestaties op een bepaald niveau voortvloeien uit die van vorige niveaus
  • continue verandering is kwantitatief; de onderliggende ontwikkelingsprocessen die de aanzet geven tot verandering blijven gedurende het hele leven hetzelfde. 
  • Discontinue verandering: ontwikkeling die in aparte stappen of stadia plaatsvindt, en waarbij elk stadium gedrag oplevert dat kwalitatief anders is dan gedrag in eerdere stadia.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.