Summary Ontwikkelingspsychologie

-
ISBN-10 9043036951 ISBN-13 9789043036955
168 Flashcards & Notes
8 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Ontwikkelingspsychologie
  • Robert Stephen Feldman
  • 9789043036955 or 9043036951
  • 2020

Summary - Ontwikkelingspsychologie

  • 1 De ontwikkeling van het kind

  • Wat is de definitie van ontwikkelingspsychologie, oftewel levenslooppsychologie?
    De wetenschappelijke studie naar: groei, verandering en stabiliteit van mensen, van conceptie tot ouderdom, maar met een accent op de jaren tot volwassenheid.
  • Welke thema's bestaan er in de ontwikkelingspsychologie en wat onderscheid hen van elkaar?
    Fysieke ontwikkeling: invloed van hersenen, zenuwstelsel, spieren etc. Op ons gedrag.

    Cognitieve ontwikkeling: kijkt naar intellectuele vermogen; leren, intelligentie, probleemoplossend denken, geheugen. 

    Sociaal-emotionele ontwikkeling: sociale relaties en interacties met anderen en het omgaan met emoties. 

    Persoonlijkheidsontwikkeling: kijkt naar duurzame gedragingen en karakter eigenschappen die de ene persoon van de andere onderscheiden.
  • Wat is sociale constructie en welke invloed heeft dit, naast de biologische invloed en de omgevingsinvloeden, op de 6 verschillende leeftijdsgroepen?
    Het is een idee over iets wat breed geaccepteerd is, maar afhangt van de maatschappij en cultuur op een bepaald moment. 

      De leeftijdgroepen: prenatale periode, babytijd, peuter- en kleutertijd, schoolkind en adolescentie zijn zeer vrij in te delen. Er is geen specifieke afkaptijd en er kunnen nog meer groepen aan toegevoegd worden. 

    Deze indeling hangt af van de omgeving waarin men woont en de biologische invloed. In bepaalde omgeving wordt iemand sneller als volwassen beschouwd, en het verschilt per kind hoe snel hij zich ontwikkeld.
  • Een persoon uit een specifiek cohort (rond dezelfde tijd, op dezelfde plek), hoe hebben normatieve gebeurtenissen en niet-normatieve gebeurtenissen invloed op deze persoon?
    Normatieve gebeurtenissen: gebeurtenissen die voor de meeste individuen uit de groep op dezelfde manier voltrekken. Deze kunnen historisch, leeftijdsgebonden of sociaal-cultureel bepaald zijn. 

    Niet-normatieve gebeurtenissen: specifieke gebeurtenissen in het leven van een persoon, waarmee anderen niet te maken krijgen.
  • Welke theorieën van ontwikkelingen zijn er en hoe zij zijn opgebouwd?
    Continue ontwikkeling: geleidelijke, kwantitatieve ontwikkeling. Voortvloeiend van het ene niveau naar het andere. Steeds meer van hetzelfde; veranderingen in omvang. 

    Discontinue ontwikkeling: stappen/stadia. Kwalitatief; inhoud en hoedanigheid zijn anders dan gedrag in eerder stadia. Abrupt. Met sprongetjes.
  • Kritieke periode - plasticiteit - gevoelige periode, hoe staat dit tegenover of in verbinding met elkaar?
    Kritieke periode: periode waarin bepaalde gebeurtenissen, grote en onomkeerbare gevolgen heeft. 

    Tegenwoordig zien onderzoekers dat men flexibeler is dan men dacht; aanzienlijke plasticiteit:  de mate waarin een zich ontwikkelend gedragspatroon of fysieke structuur veranderlijk is. 

    Daarom spreekt men nu liever van een gevoelige periode: een periode waarin mensen extra gevoelig zijn voor bepaalde omgevingsinvloeden en sterkt ontvankelijk zijn voor het leren van specifieke vaardigheden. 

    Grote verschil
    Kritiek: permanent, onomkeerbaar. 
    Gevoelig: ontbreken/toevoegen van bepaalde stimuli kan de ontwikkeling beïnvloeden, maar latere ervaringen kunnen tekort opheffen.
  • Levensloopmodel vs. Focus op specifieke perioden?
    Levensloopmodel: nadruk op groei en verandering in de loop van het leven en op verbanden tussen verschillende perioden. 

    Specifieke perioden: kindertijd en adolescentie zien als belangrijkste perioden.
  • Hoe zien wij nature - maturatie - en nuture terug in de ontwikkelingspsychologie; hoe ontvouwt dat zich tot het biopsychosociale model?
    Nature: de ontwikkeling hangt af van de capaciteiten die wij van onze ouders erven. Deze ontvouwen zich geleidelijk, dit noemen we; maturatie. 

    Nuture: de ontwikkeling wordt beïnvloed door de omgevingsinvloeden die biologisch, sociaal of maatschappelijk van aard zijn. 

    Dit is een complex vraagstuk omdat nature niet alleen het gedrag, maar ook de omgeving kan beïnvloeden. Wat het gedrag weer beïnvloed. (huilbaby). 

    Daarom is het de vraag in welke mate nature en nuture invloeden gelden en niet of het geldt.    

    Zo komen we uit op het biopsychosociaal model: de verschillende biologische, psychische en sociale factoren beïnvloeden elkaar wederzijds.
  • Welke factoren zullen de vraagstukken toekomst rondom de ontwikkelingspsychologie beïnvloeden?
    - opkomst van mobiel/tablets - sociale media. 
    - het scala aan informatie over genen en neurobiologische afspecten (epigenetica)
    - groeiende etnische, taalkundige en culturele diversiteit van de bevolking
  • 1.2 Theoretische perspectieven en onderzoek

  • Beschrijf het psychodynamische perspectief (focus op innerlijke krachten) en hoe Freud en Erikson hier deel vanuit maakte.
    Pyschodynamische persectief: gaat ervanuit dat gedrag gemotiveerd wordt door innerlijke krachten, herinneringen en conflicten, waarvan een persoon zich nauwelijks bewust is en waarover hij weinig controle heeft.

    Freud: onbewuste krachten zijn bepalend voor gedrag. Doordat er in kinderlijke verlangens en behoeften een conflict is geweest in de kindertijd is dit afgesloten van het bewust zijn. (Id, ego, superego, psychoseksuele ontwikkeling, fixatie)

    Erikson: mensen ontwikkelen zich hun hele leven in verschillende stadia, wat voortkomt uit de interacties met anderen en hoe wij zijn als leden van de maatschappij.
  • Beschrijf het behavioristisch perspectief (focus op waarneembaar gedrag) en welke 2 theorieën het stimulus-respons-leren onderstrepen, opgesteld door Pavlov en Skinner?
    Behavioristisch perspectief: benadering die er vanuit gaat dat je moet kijken naar waarneembaar gedrag en externe stimuli in de omgeving om de ontwikkeling van het individu te begrijpen.
    Als je de stimuli kent, kan je het gedrag voorspellen.
    - Nuture
    - Zij zien de ontwikkeling als kwantitatief

    Stimulus respons leren:
    - Klassieke conditionering: wanneer een organisme reageert op een bepaalde neutrale stimuli.
    - Operante conditionering: een vrijwillig respons wordt versterkt of verzwakt doordat het respons wordt geassocieerd met een positieve/negatieve bekrachtiging of een positieve/negatieve straf.

    Dit vormt de basis van gedragsmodificatie: frequentie van gewenst gedrag verhogen en ongewenst gedrag verlagen.
  • Omschrijf de sociaal-cognitieve leertheorie, opgesteld door Bandura en onderstreept door modeling
    Sociaal-cognitieve leertheorie: nadruk op leren door te observeren van de omgeving/persoon.
    Dit kan door: 
    - aandacht: waarnemen
    - rententie: gedrag herinneren
    - reproductie: reproduceren
    - motivatie: gedreven om het gedrag uit te voeren

    De kans is groot dat we gedrag uitvoeren als we zien dat het gedrag wordt beloond, dit is modeling.
  • Omschrijf het cognitief perspectief (kijken naar de oorsprong van ons begrip) en de cognitieve ontwikkelingstheorie van Piaget.
    Cognitief perspectief: benadering die zich richt op de processen die mensen in staat stellen de wereld te leren kennen, begrijpen en overdenken door kennis, begrip en cognitie. 

    Ontwikkelingstheorie Piaget: zowel kwalitatief als kwantitatieve ontwikkeling. Menselijk denken is opgebouwd in schema's. Adaptatie is te verklaren door: 
    - assimilatie: nieuwe ervaring wordt ingepast in bestaand schema.
    - accommodatie: manier van denken veranderd door de nieuwe informatie in het schema, nieuwe stimuli of gebeurtenissen.
  • Omschrijf het systemische perspectief (brede visie op de ontwikkeling), met daarbij het bio-ecologisch model van Bronfenbrenner met het micro-, meso-, exo-, macro en chronosysteem.
    Systemische perspectief: relatie tussen individuen en hun fysieke wereld, cognitieve wereld, persoonlijkheidswereld en sociale wereld.
    De omgeving krijgt een promimente plek toebedeeld. 

    Bio-ecologisch model van Bronfenbrenner:
    - microsysteem (dagelijkse, directe omgeving)
    - mesosysteem (connecties tussen de verschillende onderdelen van het microsysteem)
    - exosysteem (omvat sociale instanties)
    - macrosysteem (culturele invloeden)
    - chronosysteem (het verstrijken van de tijd)
    Men onderstreept de invloeden van de niveau's met elkaar en het feit dat er weinig in het ene niveau zal veranderen als dat niet in een ander niveau ook gebeurd. Dit heeft allemaal invloed op de ontwikkeling.
  • Beschrijf de sociaal-culturele theorie van Vygotsky, als onderdeel van het systemische perspectief?
    Hij gaat in op de wederzijde interactie tussen het kind en zijn omgeving.
  • Wat onderstreept de evolutionaire theorie en wie was hier de grondlegger van?
    De ontwikkeling bekijken uit de biologische invalshoek en probeert gedrag te indentificeren dat het resultaat is van genetische erfenis van onze voorouders. 

    Grondlegger: Darwin en Konrad Lorenz
  • Wat is een hypothese en hoe heet het concreet opstellen van een hypothese > meetbare variabele?
    Hypothese: een voorspelling die toetsbaar, weerlegbaar, is. 

    Operationalisering zorgt voor de vertaling van een hypothese in specifieke, toetsbare procedures die gemeten en waargenomen kunnen worden. 

    Er ontstaan dan meetbare variabele. 

    Voorbeeld: 
    Hypothese: beoordeeld worden zorgt voor stress. 
    Variabele: 
    - beoordeeld worden > situatie waarin een docent een cijfer geeft aan een student. 
    - stress > vragenlijst over stress of biologische metingen zoals de bloeddruk meten.
  • Peerreview, replicatiestudie, cyclisch proces
    Peerreview: collegiale toetsing. 
    Replicatiestudie: studie op dezelfde manier uitvoeren en bekijken of de resultaten overeenkomen. 
    Cyclisch proces: onderzoek beantwoord vragen, maar roept ook weer nieuwe vragen op.
  • Wat is de experimentele conditie waaraan de experimentele groep wordt blootgesteld en hoe zit het met de verschillende variabele?
    Experimenteel onderzoek: onderzoek dat bedoeld is om causale relaties tussen verschillende factoren te ontdekken.

    Experimentele conditie: procedure (bijv. Handeling) die de onderzoeker wilt onderzoeken. 
    De experimentele groep wordt hieraan blootgesteld, de controlegroep niet. 

    De onafhankelijke variabele: variabele waarvan de onderzoeker wil weten of deze een bepaald effect veroorzaakt. De onafhankelijke variabele (als alle andere factoren constant blijven) is de oorzaak van elke gevolg in de experimentele groep. (bijvoorbeeld TV programma)

    De afhankelijke variabele is de variabele die de onderzoeker gaat meten en waarvan hij verwacht dat deze beïnvloed wordt door de onafhankelijke variabele (agressief gedrag)

    Het verschil die we dus tussen de E-groep en de C-groep meten zou kunnen komen door de invloed van de onafhankelijke variabele in de E-groep (agressieve TV serie)
  • Wat is het verschil tussen experimenteel en correlationeel onderzoek en wat is het gevaar bij correlationeel onderzoek, verbindt veldonderzoek en laboratoriumonderzoek hieraan?
    Experimenteel: causale relatie tussen verschillende oorzaken ontdekken.
    De onderzoeker controleert en manipuleert de omstandigheden.

    Correlationeel: onderzoeken of er tussen bepaalde factoren een verband, correlatie, bestaat. Dit verband kan twee kanten op gaan. De ontdekking zegt iets over het verband, maar niets over de oorzaak en het gevolg. Er kan geen causaal verband worden afgeleid. 
    Observationeel.

    Het gevaar zijn 'schijncorrelaties'; de neiging om een oorzaak-gevolgrelatie te zien als twee kenmerken een relatie met elkaar hebben.

    Veldonderzoek: onderzoek doen in de natuurlijke omgeving. Zowel e-oz als c-oz, maar meestal c-oz. 

    Laboratoriumonderzoek: onderzoek die is uitgevoerd in een gecontroleerd omgeving die expliciet is opgezet om gebeurtenissen constant te houden.
  • Survey, natuurlijke observatie en casestudy, leg deze onderzoeksvormen uit?
    Survey: onderzoek waarbij aan grote groepen mensen vragen gesteld worden over gedrag, attitudes en denkbeelden over een bepaald onderwerp. 

    Natuurlijke observatie: onderzoek waarbij natuurlijk voorkomend gedrag wordt geobserveerd zonder in te grijpen in een bepaalde situatie. 

    Casestudy: diepte interviews bij een individu of een kleine groep individuen.
  • Wat is het verschil tussen theoretische - fundamenteel onderzoek en toegepast onderzoek - praktijkgericht onderzoek en hoe gaan zij samen in de onderzoekswereld?
    Theoretisch onderzoek; bedoeld om verklaringen te toetsen en nieuwe kennis te vergaren > fundamenteel onderzoek; gericht op het verwerven van kennis en basismechanismen, zonder stil te staan bij de mogelijke toepassingen van die kennis. 
    - universiteiten

    Toegepast onderzoek: onderzoek dat bedoeld is om praktische oplossingen voor directe problemen te vinden > praktijkgericht onderzoek; onderzoek waarbij de vraagstelling wordt ingegeven door de beroepspraktijk en waarvan de kennis direct bijdraagt aan die beroepspraktijk. (HBO, organisatie van methodiek ontwikkeling)
  • Wat is longitudinaal onderzoek en dwarsdoorsnede onderzoek en wat zijn de voor- en de nadelen? Hoe wordt dit gecombineerd tot cross-sequentieel onderzoek?
    Longitudinaal onderzoek: onderzoek waarbij het gedrag van één of meer individuen door de tijd heen wordt gemeten. 
    Voordeel: je meet verandering in individuen en groepen. Inzicht in het algemeen verloop van een verandering in een bepaalde levensperiode.
    Nadeel: 
    - Komt veel tijd. 
    - Risico op uitval. 
    - Risico tot het test-wise worden

    Dwarsdoorsnede onderzoek/cross-sectioneel onderzoek: onderzoek waarbij mensen van verschillende leeftijden op hetzelfde tijdstip met elkaar worden vergeleken, dit gebeurd op 1 moment.
    Voordeel: scheelt heel veel tijd en geld. 
    Nadeel: 
    - Verschillen tussen groepen kunnen ook toegewezen worden aan cohortverschillen en niet verschil in leeftijd. Het verteld iets over verschil tussen groepen en niet verschil in groepen.
    - Risico op selectieve uitval

    Combinatie: cross-sequentieel onderzoek; onderzoek waarbij verschillende leeftijdsgroepen op verschillende tijdstippen worden bestudeerd. 
    Voordeel: onderzoeken naar verandering tussen en in groepen.
  • Omschrijf de definitie van het psychodynamische perspectief:
    Benadering binnen de psychologie die ervan uit gaat dat gedrag gemotiveerd wordt door innerlijke krachten, herinneringen en conflicten, waarvan een persoon zich nauwelijks bewust is en waarover hij weinig controle heeft. (Freud)
  • Beschrijf de id/ego/superego volgens de theorie van Freud
    Id: Het primitieve, ongeorganiseerde, aangeboren deel van de persoonlijkheid dat opereert vanuit het genotsprincipe
    Ego: het rationele en redelijke deel van de persoonlijkheid, dat opereert vanuit het realiteitsprincipe
    Superego: het aspect van de persoonlijkheid dat iemands geweten vertegenwoordigd en het onderscheid maakt tussen goed en kwaad.
  • Wat omvat de psychosociale ontwikkeling van Erik Erikson?
    Veranderingen in onze interacties met anderen en in hoe we tegen het gedrag van anderen en tegen onszelf als leden van de maatschappij aankijken. Elke levensfase biedt een crisis of conflict dat niet helemaal opgelost hoeft te worden, maar die wel voldoende het hoofd geboden moet worden voordat men door kan naar een nieuwe fase van ontwikkeling. Groei en verandering gaan het hele leven door.
  • Waar staat Piaget bekend om?
    Zijn beschrijvingen van de manier waarop cognitieve groei zich tijdens de jeugd voltrekt, nl:
    - sensomotorisch (0-2 jaar) Ontwikkeling van zintuigen, weinig tot geen vermogen tot symbolisch denken. 
    - preoperationeel (2-7 jaar) Ontw van taal, fijne motoriek en symbolisch denken; egocentrisch denken. 
    - concreet operationeel (7-12 jaar) ontw van conservatiebegrip, reversibiliteit en logica tussen tijd, afstand en snelheid. 
    - Formeel operationeel (12 - volwassenheid) Ontw van logisch redeneren en abstract denken.
  • Wat is de informatieverwerkingstheorie?
    Theorie waarbij men probeert te achterhalen hoe mensen informatie coderen, opslaan en terughalen. Gebaseerd op de aanname dat zelfs complex gedrag als leren, herinneren, categoriseren en denken op te breken is in een reeks individuele, specifieke stappen. 
    Mogelijkheid om met informatie om te gaan verandert kwantitatief.
  • Omschrijf de cognitieve neurowetenschap
    Proberen de daadwerkelijke locaties en functies binnen de hersenen te achterhalen die verband houden met schillende soorten cognitieve activiteiten (denken, probleemoplossing, plannen en organiseren)
    (Erik Scherder muziek/beweging link naar hersenactiviteiten)
  • Nagy:
    Grondlegger van de contextuele systeemgerichte stomring, benadrukt met name Intergenerationele invloeden.
  • Wat doen gedragsgenetici?
    Bestuderen het effect van erfelijkheid op gedrag.
  • Wat omschrijft Darwin?
    Het proces van natuurlijke selectie. Survival of the fittest. Het betreft een evolutionair perspectief vanuit een biologische invalshoek.
  • Wat is de zelfdeterminatietheorie (ZDT) ontwikkelt door Deci en Ryan?
    Theorie over menselijke motivatie die 3 natuurlijke basisbehoeftes omschrijven die het functioneren, het welbevinden en de groei van mensen beïnvloeden:
    1. Autonomie
    2. Verbondenheid
    3. Competentie. 

    Intrinsieke vs extrinsieke motivatie. Door de vervulling van de 3 basisbehoeften bij kinderen, zou je de intrinsieke motivatie kunnen stimuleren.
  • Omschrijf de betekenis en fases van empirisch - wetenschappelijk onderzoek
    Procedures om ideeën en vragen te onderwerpen aan onderzoek, waarna die bevestigd of verworpen worden a.d.h.v. Zorgvuldige, gecontroleerde technieken en systematische dataverzameling. 

    1. Hypothese ontwikkelen
    2. Onderzoek ontwerpen
    3. Objectieve data verzamelen
    4. Resultaten analyseren
    5. Conclusies publiceren, bekritiseren en repliceren.
  • Wat is het gevaar van 'schijncorrelatie'?
    De neiging hebben om oorzaak-gevolgrelatie te zien, terwijl dit niet perse het geval hoef te zin. Correlaties houdt in dat er een relatie te vinden is tussen de 2 en zegt niets over oorzaak-gevolg.


  • TheorieCONTINUE OF DISCONTINUE ONTWIKKELING?NADRUK OP NATURE OF NURTURE?PSYCHODYNAMISCH
    PERSPECTIEF
    Ontwikkeling is kwalitatief (stadiabenadering)Interactie nature x nurture: onze driften worden weliswaar bepaald door aangeboren factoren, maar de uitdrukking ervan wordt gemedieerd door de (sociale) omgevingBEHAVIORISTISCH
    PERSPECTIEF
    Ontwikkeling is kwantitatiefNadruk op nurtureCOGNITIEF
    PERSPECTIEF
    Nadruk op verandering in kwaliteit van kennis en begrip (stadiabenadering), maar ook kwantitatieve toename van informatie in elk stadiumSterke nadruk op interactie nature x nurtureINFORMATIEVERWERKINGS-
    THEORIE
    Interactie tussen kwalitatieve (het leren van nieuwe regels) en kwantitatieve ontwikkeling (het groeien van capaciteit en toepassen van regels op een groeiend scala aan situaties), met nadruk op kwantitatieve veranderingInteractie nature x nurtureSYSTEMISCH
    PERSPECTIEF
    Interactie tussen kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelingNadruk op nurture (interactie met sociale en culturele omgeving), en beperkte aandacht voor nature (biologische factoren)EVOLUTIONAIR
    PERSPECTIEF
    Interactie tussen kwalitatieve en       kwantitatieve ontwikkeling
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • ontwikkelingspsychologie
  • robert s feldman
  • 9781783654611
  • 5th

Summary - ontwikkelingspsychologie

  • 1 inleiding in de ontwikkeling van het kind

  • Wat is ontwikkelingspsychologie?
    Ontwikkelingspsychologie (of levensooppsychologie) is de wetenschappeliike studie naar de patronen van groei, verandering en stabiliteit die zich voordoen bij toenemende leeftijd, dus vanaf de geboorte via de babyjaren, peuterjaren, kleuterjaren, schoolperiode, adolescentie, volwassenheid tot aan de ouderdom.
  • ontwikkelingspsychologie:
    de wetenschappelijke studie naar groei, verandering en stabiliteit van conceptie tot adolescentie
  • Vanuit welke hoeken wordt er naar de ontwikkeling van het kind gekeken?
    Vanuit:
    - Biologische invalshoek
    - Genetica
    - Cognitieve hoek
    - Fysieke groei
    - Sociale groei
  • Wat is ontwikkelingspsychologie naar welke vijf leeftijdsgroepen kijkt men?
    Ontwikkelingspsychologie is de wetenschappelijke studie naar groei, verandering en stabiliteit van conceptie tot adolescentie. 

    • Prenatale periode
    • Baby- en peutertijd (0 - 3 jaar)
    • Kleutertijd (3 - 6 jaar)
    • Schooltijd (6 - 12 jaar)
    • Adolescentie (12 - 20 jaar)
  • Ontwikkelingspsychologie
    Wetenschappelijke studie naar groei, verandering en stabiliteit van conceptie tot adolescentie
  • Welke zijn belangrijke vraagstukken rondom de ontwikkeling van het kind?

    Continue verandering vs. Discontinue verandering
    Kritieke perioden vs. Gevoelige perioden
    Levensloopmodel vs. Focus op specifieke perioden
    Nature vs. Nurture
  • In welke 3 thema's is onderzoek naar de ontwikkeling van kinderen te verdelen?
    fysiek, cognitief en sociaal/persoonlijkheid
  • Wat is ontwikkelings-psychologie? (levensloop psychologie)
    De wetenschappelijke studie naar groei, verandering en stabiliteit van conceptie tot adolescentie.
  • Wat hebben deze invalshoeken/specialisten gemeen?
    Ze zijn geinteresseerd in de groei en de veranderingen die een kind in zijn jeugd en zijn adolescentie doormaakt.
  • Welke 3 centrale thema's vallen binnen de ontw.psych. en wat houden die thema's in?
    Fysieke ontw.= 
    Ontwikkeling van de fysieke opbouw vh lichaam (hersenen, zenuwstelsel, spieren, zintuigen en de behoefte aan eten, drinken en slaap).

    Cognitieve ontw.=
    Ontwikkeling van de manier waarop iemands gedrag wordt beïnvloed door groei en verandering in hun intellectueel vermogens.

    Sociale en persoonlijke. ontw.=
    Ontwikkeling van sociale relaties en interacties met anderen en van eigenschappen die de ene van de andere persoon onderscheiden.
  • 3 benaderingen ontwikkelingen van het kind
    • Fysieke ontwikkeling--> invloed hersenen, zenuwstelsel, spieren, zintuigen en behoefte aan eten, drinken en slaap op ons gedrag.
    • Cognitieve ontwikkeling--> Kijkt naar intellectuele vermogens, zoals leren, geheugen, oplossen problemen en intelligentie
    • Sociale ontwikkeling en persoonlijkheidsontwikkeling--> Ontwikkeling en verandering sociale relatie's en interactie's met anderen en duurzame eigenschappen die de ene persoon van de ander onderscheiden
  • Wat zijn de toekomsttrends binnen de ontwikkelingspsychologie?

    Groeiende specialisatie, meer samenwerking tussen verschillende gebieden, meer aandacht voor diversiteitsvraagstukken, en een grotere invloed op kwesties van publiek belang.
  • In welke leeftijdsgroepen worden jeugd en adolescentie meestal verdeeld?
    prenataal: van conceptie tot geboorte
    baby- en peutertijd: 0-3 jaar
    kleutertijd: 3-6 jaar
    schooltijd: 6-12 jaar
    adolescentie: 12-20 jaar
  • Fysieke ontwikkeling
    Ontwikkeling die betrekking heeft op de fysieke opbouw van het lichaam, zoals de hersenen, het zenuwstelsel, de spieren, de zintuigen en de behoefte aan eten, drinken en slaap.
  • Waar houden onderzoekers in genetica zich mee bezig?
    Met de invloed van onze genetische achtergrond op de manier waarop we naar de wereld kijken en hoe we met anderen omgaan.
    Ze bestuderen iemands persoonlijkheid.
    Ze proberen erachter te komen hoeveel van ons potentieel als mens bepaald wordt (of beperkt) door erfelijkheid.
  • Wat zijn cohorten en cohorteffecten?
    Cohort =
    groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek geboren is.

    Cohorteffect =
    treden bijvoorbeeld op als gevolg van normatieve historisch bepaalde invloeden.
  • Wat zijn normatieve gebeurtenissen? En wat zijn niet-normatieve gebeurtenissen? 
    normatieve gebeurtenissen =
    Gebeurtenissen die zich voor de meeste mensen binnen een groep/cohort op dezelfde manier voltrekken.

    niet-normatieve gebeurtenissen =
    Specifieke gebeurtenissen die plaatsvinden in het leven van iemand op een tijdstip dat zulke gebeurtenissen de meeste anderen niet overkomen.
  • Cohort
    Groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek geboren is
  • Wat is een cohort?
    Een cohort is een groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek geboren zijn.
  • cohort:
    groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek is geboren
  • Cognitieve ontwikkeling
    Ontwikkeling die betrekking heeft op de manier waarop het gedrag van mensen wordt beïnvloed door groei en verandering in de eigenschappen die de ene persoon van de andere onderscheiden.
  • Wat is het doel van al deze onderzoeken?
    Een beter leven voor kinderen.
  • Bij nature versus nurture wordt gesproken over maturatie. Wat is maturatie?
    Maturatie =
    het proces van geleidelijk ontvouwen van voortbestemde genetische informatie.
  • Normatieve gebeurtenissen en invloed
    Normatieve gebeurtenis--> Gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen binnen een groep op dezelfde manier voltrekken

    Normatieve invloed--> invloeden die leiden tot conformiteit omdat men de gevolgen van afwijken gedrag vreest.

    Niet-normatieve gebeurtenis--> van invloed op ontwikkeling, specifieke gebeurtenis welke plaats vind in leven specifiek persoon op een tijdstip dat het de meesten anderen niet overkomt
  • Hoe zag men kinderen vroeger?

    Voor 1600 zag men kinderen vooral als miniatuurvolwassenen. Pas in de tijd van Charles Darwin werden kinderen meer systematisch geobserveerd. Ook doordat onderwijs universeler werd en kinderen meer gescheiden werden van volwassenen en doordat er meer volwassenen beschikbaar kwamen op de arbeidsmarkt, waren kinderen niet langer nodig als goedkope arbeidskrachten. Dankzij nieuwe psychologische inzichten werden mensen zich bewust van het feit dat gebeurtenissen tijdens hun jeugd van invloed waren op de rest van hun leven.
    In de 20e eeuw zorgden een aantal grootschalige onderzoeken ervoor, dat ons inzicht in de ontwikkeling van kinderen enorm  beïnvloed werd.
    Vb: De Stanford Studies of Gifted Children
  • normatieve gebeurtenissen:
    gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen binnen een groep op dezelfde manier voltrekken
  • Sociale en persoonlijkheidsontwikkeling
    Ontwikkeling die betrekking heeft op sociale relaties en interacties met anderen en op duurzame eigenschappen die de ene persoon van de andere onderscheiden.
  • Wat is het doel van mensen die werkzaam zijn in bv het onderwijs, gezondheidszorg en social werk?
    Om het welzijn van kinderen te bevorderen.
  • Hoe zal de toekomst van de ontwikkelingspsychologie eruit zien?
    Enkele te verwachten toekomsttrends zijn: 
    • groeiende specialisatie
    • meer samenwerking tussen verschillende gebieden
    • meer aandacht voor diversiteitsvraagstukken
    • grotere invloed op kwesties van publiek belang
  • Plasticiteit
    Mate waarin ontwikkelingsgedrag of fysieke structuur kan worden gewijzigd. (kritieke-gevoelige periode)
  • normatieve invloeden:
    invloeden die leiden tot conformiteit omdat men de gevolgen van afwijkend gedrag vreest
  • Cohort
    Een groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek is geboren
  • Maturatie
    Proces van geleidelijk ontvouwen van voorbestemde genetische informatie (nature in nature-nurture)
  • Wat is de fysieke ontwikkeling en geef een voorbeeld van een vraagstuk?
    De fysieke ontwikkeling kijkt naar de invloed van de hersenen, het zenuwstelsel, de spieren, de zintuigen en de behoefte aan eten, drinken, slaap op ons gedrag. VB: wat bepaalt de sekse van een kind? Wat zijn de lange termijnconsecuenties van een premature geboorte?
  • niet-normatieve gebeurtenissen:
    specifieke gebeurtenissen in het leven van een persoon op een specifiek tijdstip
  • Normatieve gebeurtenissen
    Gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen binnen een groep op dezelfde manier voltrekken.
  • 4 belangrijke vraagstukken rondom ontwikkeling kind
    1. Continue-discontinue ontwikkeling
    2. kritieke - gevoelige perioden
    3. levensloopmodel - focus op specifieke perioden
    4. nature - nurture


    Tabel p15
  • Wat is cognitieve ontwikkeling en geef een voorbeeld van een vraagstuk?
    Cognitieve ontwikkeling kijkt naar intellectuele vermogens, waaronder leren, geheugen, het oplossen van problemen en intelligentie. VB: Wat zijn de vroegste herinneringen die we van onze babytijd kunnen hebben? Wat zijn de consequenties van TV kijken?
  • actuele vraagstukken uit de ontwikkelingspsychologie:
    -continue vs discontinue verandering: oftewel geleidelijk of in stappen. Beide vormen bestaan wss naast elkaar
    -kritieke en gevoelige perioden
    -levensloopmodel vs focus op specifieke perioden
    -nature vs nurture
  • Continue verandering
    Geleidelijk ontwikkeling waarbij prestaties op een bepaald niveau voortvloeien uit die van de vorige niveaus
  • Wat is persoonlijkheids- en sociale ontwikkeling en geef een voorbeeld van een vraagstuk?
    Persoonlijkheids- en sociale ontwikkeling kijkt naar de duurzame eigenschappen die de ene persoon van de andere onderscheiden en naar de ontwikkeling en de verandering van sociale relaties en interacties met anderen. VB: Reageren pasgeborenen anders op hun moeder dan op andere mensen?
  • kritieke periode:
    specifieke tijd in de ontwikkeling waarin een bepaalde gebeurtenis de grootste gevolgen heeft
  • Discontinue verandering
    Ontwikkeling die in aparte stappen of stadia plaatsvindt, en waarbij elk stadium gedrag oplevert dat kwalitatief anders is dan het gedrag in eerdere stadia. (trapvorm)
  • De individuele ontwikkeling wordt door een breed scala van factoren beïnvloed.
    In welke drie categorieën kunnen deze grofweg worden ingedeeld?
    Normatieve leeftijdsgebonden invloeden

    Biologische en sociale-omgevingsinvloeden die leeftijdsgebonden zijn. Deze komen ongeveer gelijktijdig voor bij het merendeel van individuen binnen eenzelfde leeftijdsgroep van een bepaalde cultuur of subcultuur. 'Normatief' betekent in deze context dus 'vaak voorkomend'.


    Normatieve historisch bepaalde invloeden

    Biologische en sociale-omgevingsinvloeden die verbonden aan de specifieke maatschappelijke situatie in de historische tijd. Deze zijn normatief in de zin dat de meeste mensen van een zekere generatie ermee te maken krijgen.


    Niet-normatieve gebeurtenissen

    Biologische en sociale-omgevingsinvloeden die sterk persoonsgebonden zijn en niet in het algemeen van toepassing zijn op een bepaalde leeftijdsgroep of in een bepaald historisch tijdsvak. Het zijn met name deze factoren die elk levenspad uniek maken. Ze laten zich vaak onverwachts gelden en kunnen het leven van het individu soms een heel ander verloop geven.
    Deze drie soorten invloeden zorgen er elk afzonderlijk maar tegelijk ook in interactie met elkaar voor dat ieder individu zijn eigen levenspad loopt.
  • Welke omgevingsfactoren kunnen van invloed zijn op de timing van de ontwikkeling van en kind?
    Pesten, seksuele intimidatie, thuissituatie
  • gevoelige periode:
    periode in de ontwikkeling waarin het organisme extra gevoelig is voor bepaalde stimuli in de omgeving
  • Kritieke periode
    Een specifieke tijd in de ontwikkeling waarin een bepaalde gebeurtenis de grootste gevolgen heeft.
  • Welke invloed kan lidmaatschap van een cohort hebben op de leeftijd waarop een kind aan school toe is?
    Een positieve invloed, want er is een samenhorigheidsgevoel met leeftijdsgenootjes.
  • maturatie:
    het geleidelijk ontvouwen van voorbestemde genetische informatie
  • Plasticiteit
    De mate waarin ontwikkelingsgedrag of fysieke structuur kan worden gewijzigd.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 3:

  • Ontwikkelingspsychologie
  • Robert S Feldman het Engels
  • 9789043015646 or 9043015644
  • 4e ed.

Summary - Ontwikkelingspsychologie

  • 1 Een inleiding in de ontwikkeling van het kind

  • jh
    hgjjhg
  • Wat betekent ontwikkelingspsychologie(ook weleens levenslooppsychologie genoemd)?
    De wetenschappelijke studie naar groei, verandering en stabiliteit van conceptie tot adolescentie.
  • ONtwikkelingspsychologie
    WEtenschappelijke studie naar de patronen van groei, Vverandering en stabiliteit die zich voordoen bij toenemende leeftijd, Ddus vanaf de geboorte tot aan de ouderdom.
    Pas op,,,,de meeste aandacht van de onderzoekers gaat uit naar de periode waarin de veranderingen elkaar het snelst opvolgen
    Die van de geboorte tot aan de adolescentie.
  • Ontwikkelingspsychologie richt zich op..........?
    de menselijke ontwikkeling.
  • SSommigen proberen de universele ontwikkelingprincipen te doorgronden
    TTerwijl andere ze kijken naar: culturele, Eetnische verschillen.
    Of unieke aspecten van individuen, Ze kijken naar de kenmerken en eigenschappen die de een mens van de andere onderscheiden.
  • 1.1.1 De reikwijdte van het vakgebied

  • Waar gaan ontwikkelingspsychologen vanuit?
    Dat mensen in sommige opzichten tot het einde van hun leven blijven groeien en veranderen, terwijl hun gedrag in andere opzichten stabiel blijft.
  • Wat zijn de thematische gebieden binnen de ontwikkelingspsychologie?
    Fysieke ontwikkeling, cognitieve ontwikkeling & sociale en persoonlijkheidsontwikkeling. 
  • Op welke perioden concentreert de ontwikkelingspsychologie zich?
    De jeugd en de adolescentie
  • Wat houdt fysieke ontwikkeling in?
    Ontwikkeling die betrekking heeft op de fysieke opbouw van het lichaam: zoals de de hersenen, het zenuwstelsel, de spieren, de zintuigen en de behoefte aan eten, drinken en slapen. 
  • In welke perioden ontwikkelt de mens zich?
    elke
  • Wat houdt cognitieve ontwikkeling in?
    Ontwikkeling die betrekking heeft op de manier waarop het gedrag van mensen wordt beïnvloed door groei en verandering in de eigenschappen die de ene persoon van de andere onderscheiden.
  • Wat houdt sociale ontwikkeling in?
    Ontwikkeling die betrekking heeft op de manier waarop de interactie van mensen met elkaar en hun sociale relaties in de loop van hun leven groeien, veranderen en stabiel blijven. 
  • Wat houdt persoonlijkheidsontwikkeling in?
    Ontwikkeling die betrekking heeft op stabiliteit en verandering in de eigenschappen die de ene persoon van de andere onderscheiden. 
  • 1.1.2 De invloed van cohorten op ontwikkeling: ontwikkelen in een sociale wereld

  • Wat houdt een cohort in?
    Een groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek is geboren
  • Wat betekent cohort?
    Een groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek is geboren. (denk aan babyboomers en generatie X)
  • Wat zijn normatieve gebeurtenissen?
    Gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen binnen een groep (cohort) op dezelfde manier voltrekken. Dit kan biologisch, sociaal of cultureel bepaald zijn. Bijvoorbeeld: Het bereiken van de puberteit gebeurt voor iedereen ongeveer in dezelfde periode. Of in de westerse cultuur, kinderen die op hun 5e/6e beginnen met verplicht onderwijs.
  • Wat betekent normatieve gebeurtenissen?
    Gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen binnen een groep op dezelfde manier voltrekken. 
  • Wat zijn normatieve historisch bepaalde invloeden?
    Biologische en omgevingsinvloeden die gekoppeld zijn aan een specifiek historisch moment. (bijvoorbeeld, tweede wereldoorlog)
  • Normatieve gebeurtenissen kunnen ...., .... of .... bepaald zijn.
    Biologisch, sociaal of cultureel (denk aan puberteit en in westerse culturen beginnen kinderen rond hun vijfde of zesde levensjaar met verplicht onderwijs)
  • Wat zijn normatieve leeftijdsgebonden invloeden?
    Biologische en omgevingsinvloeden die gelijk zijn voor mensen in een bepaalde leeftijdsgroep, ongeacht wanneer of waar ze opgroeien. (bv. menopauze)
  • Normatieve historisch bepaalde invloeden zijn......
    biologische en omgevingsinvloeden die gekoppeld zijn aan een specifiek historisch moment. (denk aan: 11 september WTC- New York --> kinderen die in New York woonden werden bijv. allemaal geconfronteerd met biologische en omgevingsproblemen als gevolg van de terroristische aanslagen op het WTC. Hun ontwikkeling zal worden beïnvloed door deze normatieve historisch bepaalde gebeurtenis.)
  • Wat zijn normatieve sociaal-cultureel bepaalde invloeden?
    Ethnische afkomst, sociale klasse, lidmaatschap van een subcultuur en andere factoren. Bv. Immigrantenkinderen die Nederlands als tweede taal spreken zijn onderhevig aan heel andere sociaal-cultureel bepaalde invloeden dan kinderen die de Nederlandse taal als moedertaal hebben.
  • Normatieve leeftijdsgebonden invloeden zijn....
    biologisch en omgevingsinvloeden die gelijk zijn voor mensen in een bepaalde leeftijdsgroep, ongeacht wanneer of waar ze opgroeien. (denk aan: biologische gebeurtenissen: menopauze, die universeel rond dezelfde periode/tijd plaatsvindt. Sociaal-culturele gebeurtenissen: eindexamen doen, vindt meestal plaats aan het einde van de tienerjaren.)
  • Wat zijn niet-normatieve gebeurtenissen?
    Specifieke, a-typische gebeurtenissen die plaatsvinden in het leven van een specifiek persoon op een tijdstip dat zulke gebeurtenissen de meeste andere mensen niet overkomen.
  • Normatieve sociaal-cultureel bepaalde invloeden zijn....
    etnische afkomst, sociale klasse, lidmaatschap van een subcultuur en andere factoren. (denk aan: immigrantenkinderen die Nederlands als tweede taal spreken hebben een heel andere sociaal-cultureel bepaalde invloeden dan in de kinderen die in Nederland of België zijn en als moedertaal Nederlands spreken.)
  • Wat houdt niet-normatieve gebeurtenissen in?
    Dat zijn specifieke, atypische gebeurtenissen die plaatsvinden in het leven van een specifiek persoon op een tijdstip dat zulke gebeurtenissen de meeste andere mensen niet overkomen. (denk aan: Louise Brown, hij was de eerste kind ter wereld die via in-vitrofertilisatie werd verwerkt. Of een middelbare-school leerlinge die een landelijke wetenschapswedstrijd wint, zij bouwt actief aan haar eigen omgeving en heeft een aandeel in haar eigen ontwikkeling.)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 4:

  • Ontwikkelingspsychologie
  • Robert S Feldman Esmah Lahlah, Ilse Smits, Laurent Voets Aafke Moons het Engels Vanja Walsmit
  • 9789043024259 or 9043024252
  • 5e ed.

Summary - Ontwikkelingspsychologie

  • 1 De ontwikkeling van een kind


  • De belangrijkste invalshoeken om de ontwikkeling te bekijken zijn:
    Psychodynamisch perspectief
    Behavioristisch perspectief
    Cognitief perspectief
    Systemisch perspectief 
    Evolutionair perspectief
  • op welke drie aspecten van de ontwikkeling concentreerd dit boek zich?

    fysieke ontwikkeling, cognitieve ontwikkeling en persoonlijkheids/sociale ontwikkeling

  • Wat is de Latijnse naam voor de voorste en achterste gehemeltebogen?

    voorste: arcus palatoglossus, achterste: arcus palatopharyngeus

  • Ontwikkelingspsychologie is de wetenschappelijke studie naar de patronen van groei, verandering en stabiliteit die zich voordoen bij toenemende leeftijd.
  • Wat is ontwikkelingspsychologie?
    Ontwikkelingspsychologie is de wetenschappelijke studie naar de patronen van groei, verandering en stabiliteit die zich voordoen bij toenemende leeftijd.

  • PSYCHODYNAMISCH PERSPECTIEF

    Belangrijkste theorieën: Freud en Erikson


    Gedrag wordt ons hele leven gemotiveerd door innerlijke, onbewuste krachten die uit onze kindertijd stammen en 
    waarover we weinig controle hebben.
    Erikson legt in zijn theorie de nadruk op de sociale 
    interactie met anderen. Mensen worden zowel gevormd als belemmerd door hun samenleving en hun cultuur.
    Psychosociale ontwikkeling
  • Waar liggen de amandelen

    tussen de voorste en achterste gehemelteboog

  • De meeste aandacht van de onderzoekers gaat uit naar de periode waarin de verandering elkaar het snelst opvolgen: die van de geboorte tot aan de adolescentie. 
  • Wat is cognitieve ontwikkeling?
    Cognitieve ontwikkeling is de ontwikkeling die te maken met denken. Daarbij word vooral gekeken naar hoe gedrag van mensen wordt beïnvloed. Daarbij staat: leren, geheugen, probleemoplossing en intelligentie centraal.
  • Wat is de Latijnse naam voor de neus en de keelamandelen

     

    neusamandelen: tonsilla adenoidea, keelamandelen: tonsilla palatina

  • Onderzoek naar de ontwikkeling van kinderen is te verdelen in drie centrale thema's of benaderingen:
    - Fysieke ontwikkeling
    - Cognitieve ontwikkeling
    - Sociale en persoonlijkheidsontwikkeling
  • Wat is fysieke ontwikkeling?
    Men onderzoekt hierbij welke invloed je lichaam, hersenen, het zenuwstelsel, de spieren, de zintuigen en de primaire behoeften als eten, drinken en slaap heeft op het gedrag van mensen.
  • Bij fysieke ontwikkeling wordt er gekeken naar de invloed van het lichaam- de hersenen, het zenuwstelsel, de spieren, de zintuigen en de behoefte aan eten, drinken en slaap- op ons gedrag.
  • Wat is sociale ontwikkeling?

    Bij sociale ontwikkeling kijkt men naar de ontwikkeling die betrekking heeft op de manier waarop de interacties van mensen met elkaar en hun sociale relaties in de loop van hun leven groeien, veranderen en stabiel blijven.

  • Bij cognitieve ontwikkeling wordt er gekeken hoe het gedrag van mensen wordt beinvloed door groei en veranderingen in hun intellectuele vermogens.
  • Wat is maturatie?
    Maturatie is het proces van geleidelijk ontvangen van voorbestemde genetische informatie. (Rijping, ontwikkeling)
  • Cognitieve ontwikkelingspsychologen houden zich bezig met leren, geheugen, probleemoplossing en intelligentie. ze willen er bijvoorbeeld achter komen hoe intellectuele vermogen in de loop van de kindertijd veranderen, of proberen te achterhalen of er culturele verschillen bestaan in de factoren waaraan kinderen hun successen en mislukkingen op school toeschrijven. 
  • Wat is plasticiteit?
    Dit is de mate waarin men ontwikkelingsgedrag of fysieke structuur kan wijzigen. Men blijkt namelijk op de gebieden: cognitieve-, persoonlijkheids- en sociale ontwikkeling flexibeler dan men dacht.
  • Bij sociale ontwikkeling kijk men naar de manier waarop de interacties van mensen met elkaar en hun sociale relaties in de loop van hun leven groeien, veranderen en stabiel blijven.
  • Wat word er bedoelt met de gevoelige periode?
    Tijdens deze periode zijn organismen erg gevoelig voor bepaalde stimuli. (prikkels) Deze periode staat voor een periode waarin bepaalde vermogens optimaal naar voren komen.
  • Bij persoonlijkheidsontwikkeling wordt er gekeken naar stabiliteit en verandering in de eigenschappen die de ene persoon van de andere onderscheiden. 
  • Wat word er bedoelt met de kritieke periode?

    Een specifieke tijd in de ontwikkeling waarin een bepaalde gebeurtenis de grootste gevolgen heeft. (Bijvoorbeeld: ziekte tijdens zwangerschap)

  • Specialisten op het gebied van persoonlijkheidsontwikkeling en sociale ontwikkeling houden zich ook bezig met de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen en adolescenten. Zij doen bijvoorbeeld onderzoek naar de effecten van een klasstructuur op de sociaal-emotionele ontwikkeling van schoolgaan kinderen.
  • Een belangrijke vraag is of ontwikkeling zich op een continue of discontinue manier voltrekt.

    Continue verandering.
    Hierbij heeft men het over de ontwikkeling die geleidelijk is en 'vloeien' prestaties uit tot een nieuw niveau van ontwikkeling. Het is dus een kwantitatieve verandering. (Dit blijft levenslang het zelfde)

    Discontinue verandering.
    Hierbij vindt de ontwikkeling plaats in aparte stappen of stadia. Elk stadium levert gedrag op dat kwalitatief ander is dan gedrag in een eerder stadia. (kleutertijd, kindertijd en adolescentie) Men aanschouwt deze ontwikkeling hierbij abrupt, dus heel plotseling.

    De meeste ontwikkelingspsychologen zijn van mening dat beide soorten verandering naast elkaar bestaan. Hoewel veel veranderingen continu zijn, zijn andere discontinu.

  • Er zijn verschillende globale leeftijdsgroepen: de prenatale periode (conceptie tot geboorte), de baby-en peutertijd (geboorte tot 3 jaar), de kleutertijd (3-6 jaar), de schooltijd (6-12 jaar) en de adolescentie (12-20 jaar).
  • Wat is persoonlijkheidsontwikkeling?

    Daarbij houden ze zich vooral bezig met de ontwikkeling die betrekking heeft op de stabiliteit van een persoonlijkheid. In hoeverre blijft men 'zichzelf', welke verandering maakt men mee wanneer hij/zij zich aanpast.

  • Wanneer ontwikkelingspsychologen het over leeftijdsgroepen hebben, is het dus belangrijk om te beseffen dat zij het over gemiddelden hebben: het tijdstip waarop kinderen gemiddeld genomen bepaalde mijlpalen bereiken. 
  • Wat is een cohort?
    Een groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek zijn geboren. (generatie)
  • De Culturele context: Alle culturen en subculturen hebben hun eigen opvattingen over de juiste manier om kinderen op te voeden, zoals ze ook hun eigen ontwikkelingsdoelstellingen voor kinderen hebben.
  • Wat zijn normatieve gebeurtenissen?

    Dit zijn gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen, binnen een groep op dezelfde manier voltrekken.

  • Het woord ras  is een biologisch concept dat verwijst naar classificaties die gebaseerd zijn op fysieke en structurele eigenschappen van soorten.
  • Normatieve gebeurtenissen.
    Dit zijn gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen, binnen een groep op dezelfde manier voltrekken.

    VOORBEELDEN: Puberteit, eindexamen doen, naar de peuterspeelzaal gaan.
  • Etnische groep en etniciteit zijn bredere termen die verwijzen naar culturele achtergrond, nationaliteit, religie en taal. 
  • Cohort: een groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek is geboren.
  • Normatieve gebeurtenissen: gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen binnen een groep op dezelfde manier voltrekken.
  • Cohorteffecten treden bijvoorbeeld op als gevolg van normatieve historisch bepaalde invloeden, biologische en omgevingsinvloeden die verbonden zijn aan een specifiek historisch moment. 
  • Leeftijdsgebonden invloeden zijn biologische en omgevingsinvloeden die gelijk zijn voor mensen in een bepaalde leeftijdsgroep, ongeacht waar of wanneer ze opgroeien (bijv. puberteit, menopauze). 
  • Een socioculturele gebeurtenis als naar school gaan, kan gezien worden als een normatieve leeftijdsgebonden invloed, omdat dit in de meeste culturen rond het zesde jaar plaatsvindt.
  • Normatieve invloeden: invloeden die leiden tot conformiteit omdat men de gevolgen van afwijkend gedrag vreest.
  • Niet-normatieve gebeurtenissen: specifieke gebeurtenissen die plaatsvinden in het leven van een specifiek persoon op een tijdstip dat zulke gebeurtenissen de meeste andere mensen niet overkomen.
  • Volgens Philippe Ariès krgen kinderen in de middeleeuwen pas rond 1600 een eigen status, voor die tijd werden ze gezien als miniatuurvolwassenen.
  • Babybiografieën: Waarnemers probeerden de groei van een kind bij te houden. Dat dezen ze door de fysieke en taalkundige mijlpalen van het kind vast te leggen.
  • Charles Darwin ontwikkelde de evolutietheorie en toen kreeg de observatie van kinderen pas een systematisch karakter. 
  • Nature: erfelijkheid
    Nurture: Omgevingsinvloeden
  • Alfred Binet deed onderzoek naar het geheugen en naar hoofdrekenen.
  • G. Stanley Hall was de eerste die het denken en het gedrag van kinderen onderzocht met behulp van vragenlijsten.
  • De wetenschappers die de basis van de ontwikkelingspsychologie legden, hadden een gemeenschappelijk doel: ze wilden de aard van groei, verandering en stabiliteit tijdens jeugd en adolescentie op een wetenschappelijke manier bestuderen.
  • Continue verandering: gelijdelijke ontwikkeling waarbij prestaties op een bepaald niveau voortvloeien uit die van vorige niveaus
  • continue verandering is kwantitatief; de onderliggende ontwikkelingsprocessen die de aanzet geven tot verandering blijven gedurende het hele leven hetzelfde. 
  • Discontinue verandering: ontwikkeling die in aparte stappen of stadia plaatsvindt, en waarbij elk stadium gedrag oplevert dat kwalitatief anders is dan gedrag in eerdere stadia.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 5:

  • Ontwikkelingspsychologie
  • Robert S Feldman
  • or
  • 4

Summary - Ontwikkelingspsychologie

  • 1 Baby

  • Wat is ontwikkelingspsychogologie?
    De wetenschappelijke studie naar groei, verandering en stabiliteit van conceptie tot adolescentie
  • Noem 3 ontwikkelingsgebieden
    Fysieke ontwikkeling, cognitieve ontwikkeling en sociale- en persoonlijkheidsontwikkeling
  • Wat is een cohort?
    Een groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek is geboren
  • Wat zijn normatieve gebeurtenissen?
    Gebeurtenissen die voor de meeste individuen binnen een groep op de zelfde manier gebeuren
  • Wat zijn normatieve invloeden?
    Invloeden die leiden tot conformiteit omdat men de gevolgen van afwijkend gedrag vreest
  • Wat is de kritieke periode?
    Een specifieke tijd in de ontwikkeling waarin een bepaalde gebeurtenis de grootste gevolgen heeft
  • Wat is plasticiteit?
    De mate waarin ontwikkelingsgedrag of fysieke structuur kan worden gewijzigd.
  • Wat is de gevoelige periode?
    Een periode waarin kinderen extra gevoelig zijn voor een bepaald facet van de ontwikkeling.
  • Wat is maturatie?
    Het proces van geleidelijk ontvouwen van voorbestemde genetische informatie.
  • Wat is het psychodynamisch perspectief?
    Een bepaalde kijk op de ontwikkeling waarbij er van uit word gegaan dat gedrag beïnvloed word door innerlijke krachten, herinneringen en conflicten waarvan een persoon zich nauwelijks bewust is en waarover hij weinig controle heeft
  • Wat is de psychoanalytische theorie?
    Een theorie van Freud die ervan uitgaat dat onbewuste krachten bepalend zijn voor iemands persoonlijkheid en gedrag
  • Wat is klassieke conditionering?
    Een vorm van leren waarbij een organisme op een bepaalde manier leert reageren op een neutrale stimulus die de respons normaal gesproken niet uitlokt.
  • Wat is operante conditionering?
    Een vorm van leren waarbij een vrijwillige respons wordt verzwakt of versterkt.
  • Wat is het behavioristisch perspectief?
    Benadering van ontwikkeling waarbij men ervan uit gaat dat waarneembaar gedrag cruciaal is voor het begrijpen van de ontwikkeling van het individu.
  • Wat is het cognitief perspectief?
    Benadering van ontwikkeling die zich richt op de processen die mensen in staat stellen de wereld te leren kennen, te begrijpen en er over na te denken.
  • Wat is de sociaal-cognitieve leertheorie?
    Benadering van ontwikkeling waarin de nadruk ligt op leren door het gedrag van een ander te observeren.
  • Wat is de informatieverwerkingstheorie?
    Benadering van cognitieve ontwikkeling waarbij men probeert te achterhalen op welke manieren mensen informatie opnemen, gebruiken en opslaan.
  • Wat is genderidentiteit?
    De perceptie van zichzelf als mannelijk of vrouwelijk.
  • Wat is identificatie?
    Het proces waarbij kinderen proberen gelijk te zijn aan de ouder van dezelfde sekse.
  • Wat zijn de 4 theorieen over genderontwikkeling?
    Biologisch, psychoanalytisch, sociale leertheorie en cognitief.
  • Wat is genderconstantie?
    Het feit dat mensen permanent vrouwelijk of mannelijk zijn als gevolg vast biologische factoren.
  • Wat is functioneel spel?
    Een spelvorm die bestaat uit eenvoudige herhalende activiteiten, typisch voor 3-jarige.
  • Wat is constructief spel?
    een spelvorm waarbij kinderen objecten manipuleren om iets te produceren of te bouwen.
  • Wat is parallel spel?
    spelvorm waarbij kinderen naast elkaar met hetzelfde materiaal spelen zonder interactie met elkaar.
  • Wat is toekijkend spel?
    Spelvorm waarbij kinderen kijken naar het spel van andere zonder zelf mee te doen
  • Wat is associatief spel?
    spelvorm waar kinderen de interactie aangaan door speelgoed uit te wisselen terwijl ze niet hetzelfde doen.
  • Wat is cooperatief spel?
    Spelvorm waarbij kinderen echt met elkaar spelen.
  • Noem de 4 vormen van ouderschap
    Autoritaire ouders, permissieve ouders, autoritatieve ouders en onverschillige ouders (verwaarlozend).
  • Wat is de morele ontwikkeling?
    De ontwikkeling van iemands rechtvaardigheidsgevoel.
  • Wat is het moreel realisme?
    het stadium van morele ontwikkeling waarbij kinderen regels als vast en onvoorwaardelijk schatten.
  • Wat is astma?
    een chronische aandoening die wordt gekenmerkt door periodieke aanvallen van niezen, hoesten en kortademigheid.
  • Waarom verbeterd de fijne motoriek in de schooltijd zo aanzienlijk?
    Dit komt door de toenamen van Myeline in de hersenen in de leeftijd van zes tot acht jaar. Door myeline krijgen spieren sneller boodschappen door en kunnen kinderen ze beter beheersen.
  • Wat is het concreet-operationeel stadium?
    de periode van cognitieve ontwikkeling in de leeftijd van 7 tot 12 jaar die zich kenmerkt door het juist en actieve gebruik van logica.
  • Wat is decentreren?
    Het vermogen om rekening te houden met verschillende aspecten van een situatie.
  • Wat is reversibiliteit?
    het vermogen een uitgevoerde handeling weer terug te draaien.
  • Wat is herinnering?
    het proces waarmee informatie wordt gecodeerd, opgeslagen en weer opgehaald wordt.
  • Wat is de zone van naaste ontwikkeling (zone of proximal development, ZPD)?
    Het niveau waarop een kind een taak bijna, maar niet helemaal zelfstandig kan begrijpen of uitvoeren.
  • Wat is het metalinguistisch bewustzijn?
    Het besef van het eigen taalgebruik.
  • Wat is de mentale leeftijd?
    Het gemiddelde intelligentie niveau van mensen van een bepaalde kalenderleeftijd.
  • Wat is de kalenderleeftijd?
    Iemands fysieke leeftijd.
  • Noem de 8 intelligenties van Gardner
    Muzikale, lichamelijke (bewegingsintelligentie), logisch mathematisch, taalkundige, ruimtelijke, interpersoonlijke, intrapersoonlijke en natuurlijke intelligentie.
  • Wat is de triarchische theorie van intelligentie?
    de opvatting dat intelligentie bestaat uit drie elementen van informatieverwerking. Het analytische element, het creatieve element en het praktische element.
  • Wat is acceleratie?
    het aanbieden van speciale lesprogramma's waarmee hoogbegaafde kinderen in hun eigen tempo verder leren.
  • Wat is verrijking?
    een methode waarbij hoogbegaafde kinderen speciale programma's volgen en individuele activiteiten aangeboden krijgen om dieper in te kunnen gaan op specifieke onderwerpen.
  • Wat is het pygmalion effect?
    het verschijnsel waarbij een kind onbewust dat gedrag gaat vertonen wat ouders en leraren van hem verwachten.
  • Wat is emotionele intelligentie?
    De vaardigheden om op een juiste manier emoties in te schatten, te evalueren, uit te drukken en te reguleren.
  • Wat is het vlijt-versus-minderwaardigheidstadium?
    de periode van 6 tot 12 jaar waarin het kind probeert competenties te ontwikkelen om problemen met ouders, leeftijdgenoten en school het hoofd te kunnen bieden.
  • Wat is sociale verrijking?
    beoordeling van het eigen gedrag, eigen capaciteiten en meningen door ze te vergelijken met die van anderen.
  • Wat is eigenwaarde?
    waardering voor het eigen ik.
  • Noem de 3 stadia van vriendschappen
    vriendschap gebaseerd op het gedrag van anderen, vriendschap gebaseerd op vertrouwen en vriendschap gebaseerd op psychische nabijheid.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Geef een definitie van eigenwaarde en zelfbeeld
Eigenwaarde: De waardering voor het eigen ik, met alle positieve en negatieve kenmerken en competenties die we daarmee associëren. 

Zelfbeeld: opvattingen over en percepties van het ik.
Wanneer doorloopt een kind het stadium van vlijt - versus- minderwaardigheid volgens Erikson?
Tussen leeftijd 6 - 12. Kinderen proberen competenties te ontwikkelen waarmee zij problemen met ouders, leeftijdsgenoten en de wereld het hoofd kunnen bieden. Informatie en sociale interactie (steeds meer rollen) moet een plek krijgen. Succes in dit stadium leiden tot gevoelens van competentie en bekwaamheid. Omgekeerd leidt het tot gevoelens van mislukking en onvermogen.
Geef een definitie van intelligentie:
Het vermogen om de wereld te begrijpen, rationeel te denken en effectief middelen in te zetten als mensen geconfronteerd worden met problemen.
Wat is pragmatiek?
De taalregels voor communicatie in een sociale context. Kan een kind taal op de juiste, effectieve manier gebruiken. Begin schooltijd nog primitief, later is het meer wederkerig.
Wat is syntaxis?
De regels voor het combineren van woorden en frasen tot zinnen. Iets wat gedurende de schooltijd steeds meer verbeterd en omgevormd wordt tot zinnen met passieve vorm i.pv. Actief of voorwaardelijke bijzinnen.
Wat is het ZPD geformuleerd door Vygotsky?
Zone of proximal development: het niveau waarop een kind een taak bijna, maar nog niet helemaal zelfstandig, kan begrijpen of uitvoeren.
Welke geheugenstrategieën kunnen kinderen aanleren?
- Sleutelwoordstrategie (woorden die erop lijken ermee matchen)
- Herhaling 
- Organisatie (in categoriën onderbrengen)
- Mindmap (centrale thema middenin, thema's die eraan relateren hieraan linken)
Rond welke leeftijd vindt elektracomplex en het oedipuscomplex plaats zoals beschreven in de theorie van Freud?
Rond 5 jaar
Elektra: meisjes ontstaat penis-nijd: het begeren waar de penis voor staat, afzetten tegen moeder. Later vormt zich dat om naar identificatie van de moeder. 
Oedipus: Bij jongens vind er een begeerte naar de moeder plaats en rivaliteit bij vader, later vormt zich dat naar identificatie van vader.
Wat meet de kans - armoede index?
Inkomen, arbeid, opleiding, huisvesting, stimulatieniveau en gezondheid.
Noem een aantal belangrijke reflexen en wanneer verdwijnen ze?
Zoekreflex (3 weken)
stapreflex (2 maanden)
zwemrelfex (4-6 maanden)
moro- reflex (6 maanden) bij valgevoel armen spreiden
babinksi reflex ( 8-12 maanden) spreiden van tenen bij aanraking
schrikreflex (blijft) armen/vingers spreiden, rug overstrekken
knipperreflex (blijft)
zuigreflex (blijft)
kokhalsreflex (blijft) 

Het lijkt erop dat reflexen als nut hebben vaardigheden te oefenen en verbindingen te maken in de hersenen voordat ze goed uitgevoerd worden. Eenmaal onder de knie, verdwijnen ze (bijna allemaal) weer.