Summary Op niveau

-
ISBN-10 9006104329 ISBN-13 9789006104325
666 Flashcards & Notes
104 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Op niveau". The author(s) of the book is/are Ruud Kraaijeveld. The ISBN of the book is 9789006104325 or 9006104329. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Op niveau

  • 2.3.1 woordveld blz 53

  • vonnissen(een vonnis het doodvonnis)
    uitspraak van een rechter
  • arresteren(de arrestant huisarrest het arrestatiebevel
    gevangen nemen
  • criminologie(de criminaliteit crimineel gedrag)
    leer van misdaad
  • delinquent(een zedendelinquent delinquentie)
    dader/ overtreder
  • proportioneel(buiten alle proportie)
    ???
  • anoniem(anonimiteit anonymus)
    onbekend
  • juridisch(een jurist juristerij)
    geleerd iemand in rechten
  • confronteren (de confrontatie)
    in aanraking brengen/aandacht vragen
  • verbaliseren(het proces-verbaal de verbalisant)
    bekeuren
  • dagvaarden(gedagvaard worden een dagvaarding)
    oproepen om voor de rechter te verschijnen
  • 2.3.2 zinsdelen

  • structuur
    bouw/samenstelling
  • definitie
    bepaling/nauwkeurige omsrijving
  • details
    bijzonderhijd/nouwkeurigheid/kleinigheid
  • consequenties
    noodzakelijk gevolg
  • globaal
    ruw geschat
  • 12 taalschat

  • noteer
    je moet het opschrijven
  • trek daar een conclusie uit
    je moet opschrijven wat je daar uit kunt opmaken(afleiden)
  • licht deze bewering toe
    je moet het duidelijk uitleggen
  • onderbouw je reden met argumenten
    je moet zeggen wat je daarvan vindt en een goede reden geven
  • beperk je tot 2 ervan
    je mag alleen hierover schrijven
  • beredeneer waarom deze bewering niet hoeft te kloppen
    je moet uitleggen waarom het niet waar hoeft te zijn
  • warin komen juli en augustus nog meer overeen
    je moet zeggen wat er(nog meer) hetzelfde is
  • aan welke 2 voorwaarden moet minstens zijn voldaan?
    noem 2 eisen die vervuld moeten zijn
  • noem 2 kenmerken
    je moet eigenschappen noemen die er echt bij horen
  • toon dat aan
    je moet bewijzen dat het waar is
  • arresteren
    aanhouden
  • criminologie 
    kennis van misdaad
  • delinquent
    schuldige
  • proportioneel
    passend niet overdreven
  • anoniem 
    naamloos
  • juridisch
    rechtkundig
  • confronteren
    elkaar laten ontmoeten
  • verbaliseren
    opschrijven dat iemand een strafbaar feit heeft gepleegd 
  • dagvaarden
    oproepen om voor de rechter te zijn
  • aan de hand van een voorbeeld
    met een voorbeeld erbij
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

wanneer gebruik je géén klemtoonteken?
als een woord niet verkeerd gelezen kan worden.
wanneer gebruik je een klemtoonteken?
als je op een woord de nadruk wilt leggen
wanneer schrijf je driedelige samenstellingen aan elkaar?
als ze zijn opgebouwd uit: een bijvoeglijk naamwoord of telwoord en twee zelfstandige naamwoorden.
wanneer is een woord een driedelige samenstelling?
als het word uit drie delen bestaat zoals hogedrukgebied
wat moet je doen als je twijfelt over de spelling van een werkwoord?
vervang het werkwoord door een waarbij je het wel in de vervoeging kan horen.
wanneer gebruik je de gebiedende wijs?
als je een bevel of een aansporing geeft.
wat houdt een stelling-argumentenstructuur in?
de schrijver geeft een stelling of een standpunt in de inleiding en geeft argumenten in het middenstuk.
wat houdt een verschijnsel-besprekingsstructuur in?
de inleiding geeft een verschijnsel en het middenstuk belicht het van verschillende kanten.
wat houdt een verschijnsel-verklaringsstructuur in?
de inleiding noemt een verschijnsel en het middenstuk geeft er een verklaring voor.
wat houdt een probleem-oplossingsstructuur in?
de inleiding noemt een probleem en het middenstuk noemt mogelijke oplossingen.