Summary Op niveau onderbouw / 3 Havo / deel Basisboek

-
ISBN-13 9789006104455
208 Flashcards & Notes
25 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Op niveau onderbouw / 3 Havo / deel Basisboek ". The author(s) of the book is/are Ruud A J Kraaijeveld. The ISBN of the book is 9789006104455. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Op niveau onderbouw / 3 Havo / deel Basisboek

  • 1 blok 1

  • Hebben chimpansees of mensen een beter kortetermijngeheugen?
    Chimpansees!
  • 1.2.1 over Elle van den Bogaart

  • Elle van den Bogaart werkt als psychodiagnotisch medewerker in een ziekenhuis. Daar houdt ze zich bezig met psychologische onderzoeken bij kinderen en volwassen. Dat ze zich in haar beroep stevig moet verdiepen in de psychologie van mensen, komt haar goed van pas bij het schrijven. Ze schrijft graag over dingen die jongeren van deze tijd bezighouden, kiest voor een spannende opbouw en besteedt ruim aandacht aan het innerlijk van de personages.

  • 1.2.2 smaak en mening

  • smaak is niet iets wat vaststaat. Je houdt nu waarschijnlijk van andere verhalen dan een paar jaar geleden. door kennis te maken met allerlei soorten verhalen die bovendien op verschillende manieren zijn geschreven, ontwikkel je je smaak.

    Het is belangrijk je bewust te zijn van je smaakontwikkeling. wat vind je nu moei en boeiend en vooral: waarom? Met behulp van beoordelingswoorden kun je je mening over het verhaal van een boek of film nauwkeurig en gedetailleerd onder woorden brengen. Je keuze voor je beoordelingswoorden ondersteun je met argumenten.

  • 1.2.3 proza, poëzie en toneel

  • fictieteksten kunnen in 3 verschillende vormen voorkomen: proza, poëzie en toneel. Dit zijn de hoofdgrenres. 

    bij proza gebruikt de schrijver de volle breedte van het papier. De tekst is verdeeld in alinea's en hoofdstukken.

    bij poëzie wordt maar een deel van de bladzijde gebruikt. De regels worden niet volgeschreven en zijn vaak ongelijk van lengte.

    toneel is een gespeelde tekst in een theater. Je kunt een toneeltekst wel lezen, maar hij is bedoeld om opgevoerd te zien.

     

  • in welke 3 verschillende vormen kunnen fictieteksten voorkomen
    proza
    poëzie
    toneel
  • verschil tussen proza en poëzie
    proza: het blad is helemaal gebruikt, de tekst is ingedeeld in alinia's en hoofdstukken. voorbeelden: romans en verhalen
    poëzie: wordt maar een deel van de bladzijde gebruikt; er is veel wit op de pagina, regels worden niet volgeschreven en zijn van ongelijken lengte. voorbeelden: gedichten, liedje, limerick.
  • welke genres heb je bij proza en bij toneel
    proza: roman, novelle en verhaal
    toneel: tragedie, komedie
  • subgenres van proza
    sprookjes
    oorlogsromans
    liefdesverhalen
    detectives
  • subgenres van poëzie
    ode
    lied
    limerick
    haiku
  • subgenres van tonee
    musical
    opera
    operette
    cabaret
  • novelle
    minder dan 100 blz
    weinig personages
    1 verhaallijn
    personages niet erg gedeateerd
  • roman
    meer dan 100 blz
    veel personages
    meerdere verhaallijnen
    personages erg gedeateerd
  • 1.2.4 beeldspraak

  • Je kunt taal letterlijk of figuurlijk gebruiken. Bij letterlijk taalgebruik bedoel je precies wat je zegt. Bij figuurlijk taalgebruik hebben de woorden een andere betekenis.

    Bij beeldspraak gebruik je een beeld om duidelijk te maken wat je bedoelt. beeldspraak komt voor in fictieteksten en gedichten, maar ook het dagelijkse taalgebruik zit vol beeldspraak. Alle uitdrukkingen en gezegden zijn beeldspraak.

    we gebruiken een vergelijking als er een overeenkomst is tussen 2 zaken.

    vergelijkingen kunnen in 4 vormen voorkomen:

    1. vergelijking met als

    2. vergelijking zonder als

    3. vergelijking met van

    4. vergelijking zonder verbindingswoord

    bij een metafoor is alleen het beeld overgebleven. het verbeelde is weggelaten. De context is hierbij belangrijk, want daaruit is af te leiden waar het beeld voor staat, aangezien het verbeelde is weggelaten. Alle uitdrukkingen en gezegden zijn beeldspraak en vaak gaat het om metaforen.

    Bij een personificatie wordt een abstract begrip of iets uit de natuur als persoon voorgesteld.

    Bij een metonymia is het gebruikte beeld niet gebaseerd op een overeenkomst, maar op een andere verband, bijvoorbeeld: deel-geheel, oorzaak-gevolg, maker-voorwerp, voorwerp-inhoud, plaats-bewoners, plaats-aanwezigen

  • welke soorten beeldspraken heb je
    vergelijking
    metafoor
    personificatie
    metonymia
  • noem een voorbeeld van een vergelijking
    ajax speelde als een natte krant
    als = de vergelijking
    een natte krant = de beeldspraak
  • noem een voorbeeld van een metafoor
    ik sta met mijn mond vol tanden
    mond vol tanden = de beeldspraak, het is een uitdrukking/spreekwoord
  • noem een voorbeeld van een personificatie
    de wind fluisterde haar naam
    fluisterde = eigenschap van een mens en kan de wind niet hebben
  • noem een voorbeeld van een metonymia
    ik heb een van gogh aan de muur/ geef me nog een kopje
    van gogh = je hebt niet echt van gogh aan de muur je hebt een schilderij van van gogh aan de muur
  • vergelijking
    vergelijking = als er een overeenkomst is tussen twee zaken
  • metafoor
    metafoor = vergelijking waarbij een woord in een niet-letterlijke betekenis wordt gebruikt
  • personificatie
    personificatie = een abstract begrip of iets uit de natuur word als persoon voorgesteld
  • metonymia
    metonymia = gebruikte beeld niet gebaseerd op overeenkomst
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.