Summary Opfriscolleges Landelijke bedrijfseconomie toets

-
148 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Opfriscolleges Landelijke bedrijfseconomie toets

  • 1.1 week 1 kostensoorten

  • Productieve uren
    Om de personeelskosten per uur van een medewerker te berekenen heb je het aantal productieve uren nodig. productieve uren zijn de uren die aan de afnemer van een product (of dienst) of aan een andere afdeling binnen de organisatie in rekening gebracht kunne worden.
    Als je het aantal beschikbare uren het aantal niet- productieve uren afhaalt resteert het aantal productieve uren. Door de totale personeelskosten te delen door het aantal productieve uren krijg je de personeelskosten per uur
  • Personeelskosten kun je verdelen in de volgende categorieën
    1. loonkosten
    2. verplichte premies en bijdragen
    3. overige kosten
  • Loonkosten
    bestaan onder meer uit brutosalaris, vakantietoeslag, winstuitkeringen, eindejaarsuitkeringen, pensioenkosten tot loon behoort ook loon in natura
  • Afschrijvingen zijn
    Kosten maar geen uitgaven (dus resultatenrekening)
  • Economische levensduur
    Vorm van afschrijving, in welke mate is het apparaat nog economisch rendabel?
  • Lineair afschrijven definitie
    Betekend elk jaar hetzelfde bedrag afschrijven
  • Nadeel van lineair afschrijven
    Het houd geen rekening met de prestaties die een productiemiddel op jaarbasis levert
  • Wat zijn kosten van een duurzaam productie middel?
    Bestaat uit drie subcategorieën
    1. afschrijvingen: er zijn verschillende afschrijvingssystemen zoals lineair afschrijven en afschrijven met een vast percentage van de boekwaarde. De meest gebruikte methode is lineair afschrijven = met gelijke bedragen per jaar (A-R) / N
    2. ingecalculeerde interest: de interest kosten die in de kostprijsberekening terecht moeten komen betreffen niet alleen het vreemd vermogen maar ook het eigen vermogen het eigen vermogen had immers buiten het bedrijf ook een renteopbrengst kunnen verkrijgen er zijn verschillende manieren om ingecalculeerde interest te berekenen. De meest voorkomende is een interestpercentage over het gemiddeld (gedurende de gebruiksduur) geïnvesteerd vermogen: (A+R/2* interestpercentage
    3. complementaire kosten: alle met het DPM samenhangende kosten die geen afschrijvingen en ingecalculeerde interest (rente) zijn, een restcategorie derhalve
  • Afschrijven met de boekwaardemethode
    Een vast percentage van de boekwaarde wordt afgeschreven. De boekwaarde is de waarde na aftrek van de afschrijvingen die in eerdere jaren gepleegd zijn. Met deze manier van afschrijven word de boekwaarde ieder jaar minder
  • Wat is een aanschaf en een aflossing?
    Een investering en geen kostenpost, een aflossing is een uitgave en heeft ook niks met kosten te maken zoals het aflossen van je hypotheek. Deze komen allemaal op de balans te staan
  • Waar komen kosten te staan?
    Kosten komen te staan op de resultatenrekening
  • 1.2 week 2 vaste en variabele kosten

  • Kenmerken en gedrag van vaste kosten
    Vaste kosten veranderen niet als de productie toe of afneemt. De huurkosten van een bedrijfspand zijn onafhankelijk van de hoeveelheid producten die in het pand geproduceerd wordt. Afschrijvingskosten zijn vaak vaste kosten als er slijtage van het DPM ontstaat door tijdsverloop
    Vaste kosten blijven gelijk binnen bepaalde grenzen

    LET OP:
    vaste kosten blijven NIET ALTIJD gelijk. Dus als er op de toets wordt gevraagd blijven constante kosten ALTIJD gelijk dan is het antwoord FOUT!
  • Kenmerken en gedrag variabele kosten
    Veranderen als de productie varieert. De grondstofkosten van de chipsfabriek nemen toe als er meer Chips word gemaakt.
    De variabele kosten stijgen naarmate je meer gaat produceren.  Variabele kosten zijn altijd afhankelijk van de bedrijfsdrukte binnen een bedrijf
  • Proportioneel variabele kosten
    Ook al ga je meer produceren dan blijven je variabele kosten stabiel;. Je gaat bijvoorbeeld meer matrassen leveren maar alsnog blijven de variabel kosten voor het matras 2 euro.
  • Progressief variabele kosten
    De lijn met kosten gaat omhoog. Je gaat meer produceren maar je variabele kosten gaan ook meer omhoog. Kunnen bijvoorbeeld het gevolg zijn van de extra kosten van overwerk of het moeten inhuren van uitzendkrachten
  • Degressief variabele kosten
    Je gaat meer maken en je variabele kosten dalen. Dit is vaak het geval als bij een relatief laag niveau de productie word opgevoerd.
  • Kostprijsberekening
    (constante kosten : normale productie) + (variabele kosten : werkelijke productie)
  • In welk geval zou de kostprijs van een product berekend kunnen worden door alle kosten te delen door de totale werkelijke productie?
    Als er sprake is van proportioneel variabele kosten
  • Bij welke afschrijvingsmethode nemen de afschrijvingskosten per jaar af?
    Bij afschrijving op een vast percentage van de boekwaarde
    Aanschaf - afschrijving = de boekwaarde
  • TK formule
    TK = c + v x q
  • Hoog-laag formule
    (hoog- laag) / (hoog-laag)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.