Summary Organisatiekunde

-
380 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Organisatiekunde". The author(s) of the book is/are LOI. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Organisatiekunde

  • 1.1 Inleiding in de organisatiestructuur 1.1

  • Wat is organisatiekunde?
    Dit is de tak van wetenschap die het samenspel in organisaties en hun relatie met hun omgeving bestudeert.

    De organisatiekunde of leer is een tak van wetenschap die zich bezighoudt met:

    • Het bestuderen van het gedrag van organisaties.
    • De factoren die dit gedrag veroorzaken
    • Hoe deze organisaties het meest doeltreffend bestuurd kunnen worden.   
  • Wat zijn de kenmerken van een organisatie?
    • Betaald werk
    • Beroepsopleiding
    • Functionele werkverdeling
    • Formele regels
    • Gezagslagen
    • Specifieke doelen
  • Wat is een Organisatie?
    • Een Organisatie is een algemene aanduiding voor een samenwerkingsverband tussen mensen.
    • De mensen proberen met bepaalde middelen een bepaald doel te bereiken.
  • Wat is een Bedrijf?
    Een Bedrijf is een organisatie die goederen of diensten voortbrengt.
  • Wat is een Onderneming?
    • Een onderneming is een zelfstandige arbeidsorganisatie.
    • Een samenwerkingsverband van verscheidene personen met een gezamenlijk doel.
    • Om te kunnen overleven moet deze winst realiseren. 
  • Wat is een Instelling?
    Een instelling is een benaming voor een arbeidsorganisatie die we veel tegen komen in de non-profitsector.

    Voorbeelden: 
    • Instellingen voor maatschappelijke dienstverlening:
    • onderwijsinstellingen
    • ziekenhuizen  
  • Noem de verschillende manieren waarop een arbeidsorganisatie kan worden ingedeeld:
    • Profitorganisatie
    • Non profitorganisatie
    • Naar aard en wijze van productie
  • Wat is het verschil tussen een profit en een non profit organisatie?
    • Een Profitorganisatie heeft als doel winst te maken.
    • Een Non Profitorganisatie levert diensten in het algemeen maatschappelijk belang. Het gaat niet zozeer om de winst.
  • Wat verstaat met onder een Not For Profitorganisatie?
    Dit is een door de overheid gesubsidieerde organisatie die direct dienstverlenend is aan het publiek.

    • Bibliotheken
    • Gezondheidszorginstellingen
    • Musea 
  • Wanneer spreken we van privatisering?
    Een non profit organisatie hoeft geen winst te maken maar dit kan wel. Dit leidt meestal tot vermindering van subsidies of andere bijdragen van de overheid.
    Bij privatisering stoot de overheid organisaties af.
  • In welke 4 sectoren onderscheiden we de indeling naar aard en wijze van productie?
    1. Primaire sector (natuur: landbouw, veeteelt, tuinbouw, visserij, mijnbouw)
    2. Secundaire sector (grondstoffen: metaalindustrie, levensmiddelenindustrie, chemische industrie)
    3. Tertiaire sector (persoonlijke en zakelijke dienstverlening, detailhandel, garagebedrijven, transportbedrijven, adviesbureaus en advocatenkantoren)
    4. Quartaire sector (dienstverlening door semi overheid en non profitbasis, gezondheidszorg, onderwijs, ministeries, politie, gemeentelijke en provinciale overheden.
  • 1.2 Organisatieprocessen 1.6

  • In welke 3 fases kunnen we het productieproces ontleden?
    1. Input
    2. Transformatieproces (throughput)
    3. Output
  • Welke 4 inputfactoren heeft een organisatie hoofdzakelijk?
    1. Arbeid
    2. Kennis
    3. Grondstoffen
    4. Kapitaal
  • Wat bedoelen we met transformatieproces?
    De input wordt omgevormd tot producten en diensten. En wel zo, dat de consument er gebruik va kan maken. Dit omvormingsproces noemen we het transformatieproces.
  • Wat bedoelen we met output?
    Door het transformatieproces ontstaat er een product of dienst. Dit is de output.
  • Noem een manier waarop interne processen kunnen worden ingedeeld:
    1. Mate van betrokkenheid bij het proces
    2. Functie van het proces
  • Wat bedoelen we met het primaire proces?
    1. Input : het verwerven van productiemiddelen
    2. Transformatie : het verwerken van productiemiddelen in eindproducten
    3. Output : het resultaat van het primaire proces, het product en of de dienst
  • Noem 4 voorbeelden van productiefactoren:
    1. Mens: personeel (vast of tijdelijk), werkzaamheden van derden (uitbesteding)
    2. Natuur: grond en hulpstoffen (materialen), energie, etc.
    3. Kapitaal: investeringen, (grond, gebouwen), voorraden, machines, etc.
    4. Informatie: orderportefeuille, onderhoudsschema, planning, personeel, etc.
  • Welke 2 soorten productiemiddelen zijn er?
    1. Vlottende productiemiddelen (grondstoffen, energie)
    2. Duurzame productiemiddelen (medewerkers, gebouwen, machines)
  • Welke 3 interne bedrijfsprocessen zijn er?
    1. Primaire proces
    2. Bestuursproces
    3. Ondersteunend proces
  • Uit welke 6 onderdelen bestaat het bestuursproces?
    1. Bepaling van de doelstellingen van het bedrijf
    2. Formulering van beleid
    3. Planning
    4. Organiseren
    5. Leidinggeven aan medewerkers
    6. Procesbeheersing
  • waar maakt het management gebruik van in het kader van de procesbeheersing?
    1. Ondersteunende processen
    2. Beheersingsprocessen
  • Wat zijn ondersteunende processen en noem de 6 voorbeelden hier van:
    Ondersteunende processen zijn alle activiteiten die indirect een bijdrage leveren aan de output.

    1. Productieplanning
    2. Logistiek
    3. Marketing
    4. Kwaliteitszorg
    5. Research
    6. Onderhoud  
  • In welke 2 deelgebieden kunnen we het logistieke proces verdelen?
    1. Material management: gericht op interne organisatie van inkoop en opslag voor grondstoffen en tussenproducten, intern transport en productie.
    2. Physical distribution: activiteiten, nodig om producten of diensten bij de consument te krijgen. Externe organisatie: van opslag via transport naar detailhandel of consument naast de opslag van het gereed product.
  • Waar houd de afdeling marketing zich mee bezig?
    • Marktonderzoek
    • Publiciteit
    • Promotie en verkoop  
  • Wat verstaan we onder het beheersingsproces en in welke 3 groepen onderscheiden we dit?
    Beheersingsprocessen bieden ook ondersteuning maar, in tegenstelling tot ondersteunende processen, richten zij zich op de organisatie als geheel.

    1. Financiën (om zicht te houden op de kosten en opbrengsten)
    2. Sociaal beleid (werving en selectie, functiewaardering, loopbaanplanning, opleiding en vorming, ontslagbeleid.
    3. Administratie (Registeren, bewerken en op slaan van gegevens, personeelsadministratie, financiële administratie, orderverwerking, inkoop en verkoopadministratie, klantenadministratie.)
  • We kunnen bedrijfsprocessen ook indelen naar functie van het proces. Welke 5 functionele bedrijfsprocessen zijn er?
    1. Commercieel proces (marketing, verkoop, inkoop, reclame en pr)
    2. Technisch proces (ontwikkeling en research, transformatieproces, primaire proces/productie)
    3. Financieel proces (vaststellen van en voorzien in vermogensbehoefte, begroten en bugetteren, financiele administratie en rapportage.)
    4. Personeelsproces (werving en selectie, loopbaanplanning en management development, opleiding en training, honorering en beoordeling)
    5. Logistiek proces (lay-out en routing, opslag en transport, voorraadbeheer, besturing inkoop en producutie.)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is er aangegeven in de procedure voor het verstrekken van waardebonnen?
  • In welke situatie een geschenkbon mag worden aangevraagd.
  • Aan welke voorwaarde moet worden voldaan om een geschenkbon overhandigd te krijgen.
  • Welke stappen eventueel moeten worden genomen om de procedure af te ronden.
Waarom moet een onderneming ook voor geschenkbonnen een procedure hebben?
  • Omdat geschenkbonnen een waarde vertegenwoordigen moet er ook een administratie bijgehouden worden.
Welke zaken worden in een kas procedure voor een kleine kas geregeld?
  • Het max. bedrag waarvoor uit de kleine kas geld mag worden besteed. Voor bedragen die boven dit maxbedrag uitkomen, zal een inkoopopdracht bij de afdeling inkoop moeten worden geplaatst.
  • Het soort goederen of diensten waarvoor geld uit de kleine kas benut mag worden.
  • Welke stappen moeten worden genomen om beschikking te kunnen krijgen over geld uit de kleine kas. Hierbij moet worden geacht aan een in te vullen bon waarop het bedrag, het doel van de besteding en een handtekening ter goedkeuring moeten staan.
  • Hoe een aankoop uit de kleine kas moet worden afgehandeld. Denk hierbij aan te ondertekenen formulier waarop staat waar het geld aan is besteed, hoeveel geld ontvangen en hoeveel geld retour is gebracht.
Wat wordt verstaan onder een kleine kas?
  • Een kleine hoeveelheid geld en de plek waar dit bewaard en beheerd word, om kleine aanschaffingen te kunnen kopen.
Welke acties moet een directiesecretaresse ondernemen wanneer bij controle blijkt dat de factuur niet juist is?
  • Contact opnemen met de leverancier.
  • Factuur laten corrigeren en credit nota opvragen.
Wat wordt verstaan onder een spookfactuur?
  • Dit is een factuur voor niet-geleverde goederen of diensten.
  • Verzonden met het doel om te misleiden.
  • Uitnodiging tot betalen van de factuur.
Aan de hand van welk andere documenten kan een factuur eventueel gecontroleerd worden?
  • pakbon
  • orderbevestiging
  • bestelbon
Op welke onderdelen moet een directiesecretaressen een factuur controleren?
  • Of goederen en diensten geleverd zijn.
  • Of de geleverde kwaliteit overeenkomt met de gefactureerde kwaliteit.
  • Of de goederen of diensten de juiste overeengekomen prijs hebben.
  • Of de leverings- en betalingsvoorwaarden overeenkomen met wat afgesproken is.
Wat wordt verstaan onder een offerte?
  • Een aanbod tot levering van goederen of diensten tegen de voorwaarden die in de offerte worden genoemd.
  • Aantallen en prijs.
Noem de uitgangspunten voor budgettering;
KLASSIEKE BUDGETTERING
  • voorgaande periode is het uitgangspunt.
  • met stelt begroting op en geeft daarbij de verschillen aan tussen de huidige en komende planperiode.
  • snel en eenvoudig.
  • bezwaar; inefficiënties worden makkelijk over het hoofd gezien.


ZERO-BASEBUDGETTERING
  • wordt niet uitgegaan van vorige situatie.
  • beginnen helemaal opnieuw.
  • taakstellingen worden opnieuw vastgesteld.
  • men staat nu veel kritischer ten opzichte van de huidige situatie.
  • inefficiënties worden opgespoord en weggenomen.
  • vooral geschikt voor niet-direct productieve afdelingen als beheer, algemene zaken en onderhoud.
  • nadeel; veel tijd en inspanning van management.