Summary organisaties in de rechtshandhaving samenvatting

-
135 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - organisaties in de rechtshandhaving samenvatting

  • 1 inleiding strafrechtsketen & de rechtspraak

  • Hoe worden zaken in de strafrechtsketen opgenomen?
    • Aard van de normovertreding: prioritering van de daad
    • omvang van de dadergroep: bendenleden of individu
    • opsporings- of aangifte delict
    • kenmerken van de keten zelf: hoeveel zaken kan de keten aan?
  • Leg de metafor van Steenhuis uit.
    Steenhuis vergelijkt de strafrechtketen met een strafrechtelijk bedrijf (SRB), een productiebedrijf. Het doel is dan ook produceren van het eindproduct. Zo veel mogelijk gedragsverandering veroorzaken.
  • Welke beperkingen ziet men terug in de metafoor van steenhuis?
    1. De aanvoer van grondstoffen is slechts ten dele te beheersen en voor een belangrijk deel door externe factoren bepaald.: politie is afhankelijk van aangiften
    2. een centrale directie over de gehele keten ontbreekt.
  • Wat is het eindproduct van het SRB?
    Gedragsbeinvloeding
  • De overeenkomsten tussen een productieproces en de strafrechtsketen zit hem in de productiefactoren.
  • Welke marktpartners herkend steenhuis is het SRB?
    1. Wetgevers
    2. bestuur
    3. burger
  • Welke drie groepen afnemener gebruiken volgens steenhuis allen hun eigen hoofdproduct waarmee het uiteindelijke eindproduct vervaardigt wordt?
    1. Conformisten: burgers die de regels internaliseren. Zij hebben normbevestiging nodig.
    2. potentiële daders: deze potentiële daders zouden eventueel een overtreding kunnen begaan mochten ze dit kunnen, durfen en willen. Deze groep heeft profijt bij afschrikking. 
    3. feitelijke daders: de groep die daadwerkelijk een overtreding hebben begaan. Normbevestiging noch afschrikkingen hebben geen effect op hen gehad. Zij moeten gestraft worden. 
  • Hoe word het eindproduct vervaardigd?
    Het uiteindelijke eindproduct van het SRB is gedragsbenvloweding. Dit wordt vervaardigd door handhaving van de strafrechtelijke rechtsorde. Het handhaven uit zich in drie hoofdproducten: normbevestiging, afschrikking en straffen.
  • Hoe uit het handhaven van de SRB zich?
    Het handhaven uit zich in drie hoofdproducten om zo het uiteindelijke eindresultaat, gedragsbeinvloeding, te krijgen:
    1. normbevestiging
    2. afschrikking
    3. straffen
  • Wat is afstemmingsverlies en welk gevolg heeft dit voor de SRB?
    Afstemmingsverlies in de SRB bestaat uit zaken die niet doorstromen naar de volgende fase in de keten. Het kan aan de ene kant komen door uitval en aan de andere kant door capaciteitsgebrek. 
    Het gevolg is dat afstemmingsverlies in de productieketen kan leiden tot uitholling van een strafrechtelijke norm. 
  • Welk effect heeft capaciteitsgebrek op de productieketen in de SRB?
    Vanwege capaciteitsgebrek gaat men focussen op zware criminaliteit en minder op de lichte criminaliteit. Dit heeft een negatief effect op de naleving van strafrechtelijke normen die door conformisten zijn geïnternaliseerd. Men gaat twijfelen of bepaalde normen nog wel gelden. Hierdoor kunnen ze overlopen naar feitelijke dader-groep. Wanneer er niet snel een adequate reactie volgt vanuit de SRB dan zal het proces van normuitholling verder gaan.
  • Blad spreekt in hoofdstuk 1 over de relationele rechtstheorie. Legt uit wat hij hiermee bedoeld.
    De relationele rechtstheorie wordt ookwel de grondslagentheorie genoemd. De strafrechtelijke handhaving van een democratische staat steunt op theoretische grondslagen die het mogelijk maken om verstandig gebruik te maken van het recht om te straffen. De grondslagen zijn:
    • Beccaria's sociaal contract
    • Motesquieu's trias politica
  • Welke grondslagen zijn verantwoordelijk voor het ondersteunen van de relationele rechtstheorie, volgens blad h1?
    De belangrijkste grondslagen van de relationele rechtstheorie zijn:
    1. Het sociaal contract van Beccaria:
    de verzekering van de resterende vrijheid. Beccaria stelt dat burgers een contract hebben opgesteld waarin men regels afspreken met de staat om zo gedeeltelijk de vrijheid afgestaan zodat de resterende vrijheid en veiligheid van de burgers gegarandeerd kunnen worden.
    1. Trias politica van Montesquieu:
    macht is gevoelig voor misbruik. Door het instellen van een scheiding der machten met checks and balances zal machtsmisbruik tegen gegaan worden waardoor de maximale vrijheid gegarandeerd kan worden.
  • Welk verband tussen de relationele rechtstheorie, rechtssubjectiviteit en rechtsinstrumentaliteit bestaat er?
    De grondslagen van de relationele rechtstheorie biedt de gronden voor een juridisch systeem waarbinnen de rechtsbetrekkingen tussen rechtssubjecten werden aangegeven. De burger wordt een rechtssubject wat twee dingen impliceert:
    1. het subject wordt onderworpen aan het recht
    2. het subject is ook drager van het recht en mag dit dus ook instrumenteel toepassen waar nodig. 

    hieruit volgt dan ook de rechtsinstrumentaliteit = de juridische structuur bij het recht niet alleen passief maar ook actief fungeert als instrument om te ageren tegen schendingen an de beschermende rechten. 
  • Wat is instrumentaliteit?
    Instrumentaliteit is een visie waarin het strafrecht wordt opgevat als een instrument om actief rechten te handhaven en niet alleen passief te ondervinden. Door het legaliteitsbeginsel zijn burgers rechtssubjecten geworden waar uit voortstormt dat met zowel onderworpen wordt aan de rechten maar ook het recht kan toepassen als bescherming tegen misbruik van de rechten.  het instrumenteel gebruik van het strafrecht is dus doelmatig. De uitkomst is een rationele techniek van gedragsbeinvleoding. Dit.moet gestoeld zijn als rechtsbescherming.
  • L. Dupont kent een drieledige betekenins aan het legaliteitsbeginsel toe. Welke betekenissen zijn dit?
    1. Normerende: overheid is gebonden aan eigen strafwet
    2. instrumentele: gedragbeinvleoding door strafdreiging en oplegging.
    3. organisatorische: op grond van het legaliteitsbeginsel kunnen politie en justitie zich beter richten op delicten omschreven handelingen. 
  • Wat is de theorie van de psychologische dwang van Feuerbach:
    De strafdreiging moet een zinnelijke drijfveer zijn om niet toe te geven aan de neiging strafbare feiten te plegen. De feitelijke strafoplegging moet de psychologische dwang daadwerkelijk kunnen toepassen op momenten dat dit nodig is.
  • Welke drie vormen van rechtsdynamieken zijn er?
    1. Horizontaal: burger - burger
    2. verticaal: burger - overheid
    3. het beschermen van de grondrechten van burgers tegen misbruik van de overheid
  • Wat is instrumentalisme?
    Instrumentalisme is het overschreiden van de grenzen van de rechtsinstrumentaliteit. Het is een visie waarin het strafrecht als dwangmiddel fungeert - en dus niet als instrument - voor maatschappelijke doelen die extern van etsstrafrecht staan. Deze doelen zijn vaak politiek bepaald en pogen een omvattender beleid tuit te werken. 
    het wordt gezien als een beperking/hindernis van maximale effectiviteit. Verticale rechtsbescherming wordt afgezwakt onder het mom van horizontale rechtsbescherming waardoor er dus een inbreuk wordt gedaan in de rechten van burgers. 
  • Wat zijn de implicaties voor instrumentalisme?
    • Schending van mensenrechten
    • publieke beleidsdoelen
    • focus op output in het productieproces
  • Wat is het veiligheidsutopie?
    Er zijn veel maatschappelijke veranderingen geweest waarbinnen het allesoverheersende veiligheidsdiscours vraagt om veiligheid van de burgers in te leveren. Dit wordt onderbouwd onder het mom van maximale veiligheid. Men verwacht dat dit gepaard kan gaan met maximale vrijheid wat niet klopt. Door intstrumentalistisch strafrecht zal de horizontale machtsverhouding de focus krijgen terwijl de verticale machtsverhouding steeds schever word. De overheid grijpt steeds meer in de vrijheid van de burger om zo de burger tegen de burger te kunnen beschermen.
  • Wanneer is er sprake van decriminalisering?
    Van decriminalisering is er pas echt sprake als onder de bevolking de overtuiging bestaat dat een handeling niet meer strafwaardig is. Het gehanteerde instrument moet in verhouding staan tot de ernst van het probleem en daarnaast dient wanneer met de hantering van een minder ingrijpend instrument kan worden volstaan dat instrument te worden toegepast. -> ultimum remedium!
  • Wanneer duidelijk is dat alle andere instrumenten niet het gewenste effect kunnen bewerkstelligen dan is dat op zichzelf nog geen reden het strafrecht erbij te halen. Als namelijk ook strafbaarstelling het gewenste effect kan bereiken, dan bestaat er geen goede grondslag ingrijpende strafrechttoepassing mogelijk te maken.
  • Welke criteria ontwikkelde huisman voor strafbaarstelling
    • Strafbaarstelling mag nooit plaatsvinden uitsluitend vanuit de overweging dat men een bepaalde morele opvatting omtrent bepaalde gedragingen heersende wilt maken. 
    • strafbaarstelling mag nooit plaatsvinden vanuit de primaire overweging dat men mogelijkheden wil scheppen de (potentiële) gestraften hulp te verlenen
    • strafbaarstelling mag nooit plaatsvinden wanneer de capaciteit van het apparaat wordt overschreden
    • strafbaarstelling mag nooit plaatsvinden als schijnoplossing van problemen. 
  • Wat is het juricentriebeginsel?
    Het juricentriebeginsel houdt in dat het strafrecht zich terughoudend dient op te stellen ten aanzien van kwesties van moraal en fatsoen. De moraal mag wel deels beïnvloeden wat strafbaar wordt gesteld. Maar wat strafbaar is gesteld mag niet een moraal opdringen en die daarvoor heersend maken.
  • terpstra stelt dat de overgang naar een laatmoderne samenleving zichtbaar is geworden. Deze overgang is door Giddens onderzocht. Welke 3 langer lopende ontwikkelingen zijn hier voor verantwoordelijk?
    1. Globalisering: grensoverschrijdende gebeurtenissen en samenwerkingen beïnvloeden Nederland
    2. disembedding: sociale activiteiten worden steeds meer losgekoppeld van de lokale context, sinterklaas.
    3. groeiende social reflexiviteit: men moet reflecteren op hun keuzes en handelen.
  • Volgens terpstra is de rol van de overheid op veel terreinen minder duidelijk, doordat er steeds meer taken worden overgenomen door andere partijen. 
  • Volgens terpstra uitten maatschappelijke ontwikkelingen zich door middel van twee ideeën:
    1. Onveiligheid is een sociaal probleem: burgers vinden dat er te licht wordt gestraft, daling criminaliteit vs. Steiging onveiligheidsgevoelens zorgt ervoor dat het veiligheidsbeleid moet streven naar het herstellen van de legitimiteit en gezag van de overheid.
    2. verwachtingen en opvattingen van de burgers: hoge verwachtingen van politie bij rampen, vertrouwen kan afnemen als er iets ernstigs is waarbij de politie haar grip verliest. 
  • Burgers zijn negatiever gaan oordelen over de politie. Enerzijds kan dit komen door de manier van meten, anderzijds door daadwerkelijke verlies aan gezag en legitimiteit. Hiervoor zijn twee maatschappelijke ontwikkelingen belangrijk:
    1. Onder invloed van de individualisering, detraditionalisering en groeiende sociale reflexiviteit op vele terreinen vindt er een verschuiving plaats van bevel naar onderhandeling. 
    2. vanaf jaren 80 resulteren processen van uitsluiting in een nieuwe stedelijke onderklasse. 
  • Welke zes ontwikkelingen liggen volgens terpstra ten grondslag aan het veiligheidsbeleid?
    1. Veranderingen in organisatorische en beheersmatige arrangementen: alles moet efficiënter
    2. verhouding overheid en andere partijen: van government naar governance (= andere maatschappelijke partijen hebben taken overgenomen)
    3. transantionalisring van de politie en veiligheid
    4. strafrecht en de opkomst van nieuwe discoursen
    5. veiligheidstechnologieen
    6. hardere en striktere overheid
  • Governance
    Steeds meer taken van de overheid worden overgedragen naar andere privepartijen.
  • Wat is het rechtshandhavingstekort?
    Het grote verschil tussen het vermoedelijke aantal gepleegde strafbare feiten en het aantal daadwerkelijk opgelegde sancties in een jaar.
  • Als instrument van gedragsbeinvloeding heeft het strafrecht volgens Bentham drie structurele imperfecties. Welke zijn dit?
    1. Het strafrecht is reacties, hetgeen betekend dat het kwaad van het delict al geschied moet zijn voordat opgetreden mag worden
    2. straf is zelf een kwaad die onvermijdelijk ook andere dan e dader raakt
    3. een zeer beperkte werking van de strafwet ten aanzien van de zeer vele overtredingen die door hun grote frequentie of door hun moeilijke opspoorbaarheid of bewijsbaarheid slecht zelden worden vastgelegd. 
  • Responsabiliseringsstrategie
    Overheid probeert burgers, ondernemers en maatschappelijke organisaties aan te spreken op hun verantwoordelijkheid in het voorkomen en beheersen van de criminaliteit en overlast.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.