Summary Orthopedagogiek

-
ISBN-10 9044128957 ISBN-13 9789044128956
438 Flashcards & Notes
18 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Orthopedagogiek". The author(s) of the book is/are A J J M Ruijssenaars, P M van den Bergh & J M L van Drenth. The ISBN of the book is 9789044128956 or 9044128957. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Orthopedagogiek

  • 1.1 Orthopedagogiek als discipline

  • Wat is het normatieve element binnen de orthopedagogiek?
    Visie of idee over wat wenselijk en haalbaar is in de opvoeding
  • Het proberen op te lossen van praktijkproblemen vindt bij voorkeur plaats binnen geaccepteerde theoretische kaders en modelprocedures die als richtlijn voor het juiste handelen kunnen dienen.
  • Hoe noem je een wetenschappelijk gevormde beroepsoefenaar?
    Scientist practitioner
  • Hoe noem je het professioneel handelen dat steunt op de best mogelijke kennis die in de discipline aantoonbaar voor handen is?
    Evidence based
  • 1.2 Theoretische reflectie op praktische problemen: enkele voorbeelden

  • Welke theorie bood vroeger als eerst een nieuwe wetenschappelijke fundering?
    Behavioristische theorie
  • Waar had de maatschappijkritische stroming kritiek op?
    Kinderen zouden niet uitgedaagd worden om hun capaciteiten tot ontwikkeling te brengen en werden buiten de maatschappij gehouden.
  • Het beleid dat gericht is op de zorg voor kinderen met problemen en beperkingen wordt beïnvloed door op de op dat moment heersende wetenschappelijke inzichten en andersom; beleid beïnvloed de context waarbinnen orthopedagogiek actief is (wat mag er wel en niet, wat is er beschikbaar).
  • Volgens Levering en Smeyers (1999) is het in de pedagogiek gebruikelijk dat denkbeelden naast elkaar blijven bestaan en elkaar aanvullen.
  • Wat is één van de kenmerken van de orthopedagogiek als wetenschappelijke discipline?
    Er is een voortdurende wisselwerking tussen theorievorming/onderzoek en de praktijk (het in kaart brengen van problemen en knelpunten in de opvoeding).
  • 1.3 Orthopedagogiek: definities

  • Wat staat er in de klassieke benadering centraal?
    Het opvallende/afwijkende kind.
  • Wat staat er in de moderne benadering centraal?
    De problematische opvoedingssituatie.
  • Wat is de definitie van het doel van de orthopedagogiek (van Nakken)?
    De orthopedagogiek richt zich op de beschrijving van de aard en de achtergronden van problemen bij het opvoeden met het oog op onderkenning, behandeling en preventie.
  • Waar ligt de nadruk op bij de orthopedagogische diagnosticus?
    Het beantwoorden van pedagogische vraagstellingen waarbij wetenschappelijk onderzoek zowel de interventie als de controle op de effecten daarvan kan omvatten.
  • 1.4 Kennis, kunde en hulp bij keuzen ter ondersteuning van het opvoedingsproces

  • Orthopedagogiek heeft twee uiteenlopende profielen: beschrijving en verklaring versus professionele hulpverlening bij problematische opvoedingssituaties.
  • Wat is de technisch-instrumentele opvatting van opvoeding en de betrokkenen?
    Binnen (door de aanleg bepaalde) grenzen kan een opvoeder van alles aan een kind leren, mits daarbij empirisch effectief gebleken methoden worden toegepast (gedragswetenschap).
  • Wat wordt er bedoeld met niet-objectief meetbare factoren die een orthopedagoog dient mee te nemen bij het hulpverlenen binnen een problematische opvoedingssituatie?
    De emotionele aspecten van het handelen en de normen en waarden binnen een gezin.
  • Van Strien schreef een methedologie van het sociaalwetenschappelijk handelen en stelt dat de praktijkgerichte wetenschap steeds te maken heeft met: kennis-, kunde- en keuzefactoren.
  • 1.5 Theorie en metatheorie in de orthopedagogiek

  • Er zijn drie typen theorievorming te omschrijven:
    1. Specifieke theorieën
    2. Algemeen orthopedagogische theorieën
    3. Metatheorieën 
  • Wat houdt de (probleem)specifieke theorie in?
    Theorieën die gebruikt worden in een specifiek werkveld. Kunnen dus niet universeel gebruikt worden.
  • Wat houdt de algemeen orthopedagogische (basis) theorie in?
    Bevatten theorieën over zowel de hulpvraag als de hulpverlening. Het zijn omvattende stelsels die een basis bieden waarbinnen meer specifieke problemen binnen een theoretisch kader kunnen worden geplaatst.
  • Wat houdt de metatheorie in?
    Het nadenken over of een theorie of deze van kwaliteit, geldigheid en bruikbaar is.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke twee redenen zijn er volgens orthopedagogen om de theorie meer te laten sturen door emperisch onderbouwde theorieen en niet alleen door de praktijk?
  1. Financiele middelen verkrijgen voor onderzoek: competitie met stromingen die meer emperische traditie 
  2. De hulpverlening moet zich steeds meer gaan richten op evidence based methoden. 
Van welke drie belangrijkste praktijk paradigma's gaat men uit in de praktijk bij het doen van onderzoek?
  • Onderzoek dat gericht is op een bepaalde type probleem bij opvoeden
    • Onderzoek naar de betrouwbaarheid van een gedragsobservatieschaal die ingevuld wordt door ouders van kinderen met vroegkinderlijke ASS
  • Het optimaal doorlopen van de klinische cyclus gericht op:
    • handelingsaanwijzingen en beslissingen in de verschillende stadia van zowel diagnostiek als de interventie
    • Onderzoek naar besluitvorming bij de individuele behandeling van kinderen met dyslexie 
  • Evaluatie onderzoek naar effectiviteit voor praktijkparadigma's getoetst ten opzichte van een extern criterium voor succes
    • Onderzoek naar de waarde van computergestuurde leestraining bij kinderen met dyslexie t.o.v. Gangsbare individuele behandelingen
Op welke 5 manieren kan volgens Van Strien de hermeneutische uitspraken op intersubjectiviteit getoetst worden?
  1. Toetsen van hermeneutische uitspraken door er een emperische hypothese uit af te leiden 
  2. Toetsing van kwalitatieve gegevens aan kwantitatieve gegevens 
  3. Meer verschillende bronnen logisch aansluiten --> des te beter is de theorie 
  4. Context of discovery: een theorie wint vertrouwen als er steeds meer gegevens voldoen aan de voorspellingen 
  5. Praktische vruchtbaarheid als toets: de praktijk wijst uit of het steun krijgt of verworpen wordt
Wat is een sterk punt van de emperisch-analytische benadering?
Nadruk op het ontwikkelen van onderzoeksmethodologie en op de generaliseerbaarheid van bevindingen
Kiezen orthopedagogen voor een zuiver emperisch-analytische benadering?
Zelden, praktijkgericht werken dwing het breder te kijken
Wat is uitganspunt voor de emperisch analytische stroming?
  • Emperische cyclus als grondfiguur voor wetenschappelijke theorie vorming 
  • Kennis moet gebaseerd zijn op toetsbare feiten - basis voor interventie 
  • Wetenschap moet waardevrij zijn 
  • Opzoek naar regelmatigheden in gedrag waardoor een theorie omschreven kan worden. 
  • Goede operationalisatie van begrippen van belang 
  • Getoetst worden met objectieve methoden 
Wat is een zwakte punt in de geesteswetenschappelijke stroming?
  • Weinig aandacht voor ontwikkeling van onderzoeksmethodologie: generaliseerbare resultaten bleven uit 
  • Daarom kwam er in 1970 een emperische wending
  • Kwalitatief onderzoek 
Welke drie orthopedagogen waren invloedrijk binnen de geesteswetenschappelijke stroming?
  • Van Gelder: uitkijken voor invloed van psychologie/psychiatrie (technische handgrepen) maar vooral oog voor pedagogische positieve benadering 
  • Vliegenhart: wat is er gemeenschappelijk anders in de opvoeding van afwijkende kinderen 
  • Ter Horst: Opvoeding is een ontmoeting die door verschillende redenen mis kan gaan. De professional is er om het dialoog/ontmoeting weer op gang te brengen
Welke uitgangspunten kent de geesteswetenschappelijke stroming?
  • Mens is uniek wezen: ruimte voor eigen verhaal en beleving 
  • Holistisch: mens zien als geheel - je kan iemand niet reduceren tot een aantal afzonderlijke eigenschappen 
  • Hermeutische benadering: verhaal van client begrijpen. 
Wat houdt participerend onderzoek in?
Samenwerkingsprojecten tussen onderzoeker en doelgroep. De doelgroep heeft dan invloed op het bepalen van de onderzoeksvragen.