Summary OsteoGastro

-
210 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - OsteoGastro

  • 1 Algemeen en oesofagus

  • Wat is het mesenterium?
    Een streng van bindweefsel dat bedekt is met peritoneaal epitheel.


    in mesenterium liggen de buurt van organen gaat het over in; peritoneum viscerale
    in de buurt van de buikwand: peritoneum parietale

    in mesenterium liggen geleidingsbanen vam de intraperitoneale organen die eraan zijn opgehangen

    intraperitaneale organen zijn daarom beweeglijker

    primair retroperitoneaal: vanaf het begin geintegreerd met bindweefsel van het spatium extraperitoneaal

    secundair retroper: dmv bindweefsel vergroeid met de wand van de peritoneale holte
  • Overzicht van de mesenteria
    De dunne en dikke darm hebben 3 grote mesenterica:

    Mesenterium in engere zin: meso van jejunum en ileum

    Mesenterium mesocolon Transversum

    Mesenterium mesocolon sigmoideum
  • Indeling spatium retroperitoneale in 3 zones
    Zone 1: centraal retroperitoneum met grote vaten en duo

    ZOne 2: li en re flank met nieren, ureters, CA en CD

    ZOne 3: bekkengebied met urineblaas, uitmoninggedeelte ureters, rectum en inwendige genitalien
  • Vanuit a mesenterica superior komt:
    1. a pancreaticoduodenalis inferior
    2. aa jejunalis
    3. aa ileales
    4. a iliocolica
    5. a colica dectra
    6. a colica media     
  • Vanuit a mesenterica inferior komt:
    1. a colica sinistra
    2. aa sigmoidea
    3. a rectalis superior  
  • Uit a iliaca interna komt:
    1. a umbilicalis > a vesicalis superior
    2. a vesicalis inferior
    3. a uterina ( a ductis deferentis)
    4. a rectalis media
    5. a pudenda interna    
  • Waar ligt truncus coeliacus?
    Onder omentum minus

    thv T12
  • Hoe wordt achterzijde maag van bloed voorzien?
    door a gastrica posterior die in 60% van de gevallen aftakt van a splenica
  • Tumor caput pancreas
    kan a of v mesenterica superior afknellen;
    radix van mesocolon trans loopt via duodenum en de pancreas en kruist daar het verloop van de a en v mesenterica superior
    door tumer kan bloedstroom worden gehinderd
  • Waar splitst a mesent sup zich van aorta af?
    thv L1
  • Veneuze drainage maag en duo
    1
  • Veneuze drainage van pancreas en milt
    v porta hepatis ontstaat uit: v mesent sup en v splenica

    veneus bloed milt > v splenica > v porta hepatis
    veneus bloed pancreas: grootste deel pancreas venen > v splenica
    klein deel van pancreasvenen gaat via v mesent sup of direct naar v porta hepatis

    Een tumor van de pancreaskop kan zo bloedstuwing in het gebied van de v porta hepatis (vooral in de v mes sup) veroorzaken met als gevolg ascitis (vocht in peritoneale holte; eiwit rijk bij bijv leveraandening, zonder eiwit bij bijv kanker)
  • Wat zijn cavocavale (intercavale) anastomosen
    tussen VCI en VCS; bij verstoring van de bloedafvoer vanuit het abdomen (via VCI) of vanuit het bekken (via v iliaca communis)
  • Wat zijn portocavale anastomosen
    tussen VPH en VCI/VCS; deze ontstaan fysiologisch!

    via venen van de maag en het onderste deel oesophagus:
    VPH > vv gastricae > vv oesophagalis > v azygas/hemiazygos > VCS

    via venen ventrale wand abdomen:

    VPH > v umbillicalis  > vv paraumbilicalis > v epigastrica sup > v thor int > v sublavia > VCS
    VPH > v umb > v para-umbilicalis > v epigast inf > v iliaca ext > VCI

    venen dorsale wand abdomen:
    VPH > v mesent sup en inf > vv colica > vv lumalis ascendens > v azygos/hemiazygos > VCS

    via rectum:
    VPH > v mesent inf > v rectalis su > v rectalis media inferior > iliaca interna > VCI
  • Innervatie schema OS en PS maag milt lever pancreas
    1
  • Organisatie OS en PS van abdomen
    1
  • verschil truncus vagalis ant en post
    ant eindigt bij maag
    post innerveert ook nog de gehele dunne darm en een deel van de dikke darm
  • wat zijn de headzones van lever, galblaas en maag?
    lever en galblaas : li rgio hypochondriaca
    maag: regio eigastrica
    pijn galblaas kan ook re schouder gevoeld worden ?

    duo en milt hebben geen headzones
  • Relatie n vagus en HCL
    activering van n vagus stimuleert aanmaak HCL
  • Headzone pancreas
    Als gordel rond abdomen, ook in rug voelbaar
    ventraal is headzone overlap met maag en lever
  • 3 vernauwingen van oesofagus
    achter cartilago cricoidea C5-6
    rechts van aortaboog en aorta thoracica T4-5
    middenrig T10-11
  • Relatie oesofagus en trachea
    Trachea ontstaat uiy een knop van de oesofagus
    in een zeer vroege embr fase bestaat er dus een open verbinding tussen trachea en oeso
    niet goede sluiting? oesofagotracheale fistel
    door open verbindng kan voedsel in trachea en in de long terecht komen: recid longontst
  • Zenkerdivertikel
    1
  • Spieren in oesofagus
    lengte, circulaire en schuine
  • Structuur opbouw van de slokdarmwand
    Tunica mucosa (slijmvlies)
    Tela submucosa (schuiflaag van bindweefsel)
    Tunica muscularis (spierlaag)
    Tunica adventitia (schuiflaag van bindweefsel)
  • Innervatie Oesofagus
    PS: n vagus uit nucl dorsalis nervi vagi en geven via de nn laryngei recurrentes takken aan pars cervicalis af ( rr oesofagus)

    OS: veralaten truncus sympaticus mn via ganglia thoracia 3-5 

    autonome zenuwplexus (alle holle organen hebben auton zenuwplexus)

    headzone: onderste deel sternum
  • Slikken
    5-8 sec
    begin slikken wordt onderste slokdarmsfincter geopend dor vago-vagale ref

    Vagovagale reflex verwijst naar gastro-intestinale tractiereflexcircuits waarbij afferente en efferente vezels van de nervus vagus [1] de respons op de darmprikkelscoördineren via het dorsale vagale complex in de hersenen. De vagovagale reflex regelt samentrekking van de gastro-intestinale spierlagen als reactie op uitzetting van het kanaal door voedsel. Deze reflex maakt het ook mogelijk grote hoeveelheden voedsel in het maagdarmkanaal op te vangen.
    De vaguszenuw, bestaande uit zowel sensorische afferenten als parasympathische efferenten, draagt ​​signalen van rekreceptoren, osmoreceptoren en chemoreceptoren naar dorsale vagale complexen waar het signaal verder kan worden overgedragen naar autonome centra in de medulla. Efferente vezels van de vagus dragen vervolgens signalen naar het maagdarmkanaal tot 2/3 van de transverse colon

         De vagovagale reflex is actief tijdens de ontvankelijke ontspanning van de maag als reactie op het slikken van voedsel (voordat het de maag bereikt). Wanneer voedsel in de maag komt, gaat een "vagovagale" reflex van de maag naar de hersenen, en dan weer terug naar de maag, wat actieve ontspanning van de gladde spier in de maagwand veroorzaakt. Als vagale innervatie wordt onderbroken, neemt de druk binnen de maag toe. Dit is een mogelijke oorzaak van braken vanwege het onvermogen van de gladde spier in de proximale maag om ontvankelijke ontspanning te ondergaan.
  • Wat gebeurt er bij braken?
    Middenrif wordt gefixeerd in inspiratie stand ende buikspieren trekken zich snel samen
    duo trekt ook tegelijk samen en sfincters verslappen wordt door de hoge druk ip de aag de inhoud via de slokdarm eruit geperst
  • Gevolg van chronisch braken
    ondervoeding
    verlies maagsap, ingedikt speeksel en secreten van dunne darm
    Door verlies van maagzuur ontsaat een niet respiraioire alkalose;
    deze wordt versterkt door verlies K+ (weg met braaksel en urine)

    Alkalose is een verstoring van het evenwicht tussen zuren en basen in het lichaam naar de basische zijde
  • Verbindingen van Oesofagus
    Trachea
    li hoofdbronchus
    pleura
    pericardium
  • Waardoor wordt peristaltiek van slokdarm gestimuleerd?
    n vagus (PS)
  • Wat heeft relaterend effect op cardia?
    Anti-cholinergica (anti-psy) remt spierbewegingen
    zwangerschap
    nitraten (onder de tong, verwijden bloedvaten)
    sedativa (kalmeringsmiddelen)
    alcohol
    tabak
    vetrijk eten/ choco/ overgewicht
  • Wat is pyrosis?
    branderig gevoel retrosternaal door maagzuur in oesofagus
  • Wat veroorzaakt reflux oesofagitis?
    herhaaldelijk maagzuur
  • Wat zijn cholinergica?
    Groep van medicijnen die de spanning (= tonus) van wand van de holle organen (o.a. maag, darm, galwegen, blaas, etc.) verhogen. Deze middelen bootsen (= mimeren) de activiteit van het para-sympathische zenuwstelsel na.

    Voorbeelden zijn carbacol (zie hieronder) en de zogenaamde acetyl-choline-esterase-remmers die in het lichaam de afbraak van acetylcholine remmen en zo de werking van de parasympathicus versterken of verlengen.

    Het parasympathische zenuwstelsel, waaronder de nervus vagus, regelt o.a. de spijsvertering en de functie van de urinewegen en blaas en de geslachtsorganen (zie ook kolieken).
  • Wat is de bloedvoorziening van de oesophagus?
    cervixaal:
    a thyroidea inferior ( tak truncus thyrocervicalis)
    athyroidea superior
    v thyroidea inf > li v brachiocephalica
    v thyroidea sup > v jug interna

    thoracaal
    aa intercostale
    aorta thoracica
    v azygos, v hemiazygos en v hemiazygos accesorius > VCS

    distaal:
    a gastrica sinistra
    v gastics > v porta
  • Wat als iemand zuur doorslikt?
    onmiddellijk pijn; spugen het uit
    zuren coaguleren (wegbranden) eiwitten zodat ze meestal alleen oppervlakkige bekleding van slokdarm beschadigen
  • Wat als iemand iets basisch inslikt?
    Basen zorgen voor hydrolyse van de lipiden
    bij evt perforaties bereiken lucht en infecties het mediastinum
    dus niet laten braken!
    littekenweefsel geeft al sterke vernauwing van de 3 vernauwde plaatsen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

beh maagptose 4
33
beh maagptose 3
32a
beh maagptose 2
32
beh maagptose 1
31a
maagptose oorzaak 4
31
maagptose oorzaak 3
30a
maagptose oorzaak 2
30
beh maagptose
29a
maagcongestie
29
beh duo deel 2
28a