Summary OsteoRenalis

-
185 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - OsteoRenalis

  • 1 Algemeen

  • Bij welke 2 type mens komen nierproblemen vaak voor?
    1 na trauma; auto ongeluk, whiplash, van trap; de nier schiet vast in de fascia en fixeert zich (puur fasciaal)

    2 vrouwen vanaf 50 jaar mn re nier (relatie lever) li ook wel (gyn nier) maar minder
  • Ophanging van de nier
    Er zijn 2 meso's (= fixatie dubbelblad) die zitten vat aan 2 fixatieplaatsen
    een fixatie bovenaan, eentje onderaan
    deze fixaties zijn oa belangrijk voor de doorbloeding
    Alles boven colon transversum; supramesocolische ruimte
    alles onder CT: inframesocolische ruimte

    bovenaan hangt fascia perirenalis vast aan het kapsel van het diafragma
    onderaan aan fascia iliaca
  • Lokalisatie nier
    re iets lager door lever T12
    li T11-12

    onderpool recht thv navel en li 1 cm erboven
  • re nier heeft contact met
    bijnier
    lever
    stukje pancreas
    duo
    hoek van de dikke darm
    direct contact met PPP= peritoneum parietale posterior
  • li nier heeft contact met
    bijnier
    milt
    maag
    pancreas
    colon
    stukje dunne darm
  • Functies nier
    1. bloedfilter
    2. helpt in onderhouden vloeistofbalans en elctrolytenbalans lichaam
    3. belangrijk voor zuur-base ew
    4. elimineert metabole afvalproducten
    5. bloeddrukregulaar
    6. produceert erythropoietine om de productie van bloedcellen te stimuleren
    7. vervormd de inactieve vrom van vit D om tot bruikbare vitamine D      
  • bloeddruk regulatie
    1
  • Raas
    1
  • verschil nier/bijnier
    nier; eliminatie
    bijnier; hormonaal systeem
  • Functie bijnier
    is gescheiden van niet via Lamina intersureno renalis

    Hormoonproductie
    in cortex:
    Glucocorticoien (bekenste = cortisol)
    Mineraal coricoiden (bekenste = Aldosteron)

    (andere lijstje: Cortisol, Aldosteron en ADHE)


    in merg:
    Adrenaline
    Noradrenaline
  • Bijnierschors
    • De buitenste laag (zona glomerulosa) produceert mineralocorticoïden die invloed hebben op de mineraalhuishouding. De mineralocorticoïden bestaan voor 95% uit aldosteron; aldosteron reguleert op indirecte wijze de bloeddruk door de nieren aan te zetten tot het vasthouden van water door middel van de balans tussen natrium en kalium.
    • De middelste laag (zona fasciculata) produceert de glucocorticoïden die invloed hebben op de glucosehuishouding. Glucocorticoïden bestaan voor 95% uit cortisol; cortisol bevordert o.a. de gluconeogenese.
    • De binnenste laag (zona reticularis) produceert zowel androgenen (mannelijke geslachtshormonen) als oestrogenen (vrouwelijke geslachtshormonen), maar de productie van deze hormonen valt in het niet bij die van de gonaden, en heeft dus maar weinig invloed op het tot uiting komen van primaire en secundaire geslachtskenmerken.
  • Bijniermerg
    Het bijniermerg bevindt zich in het midden van de bijnier, achter de zona reticularis. Het bijniermerg produceert twee hormonen: adrenaline en noradrenaline. Het wordt alleen geïnnerveerd door het (ortho)sympathische deel van het autonome zenuwstelsel, niet door het parasympathische deel.
  • Patho's bijnieren
    Een voorbeeld van een aandoening van het bijniermerg is een feochromocytoom.
    De volgende aandoeningen zijn het gevolg van een niet (goed) functionerende bijnierschors:
    • Uitval van de bijnierschors waardoor deze onvoldoende corticosteroïden aanmaakt; dit leidt tot de ziekte van Addison. Dit kan het gevolg zijn van een auto-immuunreactie tegen de bijnierschors (ziekte van Addison ofwel primaire bijnierschorsinsufficiëntie, BI) of problemen met de aansturing vanuit de hypofyse (secundaire BI). Ook kan langdurig gebruik van corticosteroïden (zoals inhalatiecorticoïden) leiden tot een verstoorde werking van de hypothalamus-hypofyse-bijnieras waardoor de werking van de bijnier is verstoord (tertiaire BI).
    • Overmatige productie van cortisol, wat leidt tot syndroom van Cushing. Dit kan zowel het gevolg zijn van een adenoom op de hypofyse (Ziekte van Cushing) als in de bijnierschors (Syndroom van Cushing).
    • Overmatige productie van aldosteron, wat leidt tot primair hyperaldosteronisme (PHA). Dit kan onder andere het gevolg zijn van een - meestal eenzijdig - adenoom (syndroom van Conn is de naam voor deze specifieke vorm van PHA) of - meestal tweezijdige - bijnierhyperplasie.
    • Overmatige productie van androgenen, wat leidt tot adrenogenitaal syndroom.
    In uitzonderingsgevallen kan men besluiten om de bijnieren te verwijderen, waarna de hormoonproductie gesubstitueerd moet worden. Men wordt dan behandeld als Addison-patiënt. In het geval van eenzijdige bijnierverwijdering neemt de overgebleven bijnier de functies over.
  • Functie cortisol
    in bijniercortex

    1. ontstekingsremmend
    2. Immunosupressief (anti-allergische werking)
    3. tegenspeler van insuline; het zorgt voor gluconeogenese= omzetten van vetten en eiwitten in glucose
    4. inhiberen fagocytose
    5. prikkel; feedback van het bloed      
  • Wat gebeurt er bij daling cortisol?

    Daling van cortisol:
    > hypothalamus; CRH (corticotropin releasing hormone) > het werkt volgens een negatief terugkoppelingsmechanisme!

    > hypofyse : ACTH (adeno corticotroop hormoon) > ACTH afgifte en cortisolproductie hebben een fysiologisch dag en nacht ritme; ACTH stijgt snachts gevolgd door een stijging van de cortisolproductie. STress heeft een directe invloed op ACTH zonder tussenkomst van de hypothalamus!. synthese van cortisol stijgt
    > spiegel stijgt; daling van CRH en ACTH
  • Belang van Omi
    de venen zorgen voor de afvoer en lopen naar de lever via de vena porta
    de v lienalis, v mes sup en v mes inf gaan samen naar de v porta
    de vena porta zorgt dan via de lever voor de drainage
    Op de vena porta ligt het omentum minus
    daarom is het voor de drainage dus zeer belangrijk dat het omentum minus vrij is.  
    ANders zal dit andere portocavale anastomosen overbelasten (thv rectum, slokdarm en rond maag)
    Gevolg: hemorroiden, spatadres thv slokdarm
  • doorbloeding
    1
  • Bevloeiing bijnier
    aftakking a renalis
    a surenalis (van aorta abd)

    Veneus:
    veneus systeem: v ranalis li en re (gaat rechtsstreeks in VCI)

    de li en re v ovarica/testicularis hebben een verschillende afvoer.
    De re v ovarica/ testicularis heeft een direct afvoer naar de vena cava inferior en aan de linkerzijde in de v renalis
    een probleem in de afvoer van het gyn systeem aan de linkerzijde zal makkelijk tractie geven: zorgt voor een knik in de li v renalis:
    li nier kan minder goed afgevoerd worden:
    congestie van de linker nier (gyn nier)

    De rechter nier= digestieve nier omdat die zo nauw in contact staat met de lever
  • veneus
    art en veneus
  • Fascien van de nier
    Fascia perirenalis hangt vast aan fascia iliacus
    mediale zijde: fascia van Toldt (dubbelblad ook +- posterior, maar mn mediaal van nier)
    posterior zijde: fascia van Treitz

    de beide hebben contact met fascia perirenalis en vormen eigenlijk 1 geheel
  • Toldt
    1
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.