Summary oude examenvragen

-
128 Flashcards & Notes
18 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - oude examenvragen

  • 1 examen 1

  • De fysische halfwaardetijd…
                A. is afhankelijk van de energie van de fotonen
                B. is afhankelijk van het verval van de radionuclide
                C. wordt bepaald oor de destabilisatie van het radiopharmaceuticum
                D. wordt bepaald door de uitscheiding van de radiopharmaceuticum door het lichaam
                E. is afhankelijk van het te onderzoeken orgaan.
    B
  • Hoe wordt de energie in de fosforplaten vrijgelaten in een CR systeem?
                A. door een laserstraal
                B. door een zichtbaar licht
                C. door microgolven
                D. door UV-licht
                E. door X-stralen
    A
  • Hoe noemt men een gecentraliseerd opslag- en serversysteem?
    A. DR
                B. TIFF
                C. JPEG
    D. DICOM
                E. PACS
    E
  • Welke kV wordt gemiddeld gebruikt bij radiografie van bijzondere dieren?
                A. 80-90 kV
                B. 20-30 kV
                C. 45-55 kV
                D. 30-40 kV
                E. 60-70 kV
    C
  • Welke belichtingstijd wordt meestal gebruikt bij radiografie van bijzondere dieren?
    A. 1-2 seconde
                B. 0,5-0,7 seconde
                C. 0,015-0,05 seconde
    D. 0,7-1 seconde
                E. 0,05-0,1 seconde
    C
  • De term “ALARA” staat voor…
                A. het gevaar van radioactieve straling met betrekking tot beroepshalve blootgestelde
                     personen.
                B. de dosis tempo metingen met speciale apparatuur waarbij de dosis gecalibreerd
                     wordt die aan een patiënt wordt toegediend.
                C. de dosis van straling die men jaarlijks oploopt als gevolg van natuurlijke
                     stralingsbronnen.
                D. één van de basisprincipes in de radioprotectie die men moet volgen voor een zo
                     laag mogelijke maar redelijke stralingsbelasting.
                E. Het federaal agenschap dat instaat voor de controle van het gebruik van
                     radioactieve straling.
    D
  • Welke bewering voer radiografische nomenclatuur is onjuist?
                A. “rechts” en “links” als eerste in combinaties
                B. “mediaal” en “lateraal” als laatste in combinaties
                C. kop en axiaal skelet: “rostraal” en “craniaal” als eerste in combinaties
                D. ledematen: “palmair”en “plantair” als eerste in combinaties
                E. de termen “tangentieel” of “skyline” worden niet gebruikt
    D
  • Welke bewering over subchondrale beencysten (SBC) in de knie van het paard is juist?
                A. een SBC kan niet gediagnosticeerd worden met echografie
                B. echografie is gevoeliger dan radiografie voor de diagnose van een SBC
                C. het eerste radiografische teken van een SBC is een radiolucente zone in het
                     subchondraal bot
                D. een SBC kan niet gediagnosticeerd worden met CT
                E. SBC komen het meest voor in de laterale femurcondyl
    C
  • Akoestische impedantie wordt bepaald door…
                A. de operator
                B. de weefselopaciteit
                C. de snelheid van het geluid in weefsel
                D. de frequentie van de gebruikte transducer
                E. het volume van een weefsel
    C
  • Contrast echografie wordt uitgevoerd door het intraveneus inspuiten van…
    A. technetium
                B. gadolinium
                C. lodine
    D. gas
                E. barium
    D
  • Het rendement van een röntgenbuis voor X-stralen productie is zeer laag. Bij een
             hoogspanning van 60 kV…
                A. wordt 1,5% van de kinetische energie van de elektronen omgezet in X-stralen,
                     98,5%  in warmte.
                B. wordt 10% van de kinetische energie van de elektronen omgezet in X-stralen, 90%
                     in warmte.
                C. wordt 0,5% van de kinetische energie van de elektronen omgezet in X-stralen,
                     99,5% in warmte.
                D. wordt 15% van de kinetische energie van de elektronen omgezet in X-stralen, 85%                  in warmte.
                E. wordt 5% van de kinetische energie van de elektronen omgezet in X-stralen, 95%
                     in warmte.
    C
  • Hounsfield eenheden…
                A. geven de hoeveelheid verkregen stralingsdosis weer.
                B. zijn een maat voor densiteit.
                C. zijn negatief voor beenderige structuren.
                D. geven de sterkte van de stralingsbron weer.
                E. zijn een maat voor het aantal pixels in beeld.
    B
  • De trachea eindigt…
                A. bij de carina, dorsaal van het rechter atrium.
                B. bij de carina, ventraal van het linker ventrikel.
                C. bij de carina, dorsaal van het linker ventrikel.
                D. bij de carina, dorsaal van het linker atrium.
                E. bij de carina, dorsaal van het rechter ventrikel.
    D
  • Diagnose van osteochondrose bij kleine huisdieren: in welk gewricht maakt men         
             gebruik van een tangentiële (skyline) opname om het letsel in beeld te brengen?
    A. tarsus
                B. heup
                C. elleboog
    D. knie
                E. carpus
    D
  • Radiografie van de pathologische thorax van de hond: Welke zijn de herkenbare
             longpatronen?
                A. Alveolair, interstitieel, bronchiaal, vasculair, gemengd.
                B. Alveolair, interstitieel, bronchiaal, vasculair.
                C. Alveolair, peribronchiaal, endobronchiaal, perivasculair, gemengd.
                D. Alveolair, bronchiaal, peribronchiaal, endobronchiaal, vasculair, gemengd.
                E. Alveolair, interstitieel, peribronchiaal, endobronchiaal, vasculair, gemengd.
    A
  • De eenheid voor het bepalen van blootstelling aan radioactieve straling is de “Sievert”.
             Waarvoor staat deze?
                A. maat van blootstelling van het hele lichaam, rekening houdend met het type
                     straling
                B. maat voor energie die neergezet wordt per eenheid massa van materiaal, geen
                     rekening houdend met type straling.
                C. maat voor energie die neergezet wordt per eenheid massa van materiaal, rekening
                     houdend met type straling.
                D. eenheid voor hoeveelheid X- en gamma-straling die ionisatie veroorzaakt van
                     1cm3 lucht.
                E. maat voor biologische effecten van straling, rekening houdend met type straling.
     
    A
  • Beeldvorming met gemerkte difosfonaten van het bot is gebaseerd op…
                A. het genereren van X-stralen door de beeldvorming
                B. het gebruik van een radioactieve zoekstof die zich actief in botweefsel zal binden.
                C. het gebruik van een radioactieve zoekstof die passief door het botweefsel
                     diffundeert.
                D. lokale inspuiting in het bot van een radioactief gemerkte zoekstof
                E. het gebruik van een radioactieve zoekstof die zich actief in het bot opstapelt en
                     daar partikelstraling afgeeft waardoor beeldvorming mogelijk is.
    B
  • Welke is de meeste echorijke structuur palmair van de metacarpus bij het paard?
                A. pees van de Mm. flexores digitalis profundi
                B. pees van de M. extensor digitalis longus
                C. M. interosseus
                D. pees van de M. flexor digitalis superficialis
                E. ligamentum accessorium van de Mm. flexores digitalis profundi
    E
  • Het ratio van een rooster (R) is de verhouding van…
                A. het aantal lamellen per cm2 (x) gedeeld door de hoogte van de lamellen (h) (R=x/h)
                B. het aantal lamellen per cm2 (x) gedeeld door de afstand tussen de lamellen (a)                  (R=x/a)
                C. het aantal lamellen per cm2 (x) gedeeld door de dikte van het rooster (d) (R=x/d)
                D. de hoogte van de lamellen (h) gedeeld door de afstand tussen de lamellen (a)
                     (R=h/a)
                E. de afstand tussen de lamellen (a) gedeeld door de hoogte van de lamellen (h)
                     (R=a/h)
    D
  • In de radiografische diagnostiek werkt men met spanningen tussen…
                A. 40 en 150 kV
                B. 100 en 250 kV
                C. 20 en 100 kV
                D. 20 en 250 kV
                E. 70 en 120 kV
    A
  • Bij een botscintigrafie met 99mTc-MDP zit de zoekstof ingebouwd in het bot na…
                A. <1 uur
                B. 1-2 uur
                C. 2-4 uur
                D. 4-8 uur
                E. >8 uur
    C
  • De filterwaarde van een röntgenbuis wordt meestal uitgedrukt in…
                A. mm Al eq
                B. mm Zn eq
    C. mm Mg eq
                D. mm Fe eq
                E. mm Co eq
    A
  • Welke bewering is juist ivm de positie van de milt op een RX-opname van het      
              abdomen?
                A. Bij de kat is de milt nooit zichtbaar op een laterale RX-opname
                B. Bij de hond ligt de milt altijd tegen de ventrale buikwand op een laterale RX-                        opname
                C. Bij de kat is de milt nooit zichtbaar op een ventrodorsale opname.
                D. Bij de hond is de milt zichtbaar als een ronde structuur caudaal van de linker nier
                     op een ventrodorsale opname.
                E. Geen van deze voorstellen.
    E
  • Een paard wordt verdacht van een infectieus proces ter hoogte van het sustentaculum
              tali. Wat is de beste opnamecombinatie om dit in beeld te brengen?
                A. PID, LM, DL-PIMO, PIL-DMO, DPI (in flexie)
                B. PID, LM, DPI (in flexie)
                C. DL-PIMO, PIL-DMO, DPI (in flexie)
    D. DL-PaMO, PaL-DMO, DPa (in flexie)
                E. PaD, LM, DL-PaMO, PaL-DMO, DPa (in flexie)
    C
  • De meest gevoelige techniek om een diagnose van ectopische ureter vast te stellen
              is…
                A. computer tomografie
                B. echografie
                C. natieve radiografie
                D. scintigrafie
                E. MRI
    A
  • Voor een radiografisch onderozek (enkel LM opnamen) van de thoraco-lumbale wervelkolom bij een hond van 30 kg maakt men…
                A. 3 opnamen
                B. 5 opnamen
                C. 1 opname
                D. 7 opnamen
                E. 9 opnamen
    A
  • Waarom gebruik je best de methode met horizontale stralengang voor een radiografische opname van een schildpad?
                A. omdat deze dieren geen diafragma hebben
                B. omdat het positioneren eenvoudiger is
                C. omdat deze dieren bijzonder kleine longen hebben
                D. om belichtingsfouten te vermijden
                E. geen van deze voorstellen
    C
  • OCD van de mediale malleolus in de sprong van het paard komt voor in…
                A. ± 3% van de OCD gevallen in de sprong
                B. < 1% van de OCD gevallen in de sprong
                C. ± 30% van de OCD gevallen in de sprong
                D. ± 13% van de OCD gevallen in de sprong
                E. ± 80% van de OCD gevallen in de sprong
    A
  • Een verlengde T2 tijd in MRI kan veroorzaakt worden door…
                A. een toename van waterinhoud in een letsel
                B. een toename van vetinhoud in een letsel
                C. een toename van eiwtinhoud in een letsel
                D. een toename van calciuminhoud in een letsel
                E. een toename van gas in een letsel
    A
  • In acht genomen dat het atoomgetal van Ca=20 en dit van H=1 weten we dat…
                A. Ca 8000 keer meer stralen absorbeert dan H
                B. Ca 800 keer meer stralen absorbeert dan H
                C. Ca 80 keer meer stralen absorbeert dan H
                D. Ca 8 keer meer stralen absorbeert dan H
                E. Ca 7 keer meer stralen absorbeert dan H
    A
  • Welke bewering is juist in verband met electromagnetische straling en partikelstraling?
                A. electromagnetische straling wordt gebruikt voor radioprotectie
                B. partikelstraling ontstaat door een instabiliteit in de electronenwolk rond de kern
                     waardoor er electronen als partikeltjes vrijkomen.
                C. partikelstraling wordt typisch gegenereerd door een RX-machine
                D. X-stralen kunnen afhankelijk van hun ontstaan aanleiding geven tot partikelstraling
                     of electromagnetische straling.
                E. electromagnetische straling bestaat uit fotonen die geen massa hebben.
    E
  • Welke opname is het meest geschikt om de perineale urethra in beeld te brengen?
                A. laterale opname, een achterpoot naar craniaal getrokken en een naar caudaal.
                B. laterale opname, achterpoten naar craniaal getrokken.
                C. laterale opname, achterpoten in neutrale positie
                D. laterale opname, achterpoten naar caudaal getrokken.
                E. ventrodorsale opname
    B
  • Wat is de beste combinatie aan sondes om een onderzoek van het kniegewricht te      
            kunnen uitvoeren bij het paard?
                A. lineair van 5 tot 7 MHz en convex van 5 tot 8 MHz
                B. lineair van 7 tot 12 MHz en convex van 5 tot 8 MHz
                C. lineair van 7 tot 10 MHz en convex van 2 tot 4 MHz
                D. lineair van 5 tot 7,5 MHz en convex van 8 tot 12 MHz
                E. lineair van 7 tot 12 MHz en convex van 7 tot 10 MHz
    B
  • Bij de jonge hond is/zijn…
                A. de trachea breder dan bij de oude hond op een laterale opname
                B. de thymus soms zichtbaar in het craniaal mediastinum op een laterale opname
                C. meer vet aanwezig in het craniaal mediastinum dan bij de oude hond
                D. de lymfeklieren zichtbaar in het craniaal mediastinum op een ventrodorsale
                     opname
                E. geen van deze voorstellen
    E
  • Het werkelijke focus van een röntgenbuis…
                A. is even groot als het effectieve focus
                B. is kleiner dan het effectieve focus
                C. hangt af van de breedte van de centrale straal
                D. is groter dan het effectieve focus
                E. geen van deze voorstellen
    B
  • De juiste opname voor RX opname is …. ?
    A) Pr 70V-DiDo
    B) D70Pr-VDiO
    C) Cr 70V-CdDo
    D) R70V-CdDo                                        
    E) Cd70D-CrVo
    D
  • Welke sonde is aangewezen om het kniegewricht van een Jack Russel echografisch te onderzoeken?
    A) microconvex 6-9 MHZ
    B) lineair 7-9 MHZ
    C) Lineair 7,5-12 MHZ                           
    D) Microconvex 
    C
  • Een merrie heeft pijn in de voet. Op RX zijn er geen zichtbare letsels. De eigenaar heeft geen financiële bezwaren maar wil niet dat zijn paard geanestheseerd wordt. Welk onderzoek is het meest geschikt voor het stellen van een morfologische diagnose?
    A) Echografie
    B) Scintigrafie
    C) Staande MRI                                   
    D) CT zonder gebruik van contrast
    E) CT met gebruik van contrast
    C
  • Welke bewering over digitale RX is juist?
    A) Wettelijk moeten de beelden afgeprint worden op films voor archivering.
    B) Door de brede contrast schaal hoeft men geen parameter tabel meer te gebruiken.
    C) De lagere aankoopprijs dan conventionele Radiografie compenseert de korte levensduur.
    D) Een hogere contrastresolutie dan conventionele Radiografie compenseert voor een lagere spatiale resolutie.                 
    E) De aankoopkosten zijn laag maar het dagelijks gebruik kost veel meer dan Conventionele Radiografie.
    D
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welk stralingsgeinduceerde pathologie behoort niet tot de stochastische effecten ?Maak 1 keuzeA. Schildkliercarcinoom B. LeukemieC. Genetische aandoening  D. Anemie
D
Wat bedoelt men de "Ten days rule" in radioprotectie ?Maak 1 keuzeA. De draagtijd van een dosimeter voor personeel dat met ioniserende straling werkt werkdagen) B. De 10 dagen die nodig zijn om een betrouwbare prognose te kunnen geven na een zware, acute expositie (zoals bvb in Hiroshima) C. Geen contact met straling hebben gedurende de eerste 10 dagen na start van de menstruatieD. De gemiddelde levensduur na vaststelling van een gastrointestinaal syndroom ten gevolge van een acute totale lichaamsbestraling
C
Een arthrografie van het schoudergewricht gebeurt met ................ mL contrast (hond).Maak 1 keuzeA. 3-9B. 1-4 C. 0,5-1D. 5-15
B
Hoeveel gewrichten omsluit het kapsel van het ellebooggewricht bij de hond ? Maak 1 keuzeA. 3B. 2C. 1D. 4
A
Een Monteggia fractuur is een luxatie van het ellebooggewricht geassocieerd met ...Maak 1 keuzeA. Een fractuur van de radius en ulna    B. Een fractuur van de distale derde van de ulnaC. Een fractuur van de distale derde van de radius   D. Een fractuur van de proximale derde van de ulna
D
Wat wordt hier aangeduid met een pijl ?A. Apart ossificatie centerB. Fractuurlijn C. Artefact "mach line" D. Salter-Harris fractuur
C
Op radiografie is een 9-jarige Duitse Herder sterk verdacht van een osteosarcoom van de proximale humerus. Wat is de minst logische volgende stap ?Maak 1 keuzeA. Thoraxopnames: Re-Li en Li-Re lateraal B. Abdominale echografieC. BotbiopteD. Botscintigrafie
B
Wat is een mogelijke indicatie om een CrPrCrDiO (skyline) opname van de knie te maken bij de hond ?Maak 1 keuzeA. Evaluatie van de diepte van de fossa trochlearisB. Evaluatie van de grootte van de patellaC. Opzoeken van een fractuur van de patellaD. Diagnose van een kruisbandruptuur
A
Welke gewrichtsaandoening veroorzaakt geen botdestructie bij de hond?Maak 1 keuze A. Bacteriële artritis  B. Osteochondritis dissecansC. Rheumatoide artritisD. Lupus erythematosus
D
Wat is uw diagnose op dit radiografisch beeld van het schoudergewricht van een hond ?A. Subchondrale botcysteB. OsteochondroseC. Osteochondritis dissecansD. Normale radiografie
C