Summary overal natuurkunde 3vwo

-
481 Flashcards & Notes
12 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "overal natuurkunde 3vwo". The author(s) of the book is/are hans poorthuis, paul diederen, van steenbergen, paul verhagen. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - overal natuurkunde 3vwo

  • 2 2.1 de gsm-camera

  • wat is een camera obscura?
    een verduisterde ruimte met een klein gaatje waar licht door naar binnen kan
  • wat is een beeld en wat is een voorwerp?
    de afbeelding op de muur noem je het beeld. het onderwerp buiten de kamer noem je het voorwerp. het beeld op de muur van de kamer ontstaat door licht dat van het voorwerp komt.
  • wat is de functie van een beeldchip?
    zet in je camera het lichtbeeld om in digitale informatie die je kunt opslaan in het geheugen
  • een bolle lens noem je ook wel positieve lens of pluslens
  • de gsm camera bestaat uit een bolle lens, een beeldchip een geheugen en een scherm. de lens zorgt ervoor dat licht van het voorwerp een beeld vormt op de beeldchip
  • wat is lichtsterkte?

    de hoeveelheid licht die door de lens valt. je camera meet de lichtsterkte en regelt de hoeveelheid licht op drie manieren:

    1. diafragma: opening tussen de lens en de beeldchip
    2. flits
    3. pixels: kleine stukjes van de beeldchip, die elk apart licht ontvangen en kijken wat de kleur en lichtsterkte van dat kleine stukje van het beeld is.
  • wat is een resolutie en wat is een max resolutie?
    een resolutie is het aantal kleurpunten dat je wegschrijft naar het geheugen. het aantal pixels van de beeldchip noem je maximale resolutie van de camera.
  • wat is tegenlicht?
    bij tegenlicht valt het licht op de achterkant van het voorwerp.
  • met digitale zoom kun je een stukje van het beeld uitvergroten. je gebruikt dan maar een deel van de beeldchip uit de camera. voor optische zoom heb je een zoomlens nodig. 
  • 2.2 digitale fotocamera's

  • in een compact camera zit een bolle lens, een diafragma, een beeldcdhip een geheugen en een display
  • wat is een brandpunt?
    punt waar het licht samenkomt, afgekort met de letter F
  • een zoomlens kan de brandpuntsafstand veranderen, daardoor verandert ook de beeldhoek. Bij een kleine beeldhoek ben je ver ingezoomd, de brandpuntsafstand is dan groot.
  • wat is een spiegelreflexcamera?
    met zo'n camera kun je het voorwerp door een zoeker bekijken, inplaats van via het display. ook kun je de zoomlens verwisselen. ook kun je verschiende soorten fitsers gebruiken bij je spiegelreflexcamera
  • een spieglereflexcamera heeft een verwisselbare lens. alleen bij de juiste combinatie van b v en f krijg je een scherpe afbeelding.                                 de vergroting n is de verhouding tussen de grootte van het beeld en de grootte van het voorwerp

  • er zijn drie soorten bijzondere lenzen:

    telelens:  voorwerpen die ver weg staan kun je toch groot op de foto zetten

    groothoeklens: voorwerpen worden klein afgebeeld maar je ziet veel van de omgeving.

    fisheye lens: de camera gebruikt negen lenzen die elk een foto makenin een andere richting

  • 2.3 projecteren

  • een projector gebruikt een felle lamp een icd dia en een bolle lens pm een verroot beeld te maken. de vergroting n kun je op twee manieren uitrekenen. lichtstralen door het midden vd lens veranderen niet van richting
  • je kunt in een tekening construeren op welke plaats het beeld verschijnt. daarvoor gebruik je de drie constructiestralen.

    v>2f= beeld verkleint

    v= 2f= b en v even groot

    f<v<2f= beeld vergroot

  • 2.4 jouw ogen

  • waar zorgt je ooglens voor?
    je ooglens zorgt voor een scherpe afbeelding op het netvlies. in je netvlies zitten lichtgevoelige cellen en zenuwen die dit lichtbeeld omzetten in een zenuwsignaal dat naar je hersenen gaat.
  • wat doet de pupil?
    regelt de lichtsterkte
  • wat is het vertepunt?
    het verste punt dat je scherp kunt zien
  • wat is het nabijheidspunt?
    het meest nabije punt dat je nog scherp kunt zien
  • je oog ziet voorwerpen op verschillende afstanden scherp door de sterkte van de ooglens aan te passen. dit heet accommoderen. als je ver weg kijkt dan is je oog ongeccommodeerd , je oogspier is dan ontspannen de ooglens is dan plat en niet zo sterk
  • wanneer ben je bijziend?
    ls je bijziend bent dan is je ooglens te sterk je kunt veraf niet scherp zien je gebrukt dan brillenglazen of lenzen met een - lenssterkte( eenheid dioptrie)
  • wanneer ben je verziend?
    ben je verziend dan is je ooglens te zwak je kunt veraf niet scherp waarnemen zonder te accommideren. bij verziendheid gebruik je + lenzen
  • wanneer ben je oudziend?
    op latere leeftijd kan de ooglens niet sterk genoeg accommoderen. je gebruikt een leesbril met + lenssterkte
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

88. Hieronder staan twee verschillende atoomsoorten. Bereken hoeveel atomen er aanwezig zijn in:a. 100 g van 223;92 U met een atoommassa van 238,03 u.b. 10 g van 32;16 S met een atoommassa van 32,06 u.
Ja
87. Radon-222 is een gas dat veel voorkomt in bouwmaterialen zoals beton en baksteen. Het is een alfastraler met een halveringstijd van 3,8 h (radon-222 met A = 222 en Z = 86). In een stapel bakstenen zijn 8,0 x 10(21) deeltjes radioactief radon aanwezig.a. Bereken hoeveel radioactieve kernen er over zijn na 3,8 h.b. Bereken hoeveel kernen er na 7,6 h zijn vervallen.c. Teken een vervaldiagram van radon.
A. 8,0 x 10(21) : 2 = 4,0 x 10(21)
b.  4,0 x 10(21) : 2 = 2 x 10(21)
c. Zie tekening
82. In de volgende tabel zie je de waarnemingen van een experiment met de radioactieve stof strontium.a. Teken een diagram van deze tabel, met op de horizontale as de tijd en op de verticale as het aantal radioactieve kernen.b. Wat is de halveringstijd van deze stof strontium?c. Stel dat er aan het begin 50 gram aanwezig was van deze stof. Hoeveel is er dan nog over na 280 jaar?
A. Zie tekening
b. 28 dagen
c. 50 : 2 : 2 : 2 : 2 : 2 = 1,5625 : 2 : 2 : 2 : 2 : 2 = 0,05 gram
66. In een haven in Japan komt een schip met komkommers aan. Alle pallets zijn voor vertrek met straling gedesinfecteerd, behalve twee die van een andere kweker zijn gekomen. Deze zijn behandeld met bestrijdingsmiddelen. Leg uit waarom de Japanse inspecteur deze twee pallets terugstuurt en de bestraalde pallets gewoon doorlaat.
De bestraalde pallets zijn schoon en ongevaarlijk. Door de bestraling zijn de goederen niet radioactief geworden, maar alleen maar bacterievrij. De pallets die zijn behandeld met bestrijdingsmiddelen zijn mogelijk een gevaar voor de volksgezondheid en mogen het land niet zomaar in.
63. Een klant uit Duitsland heeft staalplaat besteld in Nederland, met een dikte van 4 mm. Vlak voor de productie begint, belt hij dat de dikte van de platen niet 4 mm, maar 6 mm moet zijn. De dikte van de plaat wordt gemeten met behulp van gammastraling. Moet de meetapparatuur dan worden ingesteld dat er meer straling wordt ontvangen of juist minder? Licht je antwoord toe.
Minder straling, want de dikkere plaat laat meer straling door.
57. Yvo is gisteren behandeld voor een tumor in zijn schildklier, door een inwendige bestraling. Hij krijgt het advies de komende veertien dagen niet uit te gaan, daarna mag dit gewoon weer. Leg uit waarom hij van de arts dat advies krijgt.
Hij is door inwendige bestraling een bron van bestraling geworden en kan dus invloed hebben op anderen. Na veertien dagen is de straling zo afgenomen dat het niet meer schadelijk is voor omgeving.
45. Er wordt een röntgenfoto gemaakt van de linkerborst van mevrouw De Groot. De arts ziet meteen dat er een kleine tumor zit. Leg uit of de arts de tumor op de foto ziet als een wittere vlek dan de omgeving of als een minder witte vlek.
Als een wittere vlek, want door de grotere dichtheid van het tumorweefsel wordt er meer straling tegen-gehouden en wordt de foto daar minder zwart.
36. Geef in de onderstaande gevallen aan of de straling het orgaan kan bereiken bij uitwendige bestraling.
Een tumor in de:     alfastraling     betastraling      gammastraling

lever                                                                                               x        
nieren                                                                                            x   
bot van arm                                                 x                              x           
long                                                                                               x        
blaas                                                                                              x
huid                                                               x                              x
hersenen                                                                                      x
maag                                                                                             x
35. Radioactief materiaal binnenkrijgen is gevaarlijk. Maar wat is daarbij gevaarlijker voor je gezondheid: de gammastraling of de alfastraling?
Een alfastraling is gevaarlijker, omdat deze straling op korte afstand in het lichaam enorm veel schade aanricht. Bij gammastraling gaat grotendeels door je lichaam heen.
28. Leg uit wat er wordt bedoeld met het ioniserend vermogen van een straling.b. Leg uit welke straling het grootste ioniserend vermogen heeft, alpha- beta of gamma-straling.
A. Straling kan atomen ioniseren (elektronen losslaan).

b. Alfastraling. Zo´n deeltje is groot en komt op zijn weg veel moleculen aan.