Summary óveral natuurkunde 5 vwo

-
ISBN-13 9789011757875
625 Flashcards & Notes
24 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "óveral natuurkunde 5 vwo". The author(s) of the book is/are Bouwens, Doorschot, van Reisen,. The ISBN of the book is 9789011757875. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - óveral natuurkunde 5 vwo

  • 7 Stoffen en materialen

  • dichtheid van water is 1 gram/cm^3
    als de dichtheid van een stof kleiner is dan die van water blijf het voorwerp drijven....
  • 7.1 Fasen en dichtheid

  • moleculen
    bestaat uit meer dan twee atomen
  • atomen
    de bouwstenen (periodiek systeem)
  • metalen --> atomen in een atoomrooster
    zouten --> ionen in  een ionrooster
  • stof
    bestaat uit moleculen
  • materiaal
    een stof of een mengsel van stoffen
  • drie fasen; vast, vloeibaar en gasvormig
    s --> g sublimeren
    s --> l smelten
    g--> s rijpen
    g --> l condenseren
    l --> s stollen
    l --> g verdampen
  • eigenschappen molecuulmodel
    • intermoleculaire ruimte (ruimte tussen moleculen) 
    • moleculen bewegen (hoe hoger T, hoe groter de snelheid)
    • vanderwaalskrachten; hoe groter de afstand tussen de moleculen, hoe kleiner deze krachten zijn  
  • micro-macro beschouwing; daarin koppel je eigenschappen van een moleculen van de stof (micro) aan meetbare stofeigenschappen (macro) 
  • Vaste stoffen zijn volumevast en vormvast, vloeistoffen alleen volumevast, gassen geen van beide. Dit kun je verklaren met de beweging van moleculen en met hun onderlinge krachten.
  • dichtheid is een stofeigenschap. Het verband tussen dichtheid en atoommassa is niet in een formule te vatten, maar globaal geldt: hoe groter de atoommassa, hoe groter de dichtheid
  • uitzettingscoëfficiënt
    maat voor hoe sterk een stof relatief uitzet per graad temperatuurstijging
  • 7.2 Warmte

  • macroscopisch eigenschappen
    je kunt het meten zonder naar de eigenschappen van de moleculen te kijken
  • kinetische gastheorie 
    de temperatuur hangt samen met de gemiddelde kinetische energie van de moleculen (dus niet de massa). Bij dezelfde temperatuur is de gemiddelde kinetische energie van lichte of zware moleculen gelijk. 
    Gemiddelde kinetische energie omdat in een stof hebben namelijk niet alle moleculen dezelfde snelheid.
  • temperatuur is maat voor de gemiddelde kinetische energie van de moleculen
  • temperatuurschaal van Celsius
    • smeltend ijs --> O graden Celsius
    • kokend water --> 100 graden Celsius 
  • absolute nulpunt
    de temperatuur waarbij de moleculen stil staan
  • De gemiddelde kinetische energie van moleculen per kelvin temperatuurstijging evenveel toeneemt. Dus de absolute temperatuur is recht evenredig met de kinetische energie.
  • warmte
    een vorm van energie, joule
  • kinetische energie
    bewegingsenergie
  • potentiële energie
    de energie die nodig is om los te komen uit elkaars aantrekkingskracht  <-- arbeid (vooral bij fase overgangen)
  • inwendige energie
    de energiesoorten kinetische en potentiële energie
  • als je warmte toevoert aan een voorwerp krijgt dat voorwerp als geheel niet meer snelheid, maar de moleculen in dat voorwerp wel
  • als je warmte toevoert aan een voorwerp krijgt dat voorwerp als geheel niet meer snelheid, maar de moleculen in dat voorwerp wel
  • bij het toevoeren van warmte aan een stof neemt de inwendige energie van die stof toe. Bij temperatuurverhoging neemt  vooral de kinetische energie van de moleculen toe, bij faseovergangen vooral de potentiële energie.
  • de energie die je nodig hebt om een stof op te warmen hangt van 
    • de temperatuurtoename
    • massa van de stof
    • de soort stof 
    • toegevoegde warmte is recht evenredig met de temperatuurstijging
    • de hoeveelheid benodigde warmte verschilt per stof 
    • stoffen met grotere dichtheid hebben minder warmte nodig  
  • als een vloeistof stolt geeft de stof smeltwarmte af omdat dat het omgekeerde proces is van smelten
  • hoeveel warmte nodig om 1 kelvin in T te stijgen
    (aluminium voor 1 cm^3))
    1. massa bereken (1cm^3 = 2,70)
    2. soortelijke warmte (0,88 J)
    3. massa x soortelijke warmte = benodigde warmte
  • de soortelijke warmte van een stof is ongeveer omgekeerd evenredig met de gemiddelde massa van de moleculen van die stof
  • wanneer je water gaat verwarmen in een bekerglas berekenen je de hoeveelheid energie die nodig is om het water te verwarmen en de hoeveelheid energie die nodig is om het bekerglas te verwarmen.
  • boven smeltpunt --> vloeibaar
    gelijk aan smeltpunt --> vast en vloeibaar
    onder smeltpunt --> vast
  • Q = c x m x delta T 
    Q in joule
    C soortelijke warmte in joule per kg
    m massa in kg
    delta T temperatuurstijging
  • benodigde warmte om een stof te smelten of te verdampen
    Q= r (smelt) x m of Q = r (verdamp) x m
    r smel/verdampingswarmte per kilogram
    m massa 

    TIJDENS EEN FASEOVERGANG VIND ER GEEN TEMPERATUURSTIJGING PLAATS , KOMT DOOR DE POTENTIELE ENERGIE
  • temperatuur in K = temperatuur in C + 273.15
  • P = Q/ delta t
    Q in Joule
    t in seconden
    P warmte stroom per seconde
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is het scheidend vermogen en wat geeft het weer?
De kleinste hoek waaronder je twee punten  op afstand van elkaar kunt onderscheiden, het laat zien hoeveel details van een voorwerp zichtbaar zijn.
Wat voor telescopen heb je nodig om straling in het heelal op te nemen?
  1. Optische telescopen
  2. Radiotelescopen 
  3. Ruimtetelescopen 
Wat voor soort elektromagnetische straling wordt uitgezonden, en wat doet de atmosfeer daarmee?
Zichtbaar licht en andere elektromagnetische straling, de atmosfeer absorbeert vervolgens een deel van deze straling.
Waar zoekt astrofysica natuurkundigen verklaringen voor met modellen?
De waarnemingen van sterren in het heelal
Waar houdt astronomie zich mee bezig in het heelal?
Met de nauwkeurigheid en systematische waarnemingen in het heelal 
Reuzen
Grote sterren maar kouder rechts boven tabel 33
Dwergen
Kleine sterren en heet links onder tabel 33
Wat is een kernfusie
Als kleine kernen samensmelten tot grotere
Wat is het Hertzsprung-Russel-diagram?
Staat voor veel sterren de lichtkracht en de temperatuur. Tabel 33
Wat is de lichtkracht?
Totale stralingsvermogen P dat de ster uitzend