Summary Overeenkomsten in het internationaal privaatrecht en het Weens Koopverdrag

-
ISBN-10 9013074375 ISBN-13 9789013074376
244 Flashcards & Notes
5 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Overeenkomsten in het internationaal privaatrecht en het Weens Koopverdrag". The author(s) of the book is/are R I V F Bertrams, S A Kruisinga. The ISBN of the book is 9789013074376 or 9013074375. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Overeenkomsten in het internationaal privaatrecht en het Weens Koopverdrag

  • 1 Inleiding

  • Wat zijn conflictregels?
    Conflictregels zijn verwijzingsregels die in het internationale privaatrecht (IPR) worden gebruikt. Hierbij vormt de aanknopingsfactor tussen de internationale verhouding en het toepasselijke recht de belangrijkste schakel.
  • Wat kan over het algemeen worden gezien als de primaire en subsidiaire aanknopingsfactor bij het sluiten (internationale) overeenkomsten?
    De primaire factor is de rechtskeuze van beide partijen: zij hebben de bevoegdheid om zelf te bepalen door welk recht hun overeenkomst beheerst wordt.

    Van de subsidiaire (aanknopings)factor is sprake indien partijen geen rechtskeuze overeen zijn gekomen. Tegenwoordig kan in zijn algemeenheid worden aangenomen dat de gewone verblijf- of vestigingsplaats van de voor de overeenkomst kenmerkende prestant geldt als subsidaire factor.
  • 2.1 Rome I als opvolger van het EVO, 17 december 2009

  • Na welke datum moet een (internationale) overeenkomst gesloten zijn, teneinde de Rome I Verordening hierop van toepassing te verklaren?
    De Rome I Verordening is van toepassing op overeenkomsten die zijn gesloten op of na 17 december 2009 (art. 28 en 29 Rome I). De EVO is de voorloper van Rome I en blijft van toepassing op overeenkomsten die zijn gesloten vóór 17 december 2009.
  • In welke lidstaten heeft de Rome I Verordening rechtstreekse werking? In welke staten niet?
    Rome I heeft rechtstreekse werking in alle EU-lidstaten. Het is niet van toepassing op Denemarken. Het is wel van toepassing op Ierland. Het Verenigd Koninkrijk maakt gebruik van de opt-in-mogelijkheid en de Commissie heeft bij beschikking verklaard dat Rome I ook van toepassing is op het Verenigd Koninkrijk (zie p. 44-46 Preambule Rome I).
  • 2.2 Uniforme interpretatie

  • Hoe wordt uniforme interpretatie onder het regime van Rome I gewaarborgd?
    De nationale rechter heeft ex art. 234 EG-Verdrag de mogelijkheid, dan wel de verplichting om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie te stellen. Het Hof heeft krachtens dit artikel ook de bevoegdheid om deze vragen te beantwoorden.
  • 2.3 Indeling en overzicht

  • Uit welke drie afdelingen/titels bestaan de Rome I Verordening?
    Titel I: het toepassingsgebied van Rome I.
    Titel II: de eigenlijke conflictregels (rechtskeuze en gebreke van rechtskeuze).
    Titel III: aparte conflictregels voor enige bijzondere overeenkomsten, alsmede bepalingen voor een verscheidenheid van onderwerpen.
  • 2.4 Toepassingsgebied, uitgesloten onderwerpen, art. 1 lid 2 Rome I

  • Op wat voor soort overeenkomsten kan de Rome I Verordening op worden toegepast?
    Rome I heeft betrekking op verbintenissen uit overeenkomst in burgerlijke en handelszaken (art. 1 lid 1 Rome I). Het goederenrecht valt aldus niet onder de werking van Rome I. In lid 2 staan de typen overeenkomsten beschreven waar Rome I niet van op toepassing is.
  • 2.5 Diversen

  • Wat wordt verstaan onder het 'universaliteitsbeginsel'?
    Het universitaliteitsbeginsel houdt in dat de rechter met betrekking tot de Rome I Verordening deze van toepassing zal moeten verklaren, ongeacht of dit leidt tot de toepasselijkheid van het recht van een land dat geen Rome I-lidstaat is (art. 2 Rome I).
  • Wat wordt bedoeld met 'renvoi'?
    Met 'renvoi' wordt gedoeld op herverwijzing ex art. 20 Rome I. Het door Rome I aangewezen nationale recht ziet op de rechtsregels van dat land met uitsluiting van het IPR van dat land. Er mag niet weer herverwezen worden naar een ander land nadat de rechtsregels van dat land zijn aangewezen
  • Stel: een Nederlandse rechter concludeert op grond van de Rome I-bepalingen de toepasselijkheid van het recht van Australië (geen Rome-I-lidstaat). Het IPR van Australië verwijst echter naar het Nederlandse recht. Door welke recht wordt de overeenkomst beheerst?
    De overeenkomst wordt beheerst door Australisch recht, omdat de Rome I Verordening een universele toepassing kent (art. 2 Rome I). Ookal verwijst het IPR van Australië naar Nederlands recht, het Australische recht is van toepassing omdat de uitsluiting van renvoi/herverwijzing ex art. 20 Rome I geldt. Er kan dus niet weer worden "terugverwezen" naar het Nederlandse recht.
  • In welk (uitzonderlijk) geval kan de toepassing van een bepaling uit de Rome I verordening terzijde worden gesteld?
    Een rechter hoeft de regels van het volgens de conflictregels toepasselijk recht niet toe te passen indien toepassing ervan kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde van het land van de rechter (art. 21 Rome I). Hierbij is echter uiterste terughoudendheid op zijn plaats.
  • In art. 4 lid 2 Rome I wordt de objectieve verwijzingsregel bij gebreke van een rechtskeuze beschreven, waarbij wordt verwezen naar de 'gewone verblijfplaats' van een partij. Geef de drie varianten weer die hiermee kunnen worden bedoeld.
    Art. 19 lid 1 Rome I stelt ten eerste dat de gewone verblijfplaats van vennootschappen, verenigingen of rechtspersonen de plaats van het hoofdbestuur daarvan is.

    Als tweede wordt onder de gewone verblijfplaats van een natuurlijk persoon bij de uitoefening van zijn bedrijfsactiviteit, de hoofdvestiging als 'gewone verblijfplaats' verstaan.

    In art. 19 lid 2 Rome I wordt de plaats van een bijkantoor gezien als 'gewone verblijfplaats' van een vennootschap, indien dat bijkantoor verantwoordelijk is voor de uitvoering van de overeenkomst of indien de overeenkomst is gesloten in het kader van de activiteiten van een bijkantoor.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Bestaat er een algemene verplichting in de CISG om av ter hand te stellen?
Dit hoeft niet: in lijn met art. 8 kan geconcludeerd worden dat av ook impliciet kunnen worden opgenomen in de ovk op basis van de onderhandelingen tussen partijen of op basis van tussen partijen ontstane gebruiken (art. 9). 

Uit Opinie 13 van de CISG Advisory Council lijkt echter te volgen dat als uitgangspunt geldt dat ook als partijen vaker zaken hebben gedaan, een verwijzing naar av niet voldoende is om deze onderdeel te laten uitmaken van de ovk in het geval de tekst van de av nooit beschikbaar is gesteld aan de wederpartij. 

--> Het is dus van groot belang om av in een zo vroeg mogelijk stadium voor het sluiten van de hoofdovereenkomst te doen toekomen aan de wederpartij.
Wat is het verschil tussen intrekking en herroeping?
- Intrekking: een aanbod kan worden ingetrokken zolang de intrekking van het aanbod de wederpartij eerder dan of gelijktijdig met het aanbod bereikt (art. 15 lid 2). Voor het intrekken gelden geen vormvereisten. 

- Herroeping: een aanbod kan worden herroepen zolang de herroeping de wederpartij bereikt voordat hij een aanvaarding heeft verzonden, tenzij het aanbod onherroepelijk is (art. 16 lid 1). Herroeping is dus ook mogelijk wanneer het aanbod de wederpartij al heeft bereikt.
Wat is het verschil tussen de ontvangsttheorie en de verzendtheorie?
De ontvangsttheorie geldt in het algemeen voor mededelingen in het kader van de totstandkoming van de overeenkomst;

De verzendtheorie geldt in het algemeen bij de uitvoering van de overeenkomst.
Wat is een "letter of confirmation"?
Een letter of confirmation wordt ook gezien als een instrument waaruit kan blijken dat een overeenkomst tot stand is gekomen. Het wordt door één der partijen na het tot stand komen van de ovk aan de ander toegezonden en wordt geacht weer te geven wat is overeengekomen. Het is bedoeld als bevestiging om de gehele inhoud van de overeenkomst vast te stellen. 

Indien partijen beide gevestigd zijn in staten waar in de relevante branche regels bestaan die vergelijkbaar zijn met die inzake de "letter of confirmation", kan ogv art. 9 hiermee ook een ovk tot stand komen.
In hoeverre valt het procesrecht onder de reikwijdte van de CISG?
Het procesrecht valt niet onder de reikwijdte van het verdrag. 

De CISG kan wel indirect relevant zijn voor het procesrecht; voor het bepalen van de jurisdictie kan immers de plaats waar de verbintenis volgens de overeenkomst moet worden uitgevoerd, bepalend zijn. De plaats van betaling de plaats van aflevering worden in art. 31 en 57 bepaald.
Aan de hand van welke factor wordt besloten of de koop een consumentenkoop betreft of niet?
Dit wordt besloten aan de hand van het voorgenomen gebruik voor of bij het sluiten van de overeenkomst. Dat voorgenomen gebruik wordt als beslissend ervaren. Het gaat er bijvoorbeeld ook niet om voor welk doel de zaken feitelijk worden gebruikt.
Wat wordt verstaan onder de term 'roerende zaken'?
In de CISG is geen definitie opgenomen van de term roerende zaken. De term houdt in dat de zaken op het moment van aflevering 'moveable and tangible' moeten zijn, dat wil zeggen tastbaar moeten zijn. 
Welk criterium wordt door de CISG gehanteerd om te bepalen of er sprake is van een koopovereenkomst of een overeenkomst tot het verrichten van diensten?
Om dit te beoordelen of sprake is van een koopovereenkomst moet er een vergelijking worden gemaakt tussen de economische waarde van de verplichting tot het leveren van de goederen en de economische waarde van de te verrichten arbeid of diensten.

Als het 'belangrijkste deel' van de verplichtingen van de verkoper bestaat uit het leveren van arbeidskracht of het leveren van diensten, is er geen sprake van een koopovereenkomst in de zin van het Weens Koopverdrag. Ook hier wordt de economische waarde bepaald op het moment van het sluiten van de overeenkomst. 
Wanneer worden onderwerpen beheerst door het o.g.v. het internationaal privaatrecht toepasselijke recht?
De verwijzingsregels van het internationaal privaatrecht spelen alleen een rol indien de koop is gesloten tussen partijen die ten tijde van de sluiting van de overeenkomst niet beide gevestigd waren in een verdragsluitende staat.

Alleen voor onderwerpen die niet in de CISG zijn geregeld, geldt dat zij beheerst worden door het op grond van het internationaal privaatrecht toepasselijke nationale recht.
Welke twee overeenkomsten dienen bij een alleenverkoopovereenkomst te worden onderscheiden?
Bij alleenverkoopovereenkomsten (= distributieovereenkomsten), zijn de volgende overeenkomsten te onderscheiden:
  • de al dan niet verlening van exclusiviteit door de principaal/verkoper aan de distributeur (--> art. 3 Rome I (rechtskeuze) of bij ontbreken daarvan land waar de importeur/distributeur gevestigd is (art. 4 lid 1 sub f Rome I);
  • individuele koopovereenkomst (--> CISG, zo niet dan art. 3 en 4 Rome I).