Summary Overheidscommunicatie de theorie in de praktijk

-
ISBN-10 9006950238 ISBN-13 9789006950236
456 Flashcards & Notes
12 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Overheidscommunicatie de theorie in de praktijk". The author(s) of the book is/are Lydia Jumelet Iris Wassenaar. The ISBN of the book is 9789006950236 or 9006950238. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Overheidscommunicatie de theorie in de praktijk

  • 1.1 Overheid, wat is dat?

  • Als 'gezagsdragers' leggen politieke bestuurders over de keuzes die zij maken verantwoording af aan democratisch gekozen vertegenwoordigende organen. Het politiek bestuur valt in twee geledingen uiteen: het 'algemeen bestuur' van volksvertegenwoordigers en het 'dagelijks bestuur' van bewindslieden (landelijk niveau), gedeputeerden (provinciaal niveau) en wethouders (gemeentelijk niveau). Die keuzes worden in het openbaar gemaakt (tenzij dat echt niet anders kan; zie hoofdstuk 2 over de WOB, de Wet openbaarheid van bestuur). Voor de voorbereiding en uitvoering van hun beslissingen kunnen de politici een beroep doen op benoemde ondergeschikten: ambtenaren. Zo werkt dat op landelijk niveau (het rijk), bij de provincie en bij de gemeente.
  • En dan gaat het alleen nog maar over de overheidsorganisatie in enge zin. In de praktijk zijn steeds vaker samenwerkingsverbanden te zien: tussen overheden onderling - onder meer in de vorm van gemeenschappelijke regelingen over bijvoorbeeld hulpverlening en de organisatie van vervoer en verkeer - en tussen overheid en private organisaties (bedrijfsleven). Voorbeelden van zulke public private partnerships vind je vooral op het terrein van grote infrastructurele projecten, zoals de aanleg van grote wegen en tunnels. De betrokken bedrijven en overheden maken dan afspraken over het delen van kosten en opbrengsten.
  • 1.2 De gedecentraliseerde eenheidsstaat

  • In Nederland is 'overheid' ooit ontstaan vanuit de behoefte om afspraken te maken over de meest hardnekkige zorg: droge voeten, oftewel de beheersing van het water. Waterschappen zijn de oudste vorm van openbaar bestuur. Sinds 1948 kennen we het huidige, samenhangende systeem van besturen op drie niveaus: gemeenten, provincies, rijksoverheid. Deze samenhang wordt ook wel 'Het Huis van Thorbecke' genoemd, naar de bedenker, toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Thorbecke. De organisatie van het openbaar bestuur wordt ook aangeduid met het begrip 'gedecentraliseerde eenheidsstaat'. Er is tussen de drie bestuurslagen zowel sprake van samenhang (eenheid) als van taakverdeling (decentralisatie). Anders dan het vaak overkomt, zijn gemeenten de basis van het systeem en niet de rijksoverheid. In de gedecentraliseerde eenheidsstaat doet de provincie wat de gemeente niet kan; wat op provinciaal niveau niet beslecht kan worden, mag op het bord van het kabinet worden neergelegd.
  • Zo maken gemeenten 'bestemmingsplannen' om vast te stellen of op een bepaald stuk grond huizen, kantoren of sportvelden komen. De provincie maakt 'streekplannen' om het gebied tussen gemeenten te kunnen inrichten. De pendant op landelijk niveau heet 'planologische kernbeslissing' en bestrijkt een groot gebied met nationale betekenis. Denk aan de Tweede Maasvlakte of het Waddengebied. Alle bestuurslagen hebben dus een eigen rol, met het bestuur dat het dichtst bij de burger staat als basis voor de samenhang van de bestuurslagen.
  • 1.3 Dualisering van het bestuur

  • In 2002 is een belangrijke wet ingevoerd die ervoor moet zorgen dat bij gemeenten de dualisering van het bestuur duidelijker wordt. Dualisme betekent het onderscheid tussen de vertegenwoordigende organen (uit de eerste kolom van de tabel) en de dagelijkse bestuurders (tweede kolom). De provincies volgen de gemeenten in de loop van 2003. Op landelijk niveau is er al langer sprake van dualisme: de Tweede Kamer stelt zich duidelijk als tegenspeler van het kabinet op bij besprekingen over politieke thema's. De nieuwe Wet dualisering gemeentebestuur maakt een einde aan het zogeheten monistisch bestel, waarbij wethouders ook zitting hebben in de gemeenteraad en het onderscheid tussen dagelijks bestuur (college van B en W) en gemeenteraad vaak onduidelijk is.
    Het nieuwe dualistische bestel moet er dus voor zorgen dat de raadsleden meer naar de burgers toe gaan en namens hen met initiatieven komen, die vervolgens in de raadzaal in een pittig debat met het college van B en W worden besproken. B en W zelf treden in het nieuwe bestel meer als collegiale eenheid op, wat niet altijd eenvoudig is omdat meerdere partijen samen een college vormen. Kamerleden én bewindslieden bewijzen dat een duale werkwijze helderheid kan verschaffen en een beter beeld helpt creëren hoe de overheid knopen moet doorhakken.
  • 1.4 Wat doet de overheid?

  • De functie van de overheid laat zich als volgt samenvatten: de overheid doet datgene wat de samenleving niet zelf kan. Er moet natuurlijk wel behoefte bestaan aan dat wat de overheid doet en de burger moet zich erover kunnen uitspreken. Dat gebeurt eens per vier jaar met veel aandacht (en ook vertoon) als er een nieuwe gemeenteraad, Provinciale Staten en Tweede Kamer worden geïnstalleerd, en tussendoor op basis van eigen initiatief van deze volksvertegenwoordigers of wensen van burgers en bedrijven en hun belangenorganisaties. De Grondwet is de basis van alle overheidshandelen. In de eerste 23 artikelen staat waar de overheid voor moet zorgen, en ook hoe ver zij daarbij mag gaan. We leven immers in een 'democratische rechtstaat': de overheid moet het mogelijk maken dat mensen zich zo vrij mogelijk kunnen bewegen en alleen als daarbij belangen van groepen mensen of personen in het geding komen, mag zij ingrijpen.
  • 1.4.1 Kerntaken van de overheid

  • De overheid heeft vijf kerntaken:
    • Handhaving van de rechtsorde. De overheid stelt normen en zorgt dat die worden nageleefd. Zij deelt straffen uit aan wie zich niet aan de regels houdt.
    • Het realiseren van een rechtvaardige verdeling van beschikbare middelen (zoals geld) en ruimte (voor wonen, en recreëren).
    • Het voorkomen van negatieve effecten (zoals het tegengaan van milieuvervuiling en het voorkomen van besmettelijke ziekten).
    • De overheid regelt zaken die in het belang van iedereen zijn - ook 'het algemeen belang' genoemd - en waarvan de overheid meent dat particuliere bedrijven ze niet voor hun rekening willen of kunnen nemen. Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van wegen, het leger, het onderwijs en de zorg.
    • Het stimuleren van vernieuwing en samenwerking in de maatschappij. Voorbeeld hiervan is het ontwikkelen en introduceren van nieuwe technologieën.
  • De overheid heeft vijf kerntaken. Welke zijn dit?
    • Handhaving van de rechtsorde. De overheid stelt normen en zorgt dat die worden nageleefd. Zij deelt straffen uit aan wie zich niet aan de regels houdt.
    • Het realiseren van een rechtvaardige verdeling van beschikbare middelen (zoals geld) en ruimte (voor wonen, en recreëren).
    • Het voorkomen van negatieve effecten (zoals het tegengaan van milieuvervuiling en het voorkomen van besmettelijke ziekten).
    • De overheid regelt zaken die in het belang van iedereen zijn - ook 'het algemeen belang' genoemd - en waarvan de overheid meent dat particuliere bedrijven ze niet voor hun rekening willen of kunnen nemen. Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van wegen, het leger, het onderwijs en de zorg.
    • Het stimuleren van vernieuwing en samenwerking in de maatschappij. Voorbeeld hiervan is het ontwikkelen en introduceren van nieuwe technologieën.
  • De overheid kan grofweg op drie manieren aan deze vijf kerntaken inhoud geven. Welke drie manieren zijn dit?
    1. Het opstellen van voorschriften: regels en wetten waar je je aan moet houden.
    2. Het realiseren van voorzieningen: mogelijkheden scheppen om deelname aan de samenleving te bevorderen (zoals subsidies voor scholen) of te beperken (zoals verkeersdrempels).
    3. Het geven van voorlichting: in de vorm van informatieoverdracht op verzoek (over de regels of voorzieningen) en door instrumentele voorlichting om de houding of het gedrag van het publiek te beïnvloeden (met Postbus 51-campagnes bijvoorbeeld).
  • De drie typen beleidsinstrumenten (voorschriften, voorzieningen en voorlichting) worden ook wel gekarakteriseerd met symbolen. Welke zijn dit?
    • Zweep (voorschriften)
    • Peen (voorzieningen)
    • Preek (voorlichting)
  • Hoe de overheid deze kerntaken invult, is in belangrijke mate afhankelijk van politieke keuzes over de rol van de overheid, de verantwoordelijkheid van mensen en organisaties en de wijze waarop beschikbare middelen kunnen worden ingezet. Was de ideologische grondslag van politieke partijen daarbij lange tijd de enige grondslag, tegenwoordig bepalen ook maatschappelijke gebeurtenissen, wetenschappelijke inzichten en internationale ontwikkelingen de koers. Zes trends spelen daarbij de hoofdrol.
    1. Ontideologisering is het verschijnsel dat traditionele, grote ideologische scheidslijnen wegvallen. Iemands geloof of ideologie is niet langer maatgevend voor zijn trouw aan en keuze voor politieke partijen, kranten en omroepen en maatschappelijke organisaties. Was in de zogeheten verzuilde samenleving sprake van een stilzwijgend akkoord tussen politieke partijen en media van een gezindte, in de 'ontzuilde' samenleving van vandaag spelen politici, belangenorganisaties en media een vrij spel.
    2. Door individualisering gaat het eigen oordeel steeds meer boven het groepsbelang. 'What's in it for me?' is een sleutelbegrip in de persoonlijke beoordeling of je ergens wel of niet aan meedoet, wel of niet gezag accepteert.
    3. Door globalisering staat de mate waarin een stad of land zelfstandig beslissingen kan nemen over haar taken onder druk van internationale afspraken en invloed. De betekenis van Europese afspraken tussen regeringen is heel groot. Ook hebben internationale gebeurtenissen (spanningen, crises) een enorme impact.
  • 4. Onder invloed van de informatisering komen door nieuwe technologieën verbindingen tussen mensen en organisaties sneller tot stand en kan een schat aan kennis en inzichten worden ontsloten.
    5. In de huidige multiculturele samenleving vormt Nederland, evenals andere landen, een smeltkroes van nationaliteiten en vooral ook van culturen, waardoor nieuwe omgangsvormen en zienswijzen opkomen en hun weg vinden.
    6. Tot slot speelt de veiligheid een rol. De zorg neemt toe over de zekerheid van individuen, gemeenschappen en naties om te gaan en staan waar ze willen.
  • Was de ideologische grondslag van politieke partijen lange tijd de enige grondslag, tegenwoordig bepalen ook maatschappelijke gebeurtenissen, wetenschappelijke inzichten en internationale ontwikkelingen de koers. Welke zes trends spelen daarbij de hoofdrol?
    1. Ontideologisering
    2. Individualisering
    3. Globalisering
    4. Informatisering
    5. Multiculturele samenleving
    6. Veiligheid
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Er zijn vier speelvelden voor de gemeentevoorlichting. Welke zijn dit?
  • De politiek
  • De organisatie
  • De stedelijke samenleving
  • De communicatiefunctie
Vanaf het begin van de organisatie van een evenement zijn globaal 7 stappen te onderscheiden. Welke zijn dit?
  1. inventariseren
  2. adviseren
  3. voorbereiden
  4. uitvoeren
  5. controleren
  6. afronden
  7. evalueren
De verschillende vormen van beleidsontwikkeling zijn terug te brengen tot drie beleidsmodellen (Buhrs, 2002). Welke zijn dit?
  • het inspraakmodel
  • het consultatiemodel
  • coproductiemodel


Hiervan zijn de laatste twee modellen 'interactieve' modellen.
Het signaleren van een institutionele crisis is voor de communicator eveneens geen gemakkelijke opgaaf. Toch zijn er drie belangrijke signalen waar te nemen. Welke zijn dit?
  • vervreemding
  • focus
  • negatie
Crises kunnen worden onderscheiden in drie typen. Welke zijn dit?
  • de acute crisis
  • de sluimerende crisis
  • institutionele crisis
De overheid kan haar beleid en diensten vooral 'merk-waardiger' presenteren door systematischer voordelen uit te drukken. Wat is het rendement van de geleverde dienst, of het proces dat in gang is gezet? In de merkenleer worden drie typen voordelen onderscheiden. Welke zijn dit?
  • functionele voordelen
  • economische voordelen
  • psychologische voordelen
Interne communicatie heeft binnen een overheidsorganisatie vier hoofdfuncties. Welke zijn dit?
  1. ervoor zorgen dat ambtenaren hun werk kunnen doen
  2. zo goed mogelijk gebruikmaken van aanwezige kennis (kennismanagement)
  3. motiveren van medewerkers
  4. richten van de organisatie
Vos ontwierp een zogenaamde communicatiekwaliteitsmeter voor gemeenten (zie Vos, 2003). Het betreft een omvattende strategie om de kwaliteit van de communicatie te meten. In dit instrument worden drie communicatiefuncties van een overheidsorganisatie onderscheiden. Welke zijn dit?
  1. corporate communicatie
  2. beleidscommunicatie
  3. organisatiegebonden communicatie
Van Ruler onderscheidt binnen haar opvatting over het vakgebied vier taken voor de communicatieprofessional. Welke vier taken zijn dit?
  1. 'Counseling': monitoren van geluiden uit de samenleving en het voeren van discussie daarover in de organisatie.
  2. Produceren van goede communicatieplannen ten behoeve van beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering.
  3. Goede services verlenen (zoals het maken van middelen).
  4. Coaching: ondersteuning bij het verbeteren van de 'communicatieve competentie' (dat is het vermogen om goed te kunnen communiceren).
    In feite is dit het aloude begrip 'educatie' van Chiel Galjaard, de nestor van het vakgebied.
Er zijn diverse indelingen in beleidsfasen in omloop. Rebel bespreekt in zijn boek (Rebel, 2000) de verschillende benaderingen van beleid.De indeling die hier wordt uitgewerkt, bestaat uit vijf fasen waarin het aandeel van communicatie zichtbaar is te maken. Welke vijf fasen zijn dit?
  1. Probleemsignalering en agendavorming. Hoofdopdracht: luisterfunctie, monitoren.
  2. Beleidsvoorbereiding. Hoofdopdracht: een begin maken met interactieve beleidsvorming.
  3. Beleidsvaststelling. Hoofdopdracht: openbaarmaking, verklaring en toelichting.
  4. Beleidsuitvoering (van invoering naar beheer). Hoofdopdracht: inzet van communicatie als instrument, communicatief maken van de andere beleidsinstrumenten.
  5. Beleidsevaluatie (leidend tot beleidsbeëindiging of start nieuwe cyclus). Hoofdopdracht: effectmetingen, aanpassingen doorvoeren.