Summary Overtuigende teksten onderzoek en ontwerp

-
ISBN-10 904690329X ISBN-13 9789046903292
417 Flashcards & Notes
9 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Overtuigende teksten onderzoek en ontwerp". The author(s) of the book is/are Hans Hoeken. The ISBN of the book is 9789046903292 or 904690329X. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Overtuigende teksten onderzoek en ontwerp

  • 1 Overtuigende documenten

  • Welke 3 begrippen staan er onder "gedrag" in het model?
    Vaardigheden, intentie en situationele omstandigheden
  • Welke 3 begrippen staan er onder "intentie"?
    Attitude, waargenomen norm en eigen effectiviteit
  • Welke factoren bepalen iemands attitude?
    Waarschijnlijkheid en wenselijkheid
  • Waardoor wordt de waargenomen norm bepaald?
    Normatieve overtuigingen en de neiging daaraan te voldoen
  • Wat is het verschil tussen persuasieve en overtuigende teksten?
    Bij overtuigenden lukt het en bij pers. niet per sé
  • Spreek je ook van overtuigingen bijvoorbeeld als iemand zegt dat hij van slapen houdt?
    Nee, want een overtuiging betekent dat je ook een alternatief hebt en slapen is nou eenmaal bij iedereen nodig

  • Wat is het verschil tussen sturende en niet sturende voorlichting?
    Sturende is persuasief en je verstrekt info met de bedoeling dat er een conclusie getrokken wordt. Bij niet sturend is het just info en dat is dus informatief. 
  • Welke 7 weerstandskrachten zijn er als je iemand wil overtuigen?
    Egodefensie (zo ben ik nu eenmaal), rationalisatie (mijn opa is er 100 mee geworden), verdringing en ontkenning (vakantieplannen maken terwijl je terminaal bent), agressie (waar haal je het gvd vandaan), projectie (hij mag mij niet), diskwalificatie (moet hij zeggen) en ziektewinst (hee nu krijg ik tenminste aandacht).  
  • Persuasieve documenten: doel de attitude van de lezer te beïnvloeden dmv informatieoverdracht met een zekere mate van vrijheid.
    Attitude: psychologische neiging die komt uit evaluatie van een bepaald object met een bepaalde mate van voor- en afkeur.
  • Drie doelen met documenttypen:
    1. informatieve documenten - informeren
    2. instructieve documenten - in staat stellen bepaalde handelingen uit te voeren
    3. persuasieve documenten - overtuigen van bepaald standpunt
  • Forewarming: dezelfde tekst twee keer aangeboden. De ene helft krijgt de horen dat de tekst om te informeren is, de andere om te overtuigen.
    - laatste groep minder overtuigd
    - bewust van overtuigen dus attitude onder vuur. daarom gaan ze deze juist verdedigen.
    - bij informeren gaan ze uit van het communicatiebeginsel: helder, eerlijk, efficient en relevant.
    bij de informatieve teksten geloofden ze dus dat de tekst zo eerlijk en helder mogelijk zou zijn, terwijl ze dit wantrouwde bij de overtuigende tekst.

    advertorial: advertentie vermomd als artikel. intentie wordt vermomd. Doel is om wantrouwen weg te nemen.
  • sturende voorlichting: persuasief van aard. men moet een bepaalde conclusie trekken.
    niet sturende voorlichting: informatief van aard. met moet zelf maar weten welke conclusie ze trekken.
  • overtuigen door wet- en regelgeving;
    - financiele instrumenten - belastingvoordeel
    - privaatrechtelijke instrumenten - onderling verhandelen vergunningen
    - directe regulering - wet- en regelgeving
    - sociale regulering - waaronder voorlichting

    twee dimensies;
    - handhavinglast - wet & regelgeving
    - eigen verantwoordelijkheid - sociale regulering

    welke instrumenten?
    - meetbaarheid gedrag 
    - structuur doelgroep - omvang, heterogeniteit
    - kosten voor doelgroep 

    communicatie zinvol als men kan inzien dat gedrag grotere voordelen heeft dan het huidige gedrag. communicatie kan ook een rol spelen bij uitvoerbaarheid en handhaving van wet- en regelgeving.
  • zeven stappen voor een succesvolle campagne:
    1. formatief onderzoek uitvoeren
    2. theorie gebruiken
    3. doelgroep segmenteren
    4. geschikt boodschapontwerp gebruiken
    5. geschikte kanalen kiezen
    6. proces controleren
    7. goed evaluatieonderzoek doen
  • Goed persuasief document:
    - toespelen op eigenschappen van de lezer
    - inspelen op verwerken van de lezer
    - bevat kenmerken die het proces ondersteunen en in de goede richting sturen
  • Onder automatisch gedrag...

    Ideomotor gedrag/action: alleen het nadenken over een bepaalde handeling vergroot de kans dat de handeling wordt verricht. 

    Priming: activeren van concepten en stereotypen door mensen bloot te stellen aan woorden.
    - subliminaal aanbieden: aanbieden van beelden, maar zo kort dat men niet weet wat ze zien.
  • Beredeneerd gedrag, Fishbein & Yzer (2003)
    - gedrag bestaat uit vaardigheden (om het gedrag uit te voeren), intentie (om gedrag uit te voeren) en stituationele omstandigheden (kunnen barrière vormen).
    - intentie bestaat uit attitude (eigen evaluatie van gedrag), waargenomen norm (wat je denkt dat anderen belangrijk vinden) en eigen effectiviteit (mate waarin je zelf controle hebt over uit voeren van gedrag).

    attitude bepaald door gedragsovertuigingen (waarschijnlijkheid) en evaluaties (wenselijkheid).
    waargenomen norm bepaald door normatieve overtuigingen en motivatie tot conformeren.
    eigeneffectiviteit bepaald door eigeneffectiviteitprincipe.

    cultuur, persoonlijkheid en demografische factoren zijn indirecte factoren.
  • PERSUASIEVE documenten
    zijn gericht op het overtuigen van mensen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

SPLIT-RUN-SESSIE
= respondenten krijgen niet 1 tekst voorgelegd, maar 2 of meer versies van hetzelfde tekstonderdeel
Deze versies worden vergeleken en voorkeur wordt aangegeven

Het doel van deze pretest is KWANTITATIEF -> doet een van deze versies het beter bij de doelgroep dan de ander?
Nadeel -> normaal leesgedrag wordt verstoord

STATISTISCHE toetsing = hierbij noodzakelijk

20 respondenten 
PORTFOLIO-METHODE
= informatie krijgen over mate waarin tekst AANDACHT van lezers trekt

1. Boodschap wordt aangeboden samen met andere teksten (CONCURRERENDE boodschappen) die over hetzelfde onderwerp gaan
2. Twee MOGELIJKHEDEN -> 
- Na afleidende conversatie vragen gesteld over de teksten -> wat kan respondent zich nog herinneren?
- Respondent moet teksten op VOLGORDE van VOORKEUR leggen

20 respondenten 
PLUS-en-MIN-METHODE
= opsporen van PROBLEMEN ->
begrijpelijkheid van tekst (wat betekent dat woord?), aantrekkelijkheid (wat een betuttelende toon!) en met de mate waarin men beweringen accepteert (dat zeggen ze nu wel, maar daar geloof ik niks van)

1. Van te voren wordt tekst verdeeld in CONTENT UNITS
2. Respondent wordt gevraagd via PLUSSEN en MINNEN bevindingen te markeren in de marges van de tekst (rol als 'HELPER')
3. In individueel INTERVIEW achteraf wordt de tekst per content unit besproken
4. Op basis van resultaten wordt tekst GEREVISEERD

15-20 respondenten
PORTFOLIO en SPLIT-RUN-sessie zijn meer geschikt voor
het detecteren van PROBLEMEN in de AANDACHTS-FASE en voor het KIEZEN tussen verschillende TEKSTFRAGMENTEN
PRETESTEN van de CONCEPT-BOODSCHAP
Meest gebruikt = PLUS-en-MIN-METHODE ->

opsporen van problemen met BEGRIJPELIJKHEID, AANTREKKELIJKHEID en mate van ACCEPTATIE van de tekst 
EVALUATIE van BESTAANDE boodschappen 
1. Wat is het DOEL van de boodschap -> welk gedrag beinvloeden?

2. Wat is het AANGRIJPINGSPUNT van de boodschap -> richt boodschap zich op veranderen van attitude, waargenomen norm of eigeneffectiviteit?

3. Van welke VERWERKINGSSTRATEGIE gaat men uit? -> zal doelgroep de boodschap systematisch, heuristisch of experientieel verwerken?

4. Hoe SLUIT de boodschap AAN bij de verwerkingsstrategie? -> Welke standpunten worden ingenomen + bestaat de kans dat die in het verwerpingsgebied van de doelgroep vallen?
ONTWERP van de boodschap
KEUZE van het STANDPUNT -> welk standpunt valt in het non-commitment gebied van de doelgroep?

KEUZE van de INHOUD ->
1. Wat is de belangrijkste determinant van het te beinvloeden GEDRAG = TYPE informatie 
2. Wat is je inschatting van de zorgvuldigheid waarmee de doelgroep jouw boodschap zal verwerken? = hoe kritischer de doelgroep, hoe sterker je argumenten moeten zijn om te overtuigen

KEUZE van de VORM -> structuur, stijl en visuele elementen (besteedt doelgroep aandacht aan boodschap of negeert deze?)
DOEL- en KNELPUNTEN-analyse
DOELANALYSE -> identificeren van het DOEL van de tekst 

KNELPUNTEN-ANALYSE -> doelgroep moet AANDACHT besteden aan de boodschap (= eerste voorwaarde) 
Informatie over BETROKKENHEID bij onderwerp is belangrijk 

CONSEQUENTIE-betrokkenheid-> aandacht + zorgvuldige verwerking van boodschap

Ook PERCEPTIE van belang -> doelgroep moet voldoende gemotiveerd zijn + over voldoende kennis beschikken (GELOOFWAARDIGHEIDS-vuistregel)
BOODSCHAP-strategie en TACTIEK
Resultaten vooronderzoek -> op beredeneerde wijze ontwikkelen van boodschapstrategie- en tactiek
Kenmerken van de BRON
Laatste punt in analyse van de DOELGROEP -> BEELD dat deze heeft van de INFORMATIEBRON,
met name de GELOOFWAARDIGHEID

VUISTREGEL -> Neem een standpunt in dat door een GELOOFWAARDIGE bron wordt verkondigd