Summary Pandrecht

-
ISBN-10 9026821921 ISBN-13 9789026821929
166 Flashcards & Notes
29 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Pandrecht". The author(s) of the book is/are F Molenaar. The ISBN of the book is 9789026821929 or 9026821921. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Pandrecht

  • 3.1 36-37: Vuistpandrecht en vuistloos pandrecht

  • Wat is vuistpandrecht?
    Vuistpandrecht is pandrecht waarbij de zaak in de macht van de pandhouder of een derde wordt gebracht, artikel 3:236 lid 1 BW. Dit is de basisvorm voor het vestigen van pandrecht, dat kan je zien aan het woordje 'ook' in artikel 3:237 lid 1 BW.
  • Kan er ook sprake zijn van een vuistpand wanneer een derde de zaak voor de pandhouder houdt?
    Ook wanneer een derde de zaak voor de pandhouder houdt kan er sprake zijn van vuistpandrecht, dit is het geval wanneer dit een derde is 'omtrent wie partijen zijn overeengekomen', artikel 2:236 lid 1 BW.
    Ook is van belang dat de derde de zaak voor de pandhouder houdt, zodat de pandhouder (door middel van de derde) de feitelijke macht uitoefent, artikel 3:107 lid 4 jo lid 3 BW.
  • In welk artikel is het vuistpandrecht neergelegd?
    Artikel 3:236 BW.
  • In welk artikel is het stil pandrecht neergelegd?
    Artikel 3:237 BW.
  • Wat is bezit?
    Bezit is het houden van een goed voor zichzelf, artikel 3:107 BW. De bezitter heeft meestal de feitelijke macht over een goed en hij gedraagt zich alsof hij de eigenaar van dat goed is.
  • Wat is het verschil tussen bezit en houderschap?
    Bij bezit houdt men het goed voor zichzelf (artikel 3:107 lid 1 BW) bij houderschap houdt men het goed voor een ander, artikel 3:107 lid 4 en 3:108 BW).
  • In welk artikel is het houderschap te vinden?
    Artikel 3:107 lid 4 en 3:108 BW.
  • Wat is houderschap?
    Bij houderschap heeft iemand de feitelijke beschikking over een goed, maar hij weet dat hij niet de bezitter of eigenaar is. Een voorbeeld van houderschap is iemand die een boek leent bij de bibliotheek, hij is geen bezitter van het boek maar houder voor de bibliotheek.
  • Wat is het verschil tussen middellijk of onmiddellijk bezit?
    Bij onmiddellijk bezit houdt de bezitter zelf het goed, bij middellijk bezit wordt het goed door een houder namens de bezitter gehouden. In geval van bibliotheek: als het boek in de bieb is dan is zij onmiddellijk bezitter, wanneer een lener het boek leent is de bieb middellijk bezitter.
  • Kan een vuistloos pandrecht in aanloop naar executie worden omgezet in een vuistpandrecht?
    Ja, artikel 3:237 lid 3 BW.
  • Waarom is het voordelig om van tevoren een vuistpandrecht te vestigen?
    Voor het vestigen van vuistpandrecht is geen akte nodig, wanneer er wel een akte wordt opgemaatk dan hoeft deze niet authentiek te zijn of geregistreerd te worden.
  • Wat is een authentieke akte?
    s
  • Welk pandrecht is sterker?
    Vuistpandrecht is sterker dan een vuistloos pandrecht. Een pandhouder kan namelijk pas worden beschermd tegen de beschikkingsonbevoegdheid van de pandgever als hij een vuistpandrecht heeft, artikel 3:238 lid 1 BW.
    Wanneer er derden zijn die ook een pandrecht hebben of een ander beperkt recht op de zaak verkrijgen of de zaak in eigendom verkrijgen, dan worden zij niet beschermd tegen een vuistpandrecht, ook niet wanneer zij te goeder trouw zijn, artikel (3:98 jo.) 3:86 jo. 3:90 lid 2 BW en artikel 3:238 lid 2 BW.
  • Wat bepaalt artikel 3:238 BW?
    Lid 1
    Gaat over de onbevoegdheid van de pandgever. Ondanks de onbevoegdheid van de pandgever is vestiging van een pandrecht (op een roerende zaak, een recht aan toonder of order of op het vruchtgebruik van een zodanige zaak of recht) geldig indien de pandhouder op het tijdstip dat de zaak in zijn macht of van een derde wordt gebracht te goeder trouw is. Dit gaat dus om vestiging van een vuistpandrecht, wanneer er sprake is van een vuistpandrecht en de pandhouder is op het moment dat het goed in zijn macht (of dat van een aangewezen derde) wordt gebracht te goeder trouw dan is de vestiging van het vuistpandrecht gewoon geldig. Wanneer er op het verpande goed een beperkt recht rust dat de pandhouder op het moment dat het goed in zijn macht (of dat van een aangewezen derde) werd gebracht niet kent en ook niet behoorde te kennen, dan gaat het pandrecht in rang boven dat beperkte recht. Ook dit is enkel het geval wanneer er sprake is van een gevestigd vuistpandrecht!

    Lid 2
    Wanneer er op het verpande goed een beperkt recht rust dat de pandhouder op het moment dat het goed in zijn macht (of dat van een aangewezen derde) werd gebracht niet kent en ook niet behoorde te kennen, dan gaat het pandrecht in rang boven dat beperkte recht. Ook dit is enkel het geval wanneer er sprake is van een gevestigd vuistpandrecht!
  • Waarom wordt er toch vaak een vuistloos pandrecht gevestigd, ondanks dat een vuistpandrecht betere waarborgen biedt?
    Er wordt vaak een vuistloos pandrecht gevestigd omdat de pandgever de zaken nodig heet en de pandhouder niet met de zaken opgescheept wil zitten.
  • Wat is er voor de vestiging van een vuistpandrecht vereist?
    1. Een geldige titel; 2. beschikkingsbevoegdheid van de pandgever; en 3. de zaak moet in de 'macht' van de pandhouder of een derde worden gebracht. Wanneer het gaat om rechten aan order of vruchtgebruik van rechten aan order dan is ook endossement vereist.
  • Wordt de vuistpandhouder bezitter van de zaak of houder?
    de vuistpandhouder wordt houder van de zaak. 
  • Wat is recht aan order?
    Recht aan order is een aanduiding op een waardepapier dat, in plaats van de op dat waardepapier genoemde schuldeiser, er ook aan een ander kan worden uitbetaald mits die 'ander' is aangewezen door endossement.
  • Wat is een endossement?
    Een endossement is een met de hand geschreven verklaring op de achterzijde van een wissel (dit is een geschrift waarin de ondertekenaar (de trekker) aan de geadresseerde (betrokkene) de opdracht geeft tot betaling van een bepaalde geldsom aan een aangewezen persoon (de nemer)) als vereiste voor de levering van die wissel.
  • Wat is 'een wissel'?
    'Een wissel' is een geschrift waarin de ondertekenaar (de trekker) aan de geadresseerde (betrokkene) de opdracht geeft tot betaling van een bepaalde geldsom aan een aangewezen persoon (de nemer).
  • Wanneer een recht aan order of het vruchtgebruik van een recht aan order wordt verpand, dan moet op de achterzijde van het eigendomsbewijs van die schuldverklaring een aantekening worden gemaakt van de verpanding.
  • Wanneer is sprake van vuistpand via een derde?
    Als de zaak in de macht van een derde is dan is er sprake van vuistpand wanneer die derde de zaak (onmiddellijk) houdt voor de pandhouder en de pandhouder de zaak (middellijk) houdt voor de pandgever, zie artikel 3:107 lid 4 BW. De pandhouder en pandgever moeten dit dan wel samen zijn overeengekomen en dit aan de derde is medegedeeld, artikel 3:236 lid 1 tweede zin BW. Zie artikel 3:115 aanhef en onder b en c BW.
  • Wanneer de pandhouder of de derde de zaak onder zich heeft als gevolg van het vuistpandrecht, dan moet hij als een goed (pand)houder voor de zaak zorg dragen, artikel 3:243 BW.
  • Wat als een pandhouder of derde kosten maakt?
    Wanneer de pandhouder of derde kosten maakt tot behoud en onderhoud dan moeten die kosten door de pandgever worden terugbetaald, artikel 3:243 lid 2 BW. Wanneer die kosten ten tijde van de executie nog niet zijn voldaan dan mag de pandhouder de gemaakte kosten verhalen op de executieopbrengst.  Voor andere kosten die zijn gemaakt geldt hetzelfde, mits die zijn gemaakt met toestemming van de pandgever, artikel 3:243 lid 2 BW.
  • Hoe worden pandrechten op roerende zaken meestal gevestigd?
    Pandrechten op roerende zaken worden meestal vuistloos gevestigd, de pandgever kan de zaken dan namelijk onder zich ouden en blijven gebruiken, artikel 3:237 BW.
  • Wat is voor de vestiging van een vuistloos pandrecht vereist?
    Voor de vestiging van een vuistloos pandrecht op roerende zaken is vereist:
    1. Een geldige titel
    2. Beschikkingsbevoegdheid van de pandgever; en
    3. Het opmaken van een authentieke of onderhandse akte, en wanneer er sprake is van een onderhandse akte dan moet die akte worden geregistreerd, artikel 3:237 luid 1 BW.
  • Wat is het gevolg als de beschikkingsbevoegdheid ontbreekt in geval van een vuistloos pandrecht?
    Als de beschikkingsbevoegdheid ontbreekt bij vuistloos pandrecht, dan komt het pandrecht niet tot stand.
  • Is vuistloos pand op ordervorderingen mogelijk?
    Vuistloos pand op ordervorderingen is niet mogelijk, artikel 3:237 lid 1 BW. Als er op het orderpapier wordt aangetekend dat het recht is verpand, dan moet het orderpapier in de macht van de pandhouder of van een derde worden gebracht, artikel 3:236 lid 1 BW.
    Er komt geen pandrecht tot stand wanneer er wel een endossement plaatsvindt, maar het orderpapier in de macht van de pandgever blijft omdat niet aan de beide constitutieve vereisten voor vestiging van een 
  • Is de pandgever in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf bevoegd om de vuistloos verpande zaken te vervreemden?
    De pandgever is vaak uitdrukkelijk (opgenomen in akte) of stilzwijgend (mondeling overeengekomen) bevoegd om de vuistloos verpande zaken vrij van het pandrecht te vervreemden. Gedachte hierachter is dat de pandgever met de levering van de zaken geld kan verdienen waarmee hij de gesecureerde vorderingen kan afbetalen. Wanneer is overeengekomen dat de pandgever alleen in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf bevoegd is de zaken vrij van pandrecht te vervreemden, en hij vervreemd de zaak terwijl de zaak niet in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf vervreemd, dan is hij onbevoegd tot onbezwaarde vervreemding. De verkrijger kan desondanks onder omstandigheden toch het goed onbezwaard verkrijgen o.g.v. dierenbescherming.
  • Wanneer vervalt het pandrecht wanneer de pandgever de verpande zaak bevoegd onbezwaard vervreemd?
    Één seconde vóór de overdracht, vervalt het pandrecht. De pandgever wordt dan onbezwaard eigenaar en beschikt de pandgever ten tijde van de overdracht volledig over zijn eigen recht en is hij dus bevoegd om onbezwaard het verpande goed te leveren.
  • Is de curator bevoegd de verpande goederen o.g.v. de afgesproken vervreemdingsbevoegdheidsclausule onbezwaard te vervreemden?
    Nee, de curator van de failliete pandgever zal hier doorgaans niet toe bevoegd zijn, omdat vervreemding door de curator normaal gesproken niet zal kunnen worden aangemerkt als vervreemding in de normale uitoefening van het beroep of bedrijf van de pandgever, zoals door de partijen in de overeenkomst is bedoeld. Dit antwoord luidt niet anders wanneer de onderneming van de pandgever door de curator 'going concern' wordt overgedragen..
  • Waarom is de curator niet bevoegd de verpande goederen o.g.v. de afgesproken vervreemdingsbevoegdheidsclausule onbezwaard te vervreemden?
    Omdat de vervreemding van de verpande zaken door de curator niet geschiedt in de normale uitoefening van beroep of bedrijf zoals de partijen in de overeenkomst zijn overeengekomen.
  • Kan de pandhouder een geldig pandrecht verkrijgen wanneer de pandgever geen eigenaar is?
    Ja, de pandhouder kan onder omstandigheden een geldig pandrecht verkrijgen terwijl de pandgever geen eigenaar is. Hiervoor gelden wel extra vereisten.
  • Welke extra vereisten gelden er wanneer de pandhouder een geldig pandrecht wil verkrijgen terwijl de pandgever geen eigenaar is?
    Wil de pandhouder een geldig pandrecht verkrijgen op een zaak waarvan de pandgever geen eigenaar is dan gelden de volgende vereisten:
    1. Er moet sprake zijn van een geldige vestigingshandeling, artikel 3:98 BW;
    2. Er moet sprake zijn van een geldige titel, artikel 3:84 lid 1 BW
    3. De panhouder moet te goeder trouw zijn op het moment dat hij een vuistpand heeft verkregen, artikel 3:238 lid 1 BW. 
  • Wat als het recht van reclame wordt in geroepen op de zaak die de pandgever heeft verpand aan de pandhouder?
    De pandgever verliest dan zijn beschikkingsbevoegdheid na verpanding. Dit heeft geen terugwerkende kracht, maar hieruit ontstaat wel het goederenrechtelijk effect dat het recht van de koper (de pandgever) of zijn rechtsverkrijger (de pandhouder) eindigt, artikel 7:39 lid 1 BW. De pandhouder wordt echter beschermd wanneer de pandhouder op het moment dat hij de zaak onder zich kreeg niet hoefde te verwachten dat er een recht van reclame zou worden uitgeoefend, artikel 7:42 lid 2 jo. lid 1 BW.
  • Waar is het recht van reclame te vinden?
    Artikel 7:39 e.v. BW.
  • Is de eigenaar van een gestolen zaak die is verpand, bevoegd de zaak van de pandhouder op te eisen?
    Zie hiervoor artikel 3:238 lid 3 jo. 3:86 lid 3 BW. De bestolen eigenaar kan de zaken gedurende drie jaar na de diefstal revindiceren, ook als de pandhouder aan de vereisten van artikel 3:238 lid 1 voldoet. 
  • Waar gaat artikel 3:86 BW over?
    Over de beschikkingsonbevoegdheid van de vervreemder.
  • Wanneer kan de eigenaar van een roerende zaak die zijn bezit van de zaak door diefstal is verloren, de zaak niet terugvorderen?
    Artikel 3:86 lid 3 BW bepaalt wanneer een eigenaar van een zaak die het bezit van die zaak door diefstal heeft verloren zijn zaak niet kan revindiceren indien:

    Sub a
    De zaak door (1een natuurlijk persoon is verkregen. Deze natuurlijke persoon (2niet handelde in uitoefening van een beroep of bedrijf. De zaak moet zijn verkregen van (3) een vervreemder die van het verhandelen aan het publiek van soortgelijke zaken zijn bedrijf maakt in (4) een daartoe bestemde bedrijfsruimte, (5) de vervreemder handelde in de normale uitoefening van zijn bedrijf. (6) De zaak mag niet zijn verkregen van een veilinghouder.

    Sub b
    De eigenaar kan de zaak niet revindiceren wanneer de zaak geld dan wel toonder- of orderpapieren betreft.
  • Welk artikel gaat over verpande goederen die zijn verkregen door diefstal?
    Artikel 3:238 lid 3 BW.
  • Kan een pandhouder worden beschermd tegen oudere beperkte rechten en beslagen?
    Ja, de pandhouder kan worden beschermd tegen oudere blerkte rechten en beslagen, zie artikel 3:238 lid 2 BW jo. 453a lid 2 Rv.
  • In welke artikelen is neergelegd dat een pandhouder kan worden beschermd tegen oudere beperkte rechten en beslagen?
    Artikel 3:238 lid 2 BW jo. 453a lid 2 Rv.
  • In welk artikel staat dat de pandhouder wordt beschermd tegen een ouder gelegd beslag?
    Artikel 453a lid 2 Rv. De pandhouder moet dan wel een vuistpand hebben en te goeder trouw zijn geweest toen hij de zaak in zijn handen is gekomen.
  • Wat is er vereist wil de pandhouder worden beschermd tegen een ouder gevestigd beperkt recht of beslag?
    Dat de pandhouder een vuistpand heeft en hij op het moment dat hij de zaak in zijn hand kreeg het oudere beperkte recht of het beslag kende noch behoorde te kennen. Gevolg is dat een ouder vuistpandhouder niet hoeft te vrezen voor rangwisseling met een jonger pandrecht, de jongere pandhouder kan dan namelijk geen vuistpandhouder zijn.
  • Leidt de bescherming van de pandhouder tegen een ouder gevestigd beperkt recht of beslag tot het tenietgaan van dat oudere beperkte recht of beslag?
    Nee, de bescherming van de pandhouder tegen een ouder gevestigd beperkt recht of beslag leidt niet tot het tenietgaan van dat oudere beperkte recht of beslag, er vindt een rangwisseling plaats (artikel 3:238 lid 2 BW jo. 453a lid 2 Rv).
  • Wordt een beslaglegger beschermd tegen te goeder trouw gelegde oudere pandrechten?
    Nee, een pandrecht (ook een vuistloos pandrecht!) kan niet in rang wisselen met een later gelegd beslag. Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voorziet namelijk niet in bescherming van de beslaglegger te goeder trouw tegen oudere pandrechten, artikel 453a lid 1 Rv á contrario toepassen (omgekeerd formuleren).
    Wanneer de pandhouder zich meldt nadat de zaak is geëxecuteerd maar de opbrengst nog niet is verdeeld dan heeft de pandhouder voorrang boven de beslaglegger. Hierbij maakt het niet uit of de beslaglegger ten tijde van de beslaglegging en/of executie te goeder trouw is geweest.
    Als de opbrengst eenmaal is verdeeld dan is de pandhouder te laat.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

In welk artikel is te dat een te verpanden vordering overdraagbaar moet zijn?
Artikel 3:228 BW. Een vordering zal in de meeste gevallen een vordering tot betaling van een geldsom betreffen.
Kunnen alle vorderingen worden verpand?
De hoofdregel is dat alle vorderingen kunnen worden verpand wanneer zij recht geven op een voor uitwinning vatbare prestatie.
Over welke soort vorderingen gaat dit hoofdstuk?
Dit hoofdstuk gaat om vorderingen op naam, hieronder vallen niet de vorderingen aan toonder of order. Hetgeen hier wordt behandeld geldt ook voor het pandrecht op een recht van vruchtgebruik op een vordering, artikel 3:239 lid 1 BW.
Wanneer kan sprake zijn van executie wanneer de pandgever een zaak verkoopt?
Wanneer de pandgever (tegen de wil van de pandhouder in) onderhandse verkoop verzoekt aan de voorzieningenrechter o.g.v. artikel 3:251 lid 1 BW. Wanneer er sprake is van een afspraak tussen de pandgever en de pandhouder dat de pandgever de zaak verkoopt is er sprake van een vorm van oneigenlijke lossing buiten faillissement en niet van executie.
Werpt het arrest ING/Hielkema q.q. een ander licht op de problematiek van de schijnexecutie?
De HR overweegt dat er sprake is van parate executie wanneer de pandhouder 'als de pandhouder en pandgever van de hun in de wet verleende vrijheid gebruik hebben gemaakt en zijn overeengekomen dat deze onderhandse verkoop idool de pandgever zal geschieden. Ook in dat geval geschiedt de verkoop van het verpande immers ten behoeve van de pandhouder en kan deze zich als separatist verhalen op de opbrengst daarvan' zie r.o. 3.4.

Er is pas sprake van executie wanneer wordt verkocht door de pandhouder of de curator, niet wanneer wordt verkocht door de pandgever. 
Welk arrest ging nog meer over schijnexecutie?
Arrest ING/Hielkema q.q.
Hoe moet je een niet-executoriale uitwinning construeren?
Gelet op het bovenstaande verdient het de voorkeur de niet-executoriale uitwinning te construeren door middel van (1) een stille verpanding van de koopprijsvordering of (2) rechtstreekse betaling op een eigen rekening ten name van de bank.

In geval van een stille verpanding hoeft de koper er geen weet van de hebben dat de vordering is verpand en de verkoop dus eigenlijk een door de bank geregisseerde schijnexecutie is. 
Wat zijn cumulatieve vereisten?
Aan alle vereisten moet worden voldaan.
Kan een bijschrijving op de rekening van de pandgever onder omstandigheden worden aangemerkt als rechtstreekse betaling aan de bank?
Het uitgangspunt is dat wanneer er wordt betaald op de rekening van de rekenhouder bij een bank, er gewoon sprake is van een betaling aan de rekeninghouder zelf, artikel 6:114 lid 1 BW.

Verrekening bij betaling op de rekening van de rekeninghouder is mogelijk. Dit is bepaald in arrest ING/Gunning q.q. Wil de betaling op de rekening van de rekeninghouder kunnen worden aangemerkt als een betaling aan de bank, dan moet er worden voldaan aan 3 cumulatieve vereisten (aan alle voorwaarden moet worden voldaan):

1. Er moet tussen tussen de bank en de rekeninghouder een overeenkomst of een partijbedoeling bestaan waarin is bepaald dat de betaling direct aan de bank wordt betaald.

2. De rekeninghouder of de bank (met toestemming van de rekeninghouder) moet aan de koper de opdracht geven om het geld direct aan de bank te betaling.

3. De koper moet 'daadwerkelijk' betalen aan de bank, arrest ING/Gunning q.q. Vereist is dat de koper de bedoeling heeft om rechtstreeks aan de bank te betalen en dat die bedoeling ook kenbaar is, bijvoorbeeld aan de omschrijving die de koper bij de betaling heeft gevoegd.
Wanneer is er sprake van een rechtstreeks betaling aan de bank?
Wanneer de koopprijs wordt bijgeschreven op eigen rekening en ten name van de bank.