Summary PE Plus Adviseur Inkomen

-
321 Flashcards & Notes
5 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - PE Plus Adviseur Inkomen

  • 1 Inleiding advisering over inkomensverzekeringen

  • Wie betaalt de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet aan de Belastingdienst?
    • De werknemer
    • De werkgever
    • Zowel de werknemer als de werkgever
    De werkgever

    Sinds de invoering van de Wet uniformering loonbegrip op 1 januari 2013 betaalt de werkgever de bijdrage volledig aan de Belastingdienst. De werknemer ziet deze bijdrage dan ook niet meer terug op het loonstrookje.

  • Volgens de arbeidsdeskundige is Daisy 85% arbeidsongeschikt als gevolg van een ongeluk. De keuringsarts stelt vast dat er kans op herstel is binnen 5 jaar. Ze voldoet aan de weken- en jareneis.

    Voor welke uitkering komt Daisy in principe in aanmerking?
    • A Een IVA-uitkering
    • B Een WGA-loonaanvullingsuitkering
    • C Een WGA-loongerelateerde uitkering
    C Een WGA-loongerelateerde uitkering

    Omdat Daisy volledig, maar niet duurzaam, arbeidsongeschikt is, komt ze niet in aanmerking voor een IVA-uitkering. Ze komt terecht in de WGA. Gezien de referte-eisen begint ze met de WGA-loongerelateerde uitkering voor een duur van maximaal 38 maanden.

  • Bij de WIA wordt uitgegaan van gangbare arbeid als arbeidsongeschiktheidscriterium.

    Van welke criterium gaat de Wajong uit?
    • A Ook gangbare arbeid
    • B Passende arbeid
    • C Beroepsarbeid
    A Ook gangbare arbeid

    Om in aanmerking te komen voor een Wajong-uitkering moet de jonggehandicapte binnen de doelgroep passen en minimaal 25% arbeidsongeschikt zijn op basis van gangbare arbeid. Dus vooropleiding en functie zijn niet relevant.

  • Mo heeft de afgelopen 5 jaar gewerkt bij een accountantskantoor. Vanwege een reorgansatie moet hij het veld ruimen. Hij wordt ontslagen. Mo vraagt een uitkering aan bij het UWV.

    Hoe wordt de duur van zijn WW-uitkering bepaald?
    • A Ieder gewerkt jaar geeft recht op 1 maand uitkering, waarbij er over minimaal 52 dagen in een jaar SV-loon moet worden ontvangen.
    • B Ieder gewerkt jaar geeft recht op 1 maand uitkering, waarbij er over minimaal 26 weken in een jaar SV-loon moet worden ontvangen.
    • C Ieder gewerkt jaar geeft recht op 1 maand uitkering, waarbij er over minimaal 208 uren in een jaar SV-loon moet worden ontvangen.
    • C Ieder gewerkt jaar geeft recht op 1 maand uitkering, waarbij er over minimaal 208 uren in een jaar SV-loon moet worden ontvangen.

    Antwoord A gold tot 1 januari 2013. Sindsdien is de beoordeling van het arbeidsverleden aangepast. De 26-wekeneis zegt iets over het recht op de kortdurende WW-uitkering.

  • Wanneer komt iemand in aanmerking voor een overbruggingsuitkering AOW?
    • A Als de AOW-gerechtigde een jongere (nog niet AOW-gerechtigde) partner heeft met een laag of nulinkomen.
    • B Als iemand met een AOW-gat te maken krijgt als gevolg van het verhogen van de AOW-leeftijd.
    • C Als iemand besluit eerder te stoppen met werken en in het verleden heeft gespaard voor een aanvullende inkomensvoorzienig tot aan de AOW-leeftijd.
    • B Als iemand met een AOW-gat te maken krijgt als gevolg van het verhogen van de AOW-leeftijd.

    Door het verhogen van de AOW-leeftijd kan het voorkomen, dat er gaten ontstaan tussen het eindigen van een AOV-uitkering en het starten van de AOW, omdat wellicht voor de AOV ooit is gekozen voor een eindleeftijd van 65. Als in die tussenliggende periode het inkomen van de benadeelde onder de 200% van het bruto minimum loon komt te liggen (of 300% bij partners), en het vermogen niet boven de box 3-vrijstelling uitkomt, dan komt men in aanmerking voor een overbruggingsuitkering.
  • Het bedrijf G. in 't Veld BV, specialist in afbouw, heeft 20 personeelsleden in dienst. Door de crisis komt dit bedrijf in de financiële problemen en de directeur besluit de salarissen 1 maand niet te betalen en daardoor worden ook de premies volksverzekeringen niet betaald. Wat betekent dit voor de werknemers?
    De werkgever blijft gehouden om de premies af te dragen aan de Belastingdienst. De werknemers blijven van rechtswege verzekerd en de Belastingdienst zal de werkgever aanspreken op diens zorgplicht.
  • De heer In 't Veld junior is als werknemer in dienst bij G. in 't Veld BV. Hij is magazijnchef. Zijn salaris bedraagt € 23.000,- per jaar en er vindt premieafdracht plaats. Hij is echter de zoon van de directeur. Is hij verzekerd voor de sociale verzekeringen en zo ja, voor welke en zo nee, waarom niet?
    Hij is werknemer en daardoor is hij verzekerd conform de ZW, WW en WIA.
  • Mevrouw Kardijn, werkzaam als administratief medewerkster bij G. in 't Veld BV, heeft een jaarcontract, eindigend op 1 november 2013. Het faillissement van het bedrijf wordt uitgesproken op 27 oktober 2013. Mevrouw Kardijn heeft zich ziek gemeld op 25 oktober 2013. Hoe gaat het nu verder met haar verzuimbegeleiding en haar inkomen?

    • A. Ze vraagt een WW-uitkering aan per 1 november 2013 en wordt derhalve volledig hersteld verklaard.
    • B. Ze vraagt een Ziektewet-uitkering aan per 27 oktober 2013 en het UWV gaat haar ziekteverzuim begeleiden.
    • C. Ze vraagt een WW-uitkering aan per 27 oktober 2013 en het UWV gaat haar ziekteverzuim begeleiden.
    Antwoord B is juist.
    Door het faillissement wordt de werknemer ontslagen. Een werknemer die ziek uit dienst gaat, heeft recht op een Ziektewetuitkering.
  • De heer Franssen gaat een bedrijf starten en neemt daarbij direct 5 werknemers aan. Hij gaat metalen draaideeltjes leveren aan de nabijgelegen scheepswerf. Volgens zijn boekhouder valt het bedrijf van de eer Franssen onder de metaalsector en zijn de bepalingen zoals in die cao vermeld van toepassing. De heer Franssen wil het zijn werknemers zoveel mogelijk naar hun zin maken en besluit om per werknemer een eigen arbeidsovereenkomst, al dan niet met de cao-bepalingen op te maken. Kan dat?
    Nee, de heer Franssen dient de cao aan te houden en alleen als de arbeidsovereenkomst ten gunste van de werknemers afwijkt kan hij deze bepalingen opnemen.
  • Een van de werknemers van de heer Franssen, de heer Vreeling, komt tijden het uitvoeren van zijn werkzaamheden ongelukkig ten val en breekt zijn been. Dat betekent 6 weken gips. De heer Franssen heeft vervangend werk gevonden, namelijk op de administratie. De heer Vreeling stelt echter dat in zijn arbeidsovereenkomst niets is opgenomen over het uitvoeren van vervangende arbeid bij ziekte. De heer Franssen wijst hem op de wettelijke bepaling dat de werknemer er alles aan moet doen om tot re-integratie te komen. De heer Vreeling blijft volhouden dat de arneidsovereenkomst voor de re-integratieplicht gaat. Wie heeft in deze gelijk en wat zijn de gevolgen voor de heer Vreeling, indien hij bij zijn standpunt blijft?
    De wettelijke bepalingen tot re-integratie gaan voor de arbeidsovereenkomst en als de heer Vreeling zo vasthoudend blijft, mag de heer Franssen uiteindelijk ontslag aanvragen bij het UWV in verband met verwijtbaar handelen van de werknemer, namelijk het niet meewerken aan re-integratie.
  • Werkgever Johnson leent een uitzendkracht in van een uitzendbureau. Wie betaalt de WIA-premies van de uitzendkracht?

    • A. Het uitzendbureau en de uitzendkracht
    • B. Het uitzendbureau
    • C. Werkgever Johnson
    Antwoord B is juist.
    De uitzendkracht is in dienst van het uitzendbureau dat als werkgever verantwoordelijk is voor de premieafdracht.
  • Rolf verdient € 40.000,- per jaar. Helaas belandt hij na een ziekteperiode in de WIA. Het UWV stelt vast dat Rolf een restverdiencapaciteit heeft van € 10.000,-. Dankzij een kort omscholingstraject kan Rolf bij een andere werkgever € 12.000,- verdienen. Hoe wordt de WGA-loonaanvullingsuitkering van Rolf vastgesteld?

    • A. 70% x € 40.000 = € 28.000 - € 10.000 = € 18.000
    • B. 70% x (€ 40.000 - € 10.000) = € 21.000
    • C. 70% x (€ 40.000 - € 12.000) = € 19.600
    Antwoord C is juist.
    De WGA-loonaanvulling bedraagt 70% van het verschil tussen het maatmaninkomen en de restverdiencapaciteit. Als de WIA-gerechtigde echter meer verdient dan zijn restverdiencapaciteit dan wordt dat bedrag met het maatmaninkomen verrekend.
  • Waarom is in de WIA de reductiefactor (factor F) ingevoerd?

    • A. Om het loon van mensen die boven het maximum dagloon verdienen gelijk te stellen met mensen die minder verdienen.
    • B. Om het arbeidsongeschiktheidspercentage van mensen die boven het maximum dagloon verdienen aan te passen.
    • C. Om er voor te zorgen dat voor WGA-ers met een inkomen boven het maximum dagloon werken ook lonend is.
    Antwoord C is juist.
    Omdat de WIA-uitkering is gemaximeerd op het maximumloon voor de sociale verzekeringen, kan het voor werknemers met een hoger maatmanloon in bepaalde gevallen niet of weinig lonend zijn om te re-integreren. De reductiefactor zorg ervoor dat het te verrekenen nieuwe inkomen wordt verlaagd zodat de WIA-uitkering hoger blijft.
  • Eef heeft een inkomen van € 10.000. Zij raakt voor 60% arbeidsongeschikt. Hoe wordt haar WGA-vervolguitkering vastgesteld?

    • A. Het minimumloon x 42%
    • B. Het minimumloon x 70%
    • C. Het maatmanloon x 42%
    Antwoord C is juist.
    De vervolguitkering wordt op basis van het minimumloon vastgesteld. Indien het maatmaninkomen lager is dan het minimumloon dan wordt met het maatmaninkomen gerekend.
  • Hoe wordt het arbeidsongeschiktheidspercentage in de WIA vastgesteld?

    • A. Door het oude loon en het nog mogelijke loon met elkaar te vergelijken.
    • B. Door de mate van invaliditeit vast te stellen.
    • C. Door te meten hoeveel uur de werknemer nog inzetbaar is.
    Antwoord A is juist.
    Het UWV beoordeelt wat de verzekerde nog kan verdienen ondanks de arbeidsongeschiktheid. Dit inkomen wordt vergeleken met het inkomen van voor de arbeidsongeschiktheid. Het verschil bepaalt de mate van arbeidsongeschiktheid.
  • In welke situatie wordt een Wajong-uitkering beëindigd?

    • A. De uitkeringsgerechtigde wordt ouder dan 27 jaar.
    • B. De arbeidsongeschiktheid daalt onder de 35%.
    • C. De uitkeringsgerechtigde bereikt de AOW-gerechtigde leeftijd.
    Antwoord C is juist.
    De Wajong is niet meer toegankelijk na de 27-jarige leeftijd. De uitkering loopt nog wel door zolang de uitkeringsgerechtigde minimaal 25% arbeidsongeschikt is.
  • Werkneemster Sophie is betrokken bij een zwaar verkeersongeval. Vrij snel wordt duidelijk dat zij nu of in de toekomst niet meer zal kunnen werken. Wanneer komt zij voor een WIA-uitkering in aanmerking en welke uitkering zal dit zijn?
    Normaal gesproken komt een werknemer na 104 weken van arbeidsongeschiktheid in de WIA terecht. Tijdens die periode kunnen de vereiste re-integratie-inspanningen worden ondernomen. In dit geval is het al veel eerder duidelijk dat re-integratie niet tot resultaat zal leiden. Er kan daarom gebruik worden gemaakt van de verkorte wachttijd. Na 13 weken kan Sophie in aanmerking komen voor een uitkering. De uitkering die verstrekt wordt, is de IVA-uitkering, omdat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. IVA staat voor Inkomensverzekering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten.
  • Leg uit waarom er na invoering van de WIA een daling is opgetreden in de uitkeringslast van arbeidsongeschikte werknemers ten opzichte van het 'WAO-tijdperk'.
    De WIA kent allereerst een langere eigenrisicoperiode dan die van de WAO voor 2006. Daarnaast is de uitkeringsstructuur van de WIA activerend. Inkomen wordt niet gekort op de uitkering, maar verrekend. Re-integratie wordt zo beloond en tegelijkertijd wordt de uitkeringslast verlaagd. Als er onvoldoende wordt gere-integreerd dan vervalt de koppeling tussen oud inkomen en de uitkering. Als laatste is de ondergrens voor een uitkering met twee klassen opgerekt van 15% naar minimaal 35% arbeidsongeschiktheid.
  • Vera pakt na een langdurige pauze in haar carrière in verband met de opvoeding van haar kinderen, haar loopbaan weer op. Helaas krijgt ze na een proeftijd van twee maanden geen dienstverband aangeboden. Heeft zij recht op een WW-uitkering?

    • A. Nee, zij heeft daarvoor te kort gewerkt.
    • B. Ja, haar WW-uitkering bedraagt 2 maanden.
    • C. Ja, haar WW-uitkering bedraagt de minimale termijn van 3 maanden.
    Antwoord A is juist.
    Om recht te hebben op een werkloosheidsuitkering moet voldaan zijn aan de wekeneis. Dit houdt in dat in de 36 weken voor de werkloosheid 26 weken gewerkt moet zijn. Hier voldoet Vera niet aan.
  • Werkgever Herras BV moet vanwege economische omstandigheden afscheid nemen van twee collega's. Deze ex-werknemers krijgen een WW-uitkering. Hebben deze uitkeringen gevolgen voor de WW-premie die Herras betaalt?

    • A. Ja, zijn WW-premie wordt in het tweede jaar volgend op het ontslag verhoogd.
    • B. Nee, de WW wordt gefinancierd uit de algemene middelen.
    • C. Minimaal, omdat hij een WW-premie betaalt die voor de hele sector is vastgesteld.
    Antwoord C is juist.
    WW-instroom wordt niet per werkgever doorbelast. Werkgevers betalen een WW-premie die wordt gebaseerd op alle WW-uitkeringen binnen de sector.
  • Harm, een administrateur van 60 jaar, heeft zijn hele leven gewerkt. Als zijn werkgever failliet gaat, vraagt hij een WW-uitkering aan. Hoe lang zal deze uitkering maximaal worden verstrekt aan Harm?

    • A. Gedurende 38 maanden.
    • B. Tot de AOW-gerechtigde leeftijd.
    • C. Gedurende 42 maanden.
    Antwoord A is juist.
    Voor de uitkeringsduur wordt gekeken naar het arbeidsverleden, waarbij ieder gewerkt jaar staat voor een maand uitkering. De maximale uitkeringsduur bedraagt 38 maanden en aangezien Harms arbeidsverleden langer is, wordt de lengte van zijn uitkering gemaximeerd op 38 maanden.
  • Financieel dienstverlener Hendriks wil bezwaar aantekenen tegen een door AFM opgelegde sanctie. Welke stap moet hij allereerst ondernemen?

    • A. Schriftelijk bezwaar aantekenen bij de AFM.
    • B. Een uitspraak vragen aan de Ombudsman.
    • C. Een klacht indienen bij het College van beroep voor het bedrijfsleven.
    Antwoord A is juist.
    Hendriks moet binnen zes weken bij de AFM bezwaar aantekenen tegen de beslissing. Mocht hij er met de AFM niet uitkomen, dan is een uitspraak van de rechter of een procedure bij het College van beroep voor het bedrijfsleven aan de orde. De Ombudsman is alleen bedoeld voor particulieren.
  • Werkgever Jasper wil een WGA-eigenrisicodragersverzekering afsluiten en heeft over een rechtstreekse aanbieder goede verhalen gehoord. Mag de assurantietussenpersoon deze direct writer meenemen in zijn advies?

    • A. Ja, de tussenpersoon kan ook die verzekeraar adviseren.
    • B. Nee, tussenpersonen kunnen alleen met intermediairmaatschappijen  werken.
    • C. Dat kan alleen als er een provisieregeling met de direct writer wordt afgesproken.
    Antwoord A is juist.
    In zijn advies kan een tussenpersoon ook aanbieders meenemen die rechtstreeks met zijn klant zaken doen. Als er bij een dergelijke aanbieder een polis tot stand komt dan ontvangt de tussenpersoon hiervoor geen provisie.
  • Hans heeft 13 weken volledig ouderschapsverlof opgenomen. Na een paar weken meldt hij zich ziek. Volgt er een vergoeding vanuit de verzuimpolis?

    • A. Nee, het betreft hier onbetaald verlof.
    • B. Ja, bij ziekte eindigt het verlof en start de loondoorbetaling bij ziekte.
    • C. Ja, bij ziekte tijdens het verlof is er recht op 70% loondoorbetaling.
    Antwoord A is juist.
    Tijdens onbetaald verlof heeft de werknemer bij ziekte geen recht op loondoorbetaling. Omdat er geen verplichting is, komt de verzuimverzekering niet tot uitkering. Als de werknemer na afloop van de afgesproken verlofperiode nog steeds ziek is, dan heeft hij recht op loondoorbetaling bij ziekte.
  • Hans gaat een jaar met onbetaald verlof. Hij vraagt zich af wat er geregeld is voor wat betreft de loondoorbetaling bij ziekte en de WIA als hij tijdens het verlof langdurig ziek wordt. Geef hem een zo volledig mogelijk antwoord.
    Tijdens het onbetaald verlof wordt er geen loon of uitkering betaald op het moment dat Hans ziek wordt. Als hij na afloop van de afgesproken verlofperiode nog steeds ziek is, dan heeft hij recht op loondoorbetaling bij ziekte. Als eerste ziektedag geldt de eerste werkdag na afloop van het onbetaald verlof. Op dat moment start dus ook de eigenrisicoperiode voor de WIA. Het dagloon voor de WIA wordt bepaald zonder rekening te houden met onbetaald verlof.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Voor welke hypotheekvormen geldt dat de hypotheekrente aftrekbaar is?
Sinds 1 januari 2013 is uitsluitend de hypotheekrente van nieuwe hypotheken aftrekbaar voor de inkomstenbelasting als deze minimaal annuïtair in maximaal 360 maanden worden ingelost. Dit betekent dat de rente van nieuwe leningen alleen nog aftrekbaar is als er gekozen wordt voor een annuïteitenlening of lineaire lening. Voor leningen die al bestonden voor 1 januari 2013 geldt overgangsrecht. Dit betekent dat de rente over deze leningen wel nog aftrekbaar is voor een maximale periode van 30 jaar ook al wordt er tussentijds niets ingelost
Waarvan is de hoogte van de arbeidskorting vanaf 2014 afhankelijk?
De hoogte de arbeidskorting hangt vanaf 2014 af van de leeftijd en van de hoogte van het arbeidsinkomen van de belastingplichtige.
De arbeidskorting voor de lagere inkomens neemt toe en voor de hogere inkomens neemt deze af. De maximaal te ontvangen arbeidskorting zal de komende jaren nog verder toenemen, maar voor de hogere inkomens zal een sterkere afbouw plaatsvinden.
De arbeidskorting wordt ontvangen door mensen die werken. De arbeidskorting wordt berekend over het arbeidsinkomen, waaronder:
  • Winst uit onderneming;
  • Loon, ziektewetuitkeringen en andere inkomsten uit loondienst waarop de werkgever loonheffing moet inhouden;
  • Fooien, aandelenoptierechten en andere inkomsten waarop de werkgever geen loonheffing hoeft in te houden;
  • Resultaat uit overig werk.
Een heffingskorting is een korting op de te betalen belasting. Voor de inkomstenbelasting gelden er een aantal kortingen.De algemene heffingskorting is daar één van. Hoe wordt de hoogte van deze heffingskorting bepaald?
Tot 2014 was de algemene heffingskorting een vast bedrag voor iedere belastingplichtige. Vanaf 2014 is de algemene heffingskorting inkomensafhankelijk. De afbouw van de heffingskorting is een percentage van het belastbaar inkomen uit werk en woning. De afbouw begint bij de 2e schijf en eindigt bij de 4e schijf. Bij een inkomen tot de 2e schijf en bij een inkomen vanaf de 4e schijf is de algemene heffingskorting een vast bedrag.
In welk uitzonderlijk geval mag een belastingschuld in mindering worden gebracht op de aangifte inkomstenbelasting?
Belastingschulden mogen normaliter niet op het vermogen in mindering worden gebracht als er aangifte inkomstenbelasting wordt gedaan. Een uitzondering hierop is een schuld van te betalen erfbelasting. Deze mag wel als schuld in box 3 worden opgevoerd.
Welke mogelijkheid bestaat er als iemand een woning erft, maar het niet lukt om deze te verkopen?
Als iemand een woning erft, dan kan het zo zijn dat het (nog) niet lukt om deze woning te verkopen, terwijl er wel al erfbelasting betaald moet worden. Er kan dan uitstel van betaling worden aangevraagd aan de belastingdienst. Doorgaans wordt er een vrijstelling voor de duur van 1 jaar verleend. Deze termijn kan na afloop weer verlengd worden.
Hoe wordt de hoogte van de erfbelasting bepaald?
De aangifte erfbelasting moet in beginsel binnen acht maanden na het overlijden worden ingediend. Daarna zal de belastingdienst een aanslag opleggen.
Wanneer moeten de erfgenamen belasting betalen over een erfenis?
Als iemand overlijdt dan gaat de erfenis naar de erfgenamen. Het gaat hierbij om zowel de bezittingen als de schulden. Bezittingen kunnen bestaan uit geld, maar ook uit goederen. De erfgenamen moeten vervolgens erfbelasting betalen over deze erfenis als ze meer ontvangen (bezittingen minus de schulden) dan de vrijstelling die op hun van toepassing is. De vrijstelling is afhankelijk van de relatie die de erfgenaam heeft met de overledene (erflater).
Als er een schade wordt geclaimd op een AOV, dan komen er verschillende personen in beeld, waaronder de technisch en medisch schadebehandelaar.Wat is het verschil tussen deze twee schadebehandelaars?A De technisch schadebehandelaar richt zich op de materiële oorzaak van de arbeidsongeschiktheid, terwijl de medische behandelaar het gezondheidskundige deel voor zijn rekening neemt.B De technisch schadebehandelaar houdt zich met name bezig met de medische techniek van de behandeling, terwijl de medisch behandelaar het geestelijk welzijn van de arbeidsongeschikte persoon bewaakt.C De technisch behandelaar is de vraagbaak voor de arbeidsongeschikte persoon en heeft contact met de diverse deskundigen, terwijl de medisch behandelaar puur op medisch gebied de situatie van de arbeidsongeschikte persoon inventariseert en analyseert.
Antwoord C

De technisch behandelaar is eigenlijk de contactpersoon van de arbeidsongeschikte persoon. Zodra het medische aspect aan de orde komt, zal de medisch behandelaar vragen gaan stellen, om het dossier voor de medisch adviseur voor te bereiden. De medisch adviseur beoordeelt uiteindelijk de gezondheidstoestand.
Als een verzekeringnemer kiest voor een combinatietarief bij een traditionele AOV, hoe uit zich dat dan in de premie?A Gedurende de eerste periode van de verzekering stijgt de premie naarmate de leeftijd van de verzekerde stijgt. Op een gegeven moment wordt de premie vastgezet.B Bij aanvang van de verzekering wordt op basis van de leeftijd van de verzekerde de premie vastgesteld. Deze premie blijft gelijk, zolang de verzekering niet wijzigt.C De premie is afhankelijk van de leeftijd van de verzekerde. De premie stijft naarmate de leeftijd van de verzekerde stijgt.
Antwoord A

Het combinatietarief is een combinatie van het vast tarief (antwoord b) en het variabele tarief (antwoord c). Voordeel hiervan is een relatief lage premie bij aanvang en geen sterke stijging van de premie op latere leeftijd.