Summary Pedagogisch Werk 1

-
423 Flashcards & Notes
4 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Pedagogisch Werk 1

  • 1.1 Reguliere observatie

  • Waarom observeren Medewerkers in kindercentra of in basisonderwijs kinderen regelmatig?
    Dit kan nodig zijn, omdat er aanleiding is zoals gedragsverandering of achterstand in de ontwikkeling.
  • Je kunt ook observeren om gegevens te verzamelen over de ontwikkeling van een kind, zonder dat er een aanleiding is. Hoe heet dat?
    Reguliere observatie
  • Waarom gebruik je de observaties?
    Voor de opbouw van het kindvolgsysteem.
  • Wat is kindvolgsysteem?
    Dit is een informatiesysteem waarin je gegevens vastlegt over de ontwikkeling, mogelijkheden en behoeften van kinderen.
  • 1.1.2 longitudinale observatie en cross-sectional observatie

  • Longitudinale observatie betekent?
    Volg je een kind gedurende een lange periode.
  • Cross-sectional observatie betekent?
    Observeer je meerdere kinderen tegelijk op hetzelfde onderdeel.
  • Wat voor formulier gebruik je dan?
    Observatieformulier
  • Wanneer observeer je bij cross-sectional observatie?
    Tijdens een vrij spel of je bedenkt een opdracht waarbij je het gekozen onderdeel goed kan observeren.
  • 1.2 Observeren van bepaalde ontwikkelingsgebieden

  • Waar kijk je naar bij de observatie van de kinderen?
    -Zelfredzaamheid
    -weerbaarheid
    -taalontwikkeling
    -creativiteit
    -spelgedrag
    -motoriek
  • 1.2.1 Zelfredzaamheid, weerbaarheid en creativiteit

  • Wat betekent zelfredzaamheid?
    Is het vermogen om zelfstandig dagelijkse handelingen uit te voeren.
  • Waar kijk je bij zelfredzaamheid observatie?
    Je kijkt naar wat het kind zelfstandig kan. Bijvoorbeeld: zelf naar de wc gaan.
  • Wat betekent weerbaarheid?
    Is het vermogen van een kind om voor zichzelf op te komen en hoe het zich handhaaft in een groep.
  • 1.2.2 Taalontwikkeling, spelgedrag en motoriek

  • Hoe observeer je de taalontwikkeling?
    Door te kijken naar de woordenschat en zinsbouw van een kind. 
    Je let ook op de uitspraak van bepaalde klanken.
  • Grove motoriek
    Is de ontwikkeling van de grote bewegingen, zoals lopen, kruipen en rollen.
  • Fijne motoriek
    Kleinere bewegingen, zoals knippen met een schaar of veters strikken.
  • 1.3.1 Focus op kinderen

  • Focus op kinderen is?
    Is een obeservatiemethode die informatie geeft over de ontwikkeling en het welbevinden van kinderen.
  • welk leefdtijd kijken we van van de welbevinden?
    Nul tot twaalf jaar
  • Deze methode is bedoelt voor?
    Kindercentra en naschoolse opvang
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is OSIL?
Een observatieschaal die let op de interactiesstijl van de pedagogisch medewerker
Waar staan de 3'v voor?
Volgen, verbinden, verdiepen
Startblokken en basisontwikkeling en speel zijn begeleidingsmethodieken waar of niet waar
Waar
Waar word er bij interactief taalleren van uitgegeaan?
Sociaal leren, betekenisvol leren , strategische leren
Welke  5 speerpunten kent de taallijn?
Mondelinge taal
werken met woordenschat
beginnende geletterdheid
ouderbetrokkenheid
ICT en multimedia
Waar ga je bij een analyse vanuit met het basisschema?
Interactie, aanbieden van acitiveiten, organiseren op de groep.
Bij pedagogisch handelen ga je uit van een sensitieve sensitieve responsieve beroepshouding wat is dit?
Dit wil zeggen je signaleert wat het kind nodig heeft en stemt daar je handelen op af.
Voor wie is het programma ben ik in beeld?
Dat is voor kinderdagverblijven. De nadruk ligt op risicokinderen tussen de 2,5 en 4 jaar
Welke 4 programma's heb je?
Integraal instellingsprogramma
doorgaande leerlijn, 
specifiek instellingsprogramma
totaalprogramma,
Wat is een VVE programma?
Dat is een begeledingsmethodiek waarmee je doelbewust werkt aan het stimuleren van de ontwikkeling bij jonge kinderen, van nul tot zes.