Summary Percent / 1 theorieboek VWO / deel Economie bovenbouw

-
ISBN-10 9042538864 ISBN-13 9789042538863
686 Flashcards & Notes
84 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Percent / 1 theorieboek VWO / deel Economie bovenbouw ". The author(s) of the book is/are H Duijm. The ISBN of the book is 9789042538863 or 9042538864. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Percent / 1 theorieboek VWO / deel Economie bovenbouw

  • 1 Keuzes maken

  • Economie gaat over schaarste. Schaarste is de spanning tussen de menselijke behoeften en de beschikbare middelen om in die behoeften te voorzien. Daardoor moeten mensen dus keuzes maken, waarbij allerlei factoren een rol spelen. Die factoren zijn soms uit te drukken in geld en soms niet.
  • 1.1 Waar gaat economie over?

  • Economie gaat over schaarste. Schaarste is de spanning tussen de behoeften (wat mensen willen) en de middelen om in die behoeften te voorzien. Een goed is schaars als er iets voor gedaan moet worden en er behoefte aan is, bijvoorbeeld brood of een knipbeurt van je haren. Door deze economische schaarste moeten we dagelijks keuzes maken.  Deze keuzes beïnvloeden onze welvaart  (de mate waarin men in zijn/haar behoeften is voorzien).

    Er zijn twee verschillende soorten goederen:
    • Tastbare goederen (goederen die je kunt aanraken)
    • Niet-tastbare goederen (diensten)

    Tastbare en niet-tastbare goederen kunnen  op hun beurt weer worden opgedeeld in:
    • Alternatief aanwendbare goederen, dat zijn goederen die op verschillende manieren kunnen worden gebruikt zoals hout.
    • Vrije goederen; goederen die in voldoende mate voor iedereen, vanzelf, aanwezig zijn zoals lucht, zon en wind.
  • Wat is een kenmerk van menselijke behoeften?
    Vernieuwing. 
    De mensenlijke behoeften richten zich steeds weer op nieuwe producten. Zo zijn vliegvakanties tegenwoordig een behoefte, maar vroeger bestonden deze nog niet.
  • Wat is het verschil tussen economische schaarste en zeldzaamheid?
    Producten die in economische zin schaars zijn hadden ook voor andere doeleinden gebruikt kunnen worden (bijvoorbeeld een akker).  Producten die zeldzaam zijn zijn moeilijk te verkrijgen (zoals een gesigneerde poster van Elvis). 
  • Is tijd alternatief aanwendbaar?
    Ja. 
    Zo Zo had je er bijvoorbeeld voor kunnen kiezen om in plaats van nu te studeren geld te verdienen met een bijbaantje. 
  • Met welke zaken moet men rekening houden als men welvaart meet?
    1. Vernieuwing van behoeften zorgt ervaar dat welvaart niet met dezelfde hoeveelheid toeneemt als de totale productie
    2. Productie kan leiden tot welvaart verlagende neveneffecten 
    3. Welvaart is subjectief en wordt daardoor door iedereen ervaren op zijn of haar eigen wijze. 
  • Wat zijn voorbeelden van vrije goederen?
    Zonlicht, lucht, wind
  • 1.2 Kiezen

  • Je moet voortdurend keuzes maken. Besteed je jouw zakgeld aan nieuwe schoenen of koop je er chocolade van?


    Een budgetlijn  geeft alle mogelijke combinaties weer van hoeveelheden goederen die voor een maximumbedrag (vast budget) kunnen worden gekocht.
    De vergelijking van de budgetlijn: y = p1 . q1  + p2 . q2
    y   = Budget
    p1 = prijs van product 1
    p2= prijs van product 2
    q1= hoeveelheid van product 1
    q2= hoeveelheid van product 2

    Opofferingskosten of alternatieve kosten bestaan uit de waarde van het opgeofferde alternatief (de niet gekozen mogelijkheid). Stel dat Anna 10 euro te besteden heeft aan pizza's (1 euro per stuk) of boeken (5 euro per stuk). De opofferingskosten van 1 boek bestaan dan uit vijf pizza's (5/1 = 5). 

    De niet gekozen mogelijkheid kan ook buiten de budgetlijn liggen (bij een keuze uit meer dan twee mogelijkheden). In de praktijk zul je namelijk moeten kiezen uit meer dan twee mogelijkheden. 
    Stel dat je een avond met vrienden uitgaat en 25 euro uitgeeft aan consumpties in horecagelegenheden. Maar je had die avond ook bij de buren kunnen oppassen (opbrengst van 20 euro). Je loopt dus opbrengsten mis en die worden ook wel opofferingskosten genoemd. 
    De opofferingskosten van buiten de budgetlijn staan gelijk aan de waarde van de niet-gekozen mogelijkheid die het meest opbrengt (de 20 euro).
  • Waarvoor kun je een budgetlijn gebruiken?
    De budgetlijn geeft alle mogelijke combinaties weer van de hoeveelheid goederen die je kunt kopen voor een maximumbedrag (jouw budget).
  • Hoe kan bovenstaande budgetlijn ook wel worden genoteerd?
  • Waarom geldt Δy=0 in de budgetlijn?
    Δ (spreekt ment uit als 'delta') staat voor verandering. Δy=0 betekent dat er geen veranderingen plaatsvinden in het budget. Dit is een van de voorwaarden van de budgetlijn. 
  •  Hoe kan men de totale kosten bereken als men rekening houdt met opofferingskosten?
    Totale kosten = de kosten van de consumptie + de opofferingskosten
  • Stel je voor dat je een vast budget hebt van 45 euro. Jouw twee keuzemogelijkheden voor consumptie zijn het kopen van T-shirts (15 euro per stuk) en het kopen van cd's (5 euro per stuk). Wat zijn de opofferingskosten van de aanschaf van 1 extra T-shirt?
    De opofferingskosten zijn 15/5 = 3 cd's
  • 1.3 De woningmarkt: kiezen tussen huren en kopen

  • Men kan een woonruimte kopen of huren.  Dit keuzeproces wordt bepaald door monetaire- en niet-monetaire factoren.
    • Monetaire factoren zijn kosten die in geld zijn uit te drukken (de huurprijs)
    • Niet-monetaire factoren zijn factoren die niet in geld uitgedrukt kunnen worden, maar wel invloed hebben op het keuze proces. (opzegtermijn van de huur)
  • Wat zijn niet-monetaire factoren?
    Dat zijn factoren die niet in geld uitgedrukt kunnen worden. Een voorbeeld is de flexibiliteit dat het huren van een woning met zich mee brengt. Je kunt namelijk heel snel verhuizen als je wilt. 
  • Wat zijn de voordelen van het huren van een woning?
    • Je kunt rente ontvangen over het geld dat je elke maand bespaart door het huren van een woning i.p.v het kopen van een woning 
    • Ook is een huurder flexibeler dan een koper omdat je de huur binnen een korte termijn kunt opzeggen en dus snel kunt verhuizen. 
  • Wat zijn de voordelen van het kopen van een woning?
    • De eventuele stijging van de prijs van de koopwoning 
    • Het eigenzeggenschap over de woning.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

MW = (formule)
MW = MO - MK
Wat is marginale winst?
De marginale winst is de extra winst bij uitbreiding van productie en afzet met één eenheid.
Wat zijn marginale opbrengsten?
De marginale opbrengsten zijn de extra opbrengsten (omzet) als de afzet met één eenheid toeneemt.
Wat zijn marginale kosten?
De marginale kosten zij de extra kosten bij uitbreiding van de productie met één eenheid.
MK, MO en MW
marginale kosten, marginale opbrengsten en marginale winst
TK = 50q + 100.000q = ?GTK = ...
GTK = 50 + 100.000 / q
50q / q = 50
100.000 / q = 100.000 / q
GW = ... (+ formule)GO = ... (+ formule)
GW = gemiddelde winst = TW / q
GO = gemiddelde opbrengst = TO / q
TK = TVK + TCK, dus GTK = ...
GTK = GVK + GCK
GCK = ... (+ formule)GVK = ... (+ formule)GTK = ... (+ formule)
GCK = gemiddeld constante kosten = TCK / q
GVK = gemiddeld variabele kosten = TVK / q
GTK = gemiddeld totale kosten = TK / q
Gemiddelde Kosten
kosten per stuk