Summary Periode 3 Appearance

-
319 Flashcards & Notes
0 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Periode 3 Appearance". The author(s) of the book is/are Linda Gaethofs. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Periode 3 Appearance

  • 1 Deel 1

  • The marketing mix:
    Price
    Place 
    Promotion
    Product
  • Product:
    Het geheel van materiele en immateriele eigenschappen van een goed of dienst, dat kan worden aangeboden op een markt voor consumptie, verbruik, gebruik of attentie en waarmee in een specifieke behoefte kan worden voorzien. Ook diensten vallen onder product.
  • Productattributen:
    Het fysieke product
    Het uitgebreide product
    Het totale product
  • Product- Fysieke product:
    Materiaal
    Gewicht
    Vormgeving
    Smaak 
    Geur
    Verzameling technische eigenschappen
    Kale product
  • Product- Uitgebreide product:
    Merknaam
    Verpakking
    Service
    Garantie
    Promotie
  • Product- Totale product:
    Uitgebreide product + de door de consument afgeleide eigenschappen. Consument heeft een mening erover en dicht het bepaalde eigenschapen toe - imago, bepaalde kwaliteit of status. Die auto past echt bij mij..
  • Instrumentele waarde van het product:
    Wat kan het.
  • Expressieve waarde van het product:
    Wat betekent het product voor mij.
  • Het totale product bestaat uit het uitgebreide product plus de afgeleide eigenschappen. Welk van de volgende kenmerken is een afgeleide eigenschap?
    De verwachte duurzaamheid van een product.
  • DeLonghi, fabrikant van espressomachines, heeft twee jaar garantie op elke machine, inclusief een haal- en brengservice. Hoe wordt het geheel van basisproduct en toevoeging genoemd?
    Het uitgebreide product
  • Productclassificatie:
    Indeling producten op overeenkomstige kenmerken.
    Duurzaamheid goederen
    Gebruikers goederen
    Koopgedrag consument
    Relatie tot inkomen
    Relatie tot prijsveranderingen
  • Duurzame producten:
    Fiets/tv/magnetron
    Gebruiksgoederen
    Durables
    Kunnen gedurende langere tijd gebruikt worden.
  • Niet- duurzame producten:
    Ijsje/tandpasta/snicker
    Verbruiksgoederen
    Non durables
    Gaan slechts gedurende heel korte tijd mee.
  • Fast moving consumer goods:
    Frequent gekocht
    Hoge omzetsnelheid
    Lage marge
    Ijsje/tandpasta/snicker/boter/melk/eieren/suiker/wasmiddelen
  • Consumentengoederen:
    Gekocht door consumenten.
  • Industriele goederen:
    Ge- en verkocht door industriele afnemers.
  • Indeling van Melvin T. Copeland (1923):
    Mate waarin consument tijd en moeite in koopproces stopt:
    1. Convenience goods
    2. Shopping goods
    3. Speciality goods
    4. Unsought goods (latere toevoeging McCarthy)

  • Convenience goods:
    Overal verkrijgbare consumptiegoederen
    Meestal laag geprijsd
    Vaak verbruiksgoederen
    Frequent nodig
    Gekocht uit gemak en met zo weinig mogelijk inspanning
    Gewoontegoederen
    Brood, suiker, melk, margarine, lucifers, wasmiddelen, benzine
  • Shopping goods:
    Uitgebreid keuzeproces
    Winkelend, kijkend, keurend, vergelijkend, kiezen
    Mag veel moeite kosten
    Frequentie lager
    Prijs vaak hoger dan convenience goods
    Informatie en advies belangrijk
    Kleding, meubelen, schoenen, vakantiereizen, audiovisuele apparatuur
  • Speciality goods:
    Producten met unieke kenmerken
    Speciale inspanning voor doen
    Belangrijke producten
    Uitgebreid informatie/ orientatieproces
    Auto's, modieuze kleding, piano's
  • Unsought goods:
    Kleine categorie producten
    Wordt door consument niet gezocht
    Want zijn nieuw en onbekend (new unsought goods)
    Of geringe belangstelling (regular unsought goods)
    Verzekeringen, grafstenen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Punk:
Grotere invloed, door impact op de mode industrie. Kings road.
Vivienne Westwood
Disco:
Ook van invloedrijke stijl.
Vooral muziek gedreven.
Vervolg op hippies
Veel meer kleur, ethnic
70 ies:
Economisch niet de beste tijd
Designers die er toe deden.
Space age:
Nep mocht ook
twiggy
Nep wimpers, haar, syntetische materialen.
60 ies:
Mary Quant mini
Seksuele vrijheid
Mini skirt
Democratisering periode van de mode.
50 ies:
Suburbia, baby boom casual.
Zandloper figuur.
Leisure wear
80 ies:
Bredere schouders
Sweetheart neckline
Accesoires

1930:
Flirty, dirty 30ies
Depressie, verdwijnen in fantasy + glamour.
Art deco:
Gestroomlijnde - industrie - symetrisch 1920
1920:
Roaring 20-ies jazz age. 
Charleston op de benen.
Een tijdperk dat voortkomt uit wanhoop.
Feesten om te vergeten.
Vrouwen mochten stemmen.