Summary Personality Psychology Domains Of Knowledge About Human Nature

-
181 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Personality Psychology Domains Of Knowledge About Human Nature". The author(s) of the book is/are David M Buss. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Personality Psychology Domains Of Knowledge About Human Nature

  • 1 Introduction to personality psychology

  • Wat is het verschil tussen nomothetisch en idiografisch onderzoek?
    - Nomothetisch: wetmatigheden ontdekken
    - Idiografisch: individuen beschrijven
  • Wat zijn 3 niveaus waarop persoonlijkheidspsychologen onderzoek doen en is elk niveau meer nomothetisch of idiografisch gericht?
    - Menselijke natuur: wat hebben mensen gemeenschappelijk? > nomothetisch
    • Bv. need to belong, bewustzijn, plannen
    • Dieren hebben ook persoonlijkheid: karakter
    - Verschillen tussen individuen / groepen > nomothetisch
    • Vb. individueel: variatie in need to belong
    • Vb. groepen: verschillen tussen mannen en vrouwen in agressiviteit
    • Verschillen kunnen kwantitatief of kwalitatief zijn
    - Individuele uniciteit: iedereen heeft een andere persoonlijkheid > idiografisch
  • Wat zeggen de intiteitstheorie en de incrementele theorie over menselijke eigenschappen?
    • Entiteitstheorie: menselijke eigenschappen (bv. persoonlijkheid) liggen vast; het is onmogelijk om deze te veranderen (nature beliefs).
    • Incrementele theorie: menselijke eigenschappen liggen niet vast en zijn vormbaar (nurture beliefs).
  • Volgens Walter Mischel (1986) bestaat persoonlijkheid niet: zeer zwakke verbanden tussen gedrag in de ene situatie en in een andere situatie.
  • Om wat voor soort individuele verschillen gaat het bij persoonlijkheid (4 kenmerken)?
    Persoonlijkheid = algemene, langdurige, niet-intellectuele, psychologische individuele verschillen.
  • Wat is de definitie van persoonlijkheid (op te delen in 8 factoren)?
    De verzameling trekken en mechanismen binnen een individu. Deze zijn georganiseerd en relatief constant + beïnvloeden iemands interactief met, en aanpassingen aan, de binnenpsychische, fysieke en sociale omgeving.

    Dus:

    1. Verzameling trekken
    2. en mechanismen
    3. binnen een individu
    4. georganiseerd en relatief constant
    5. deze beïnvloeden
    6. iemands interacties met
    7. en aanpassingen aan
    8. de intrapsychische, fysieke en sociale omgeving 
  • Hoe iemand zich gedraagt hangt af van zijn persoonlijkheid (1, 3, 4) en de omgeving. Deze beïnvloeden (5) elkaar:
    • Dit heeft effect op de persoonlijkheid door adaptie (7)
    • Dit heeft effect op de omgeving (8) door interactie (6): bv. perceptie (interpretatie omgeving), selectie, evocatie (oproepen: bepaalde omgeving oproepen met je gedrag) en manipulatie.

    De cijfers geven de verschillende factoren van de definitie van persoonlijkheid aan.
  • Wat zijn decision rules?
    ‘als-dan’ statements die een bepaalde consistentie kunnen hebben. Bv. 'Als ik een spin zie (input), dan ga ik gillen (output).'
    > Dit behoort bij nummer 2 (mechanismen) van de definitie van persoonlijkheid.
  • Wat zijn de 6 kennisdomeinen binnen de persoonlijkheidsleer (zie indeling boek)?
    1. Disposities: eigenschappen die aangeboren zijn of ontwikkeld zijn
    2. Biologie
    3. Psyche: conflicten binnen iemand eigen geest
    4. Cognitief/experiënteel: gedachten, gevoelens, overtuigingen
    5. Sociaal en cultureel: omgeving
    6. Aanpassing


    Deze domeinen worden ook allemaal weer omvat in de definitie van persoonlijkheid.
  • Wat zijn 5 wetenschappelijke standaarden waar een persoonlijkheidstheorie aan moet voldoen?
    • Omvangrijk (comprehensiveness): het omvat alle feiten en observaties binnen dat domein.
    • Heuristieke waarde: het leidt onderzoekers naar belangrijke nieuwe ontdekkingen > de theorie voegt daadwerkelijk wat toe.
    • Falsifieerbaar: het is empirisch te testen
    • Spaarzaamheid (parsimony): zo min mogelijk premissen en aannames > 'kort en krachtig'.
    • Verenigbaar en integratie: het is in lijn met de kennis uit andere domeinen en is te integreren met andere wetenschappelijke kennis.
  • 2 Personality assessment, measurement and research design

  • Afkortingen data:
    S-data = Self-report data
    • TST = Twenty Statement Test
    • ACL = Adjective Check List > gebruik van Likert schaal
    • NEO Personality Inventory > gebruik van statements
    • CPI = California Psychological Inventory > statements
    O-data = Observer-report data
    T-data = Test data
    • Bv. lab of fMRI
    L-data = Life-outcome data
    • Bv. huwelijk / scheiding
    • S- en O-data worden vaak gebruikt om L-data te voorspellen
  • 3 Traits and trait taxonomies

  • Wat is het verschil tussen persoonlijkheidstypen en -dimensies?
    • Typen = verschillende groepen met kwalitatief verschil, geen gemiddelde, bv. passief vs. actief
    • Dimensie = continuüm, kwantitatief verschil, bv. verschillende mate van activiteit activiteit
  • Wat houdt de Act Frequency approach in en wat zijn de 3 key elementen ervan?
    Men gaat er hierbij vanuit dat een eigenschap een verzameling van bepaalde handelingen / gedragingen is (bv. iemand is 'dominant' als hij corresponderende handelingen laat zien).
    • Handeling nominatie: bepalen welke handeling bij welke eigenschapscategorie hoort.
    • Prototypische beoordeling: bepalen welke handeling prototypisch is voor een eigenschapscategorie
    • Registratie van de handeling: controleren of het klopt d.m.v. onderzoek


    Veel kritiek hierop, omdat het puur en alleen naar de handelingen zelf kijkt en niet naar de situatie / context.
  • Hoe kan de Lexicale Methode een uitspraak doen over persoonlijkheid?
    Individuele verschillen zijn omschreven in taal. Hoe belangrijker een individueel verschil voor menselijke transacties, hoe meer talen er een woord voor zullen hebben.
    Persoonlijkheidsdimensies opstellen aan de hand van het woordenboek: bijvoeglijk naamwoorden die psychologische, niet-intellectuele, langdurige, algemene kenmerken beschreven.
    Vervolgens factoranalyse (statistische benadering)
  • Wat was de Big Five van persoonlijkheidskenmerken?
    • Extraversie
    • Vriendelijkheid (Verdraagzaamheid / agreeableness in HEXACO)
    • Consciëntieusheid (zorgvuldigheid)
    • Emotionele stabiliteit
    • Openheid voor ervaringen (Intellect / spirit)

    Ontdekt door factoranalyse
  • Wat zijn 2 vragenlijsten die persoonlijkheid meten op basis van de Big Five?
    • NEO-PI-R (= Neuroticism, Extraversion, Openness to experience - Personality Inventory - Revised) + zorgvuldigheid en vriendelijkheid
    • FFPI (= Five Factor Personality Inventory)
  • Wat zijn 2 verschillen tussen de Big Five en de HEXACO dimensies?
    1. Zes factoren (cross-cultureel bepaald)
    Extra: Integriteit
    • Eerlijk, oprecht
    • Bescheiden, niet hooghartig
    2. Verdraagzaamheid (vriendelijkheid) en emotionele stabiliteit worden anders geïnterpreteerd in HEXACO (rotatie > zie PP)
    • HEXACO Verdraagzaamheid bevat ‘irritatie’ component van Big 5 Emotionele stabiliteit
    • HEXACO Emotionaliteit bevat ‘sentimentaliteit’ component van Big 5 Vriendelijkheid

    H = Honesty-Humility (Integriteit)
    E = Emotionality (Emotionaliteit)
    X = Extraversion (Extraversie)
    A = Agreeableness (Verdraagzaamheid)
    C = Conscientiousness (Consciëntieusheid)
    O = Openness to Experience (Openheid voor Ervaringen)
  • Welke 2 individuele verschillen bestaan er volgens de HEXACO theorie en hoe zijn de 6 HEXACO dimensies hier onder te verdelen?
    Engagement
    • Extraversie = sociaal engagement
    • Consciëntieusheid = taak engagement
    • Openheid voor ervaringen = ideeën engagement
    Altruïsme ('kin' altruïsme)
    • Integriteit vs. uitbuiten (proactief)
    • Verdraagzaamheid vs. wraak nemen (primair reactief)
    • Emotionaliteit vs. gebrek aan empatie (secundair reactief) bv. hoe reageer je nadat jezelf / iemand anders iets is aangedaan

    Bv. terroristen scoren laag op altruïsme (lage integriteit, verdraagzaamheid en emotionaliteit)
  • Uit welke 4 niveaus bestaat het hiërarchisch model van persoonlijkheid (Eysenck)?
    1. Bovenaan staat de persoonlijkheidstrek (factor / dimensie), bv. Extraversie.
    2. Deze bestaat uit verschillende facetten, bv. Sociaal.
    3. Algemene / gewoonlijke actie, bv. Vaak kletsen met mensen in de pauze.
    4. Specifieke actie, bv. Gister om 10:30 kletste ik met Linda in de pauze.

    Als een bepaalde soort actie op niveau 4 dus vaak voorkomt kan dit omschreven worden als een gewoonlijke actie op niveau 3. Dit kan dan weer in een facet (2) en dimensie (1) geplaatst worden.
  • Wat is het verschil tussen de simpele en de circumplexe structuur van persoonlijkheid? & Hoe worden circumplexen opgesteld en hoeveel zijn er?
    Simpel: items laden maar op 1 factor (dimensie)
    Circumplex: items laden op meerdere factoren.
    • Van elk adjectief kijken wat de twee hoogste (>.20) factorladingen zijn
    • Op basis van de twee factorladingen van alle adjectieven cirkels (Circumplexen) construeren
    • Totaal: 15 Circumplexen (alle combi's van de 6 HEXACO dimensies)
  • Bekende circumplex: interpersoonlijke circumplex (Wiggins), dimensies:
    - Controle: dominantie vs. nederigheid
    - Affiliatie (liefde): vriendelijkheid vs. onvriendelijkheid
    Veel adjectieven zijn namelijk een combinatie van deze 2.
    De corresponderende Hexaco dimensies zijn: extraversie en verdraagzaamheid
  • Welke 3 clusters (evt. typen) zijn er gevonden op basis van de NEO-PI-R?
    • Undercontrolled(laag op Altruïsme en laag op Consciëntieusheid)
    • Overcontrolled (hoog op Neuroticisme en laag op Extraversie)
    • Resilient (laag op Neuroticisme en hoog op Extraversie, Altruïsme, Consciëntieusheid en Openheid voor Ervaringen)
  • Waarom blijkt het vinden van clusters toch geen evidentie voor het bestaan van typen te zijn?
    • De meeste personen liggen niet rond het centrum van het cluster, maar liggen verspreid over de verschillende dimensies.
    • Clusters worden niet consistent gevonden in verschillende steekproeven.
    • Clusters zijn altijd in data te vinden, ook in random gegenereerde data, en voorspellen evenveel variantie als de punten die niet in de cluster liggen.
    • Clusters voorspellen slechter op andere variabelen dan dimensies.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.