Summary personen- en familierecht compendium

-
ISBN-13 9789013142341
685 Flashcards & Notes
6 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "personen- en familierecht compendium". The author(s) of the book is/are Mr S F M Woortmann, J van Duijvendijk Brand. The ISBN of the book is 9789013142341. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - personen- en familierecht compendium

  • 1 inleiding

  • Wat verstaan we onder personenrecht?
    De regels betreffende de rechtspositie van de persoon zodanig; 
    Hiertoe worden gerekend onderwerpen als:
    - Begin en einde van de persoonlijkheid
    - Naam
    - Woonplaats
    - etc.
  • Wat verstaan we onder het familierecht?
    Regelt de rechtsverhoudingen die uit samenlevingsvormen, te weten huwelijk en geregistreerd partnerschap en die uit afstamming voortvloeien: Het sluiten en ontbinden van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap: Het huwelijks- en partnerschapsgoederenrecht.
  • Welke rechten vallen onder familievermogensrecht?
    Het huwelijks- en partnerschapsgoederenrecht EN het (intestaat) erfrecht.
  • Wat behoort tot het publiekrechtelijke jeugdrecht en wat behoort tot privaatrechtelijke jeugdrecht?
    Het privaatrechtelijke jeugdrecht omvat de kinderbeschermingsmaatregelen.
    Tot het publiekrechtelijke jeugdrecht behoren de Jeugdwet en het jeugdstrafrecht.
  • Een scherpe scheiding tussen personen- en familierecht is niet te maken; of regels behoren tot het personen- dan wel tot het familierecht heeft geen praktische consequenties.
  • 2.1 Het begrip persoon

  • Waarin kunnen personen of rechtssubjecten worden onderscheiden?
    In natuurlijke personen (mensen) en rechtspersonen.
  • Boek 1 BW heeft slechts betrekking op natuurlijke personen.
  • Wat wordt onder het begrip persoon verstaan?
    Al wat drager van rechten en verplichtingen 'kan zijn'.
  • Rechtsbevoegdheid en handelingsbekwaamheid niet met elkaar verwarren: Ook de handelingsonbekwame is rechtsbevoegd.

    Ieder mens is rechtsbevoegd.
  • 2.2 Begin en einde van de persoonlijkheid

  • Wanneer vangt de persoonlijkheid aan? (wanneer begint de persoonlijkheid?)
    Vangt aan met het levend ter wereld komen, dus met de geboorte.
  • Wanneer eindigt de persoonlijkheid?
    Door de dood.
  • Wat gebeurt er met de (vermogensrechtelijke) rechten en verplichtingen waarvan de overledene drager was, voor zover zij blijven bestaan?
    Gaan over op zijn erfgenamen.
  • 2.3 Bloed- en aanverwantschap; familie- en gezinsleven

  • Wat wordt verstaan onder bloedverwantschap?
    • De betrekking tussen personen van wie de een van de ander afstamt (bloedverwantschap in de rechte linie), OF
    • Tussen personen die een gemeenschappelijke stamvader hebben (bloedverwantschap in de zijlinie).
  • Wat betekent het bestaan van juridische bloedverwantschap?
    Het bestaan van een rechtsverhouding tussen de bloedverwanten. Aangeduid met: familierechtelijke betrekking
  • Bloedverwant is een verzamelbegrip, dat begrippen als moeder, vader, ouders, broer, tante, grootouders, neef, enz. Samenvat.
  • Wat bepaalt art. 1:229 over adoptie en juridische bloedverwantschap?
    Tussen de geadopteerde en de adoptanten (en ook hun bloedverwanten) bestaat eveneens juridische bloedverwantschap en de daaruit voortvloeiende familierechtelijke betrekking.
    • Art. 1:3 lid 1 BW bepaalt hoe de graad van bloedverwantschap moet worden berekend.
    • Art. 1:3 lid 2 BW bepaalt dat de graad van aanverwantschap (huwelijk of het geregistreerd partnerschap) gelijk is aan de graad van bloedverwantschap tussen de andere echtgenoot/partner en diens bloedverwant.
  • Wat is naast bloedverwantschap een belangwekkend criterium, van belang en soms zelfs bepalend voor de vraag of er familierechtelijke rechten en verplichtingen bestaan of kunnen ontstaan?
    Het hebben van familie- en gezinsleven met een ander, vaak een kind.
    Voor een familie- en gezinsleven moet in dit geval wel een 'wettig en serieus huwelijk' zijn. Samenwoning ten tijde van de geboorte is niet vereist.
  • Een adoptie leidt eveneens tot het bestaan van familie- en gezinsleven, mits de adoptie wettig is en het geen schijnhandeling betrof.
  • Wat bestaat tussen het kind en de man die het heeft erkend?
    Een juridisch relevante afstammingsrelatie en familie- en gezinsleven.
  • Waarvan is sprake tussen het kind en zijn biologische vader als de biologische vader niet de echtgenoot is van de moeder en het kind ook niet heeft erkend?
    Er kan familie- en gezinsleven bestaan, mits er 'bijzondere of bijkomende omstandigheden' zijn.
    Het enkele biologische vaderschap is niet voldoende om familie- en gezinsleven aan te nemen.
  • Wat als 'family life' niet uitgesloten, maar ook niet zeker is?
    Dan is verder van belang dat gewenste persoonlijke betrekkingen in de vorm van bijv. Omgang of een afstammingsrelatie in ieder geval tot het privéleven worden gerekend.

    Hier is art. 8 EVRM van toepassing.
  • Waaruit kunnen bijzondere of bijkomende omstandigheden bestaan?
    Uit de relatie die de moeder en de verwekker voor de geboorte van het kind hebben gehad. Daarvoor is nodig dat de relatie voldoende bestendigheid heeft. Samenwonen zal als regel vereist zijn, maar is geen noodzakelijke voorwaarde.
  • Waaruit kan 'familie- en gezinsleven' ook voortvloeien?
    1. Uit de band die de verwekker na de geboorte van het kind met dat kind heeft opgebouwd. Het kind is/wordt bijv. Verzorgd en opgevoed door de biologische vader of de biologische vader leeft in gezinsverband samen met de moeder en het kind.
    2. Ook een combinatie van omstandigheden van voor de geboorte en na de geboorte in onderlinge samenhang en verband kan ertoe leiden dat het bestaan van 'familie- en gezinsleven' wordt aangenomen.
    • Tussen pleegouders en pleegkind bestaat geen bloedverwantschap, maar kan wel een zodanig nauwe band zijn gegroeid dat familie- gezinsleven moet worden aangenomen.
    • Tussen (al dan niet samenwonende) echtgenoten bestaat familie- en gezinsleven, mits er een 'wettig en serieus huwelijk' is.
    • Tussen ongehuwd samenlevenden, ongeacht of zij van hetzelfde of verschillend geslacht zijn, bestaat eveneens familie- en gezinsleven, mits het een stabiele samenleving betreft, waarin wordt samengewoond.
  • Voor welke twee situaties gelden de maatstaven van art. 8 lid 2 EVRM?
    1. Voor de toetsing of de Staat voldoende heeft gedaan opdat familie- en gezinsleven tot ontplooiing kan komen
    2. Dan wel of de Staat mocht inbreken in het familie- en gezinsleven op de wijze waarop hij dat heeft gedaan.
  • Welke rechten zijn doorslaggevend daar waar zowel de rechten van ouders op grond van art. 8 EVRM als die van een kind in het geding zijn?
    In de afweging behoren uiteindelijk de rechten van het kind de doorslag te geven.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hoe kunnen ongehuwde en ongeregistreerde samenlevenden hun onderlinge vermogensrechtelijke relatie regelen?
In een samenlevingscontract
Wanneer bestaat een verplichting tot stuiting van het huwelijk voor het OM?
Indien het bekend is met een van de huwelijksbeletselen (art. 1:31-1:33, 1:41 en 1:42)
In welke gevallen bestaat de bevoegdheid tot stuiting van het huwelijk?
  1. Voor bloedverwanten in de rechte lijn, broers zusters, voogden en curatoren van een der aanstaande echtgenoten, wanneer partijen niet de vereisten in zich verenigen om een huwelijk aan te gaan; als niet voldaan is aan de in afdeling 1 van titel 5 gestelde eisen (art. 1:50 en 1:51 lid 1).
  2. Voor dezelfde personen als genoemd onder 1, in het geval van art. 1:51 lid 2
  3. Voor degene die met een van de partijen gehuwd is dan wel een geregistreerd partnerschap aangegaan, op grond van het bestaan van het eerdere huwelijk of het eerdere GP (art. 1:52)
  4. Uitsluitend voor het OM in gevallen van art. 1:53 lid 2 en 3. Het OM heeft hiervoor de machtiging van de rechter nodig (art. 1:53 lid 4).
Wat houdt stuiting van het huwelijk in?
Stuiting: Het recht dat door de wet aan bepaalde personen is gegeven, zich op bepaalde gronden tegen de voltrekking van het huwelijk te verzetten.
Wat is het finaal verrekenbeding?
Aan het eind van het huwelijk door echtscheiding of de dood.
  • Bij echtscheiding: 50/50 verdeelt over het gehele vermogen, minus de aanbrengsten tijdens het huwelijk en bij het huwelijk ontvangen erfenissen en schenkingen.
  • Bij overlijden: 50/50 verdeelt over het gehele vermogen van beide echtgenoten. Dit is aantrekkelijker dan bij de echtscheiding. Je krijgt namelijk meer.
Wanneer verjaart de vordering tot verrekening? (art. 1:141 lid 6)
Pas na DRIE jaar na de beëindiging van het huwelijk of het onherroepelijk worden van de beschikking tot scheiding van tafel en bed.

  • De termijn kan niet worden verkort, de regeling is van dwingend recht.
Wanneer eindigt de verrekenplicht in geval van echtscheiding? (art. 1:141 lid 2)
Op het moment van indiening van het echtscheidingsverzoek.
Wanneer blijft de verplichting tot verrekening over dat tijdvak in stand en zich uitstrekt over het saldo, ontstaan door belegging en herbelegging van hetgeen niet is verrekend, alsmede over de vruchten daarvan? (art. 1:141 lid 1)
Indien een verrekenplicht betrekking heeft op een in de huwelijkse voorwaarden omschreven tijdvak van het huwelijk en over dat tijdvak niet is afgerekend.
Wat is het periodiek verrekenbeding?
(Ook wel: Amsterdams verrekenbeding);
  • Tijdens het huwelijk, wordt jaarlijks bijgehouden wat er van ieders inkomen (van arbeid, maar ook spaarrekening en beleggingen) overblijft na de kosten van het huishouden, dit moet je aan het eind van het jaar 50/50 verdelen. 
  • Dit is verstandig, want het geeft inzicht.
Wat is de evenredigheidsleer? (art. 136)
  • Lid 2 zegt dat indien geen van beide echtgenoten kan bewijzen dat het goed tot het niet te verrekenen vermogen (privévermogen) wordt gerekend, het wordt aangemerkt als te behoren tot het te verrekenen vermogen;
  • Art. 1:136 bepaalt tot slot dat een goed tot het te verrekenen vermogen behoort indien i.v.m. de verwerving van een goed een schuld is aangegaan voor zover die schuld daartoe wordt gerekend of daaruit is afgelost of betaald.