Summary Pincode (5e editie) 3 vmbo-gt

-
ISBN-10 9001794521 ISBN-13 9789001794521
1660 Flashcards & Notes
299 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Pincode (5e editie) 3 vmbo-gt". The author(s) of the book is/are Leen Doorduin, Ewout Loen Cartoony PrePress MediaPartners. The ISBN of the book is 9789001794521 or 9001794521. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Pincode (5e editie) 3 vmbo-gt

  • 1 geld en welvaart

    1. Er zijn 3 verschillende inkomensvormen: Overdrachtsinkomen, Inkomen uit Arbeid en Inkomen in Natura.
    2. Inkomen word besteed aan behoeften: Primaire behoeften en Secundaire behoeften
    3. Primaire behoeften => nodig om in leven te blijven ( Onderdak, Voeding, Kleding)
    4. Secundaire behoeften => Alle luxe behoeften ( Mobiel, Auto, Gucci)
    5. Budgetteren =>Met behulp van je begroting uitkomen met je geld.
    6. Kosten zijn te verdelen in:

     Dagelijkse Uitgaven, Vaste lasten, Incidentiële uitgaven.

     

     

  • hoe bereken je een stijging of daling in procenten?

    1. bereken eerst hoeveel de stijging of daling is in aantal.

    2.deel de stijging of daling door het oude getal.

    3. x 100 en zet er een procent teken achter.

  • formule: het omreken naar dezelfde periode:

     

                 x 52       : 12

    periode / week / jaar / maand  

    bedrag  / $ 5     / $ ... / $ ...

     

     

  • sommige inkomsten ontvang je elke maand. andere krijg je per week of per jaar. inkomsten die je over verschillende periodes ontvangt, moet je eerst naar eenzelfde periode omrekenen. pas dan kun je ze echt vergelijken. bij het omrekenen neem je als tussenstap het bedrag per jaar. 

    inkomensverschillen; leeftijd, ervaring, opleiding en verantwoordelijkheid

    inkomensvormen;

    -inkomen uit arbeid: loon en salaris

    -inkomen uit bezit: rente en huur

    -overdrachtsinkomen: zakgeld of uitkering [kinderbijslag]

     

    van weken naar maanden x52 ..... :12

    van weken naar jaren       x52

    van maanden naar jaren   x12

    weken -> maanden -> jaren

    om inkomsten te kunnen vergelijken moet je het omrekenen naar dezelfde periode.

  • hoe bereken je %
    (oude prijs - nieuwe prijs) : oude prijs x 100
  • hoe bereken je %

     

     

    oude prijs-nieuwe prijs:oude prijs x 100.

     

  • Wat is giraal geld.

    Is geld dat onzichtbaar is.

  • hoe bereken je %

     

     

    oude prijs-nieuwe prijs:oude prijs x 100.

     

  • Wat is consumeren?
    Het kopen van goederen of diensten waarmee je behoeften kan vervullen.
  • inkomstensvormen
    - inkomen uit arbeid: loon
    - inkomen uit bezit: rente, huur
    - overdrachtsinkomen: zakgeld, uitkeringen
    - inkomen uit natura: goederen of diensten
  • wat is welvaart?
    toestand dat het economisch goed gaat met een gebied en zijn bewoners.
  • priotiteiten stellen; dat betekent dat je vaststelt welke uitgaven het belangrijkst voor jou zijn. op de eerste plaats komen je basisbehoeften zoals eten, kleding en woonruimte. basisbehoeften noem je ook wel premiare behoeften.
  • afschrijving
    jaarlijkse waardevermindering van een kapitaalgoed
  • Van wie is de scooter
    Van zn broer
  • hoe bereken je % prijsstijging?
    (oude prijs-nieuwe prijs) : oude prijs x 100
  • samenvatting 1.1 

    inkomsten die je krijgt kunnen per mens verschillen omdat

    - je leeftijd

    -ervaring

    -opleiding

    -hoe onaangenaam het werk is

    -hoe zwaar het werk is

    om inkomsten te kunnen vergelijken moet je het omrekenen naar dezelfde periode.

    3 inkomensvormen:

    - inkomen uit arbeid -> loon/salaris. moet je voor werken.

    - inkomen uit bezit -> rente/huur. moet je geld op de bank zetten.

    - zakgeld/kleedgeld/uitkering,  hoef je niks voor te doen.

  • formule: procenten uitrekenen:

     

    aantal : 100 x percentage=

    of:

    kommagetal x aantal=

  • priotiteiten stellen; dat betekent dat je vaststelt welke uitgaven het belangrijkst voor jou zijn. op de eerste plaats komen je basisbehoeften zoals eten, kleding en woonruimte. basisbehoeften noem je ook wel premiare behoeften.

     

          wat             x100% ........% 

    waarvan

     

     


  • Wat is chartaal geld.
    chartaal is geld in contanten.
  • Wat zijn primaire behoeften (= basisbehoeften)?
    Noodzakelijke levensbehoeften zoals:
    - voedsel
    - kleding
    - woonruimte
  • Hoe komt het dat inkomsten verschillen?
    1. Leeftijd
    2. Ervaring
    3. Verantwoordelijkheid
    4. Opleiding
    5. Onaangenaam / zwaar werk
    6. Werken in avond- of nachtdienst
  • begroting is een overzicht van je verwachte inkomsten en uitgaven voor de komende periode.
    nibud; nationaal instituut voor budgetvoorlichting.

    budgetteren;
    Het maken van een begroting. Daarbij stem je de uitgaven af op de inkomsten.
  • wat is inflatie
    meer geld nodig voor hetzelfde
  • hoe bereken je % van 2 bedragen?
    WAT : WAARVAN X 100%
  • formule: deel van iets uitrekenen:

     

        wat       x 100%= ...%

    waarvan

  • begroting is een overzicht van je verwachte inkomsten en uitgaven voor de komende periode.

    nibud; nationaal instituut voor budgetvoorlichting.

    budgetteren;

    -dagelijkse uitgaven: supermarkt, voor persoonlijke verzorging, cadeautjes maar ook uitgaan.

    -vaste lasten: iedere maand of kwartaal zoals gas en elektra, woonlasten, verzekeringen en contributies en verenigingen 

    -incidentele uitgaven:de uitgaven die je minder vaak doet of niet met een vaste maatregel bijv: aanschaffen van kleding en huishoudelijke apparaten of vakantie-uitgaven.

    reserveren: geld opzijzetten [sparen] voor bijvoorbeeld vakantie.

     

    bedrag dat je nodig hebt: aantal maanden = reservering per maand

     

     

  • Wat zijn secundaire behoeften?
    De behoefte aan luxe goederen.
  • hoe bereken je de stijging of daling in %?
    oude prijs-nieuwe prijs:oude prijs x 100.
  • wat is giraal geld
    geld dat op je bankrekening staat
  • formule: reserveren:

     

    bedrag dat je nodig hebt  = reservering per maand

           aantal maanden

  • hoe bereken je een stijging of daling in %?

    1. bereken eerst hoeveel de stijging of daling is in aantal.

    2. deel de stijging of daling door het oude getal

    3. vermenigvuldig dat getal met 100 en zet het % teken erachter.

     

    nieuw- oud : oud x 1oo% = ........%

     

    koopkracht: hoeveelheid goederen en diensten die je met je inkomen kunt kopen. je koopkracht hangt af van 2 dingen: de hoogte van je inkomen en de hoogte van de prijzen.

     

    als je koopkracht stijgt neemt je welvaart toe

     

    zelfvoorziening betekent dat je zelf in je eigen behoeften voorziet. je hoeft niet iets te kopen omdat je het zelf maakt.

  • Wat zijn middelen?
    Wat je moet hebben om in je behoeften te kunnen voorzien, zoals:
    - geld
    - bezittingen
    - tijd
  • formule: stijgen of dalen in procenten:

     

    nieuw - oud x 100= stijging of daling in procenten

           oud

  • aankoop caravan           25000 euro

    inruilwaarde oude           6000 euro

    spaargeld                             4000 euro

     

    je wil maar 3 jaar sparen

    maandelijkse reservering? 

    25000 - 10000= 15000

    15000 :36 =

     

    protentueel aandeel =      deel : geheel=..... x 100%

    vb: 50000 : 80000= ....... x 100% = 62,5

    100- 62,2 = 37,5

  • Middelen zijn schaars. Wat betekent dit?
    Dat betekent dat je er niet zomaar genoeg van hebt (>>>keuzes maken)
  • Wat is inkomen?
    Geld dat je ontvangt.
  • Noem 3 vormen van inkomsten:
    1. loon vooor je werk
    2. rente over je spaargeld/ huuropbrengt van iets dat je verhuurt
    3. uitkering
  • Welke 3 vormen van uitgaven heb je?
    1. dagelijkse uitgaven
    2. vaste lasten
    3. incidentele uitgaven
  • Wat zijn dagelijkse uitgaven?
    Gewone uitgaven voor je alledaagse levensonderhoud.
  • Wat zijn vaste lasten?
    Uitgaven die regelmatig terugkomen en waaraan je vastzit (zoals hypotheek, verzekeringen)
  • Wat zijn incidentele uitgaven?
    Uitgaven die je niet zo vaak doet en waarvoor je het geld best apart kunt leggen.
  • Wat is een begroting?
    Een overzicht van je verwachte inkomsten en uitgaven voor de komende periode.
  • Wat is een uitkering?
    Een bedrag dat je van de overheid ontvangt omdat je zelf geen inkomen kunt verdienen.
    Het kan ook een aanvulling zijn op je inkomen.
  • Wat is koopkracht?
    De hoeveelheid goederen en diensten die je met je inkomen kunt kopen.
  • Wat is het reserveren van geld?
    Geld opzij zetten (sparen) om hier later onverwachte of grote uitgaven mee te betalen.
  • hoe bereken je de prijsstijging of prijsdaling in %?
    (oude prijs-nieuwe prijs) : oude prijs x 100.
  • formule: het omreken naar dezelfde periode:
                                  x 52       : 12
    periode / week / jaar / maand  
     
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

3 verschillende kredietstormen.
  1. Persoonlijke lening 
  2. Doorlopend krediet
  3. Salariskrediet 
Wat is een hypothecaire lening?
Een lening voor de aankoop van een huis. Het gaat om veel geld.


Als je de rente en aflossing van de bank niet kan betalen mag de bank het verkopen om het geld terug te krijgen.
4 leenmotieven?
  1. Tijdelijk geldtekort
  2. duurzaam consumptiegoed kopen, auto. Aankoop niet uitstellen en nu al van genieten
  3. onverwachts dringend geld nodig en geen geld achter de hand
  4. voor het kopen van het huis. Bedrag is te groot om bij elkaar te sparen.
Kredietkosten berekening?
Aantal termijnen * termijnbedrag - lening
Hoe noem je de rente bij de lening?
Kredietkosten
Berekening samengestelde rente?
Rentepercentage * (spaarbedrag + bijgeschreven rente)
Wat is samengestelde rente?
De rente wordt na elk jaar bijgeschreven op de rekening
Berekening enkelvoudige rente?
Rentepercentage* spaarbedrag * jaren
Bij spaardeposito's wordt het rente bedrag berekend met enkelvoudige rente. Wat is dat?
Daarbij krijg je de rente telkens na afloop van een jaar apart uitgekeerd. Niet aan je spaartegoed: uitgedrukt in procenten
Wat is een gewone spaarrekening?
Kun je je geld opnemen wanneer je maar wilt