Summary Pincode.

-
ISBN-10 9001161588 ISBN-13 9789001161583
646 Flashcards & Notes
34 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Pincode.
  • Henny van Dongen René van Maanen, Andries Meijer, Roel van Valburch Frans Le Roux
  • 9789001161583 or 9001161588
  • 2006

Summary - Pincode.

  • 1 Hoe ga je met geld om?

  • Wat is een arbeidsovereenkomst?

    Afspraak tussen werkgever en werknemer.

  • wat is marketing

    marketing is als alles wat een bedrijf onderneemt om meer te kunnen verkopen

  • wat is een marketing ?

    een bedrijf die onderneemt om meer te verkopen

  • wat is een reclame?

    reclame is het aandacht vestigen op een product of een boodschap.

  • wat is marketing?

    een bedrijf onderneemt om meer te verkopen

  • Wat is inkomensoverdracht 

    Als je inkomsten ontvangt waar je niets voor hoeft te doen

  • wat is inkomensoverdracht?

    geld waar je niets voor hoeft te doen:zakgeld,kleedgeld,kinderbijslag

  • wat is productbeleid

    keuze uit verschillende producten die het bedrijf verkoopt

  • Hoe noem je het geld dat je met een baantje verdient

    Inkomen uit arbeid

  • wat is Nibud?

    nationaal instituut voor budgetvoorlichting, het geeft voorlichting over rondkomen met je inkomsten

  • Welke 3 inkomensvormen heb je

    - inkomen uit arbeid (loon of salaris, vakantiegeld, loon in natura) 

    - inkomen uit bezit (rent, winst, huur en pacht)

    - inkomensoverdrachten (zakgeld, kleedgeld, kinderbijslag)

  • hoe noem je het geld dat je met een baantje verdiend?

     

    Inkomen uit arbeid

  • Wat is Koopkracht

    Dat is hoeveelheid goederen en diensten die van jouw inkomen kunt kopen

  • Wat is inkomen in natura?

    als je uitbetaald wordt in e vorm van goederen  of diennsten.

  • noem drie inkomensvormen?

    - inkomen uit arbeid(loon of salaris,vakantiegeld,loon in natura)

    -inkomen uit bezit(rente,winst,huur en pacht

    -Inkomensoverdrachten(zakgeld,kleedgeld en kinderbijslag

  • Wat is inkomsten verschillen?

     

     niet iedereen verdiend even veel

  • Wat is koopkracht?

    de hoeveelheid goederen en diensten die je van jouw inkomen kun kopen

  • 1.1 Hoe kom je aan inkomen

  • Als je inkomsten ontvangt waar je niets voor hoeft te doen, heb je te maken met inkomstenoverdracht. Zakgeld en kleedgeld zijn inkomensoverdrachten van je ouders aan jou.

     

    uit het scholierenonderzoek van het NIBUD (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) blijkt dat veel jongeren een baantje hebben. Het geld dat je met een baantje verdient, noem je inkomen uit arbeid.

     

    Rente  is een voorbeeld van inkomen uit bezit. Je kunt dus drie inkomensvormen onderscheiden:

    • inkomen uit arbeid (loon of salaris, vakantiegeld, loon in natura)
    • inkomen uit bezit (rente, winst, huur en pacht)
    • inkomensoverdrachten (zakgeld, kleedgeld, kinderbijslag)

     

    Het inkomen van jou en je leeftijdsgenoten is niet altijd gelijk, je spreekt dan van inkomensverschillen. De grafiek hieronder geeft je een indruk van inkomensverschillen in Nederland.

     

    Koopkracht is de hoeveelheid goederen en diensten die je van jou inkomen kunt kopen.

  • Hoe veel procent van de kinderen tussen 14-15 jaar heeft een baantje

    62%

  • wat is inkomsten overdracht?

    ontvangsten waar je niet voor hoeft te doen zoals zakgeld en kleedgeld.

  • Welke 3 inkomensvormen heb je?

    Inkomen uit arbeid

    Inkomen uit bezit

    Inkomensoverdrachten

  • Hoeveel procent van de kinderen tussen de 14-15 krijgt geld van hun ouders

    24%

  • wat is inkomen uit arbeid?

    het geld dat je uit arbeid verdiend

  • leg uit wat inkomensoverdracht is?

    als je inkomsten ontvangt waar je niets voor hoeft te doen

  • Noem voorbeelden van inkomen uit arbeid

    Loon of salaris, vakantiegeld, loon in natura

  • hoeveel inkomensvormen heb je ? en welke

    3 inkomen uit arbeid, inkomen uit bezit, uitkomen uit inkomensoverdrachten.

  • Hoe veel van de kinderen tussen de 14-15 jaar werkt in de vakantie

    14%

  • wat is inkomsten uit bezit?

    renten.

  • leg uit wat inkomen uit arbeid is?

    Het geld dat je met een baantje verdient.

  • Noem voorbeelden van inkomen uit bezit

    rente, winst, huur, pacht

  • Koopkracht

    het aantal goederen of diensten wat je kan kopen van je inkomen

  • wat is een inkomstenverschil?

    het inkomen van leeftijd genoten is niet gelijk

  • Wat is een inkomen uit bezit?

    bijvoorbeeld rente over je geld. Het geld is van jou en daar krijg je elk jaar rente over.

  • Noem voorbeelden van inkomensoverdrachten

    zakgeld, kleedgeld, kinderbijslag

  • wat is koopkracht?

    de hoeveelheid goederen en diensten die je van jouw inkomen kunt kopen.

  • welke drie inkomensvormen zijn er?

    inkomen uit arbeid, inkomen uit bezit & inkomensoverdracht.

  • Hoe noem je inkomsten waar je niets voor hoeft te doen?

    inkomensoverdracht

  • wat zijn inkomensverschilen?

    het inkomen van mensen is niet altijd het zelfde, dat noem je inkomensverschillen.

  • Je verdient geld met een baantje, hoe noem je dit?

    Inkomen uit arbeid

  • leg uit wat koopkracht is?

    koopkracht is de hoeveelheid goederen en diensten die je van jouw inkomen kunt kopen.

  • Wat is inkomen in natura?

    Je krijgt uitbetaald in de vorm vn goederen of diensten. Je wordt niet in geld uitbetaald. Voorbeeld een fietstas die je van je baas krijgt.

  • Wat zijn inkomensverschillen?

    Het verschil van inkomen die iemand verdient. Iemand die ouder is of meer gestudeerd heeft verdient bijvoorbeeld meer.

  • Wat betekent koopkracht?

    De hoeveelheid goederen en diensten je kunt kopen van je inkomen. Als alles duurder wordt, hou je dus minder geld over.

  • Als je inkomsten ontvangt waar je niets voor hoeft te doen, heb je te maken met inkomstenoverdracht. Zakgeld en kleedgeld zijn inkomensoverdrachten van je ouders aan jou.

     

    uit het scholierenonderzoek van het NIBUD (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) blijkt dat veel jongeren een baantje hebben. Het geld dat je met een baantje verdient, noem je inkomen uit arbeid

     

    Rente  is een voorbeeld van inkomen uit bezit.

    Je kunt dus drie inkomensvormen onderscheiden:

    • inkomen uit arbeid (loon of salaris, vakantiegeld, loon in natura)
    • inkomen uit bezit (rente, winst, huur en pacht)
    • inkomensoverdrachten (zakgeld, kleedgeld, kinderbijslag)

     

    Het inkomen van jou en je leeftijdsgenoten is niet altijd gelijk, je spreekt dan van inkomensverschillen

     

    Koopkracht is de hoeveelheid goederen en diensten die je van jou inkomen kunt kopen.

  • Hoe veel procent van de kinderen tussen 14-15 jaar heeft een baantje

    62%

  • Hoeveel procent van de kinderen tussen de 14-15 krijgt geld van hun ouders

    24%

  • Hoe veel van de kinderen tussen de 14-15 jaar werkt in de vakantie

    14%

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Pincode.
  • Henny van Dongen Erik Jansen, René van Maanen, Andries Meijer Frans Le Roux
  • 9789001161620 or 9001161626
  • 2007

Summary - Pincode.

  • 1 inkomsten of uitgaven?

  • aandelen dit kun je kopen bij een bedrijf je hebt dan een paar % van een bedrijf maar dit hankt af van hoeveel geld jij er in inversteerd als je een aantal % van een bedrijf hebt gekocht ben je dus eigenlijk mede eigenaar van een bedrijf.

    dus als het bedrijf winst maar krijg jij het percentage dat je hebt geinfesteerd.

     

  • je kunt voor verschillend dingen sparen voor de rent,voor voorzorg of voor een bepaald doel

  • Geef de formule van vreemd geld kopen?

    bedrag aan vreemd geld x  hoge koers (: 100) + provisie= bedrag in euro's

  • Geef de formule van vreemd geld inwisselen?

    bedrag aan vreemd geld x lage koers (: 100) _ provisie = bedrag in euro's

  • Wat is saldo?

    Het bedrag dat je op je rekening staat.

  • Waar staat cr voor?

    credit.

  • Wat is credit?

    Een positief bedrag, je hebt nog geld, je staat in de plus.

  • Waar staat D voor?

     

    Debet.

  • Wat is debet?

    Geld dat je teveel hebt uitgegeven, je staat in de min, je staat rood.

  • Wat is directe ruil? En geef vb.

    Je ruilt goederen of diensten tegen andere goederen of diensten.

  • Wat is indirecte ruil en geef een vb.?

    Goederen en diensten ruilen tegen geld.

  • Welke geldfuncties zijn er?

    ruilmiddel : je ruilt goederen of diensten voor geld, je koopt iets.

    rekenmiddel : je geeft aan hoeveel iets waard is.

    spaarmiddel : je geeft geld niet uit maar bewaart het voor later.

  • Wat is chartaal geld?

    Alle euromunten en bankbiljetten die in omloop zijn.

  • Wat is giraal geld?

    Is direct opvraagbare banktegoeden ( niet de tegoeden op spaargeld)

  • Wat is de eurozone?

    Alle  eurolanden die de euro als wettig betaalmiddel gebruiken.

     

  • Wat is vreemde valuta?

    buitenlands geld.

  • Wat betaal je als je buitenlands geld koopt?

    De hoge koers en vaak ook nog provisie.

  • Wat betaal je als je buitenlands geld verkoopt?

    Dan ontvang je de lage koers en vaak nog de provisie.

  • 1.1 Hoe betaal jij

  • saldo dat is het bedrag wat op je rekening staat.

    CR  staat voor credit dat betekent dat je rekening een positief saldo heeft.

    als je rood staat of in de min dat wordt met de d van debet aangegeven.

  • Aantekeningen H1.1:

    Directe ruil: als je goederen of diensten tegen andere goederen of diensten ruilt.

    Indirecte ruil: goederen en diensten ruilen tegen geld.

    Geldfuncties: 

    Ruilmiddel:  je ruilt goederen of diensten voor geld je koopt iets.

    Rekenmiddelje geeft aan hoeveel iets waard is.

    Spaarmiddel: je geeft het geld niet uit maar bewaart het voor later.

    Chartaal geld: bestaat uit alle euromunten en bankbiljetten.

    Giraal geld: bestaat uit direct opvraagbare banktegoeden.

    Eurozone: De EU-landen die de euro als wettig betaalmiddel gebruiken.

    Vreemde Valuta: is vreemd geld, buitenlands geld.

  • Saldo

    het bedrag dat op je rekening staat

  • wat is saldo?

    bedrag dat op je rekening staat.

  • wat is directe ruil?

    Goederen of diensten ruilen tegen andere goederen of diensten.

  • directe ruil is dat je b.v goeder ruilt tegen goederen of diensten.

    indirecte ruil is dat je b.v goederen ruilt met geld.

     

    tegen woordig woorden diensten en goederen het meest geruilt tegen goederen en diensten geld hebben verschillende functies.

    ruilmiddel

    spaarmiddel

    rekenmiddel 

     

  • Aantekeningen H1.2:

    Sparen: het niet uitgeven van een deel van je inkomen.

    er zijn verschillende spaarmotieven (redenen om te sparen):

    Sparen voor de rente

    Sparen voor een bepaald doel 

    Sparen uit voorzorg

    Rente: een vergoeding voor iemand die zijn geld beschikbaar stelt.

    Inflatie: een algemene stijging van de prijzen.

    Spaardeposito: een spaarrekening waarop je een groot bedrag voor een bepaalde tijd vastzet.

    Beleggen: Geld steken in bijvoorbeeld aandelen waarbij je verwacht dat die meer waard zullen worden,beleggen moet je alleen doen met geld dat je wel kan missen.

  • waar staat CR voor?

    credit (dan heeft je rekening een positief saldo)

  • wat is indirecte ruil?

    Goederen of diensten ruilen tegen geld

  • je kunt bij geld ook onderscheid maken tussen giraal en chartaal geld.

    chartaal geld bestaat uit alle euro munten en bank biljetten die in de omloop zijn.

    dit moet vervolgens eerst worden goed gekeurd door de wet.

     

    heir naast word steeds meer giraal geld gebruikt dit bestaat uit alle opvraagbare bank tegoeden (tegoeden op spaarrekeningen vallen hier dus niet onder).

  • Aantekeningen H1.3

    Lenen: geld lenen betekent dat je gebruik maakt van geld van een ander, een lening noem je ook wel krediet.

    Consumptief krediet: een lening voor de aankoop van een consumptiegoed.

    Hypothecaire lening: kun je gebruiken voor een huis of een stuk grond.

  • De drie geldfuncties:

    • Ruilmiddel: Je ruilt goederen of diensten tegen geld.
    • Rekenmiddel: Je geeft aan hoeveel iets waard is.
    • Spaarmiddel: Je geeft het geld niet uit maar bewaart het voor later.
  • waar staat D voor en  wat betekent het?

    dat je rood staat dus in de min en het staat voor debet.

  • Aantekeningen H1.4

    Inkomensvormen: zijn manieren om een inkomen te verdienen.

    Inkomen uit arbeid: loon of salaris

    Inkomen uit bezit: zoals de huuropbrengst van een woning, rente op je spaargeld en inkomsten uit beleggingen.

    Overdrachtsinkomen: dit betekent dat je geld ontvangt zonder dat je er iets voor hoeft te doen. bijvoorbeeld: zakgeld en kleedgeld.

    Budgetteren: om je inkomsten en uitgaven op elkaar af te laten stemmen.

    Begroting:  is een overzicht van alle verwachte inkomsten en uitgaven voor de komende periode.

    Dagelijkse uitgaven: de gewone dagelijkse uitgaven bijv. voeding .

    Vaste lasten: uitgaven die elke keer weer terug komen zoals woonlasten,verzekeringen en abonnementen.

    Incidentele uitgaven: grote uitgaven die af en toe voorkomen.

    Reserveren: voor de incidentele uitgaven moet je reserveren of sparen: je zet geld opzij om hier later grote of onverwachte aankopen mee te doen.

  • wat is directe ruil?

    als je goederen of diensten tegen andere goederen of diensten ruilt.

  • Waar bestaat chartaal geld uit?

    Munten en bankbiljetten.

  • wat is indirecte ruil?

    goederen of diensten ruil je dan tegen geld.

  • Waar bestaat giraal geld uit?

    opvraagbare banktegoeden.

  • noem 3 geldfuncties?

    - ruilmiddel (goederen of diensten voor geld)

    - rekenmiddel ( je geeft aan hoeveel iets waard is )

    - spaarmiddel  ( je geeft het geld niet uit maar bewaart het voor later )

  • Wat is vreemde valuta?

    vreemdgeld, buitenlandsgeld

  • Vreemd geld kopen:

    bedrag aan vreemdgeld * hoge koers (:100) + provisie

  • wat is chartaal geld?

    dat bestaat uit euromunten en bankbiljetten.

  • Vreemdgeld in wisselen:

    bedrag aan vreemdgeld * lage koers (:100) _ provisie

  • wat is giraal geld?

    dit bestaat uit directe opvraagbare banktegoeden.

  • Hoeveel vreemd geld je kan kopen:

    wisselkoers * bedrag in euro's

  • formule  vreemd geld kopen?

    bedrag aan vreemd geld x hoge koers (:100) + provisie = bedrag in euro's

  • formule vreemd geld inwisselen?

    bedrag aan vreemd geld x lage koers (:100) - provisie = bedrag in euro's

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

importquote berekening?
importwaarde : nationaal inkomen X 100 %
exportquote berekening?
exportwaarde : nationaal inkomen X 100 %
import quote?
het aandeel van de import in het nationaal inkomen
exportquote?
 het aandeel van de export in het nationaal inkomen
berekening import waarde?
ingevoerde hoeveelheid keer prijs per eenheid
berekening export waarde?
uitgevoerde hoeveelheid keer prijs per eenheid
niet belastingontvangsten
aardgas, en  op brengst van boetes
aow
algemene ouderdoms wet
WIA
wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
Werknemersverzekeringen =
Sociale verzekeringen die bestemd zijn voor wie in loondienst werkt of gewerkt heeft, bijvoorbeeld WW en de WIA.