Summary Pincode.

-
ISBN-10 9001161715 ISBN-13 9789001161712
305 Flashcards & Notes
61 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Pincode.
  • Chantal van Arkel van den Boogaard, Jip Kruis, Millicent Kruis Jip Kruis, Millicent Kruis, Wim van St Annaland René van Halderen
  • 9789001161712 or 9001161715
  • 2007

Summary - Pincode.

  • 4.1 waarom werk je?

  • Je werkt om geld te verdienen voor je levensonderhoud. Dit doe je door betaalde arbeid te verrichten. Je kunt ook werk verrichten om de samenleving te helpen. Dit is vaak onbetaalde arbeid.
  • Betaalde arbeid
    Werk dat je verricht en waar je voor betaald wordt
  • Onbetaalde arbeid
    Werk waar je niet voor betaald wordt (bijv. vrijwilligerswerk)
  • Door te werken:

    - verdien je loon
    - is er regelmaat in je dag of week
    - kom je in contact met andere mensen
    - werk geeft je een mogelijkheid om jezelf te ontwikkelen en geeft een gevoel van eigenwaarde
    - werken is nuttig voor de samenleving


  • Als je in loondienst werkt, maak je met je werkgever afspraken over het aantal uren dat je per week gaat werken. Afhankelijk van deze afspraken heb je een deeltijdbaan of een voltijdbaan.
  • Deeltijdbaan (parttimebaan)
    Een baan waarbij je minder dan het volledige aantal uren per week werkt.
  • Voltijdbaan
    Een baan waarbij je het volledige aantal uren per week werkt
  • Er wordt niet alleen in bedrijven gewerkt, maar ook in huishoudens.
    Dit is vaak onbetaald werk. Als je huishouden uit meerdere personen bestaat, kun je de taken verdelen om het werk binnen het huishouden eerlijk te verdelen. Dit heet taakverdeling.
  • 4.2 waar werk je aan?

  • Als je werkt, heb je een werkgever (tenzij je eigen baas bent). Dit kan één persoon zijn, de baas van een klein bedrijf, of een groot bedrijf waar duizenden werknemers een baan hebben.
  • Werkgever
    Iemand die één of meerdere personen in dienst heeft. De werkgever geeft werk aan die mensen.
  • Werknemer
    Iemand die in dienst van een baas werk verricht.
  • Als werknemer kun je een uitvoerende functie hebben, maar ook een leidinggevende functie.
    Taken van een leidinggevende:

    • het maken van een werkplanning en een rooster
    • instructies geven
    • motiveren van werkgevers
    • controleren of het werk goed gedaan is
    Een leidinggevende is verantwoordelijk voor deze taken, maar ook voor het werk dat de uitvoerende medewerkers doen.

  • Hoe meer mensen er binnen een bedrijf werken, hoe belangerijker het is te weten wie wat doet.
    Dit kan je laten zien in een schema: het organisatieschema of organogram.

  • De Arbeidstijdenwet geeft regels voor werk- en rusttijden van werknemers.
    Zo staan er oa. regels in over werken op zondag, nachtdiensten en oproep- en aanwezigheidsdiensten.
    Ook staan hier regels in over het combineren van arbeid en zorgtaken.
  • Mensen moeten veilig en gezond hun werk kunnen doen. Alles wat betrekking heeft met de veiligheid, gezondheid en het welzijn van de werknemer op zijn werkplek, noem je arbeidsomstandigheden.
    De werkgever moet zorgen voor goede arbeidsomstandigheden.. De werknemer is ook verantwoordelijk voor goede arbeidsomstandigheden., je mag je zelf en anderen niet in gevaar brengen. Heb je bijvoorbeeld speciale kleding nodig om je werk veilig uit te kunnen voeren, moet je die ook dragen.
    Al deze regels zijn vastgelegd in de Arbowet.
  • Arbeidsomstandigheden
    Alles wat op de werkplek te maken heeft met de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de werknemer
  • 4.3 wat zijn je werkomstandigheden?

  • Voordat je ergens aan het werk gaat, wil je weten waar je aan toe bent.
    Je maakt met je werkgever afspraken oa. over:
    • je werktijden
    • je taken
    • je loon
    • het aantal vrije dagen
    De afspraken leg je vast in een arbeidsovereenkomst.
  • Arbeidsovereenkomst
    Een afspraak tussen een werkgever en een werknemer. De werknemer verricht arbeid en de werkgever betaalt loon.
    In de arbeidsovereenkomst staan de arbeidsvoorwaarden beschreven.
  • Wat staat er nog meer in een arbeidsovereenkomst:
    • een opzegtermijn: dit is een periode waarin je nog moet werken nadat je hebt opgezegd/ontslag hebt gekregen. Dit is meestal één maand (soms ook langer)
    • een proeftijd: dit is een periode waarin je een arbeidsovereenkomst kunt opzeggen zonder opzegtermijn. Een proeftijd mag niet langer dan 2 maanden zijn. Een werknemer en werkgever mogen hier beiden gebruik van maken.
    • het soort dienstverband: betreft het een vast dienstverband of een tijdelijk dienstverband. Of misschien werk je wel op oproepbasis. Tijdelijk dienstverband of op oproepbasis werken wordt ook wel flexibel werken genoemd
  • Vast dienstverband
    De arbeidsovereenkomst is voor onbepaalde tijd, er is geen einddatum afgesproken.
  • Tijdelijk dienstverband
    De arbeidsovereenkomst is voor een bepaalde tijd afgesproken. Deze stopt automatisch als de einddatum is bereikt.
  • Fexibel werken
    Een werkgever kan een werknemer laten werken als hij hem nodig heeft/
  • Het is niet te doen om voor alle individuele werknemers aparte arbeidsvoorwaarden op te stellen. Daarom zijn er in veel bedrijfstakken (bijv. zorg, onderwijs of transport) afspraken gemaakt die voor iedereen in die bedrijfstak gelden. Al die afspraken worden vastgelegd in de Collectieve arbeidsovereenkomst (CAO). Als de werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties en de overheid het met elkaar eens zijn (de overheid moet de CAO goedkeuren), moeten alle bedrijven in die bedrijfstak zich aan regels van de CAO houden.
  • Collectieve arbeidsovereenkomst (CAO)
    De cao is een overeenkomst tussen werkgevers en werknemers over de arbeidsvoorwaarden. Als een cao geldt in een bedrijfstak, moeten alle bedrijven in de sector zich houden aan de geldende cao
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Pincode.
  • Chantal van Arkel van den Boogaard Leen Doorduin Cookie Productions
  • 9789001807269 or 9001807267

Summary - Pincode.

  • 1.1 Wat is economie?

  • Huishouden= 1 of meer personen, 2+ --> noem je gezin.

     

     

  • Huishouden
    bestaat uit 1 of meer personen
  • Een huishouden bestaat uit één of meer personen. Hoe noem je een huishouden van tenminste twee personen?
    Een gezin
  • gezin
    huishouden met tenminste 2 personen
  • Wat zijn wettige betaalmiddelen?

    Euromunten en eurobankbiljetten. Je mag er volgens de wet overal mee betalen en ze moeten als betaling worden aangenomen.
  • wat betekent economie?
    huishoudkunde
  • Waar gaat economie over?

    Economie gaat over geld, tijd en keuzes die je moet maken om in je behoeften te voorzien.
  • waar gaat economie over?
    geld, tijd en keuzes die je moet maken om in je behoeften te voorzien
  • Wat betekent het woord economie?

    Huishoudkunde
  • alleenstaande
    vormt een eenpersoonshuishouden
  • Waarom heeft een briefje van 10 euro een waarde van tien euro?

    Omdat we dat hebben afgesproken. Degene die een briefje van tien euro aanneemt kan er op vertrouwen dat hij het briefje ergens anders weer kan gebruiken voor dezelfde waarde.
  • Wat is directe ruil?
    Ruilen zonder geld
  • Wat noem je INDIRECTE RUIL?

    Als je iets koopt of verkoopt, dan spreek je van je indirecte ruil. Je ruilt dan geld voor iets anders.
  • Wat is indirecte ruil?
    als je geld ruilt voor iets anders
  • Geld vertegenwoordigt een waarde. Vroeger waren er andere ruilmiddelen. Noem een aantal voorbeelden.

    Zout, specerijen, goud, graan, vee en schelpen.
  • Wat zijn wettige betaalmiddelen?
    In Nederland zijn dat euromunten en eurobiljetten
  • Wat noem je DIRECTE RUIL?
    Ruilen zonder gebruik te maken van geld. Bijvoorbeeld: een broodje voor een appel ruilen.
  • Wie brengt in Nederland de euro's in omloop?
    De Nederlandse Bank (DNB)
  • Welke 3 taken heeft De Nederlandsche Bank (DNB)?

    1. In omloop brengen van de Nederlandse Euro.

    2. Toezicht houden op de geldinstellingen, zoals banken en verzekeringsmaatschappijen.

    3. Zorgen voor veiligheid van het betalingsverkeer.

  • Wat doet de Nederlandse Bank nog meer?
    • Houdt toezicht op geldinstellingen zoals banken en verzekeringsmaatschappijen.
    • zorgt voor de veiligheid van het betalingsverkeer
  • Hoe komt het geld dat via De Nederlandsche Bank verspreid word bij de mensen?

    Via andere banken, zoals Rabobank, ING Bank, SNS Bank en Triodos Bank. De klanten van de banken nemen het geld op van hun rekening en betalen ermee in winkels. Zo word het geld in omloop gebracht.
  • Hoe wordt geld in omloop gebracht?
    DNB verspreidt het geld via andere banken zoals Rabobank, SNS Bank of Triodos Bank. De klanten van die banken nemen geld op van hun rekening en betalen ermee in de winkels.
  • Waarvan zijn de munten gemaakt, die wij gebruiken?

    Ze zijn gemaakt van staal, (geel)koper en nikkel.
  • Waar zijn munten van gemaakt?
    • staal
    • koper
    • nikkel
  • Hoeveel landen van de Europese Unie voerden in 2002 de euro in als wettig betaalmiddel?
    Twaalf landen
  • Dit zijn geen dure metalen, waarom kun je er toch mee betalen?
    Omdat er een vaste waarde voor het geld is afgesproken
  • Hoeveel landen gebruiken in 2011 de euro als wettig betaalmiddel?

    Zeventien landen.
  • Waarom kun je geen bankrekening openen bij DNB?
    omdat DNB geld in omloop brengt en geen gewone klanten heeft
  • Hoe weet je uit welk land een euromunt komt?

    Aan één zijde van de euromunt staat een nationaal kenmerk.
  • Hoe kan je zien uit welk land een euromunt komt?
    op 1 zijde staat een nationaal kenmerk
  • Noem 2 manieren van betalingsverkeer.

    1. Betaling met contant geld

    2. Electronische betaling

  • Wat is betalingsverkeer?
    alle betalingen die worden gedaan
  • Wat zijn voorbeelden van electronische betalingen?

    Bankpas met pincode

    Chipknip

    Internet

    Mobiele telefoon

     

  • Hoe kun je electronisch betalen?
    • met je bankpas met pincode
    • chipknip
    • mobiele telefoon
    • internet
  • Wat is CHARTAAL GELD?

    Munten en bankbiljetten
  • Wat is chartaal geld?
    contant geld; munten en bankbiljetten
  • Wat is GIRAAL GELD?

    Gerd dat op je bankrekening staat.
  • Wat is giraal geld?
    Geld dat op je bankrekening staat
  • Noem 3 functies van geld:

    Ruilmiddel

    Spaarmiddel

    Rekenmiddel

  • noem 3 functies van geld
    • ruilmiddel
    • spaarmiddel
    • rekenmiddel
  • Met geld kun je goederen en diensten kopen. Leg uit wat goederen en diensten zijn.

    Goederen zijn tastbaar. Bijvoorbeeld een fiets, een huis of kleding. Bij diensten gaat het om handelingen die voor jou verricht worden. Bijvoorbeeld de kapper die je haar knipt of de loodgieter die de gootsteen ontstopt.
  • geef voorbeelden
    • ruilmiddel; als je iets koopt
    • spaarmiddel; geld bewaren om er later iets mee te doen
    • rekenmiddel; waarde van producten aangeven
  • Wat is het verschil tussen goederen en diensten?
    Goederen zijn tastbaar zoals een huis, eten en kleding.
    Diensten zijn handelingen die verricht worden zoals reis organiseren, iemands haar knippen en een tv repareren
  • wat is een inkomen?
    geld dat binnenkomt voor je huishouden
  • Noem voorbeelden
    • loon
    • winst
    • huurinkomsten
  • Wat is loon?
    beloning voor het werk dat iemand doet
  • Wat is een ander woord voor loon?
    salaris
  • Wat is inkomen in natura?
    inkomen dat je ontvangt in de vorm van goederen of diensten. Je ontvangt dan geen geld.
  • Waar hangt de hoogte van je salaris vanaf?
    • leeftijd
    • opleiding
    • functie
    • leidinggevend
    • onregelmatige of regelmatige tijden werken
  • Wat is een modaal inkomen?
    het gemiddelde inkomen van veel mensen in Nederland; 33.000 euro per jaar. Als je meer verdient is dat een bovenmodaal inkomen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Waar staat de afkorting WIA voor?
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
Wat is brutoloon
Het loon zonder inhoudingen voor loonbelasting en premies
Wat is een ander woord voor een organogram?
Een organisatieschema
Wat is een organisatieshema
Daar staan de leidinggevende fucties en werknemende functies en de taak erbij
Welke 2 vormen van onbetaalde arbeid zijn?
1 huishoudelijke taken
2 vrijwilligerswerk
Organogram
Ook wel een organisatieschema 
5 redenen waarom iemand werkt
-Door te werken verdien je loon.
-Door te werken is er regelmaat in je dag of week.
-Door te werken kom je in contact met andere mensen.
-Werk geeft je de mogelijkheid om jezelf te ontwikkelen en het geeft je een gevoel van eigenwaarde
-Werken is nuttig voor de samenleving.
Nettoloon
Het loon dat je overhoudt na inhouding van loonbelasting en premies.
Brutoloon
Het loon zonder inhoudingen voor loonbelasting en premies.
Werknemersverzekering
Een verplichte verzekering voor mensen in loondienst waarvoor de premies worden betaald van het loon. Voorbeelden hiervan zijn de AOW (Algemene Ouderdoms-Wet) en de AKW (Algemene Kinderbijslag Wet).