Summary Powerpoints Klinische Psychologie

-
184 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Powerpoints Klinische Psychologie

  • 1 Fear conditioning as a model for the acquisition and extinction of fear

  • Wat is de definitie van angst?
    Angst is een specifieke staat van een organisme in de aanwezigheid van een actuele of waargenomen bedreiging die wordt gekarakteriseerd door: specifieke gedachtes en gevoelens, fysiologische veranderingen en gedrag.
  • Uit welke drie kenmerken bestaat de actuele of waargenomen bedreiging bij angst?
    • Specifieke gedachtes en gevoelens (negatief affect)
    • Fysiologische veranderingen (snellere hartslag)
    • Gedragingen (vermijden, bevriezen)
  • Wat is het verschil tussen angst en pathologische angst?
    Het verschil tussen angst en pathologische angst, is dat angst normaal gesproken adaptief is (het bereidt voor op een gevaarlijke situatie en heeft evolutionaire voordelen). Wanneer angst echter buitenproportioneel is voor de actuele bedreiging, of het chronisch is, wordt het maladaptief.
  • Welke 10 DSM-V angststoornissen zijn er opgenomen?
    1. Separatieangststoornis
    2. Selectief mutisme
    3. Specifieke fobie
    4. Sociale angststoornis
    5. Paniekstoornis
    6. Agorafobie
    7. Gegeneraliseerde angststoornis
    8. Middelen/medicatie-veroorzaakte angststoornis
    9. Onspecifieke angststoornis
    10. Posttraumatischestressstoornis (staat nu in de DSM als trauma-en stressorgerelateerde stoornis)
  • Welke angststoornis(sen) staan anders gecategoriseerd dan de overige angststoornissen en onder welk kopje zijn zij opgenomen?
    • Posttraumatische stressstoornis
    • Acute stressstoornis

    Deze zijn opgenomen onder: trauma-en-stressorgerelateerde stoornis.
  • Economische kosten van angststoornissen zijn ongeveer 42.3 miljard dollar in de USA. (Greenberg et al., 1999)
  • Hoeveel procent van de mensen worden blootgesteld aan één of meerdere traumatische gebeurtenissen in hun leven?
    Ongeveer 95% van de mensen.
  • Hoeveel procent van de trauma-overlevenden ontwikkelen een angststoornis?
    Tussen de 10% en 30%
  • Wat is de lifetime prevalentie van mensen met een PTSS in West-Europa? Hoeveel % in Noord-Amerika en hoeveel % in landen met een besloten geweld?
    Lifetime prevalentie in West-Europa: 1-2%
    Noord-Amerika: 6-9%
    Besloten gemeenschap: 10%
  • 1.1 Etiology of fear

  • Welke vormen van mentale stoornis(sen) zijn de grootste van alle pathologische stoornissen?
    Angststoornissen zijn de grootste vormen van mentale stoornissen
  • 1.1.1 Classical fear conditioning theory

  • Wat is een CS?
    Een CS, geconditioneerde stimulus, is een neutrale stimulus die an sich geen angst zou veroorzaken (bijv. Hond)
  • Wat is een US?
    Een US, ongeconditioneerde stimulus is een angstige stimulus (bijv. Hond bijt).
  • Wat is een UR?
    Een UR, ongeconditioneerde respons, is het gevolg aan de angstige stimulus (bijv. Pijn).
  • Wat is een CR?
    Een CR, geconditioneerde respons, is een reactie door de link van CS-US, en bang zijn voor de UR. Er ontstaat dus een link tussen de CS en UR.
  • Welke link ontstaat er bij een CR?
    Er ontstaat een link tussen de CS en de UR.
  • 1.1.2 Problems with the classical fear conditioning theory

  • Wat zijn de problemen van de klassieke-conditioneringstheorie voor angst?
    • Niet bij iedereen met een specifieke fobie, ligt een geconditioneerde ervaring aan ten grondslag
    • Niet iedereen met een geconditioneerde ervaring, ontwikkelt een specifieke fobie (tot 73% niet)
    • Objecten en situaties die mensen beangstigen is vaak niet-random (denk aan vliegtuig-fiets voorbeeld en evolutionair vs. Niet evolutionair)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Klopt het dat men valse herinneringen krijgt door EMDR therapie? Licht toe.
Mensen in de eye-movement conditie presteren slechter op geven van correcte informatie en scoren beter op het geven van misinformatie. Maar dit is enkel 1 studie, er is veel debat over.
Waar spelen EMDR, Imaginair rescripten en 'overige technieken' op in, in het model van Davey?
Deze spelen in op de US evaluatie.
Wat is het verschil van EMDR en imaginair rescripten ten opzichte van de US (herinnering)?
Bij EMDR verminder je de intensiteit van de US-beeld
Bij Imaginair Rescripten verander je de betekenis van de US-herinnering.
Wat is imaginair rescripten?
Imaginair rescripten is een techniek die wordt gebruikt om de betekenis van emotionele herinneringen en beelden te veranderen (zoals intrusies of nachtmerries).
Hoe werkt EMDR?
Bij EMDR denkt men aan de US/aversieve herinnering terwijl men oogbewegingen maakt. Hierdoor zal de representatie van de US verminderen, zoals het meer tolereerbaar wordt.
Wanneer wordt EMDR vooral toegepast?
EMDR wordt met name toegepast bij trauma en PTSS.
Wat zijn de andere technieken om US presentatie aan te passen (exclusief EMDR en imaginair rescripten)
  • Habituatie (het tolereren van het contact met de hond/spin, eraan ' wennen')
  • Nieuwe copingstijlen aanleren (leren van ademhalingsoefeningen om hyperventilatie te voorkomen)
  • Herinterpretatie van de US en CR's (lachen betekent support in plaats van 'uitlachen')
Wat zijn de manieren om de US presentatie aan te passen?
  • EMDR
  • Imaginair rescripten
  • Andere technieken, waaronder: habituatie, nieuwe copingstijlen, herinterpretatie van de US en CRs
Waarom komt terugval zo vaak voor bij exposure therapie?
  • Er wordt geen oude herinnering (van angst) gewist, maar er komt een nieuwe (extinctie) herinnering bij (zie plaatje)
  • De extinctie herinnering moet erg sterk zijn om te zorgen dat deze elke keer terugkomt (en dat is lastig)
  • Inhibitory learning approach
Wat zijn de beperkingen van exposure therapie?
  • Weigering van behandeling (75 - 85% van de patiënten zoekt geen behandeling, en 25% van de mensen die hulp zoekt, weigert exposure therapie)
  • Tussentijdse uitval (0-45% valt uit)
  • Terugval na therapie (19 - 62% van de patiënten valt terug na therapie)