Summary Praktijkgerichte ontwikkelingspsychologie ( cd-rom)

-
ISBN-10 9024417368 ISBN-13 9789024417360
320 Flashcards & Notes
47 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Praktijkgerichte ontwikkelingspsychologie ( cd-rom)". The author(s) of the book is/are Marjan de Bil Petra de Bil. The ISBN of the book is 9789024417360 or 9024417368. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Praktijkgerichte ontwikkelingspsychologie ( cd-rom)

  • 1 Wat is ontwikkelingspsychologie

  • Toetsvragen hfd. 11 'Een eigen persoonlijkheid'

     

     

     

     

     

     

     

     

    Hw. van blz 261 t/m 271 tot 11.4.4

     

    11.1 Inleiding: Eigen persoonlijkheidsontwikkeling is van belang voor een jongere. Tevens is de taak voor een jongere om zich los te maken van thuis. In dit hoofdstuk wordt er ook een paragraaf besproken over stoornis in emotionele ontwikkeling. Stoornissen zoals: stemmingsstoornissen, suïcide, psychosomatische stoornis, posttraumatische stressstoornis, angststoornis en fobieën.

     

    11.2 Emotionele ontwikkeling: De basis van de eerste levensemoties zijn blijdschap, boosheid, angst en verdriet. Tijdens de kleuterjaren worden er complexere emoties als schuld, afgunst, verbazing, schaamte en trots zichtbaar. Schaamte komt rond het vijfde levensjaar. In de pubertijd komen er geen nieuwe emoties bij volgens dit boek! De emotionele ontwikkeling van een puber verschilt van die van een kind op drie punten: de afwisseling in ervaren emoties, het redeneren (redeneren = door nadenken een standpunt bepalen) over emoties en het reguleren ervan.

     

    11.3 Morele ontwikkeling: (moreel = wat te maken heeft met ideeën over slecht en goed) De ontwikkeling en toename van empathie heeft invloed op het morele ontwikkeling. Moreel gedrag en gevoelens kunnen buiten beschouwing blijven waar redenneren wel aanwezig is.

     

    Identiteitsontwikkeling

     

    11.4.1  Inleiding: de identiteitsontwikkeling gaat het hele leven door. Sommige perioden staan centraal waarop de ontwikkeling een impuls krijgt en een spurt maakt.

     

    11.4.2. Identiteit en persoonlijkheid: identiteit wordt gevormd door biologische veranderingen, sociologische standpunten of veranderingen, psychologische veranderingen, verwachtingen van anderen en zichzelf. Aan het eind van de pubertijd is de identiteitsvorming nog niet klaar, de pubertijd houdt op maar de identiteitsvorming gaat het hele leven lang door. Bijstellingen kunnen altijd plaatsvinden.

     

    Persoonlijkheid is de som van eigenschappen en karaktertrekken die iemand tot een individu maken. Een persoonlijkheid is deels aangeboren, hiernaast vormen omgevingsfactoren en gebeurtenissen de persoonlijkheid.  

     

    Ander perspectief = punt vanuit waar je naar iets kijkt en of voelt.

     

    RET = redeneren over emoties. RET is een therapeutisch model dat hierop aanspeelt. Het RED model is er om aan te geven dat we onszelf ongelukkig maken door onze irreële gedachten. Wanneer men die omzet naar reële gedachten zullen onze negatieve gevoelens afnemen.

     

    Kohlberg =  Lawrence Kohlberg is grondlegger van de theorie over moraal denken (1969). Zijn theorie maakt hij onderscheid tussen drie niveaus van moreel denken: preconventioneel, conventioneel en postconventioneel.

     

    Handelen = is het gedrag dat je uitvoert n.a.v. je denken en emoties.

     

    Big Five =  zijn 5 psychologische persoonlijkheidsdimensies.

     

    Extraversie = De mate van extraversie geeft aan in hoeverre je op andere mensen gericht bent.

     

    Aangenaamheid = de aard warme of afstandelijke aard van een persoon.

     

    Zorgvuldigheid = hoe georganiseerd en doelgericht een persoon is.

     

    Emotionele stabiliteit = het kunnen regulieren van emoties.

     

    Openheid = in hoeverre iemand open staat voor nieuwe ervaringen en of tolerant is tot het ontdekken van nieuwe ideeën.

     

    ontwikkelingstheorieën = er zijn grofweg twee theorieën, ontwikkelingstheorieën en de sociale cognitietheorieën.

     

    Ontwikkelingstheorieën = verdeling van de ontwikkeling of levensloop in een aantal fasen.

     

    sociale-cognitie-theorieën = de nadruk ligt op het ontstaan van een zelfbeeld en zelfevaluatie in de interactie met de omgeving. Ook wel sociaal leren en handelen.

     

    Moratorium = uitstel, stagnatie of tijdelijke opschorting van eigen identiteit.

     

    Binding =  vanuit eigen identiteit mening en standpunten gevormd, keuze in vriendschappen, vrije tijdsbesteding en beroepen.

     

    Identiteitsstatussen =  vier verschillende indentiteitsstatussenmodel van Marcia.

     

    Egostadia = de stadia van het ego ontwikkeling, hoog aanpassingen op omgeving, laag bij alleen rekening houden met eigen verlangens.

     

    Zelf = het op dat moment eigen ik.

     

    Zelfbeeld = zelfwaardering.

     

    Zelfwaardering = het beoordelen van het eigen zelf.

     

    ideaalbeeld=  waardering om hoe jezelf zou moeten of kunnen zijn.

     

     

     

     

  • Wat is ontwikkelingspsychologie?

    Ontwikkelingspsychologie houdt zich bezig met de ontwikkeling van de mens. Aandacht vooral op kinderen omdat de ontwikkeling en groei bij hen het meest in het oog springt.

  • Ontwikkeling vindt plaats door biologische factoren zoals groei en rijping, maar ook door psychologische factoren in de persoon zoals aanleg en persoonlijkheid. Daarnaast vindt de ontwikkeling plaats in interactie met de omgeving, bv door de interactie met anderen.

  • Ontwikkelingspsychologie van volwassenen?

    Levenslooppsychologie

  • Verwerven van een veilige basis.
    De eerste ontwikkelingstaken van een pasgeboren baby zijn wennen aan de wereld om hem heen en het verwerven van een basisvertrouwen.(Ouders en verzorgers ook een belangrijke rol) Verwerven van een basis vindt plaats in de eerste 12 maanden.

  • Verkennen van de wereld.
    Tweede ontwikkelingsdoel is verkennen van de wereld. Ontwikkelingsperiode van deze taak is dag 1 tot en met de kleutertijd.

  • Ontwikkelen van autonomie en identiteit.
    Wanneer het kind zich veilig voelt, onderneemt het dingen zelfstandig. Kind verwerft autonomie en wordt onafhankelijker van zn ouders. Ontdekt eigen ik en grenst zich af van de ander (peuterpuberteit). Vindt plaats tussen 1en 3 jaar.

  • Leren communiceren.
    Door middel van taal, gebaren en andere niet-talige manieren. Ontwikkeling van het leren communiceren gebeurd in de baby, peuter en kleutertijd.

  • Begrijpen van de wereld. (cognitieve ontwikkeling)
    Baby en peuters leren beter ordening en structuur te zien, en ze gaan verbanden leggen. Op gegeven moment kan een kind relaties ontdekken tussen oorzaken en gevolgen en begrijpen en redeneren.

  • Omgaan met anderen.
    Eerst vertrouwde kring (familie) Later actiever met leeftijdsgenootjes ( vanaf 3 jaar)

  • Opgroeien in een (warm) gezin = belangrijkste basis om als kind te kunnen groeien en bloeien.  

  • Leren op school.
    Vanaf 4e jaar naar school. Leren aanpassen aan regels en structuren. Leeromgeving en sociale omgeving.

  • Van kind naar puber.
    Rond 12 jaar overstap naar wereld van pubers en adolescenten. Minder afhankelijk worden van ouders.

  • Eigen persoonlijkheid.
    Grote en belangrijke taak; ontdekken en ontwikkelen van eigen persoonlijkheid. Begin is gemaakt in kindertijd, maar in puberteit gaat identiteitsvorming verder.

  • Gezondheid en uiterlijk.
    Bij jonge kinderen zijn vooral de ouders verantwoordelijk voor de gezondheid, in puberteit worden kinderen daar steeds meer zelf verantwoordelijk voor.

  • Invullen van vrije tijd met activiteiten die hij leuk en zinvol vindt.

  • Sociale contacten en vriendschappen.
    Hoe gaat een jongere om met groepsdruk en hoe gaat hij relaties aan?

  • Een seksuele identiteit.
    Een jongere staat voor de uitdaging om te ontdekken wat zijn mogelijkheden en wensen zijn op het gebied van intimiteit en seksualiteit.

  • Kiezen voor opleiding en werk.
    Nadenken wat het beste bij zijn capaciteiten, interesse en persoonlijkheid past.

  • Een plek in de maatschappij.
    Het uiteindelijke ontwikkelingsdoel van de periode van 0 - 18 jaar is dat een jongere zich heeft ontwikkeld tot een persoon die zichzelf kan redden in de maatschappij.

  • Praktijk: Het is de kunst om enerzijds alle kennis paraat te hebben en alert te zijn op risicofactoren en signalen, en anderzijds ruimte te laten voor de eigenheid van het kind.

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.