Summary Praktisch Belastingrecht 2014-2015 Theorieboek

ISBN-13 9789079564002
562 Flashcards & Notes
32 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Praktisch Belastingrecht 2014-2015 Theorieboek". The author(s) of the book is/are . The ISBN of the book is 9789079564002. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Praktisch Belastingrecht 2014-2015 Theorieboek

  • 1.4.2 Uitvoeringsregelingen en -besluiten

  • In wetten wordt verwezen naar andere regelingen. Het gaat dan om delegatiebepalingen. In de wettekstenbundel zijn uitvoeringsbesluiten en uitvoeringsregelingen opgenomen. 
  • 1.4.3 Europese richtlijnen

  • Afspraken binnen EU worden vastgelegd in richtlijnen. 
    De leden van de EU moeten deze richtlijnen in hun nationale wetgeving opnemen. 
    Een burger kan zich op deze richtlijnen beroepen als deze richtlijnen nog niet zijn vastgelegd. De richtlijn heeft dan een rechtstreekse werking.
  • 1.4.4 Besluiten

  • Besluit: om onduidelijkheden te voorkomen wordt een toelichting op de wet gegeven door staatssecretaris van Financiën of een bepaalde tegemoetkoming geven. Deze besluiten worden ook wel pseudowetgeving genoemd. (dit zijn dus GEEN uitvoeringsbesluiten of uitvoeringsgregelingen)
  • 1.4.5 Algemene beginselen van behoorlijk bestuur

  • Aantal criteria waaraan behoorlijk bestuurder aan moet voldoen:
    • vertrouwensbeginsel
    • gelijkheidsbeginsel (gelijke gevallen moet op eenzelfde manier worden behandeld; dit geldt alleen wanneer in de meerderheid van gelijke gevallen dezeflde fout is gemaakt, dan kan een beroep op gelijkheidsbeginsel slagen)  
  • 3.2.2 Privaatrechtelijke dienstbetrekking

  • Privaatrechtelijke dienstverlening artikel 7:610 BW
    De overeenkomst waarbij de ene partij , de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten.

    arbeidsovereenkomst bevat 3 essentiële voorwaarden:
    • gezagsverhouding ( sprake van zgn. ondergeschiktheid)
    • persoonlijke arbeid ( wn mag zich niet zonder toestemming werkgever laten vervangen)
    • loon  (geld/verstrekkingen/aanspraken)
  • Als iemand een vergoeding ontvangt voor de werkelijke gemaakte kosten--> niet als loon aangemerkt., alleen maar een kostenvergoeding
  • 3.2.3 Publiekrechtelijke dienstbetrekking

  • Publiekrechtelijke dienstbetrekking
    Deze berust niet op arbeidsovereenkomst maar op een aanstelling of benoeming door een overheidsorgaan
    (burgemeester , commissaris Koning)

    3 voorwaarden privaatrechtelijk dienstbetrekking niet van belang.

    Bij gekozen ambten--> democratische wijze gekozen--> geen sprake publikerechtelijke dienstbetrekking
  • 3.2.4 Fictieve dienstbetrekking

  • Fictieve dienstbetrekking art 3 en 4 Wet LB
    Niet alle noodzakelijke elementen van dienstbetrekking zijn aanwezig. Maar dat de Wet LB  deze arbeidsverhouding toch onder de heffing van loonbelasting brengt

    Essentieel is dat het begrip gezagsverhouding ontbreekt.

    • aanneming werk
    •   stagiairs
    • meewerkende kinderen vd ondernemer 15 jaar of ouder
    • aanmerkelijk belanghouder
    • gelijkgesteldenregeling ( in maatschappelijk opzicht gelijkgesteld kan worden aan een werknemer)
  • Bij aanneming van werk (art. C lid 1 letter a Wet LB) komt aannemer met de opdrachtgever overeen dat hij persoonlijk tegen een bepaalde prijs een werk tot stand zal brengen. Werk van stoffelijke aard.

    deze fictie geld niet als:

    • arbeid wordt verricht door een ondernemer of zelfstandig beroepsoefenaar    
    • ovk is aangegaan met natuurlijk persoon voor privéaangelegenheden (art 3 lid 2 Wet LB)
  • Gelijkgestelden  regeling artikel 4 letter e Wet LB
    Van toepassing op degen die:

    •   de arbeid persoonlijk verricht
    • doorgaans met deze arbeid ten minste 40% vh wettelijk brutominimumloon per week verdiend
    • arbeidsverhouding is aangegaan voor onbepaalde tijd of ten minste een maand
    • niet in een echte of fictieve dienstbetrekking werkzaam is
  • Opteren voor loonbelasting (opting-in)
    Als arbeidsverhouding voor de LB niet als fictieve dienstbetrekking wordt aangemerkt, kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer ervoor kiezen om toch de arbeidsverhouding aan te merken als een fictieve dienstbetrekking. 
    opdrachtnemer wordt pseudo-werknemer. Voordelen dat hij gebruik kan maken van de in de Wet LB opgenomen faciliteiten zoals vrijgestelde loonbestanddelen.

    Opteren voor LB kan slecht onder de volgende voorwaarden:

    • de beoogde werknemer is geen ondernemer
    • degene die de werkzaamheden verricht moet voor het moment waarop de eerste loonbetaling plaatsvindt via een gezamenlijke verklaring van hemzelf en de beoogde inhoudingsplichtige melden da de arbeidsverhouding als een dienstbetrekking moet worden beschouwd.      
  • 3.2.5 Oneigenlijke dienstbetrekking

  • Oneigenlijke dienstbetrekking art. 34 Wet LB en art.11 Uitv besl. LB
    Regelgeving ingevoerd ter vergemakkeling van de heffing van inkomstenbelasting.
    loonheffing geheven over :
    • termijnen en afkoopsommen van lijfrente of
    • andere periodieke uitkeringen/verstrekkingen en
    • uitkeringen  ter vervanging van gederfde of te derven periodieke uitkeringen/verstrekkingen  
    die natuurlijke personen genieten.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Factoring
De overnemer van een oninbare factuur mag het recht op teruggaaf echter niet op de periodieke aangifte omzetbelasting in mindering brengen.
Hij moet een afzonderlijke verzoek aan de inspecteur doen voor teruggaaf.
artikel 29 lid 6 en 10 Wet OB
Teruggaaf bij niet betaling
Art. 29 Wet OB.
 afnemer betaald de factuur niet of gedeeltelijk niet.
recht op teruggaaf van de belasting ontstaat uiterlijk één jaar na het tijdstip dat de vergoeding opeisbaar is geworden

datum van opeisbaarheid: uiterste datum volgens de overeenkomst  waarop de vordering moet worden betaald.
staat deze datum niet ion overeenkomst-> wettelijk betalingstermijn van 30 dagen na ontvangst van de factuur 

in mindering op aangifte waarin het recht op teruggaaf is ontstaan.
omzetbelastingbedrag opnamen als negatieve omzet.
Forfaitaire berekeningsmethode
Kasstelsel, leveren voornamelijk aan particulieren. Geen factuur uitgereikt.-> splitsingsmethode toepassen.

artikel 16 Uitv besl OB algemene splitsingsmethode
artikel 17 Uitv, besl. OB splitsingsmethode leveren van goederen die ondernemer zelf heeft vervaardigd.

uitgangspunt: winkelwaarde van de inkopen = de prijs waarvoor de ondernemer goederen verkoopt.
Tijdstip factuur
De factuur moet uiterlijk worden uitgereikt op de 15e dag na de maand waarin de levering of de dienst is verricht.
artikel 34g Wet OB
Factuurvereisten
-> bedrag van de te betalen belasting moet separaat op de factuur vermeld staan.
Is dit niet het geval bijvoorneeld € 500 incl 21% btw-> mag de btw niet verrekend worden als voorbelasting
Overdracht van een onderneming wordt geen omzetbelasting geheven
Artikel 37d Wet OB de reden hiervoor is dat de goederenen diensten niet dichter bij de consument komen.

Sprake van overdracht van een onderneming:
  • verkoop van een bedrijf aan een derde
  • wijziging van een rechtsvorm (bv omzetting eenmanszaak naar bv)   
Globalisatiemethode art 28d Wet OB
Belasting wordt berekend over de brutowinstmarge per aangiftetijdvak

(margeverkopen incl btw-/- marge inkopen) x  21/121 of 9/109   

bij negatieve tijdvakwinstmarge geen belasting verschuldigd.

wel bestaat mogelijkheid om een negatieve tijdvakwinstmarge te verrekenen met de winstmarge over het volgende tiijdvak.
Uitwerking margeregeling
Omzetbelasting berekend over de winstmarge. Art 28b lid 1 Wet OB 
Winstmarge: verschil vergoeding (verkoopprijs) en inkoopprijs.

het is mogelijk dat er een verliesgevende verkoop plaatsvindt. (negatieve winstmarge)  
--> niet nodig om omzetbelasting te heffen , maar kan er ook geen omzetbelasting teruggevraagd worden.
KOR geldt NIET voor
  • Niet-natuurlijke personen zoals nv, bv stichtingen en verenigingen
  • ondernemers, dien niet aan de administratieve verplichtingen voldoen art 25.4  Wet OB
  • ondernemers die via een optie een onroerende zaak met omzetbelasting verhuren
KOR
Uitsluitend natuurlijke personen--> eenmanszaal, samenwerkingsverbanden van natuurlijke personen (maatschap, vof, cv)