Summary Praktisch Europees recht

-
ISBN-10 9001802397 ISBN-13 9789001802394
313 Flashcards & Notes
43 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Praktisch Europees recht". The author(s) of the book is/are M Wormsbecher. The ISBN of the book is 9789001802394 or 9001802397. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Praktisch Europees recht

  • 1.1.1 Staatssoevereiniteit

  • Op welke manieren kan staatssoevereiniteit beperkt worden?
    Soevereiniteit overdragen en soevereiniteit onvrijwillig beperkt
  • Wat houdt staatssoevereiniteit in?
    De overheid heeft de ultieme beslissingsbevoegdheid op het grondgebied van staat. 
  • 1.1.2 Internationale organisaties

  • Welke soorten internationale organisaties zijn er?
    Gouvernementele organisaties en non gouvernementele organisaties
  • Een gouvernementele organisatie is een samenwerkingsverband tussen staten. De oprichting gebeurt per verdrag en daarin vermelden de lidstaten de doelstellingen en de middelen die de organisatie heeft. (EGKS)
  • Een intergouvernementele organisatie is een samenwerkingsverband tussen staten waarin lidstaten geen soevereiniteit afstaan.
  • Als lidstaten wel beslissingsbevoegdheden afstaan is er sprake van een supranationale organisatie.
  • Een suprationale organisatie staat boven de lidstaten terwijl een intergouvernementele organisatie een samenwerking is tussen lidstaten.
  • Een non gouvernementele organisate (ngo) is onafhankelijk van staten en heeft vaak een ideële doelstelling. Een ngo hoeft niet internationaal te zijn. Ngo's publiceren jaarlijks rapporten over de stand van zaken van hun aandachtsgebied. (Rode kruis, natuurmonumenten en Amnesty International)
  • Geef aan wat het verschil is tussen een supranationale en een intergouvernementele organisatie met betrekking tot de besluitvorming.
    Bij een supranationale organisatie kan een besluit genomen op basis van een (gekwalificeerde) meerderheid van stemmen. Bij een intergouvernementele organisatie kan er alleen een besluit genomen worden als alle lidstaten het ermee eens zijn.
  • Leg uit wat de doelstelling genoemd in artikel 3 lid 1 VEU betekent voor de EU.

    Het gevolg van de verregaande samenwerking is dat de economieën van de Europese lidstaten nauw met elkaar verweven zijn. Dit heeft ervoor gezorgd dat het welvaartsniveau is gestegen in de afgelopen decennia.
  • Leg uit wat de EU doet om de doelstelling genoemd in artikel 3 lid 2 VEU te bereiken.

    De EU zorgt voor beleid dat het mogelijk maakt om overal te werken en te verblijven (vrijheid), maar ook voor regels die de grensoverschrijdende criminaliteit bestrijden (veiligheid).

  • Geef een omschrijving van het begrip interne markt dat wordt genoemd in artikel 3 lid 3 VEU.


    Eén Europese markt waarin alle bedrijven en personen dezelfde kansen en mogelijkheden hebben. Deze markt is een ruimte zonder economische grenzen en belemmeringen waar het economisch verkeer zich zo vrij mogelijk kan bewegen.

  • Wat is een nadeel  van de doelstelling genoemd in artikel 3 VWEU?
    De economische afhankelijkheid

  • 1.2.1 Vrede en welzijn

  • De doelstelling vrede en welzijn houdt in dat eventuele conflicten tussen lidstaten op een diplomatieke wijze worden opgelost. Hierdoor zijn er geen oorlogen meer geweest tussen Europese lidstaten. 
  • 1.2.2 Vrijheid en veiligheid

  • De doelstelling vrijheid en veiligheid houdt in dat er een beleid is dat het mogelijk maakt om overal te werken en te verblijven, maar ook voor regels die de grensoverschrijdende criminaliteit bestrijden. 
  • 1.2.3 Interne markt

  • Geef een omschrijving van het begrip interne markt.
    Eén Europese markt waarin alle bedrijven en personen dezelfde kansen en mogelijkheden hebben. Deze markt is een ruimte zonder economische grenzen en belemmeringen waar het economisch verkeer zich zo vrij mogelijk kan bewegen.
  • 1.2.4 Monetaire unie

  • Een monetaire unie brengt lidstaten nog dichter bij elkaar. De euro zorgt er bijvoorbeeld voor dat de consument de prijzen van producten en diensten in zijn eigen land snel kan vergelijken met die uit andere lidstaten. Het bevordert daardoor de handel tussen de lidstaten. 
  • Aan welke voorwaarden moet een lidstaat onder andere voldoen om deel te mogen nemen aan de euro. 
    Aan eisen op het gebied van prijsstabiliteit, overheidsfinanciën en rentepercentages. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Rol van Nationale rechter bij het toepassen van Europees recht
Het Hof kent geen beroepsrecht voor burgers maar alleen de mogelijkheid dat nationale rechters op grond van artikel 267 VWEU een prejudiciële vraag stellen aan het Hof onder andere over de uitleg van Verdragen. Burgers moeten naar de nationale rechter.
8. Uiteenzetten wat de Rule of Reason inhoudt:


  • Cassis de Dijon: Een drank mocht niet in Duitsland vanuit Frankrijk worden verhandeld, omdat de likeur maar 15 tot 20 procent alcohol bevatte. Terwijl in Duitsland een wettelijke bepaling gold dat vruchtenlikeur met een alcoholpercentage van ten minste 32 procent mocht worden verhandeld onder de naam vruchtenlikeur. Dit zou in strijd zijn met art. 34 VwEU. De volgende voorwaarden gelden:
  • 1. Maatregel zonder onderscheid  er mag geen sprake zijn van directe discriminatie.
  • 2. Geen harmonisatie  mag niet in strijd zijn met secundaire wetgeving.
  • 3. Daadwerkelijk een publiek belang dienen  bescherming van algemene en openbare belangen, dus geen private.
  • 4. Evenredigheidsbeginsel  is er een minder ingrijpend middel beschikbaar om het doel te bereiken en is het noodzakelijk? Zo niet, dan is het evenredig.

.
7. De verdragsuitzonderingen op het verbod van belemmering van het vrij verkeer uitleggen en toepassen en daarbij de aanvullende voorwaarden toepassen:
  • Indien er een rechtvaardigingsgrond is mag er een uitzondering op het vrij verkeer worden gemaakt. Je hebt de volgende gronden: 
  • Verdragsuitzonderingen  Bij goederen, art. 36 VwEU. Bij werknemers, art. 45 VwEU. Bij vestiging, art. 51 + 52 VwEU. Bij diensten, zelfde als vestiging. Bij kapitaal, art. 65 VwEU. 
  • Rule of Reason  gerelateerd aan Cassis de Dijon arrest. ALLEEN BIJ INDIRECTE DISCRIMINATIE MOGELIJK. Dit zijn uitzonderingen die op het vrij verkeer zijn toegestaan als die beantwoorden aan dwingende eisen van algemeen belang
  • .De aanvullende eisen luiden als volgt:
  • 1. De maatregel mag niet in strijd zijn met secundaire wetgeving die tot doel heeft nationale wetgeving te harmoniseren.
  • 2. De maatregel moet daadwerkelijk een publiek belang dienen.
  • 3. De maatregel moet in overeenstemming zijn met het evenredigheidsbeginsel
het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel uitleggen en toepassen.
Gelijkheidsbeginsel  discriminatie op grond van nationaliteit is verboden, art. 18 VwEU.
Evenredigheidsbeginsel  voor het bereiken van een doel moet altijd het minst ingrijpende middel worden gekozen, art. 5 lid 4 VEU
Uitleggen wat staatssoevereiniteit is en hoe dit kan worden beperkt

De overheid heeft de ultieme beslissingsbevoegdheid op het grondgebied van de staat en is de enige die wet- en regelgeving kan opstellen.
Vrijwillig  de staat kan beslissen om (een gedeelte van) de beslissingsbevoegdheid over te dragen aan bijvoorbeeld een internationale organisatie. De staat kan dan niet meer zelf alle regels stellen, maar accepteert dat een organisatie hoger en gezaghebbender is dan de staat zelf.
Onvrijwillig  als een land onvrijwillig de beslissingsbevoegdheid uit handen wordt genomen. Denk hierbij aan dat de macht in een ander land wordt overgenomen..
het arrest ‘Van Gend en Loos’ en ‘Costa/ENEL’ uitleggen en toepassen op een casus

  • Van Gend en Loos: Doorwerking/directe werking van het Europees recht, art. 34 VwEU. In dit arrest heeft het Hof van Justitie bepaald dat verdragen in beginsel een directe werking hebben. In dit arrest zijn een aantal voorwaarden geformuleerd waaraan voldaan moet worden om sprake te kunnen zijn van directe werking van het Europees recht:
  • 1. De verplichting moet duidelijk en onvoorwaardelijk zijn opgesteld  dit houdt in, geen nadere regelgeving is benodigd voor uitleg.
  • 2. De verplichting moet geschikt zijn voor directe werking  ‘’dat dit verbod er zich krachten zijn aard geheel toe leent onmiddellijk effect te verlangen in de rechtsbetrekkingen tussen de lidstaten en hun justitiabelen’’.
  • 3. De verplichting is met geen enkel voorbehoud voorzien  er mag niet in staan dat de verplichting pas werking heeft als er een regeling of wet voor is gemaakt in het nationaal recht.

  • Costa/Enel: Het Europees recht heeft altijd voorrang boven het nationale recht. Na de inwerkingtreding van het EE-verdrag had de Italiaanse overheid besloten om door middel van een nationalisatiewet de elektriciteitsvoorziening te nationaliseren. Costa was van mening dat de toepassing van deze wet verschillende artikelen van het EEG-verdrag zou schenden. Voorwaarden:1. Voorrang Bij een botsing tussen nationaal en Europees recht, gaat Europees recht voor
in een casuspositie d e werking en de mogelijkheden van de prejudiciële procedure uitleggen.
  • Prejudiciële procedure  (zie hierboven) de nationale rechters zijn geen expert op het gebied van het Europees recht. Zij hebben daarom de mogelijkheid om rechtsvragen aan het Hof voor te leggen. De nationale rechter schorst in dat geval de zaak en stelt een vraag aan het Hof. Die zal de vraag beantwoorden, waarmee de nationale rechter vervolgens de zaak kan oplossen. Doel = om ervoor te zorgen dat het Europees recht op een uniforme manier wordt uitgelegd.
  • Vernietigingsberoep  wanneer er bijvoorbeeld een instelling niet heeft ingestemd bij de invoering van regelgeving. De procedure is daardoor niet correct verlopen. Het Hof kan op grond van art. 263 VwEU de regelgeving vernietigen door middel van een vernietigingsberoep.
  • Verdragsschendingsprocedure  wanneer bepaalde lidstaten verplichtingen niet nakomen die in het verdrag staan, kan er op grond van art. 258 en 259 VwEU een verdragsschendingsprocedure gestart worden bij het Hof.

 De verdragsuitzonderingen op het vrij verkeer van diensten uitleggen, onderscheiden en toepassen:


Inbreuk wordt gerechtvaardigd op basis van:
a) De openbare orde
b) De openbare veiligheid
c) De volksgezondheid


  • Ruiz Zambrano: Een man en een vrouw komen uit Columbia en vragen in België een asiel aan. Deze wordt afgewezen, maar in de tussentijd is de vrouw bevallen van twee zonen die de Belgische nationaliteit hebben. Kunnen de ouders nu eruit worden gezet?
  • Bosman: Belgische voetballer wilt bij een andere club gaan, maar de Belgische Voetbalvond kent een transfersysteem waarin de nieuwe contracterende club een opleidings- of promotievergoeding moet betalen aan de oude club. Regelingen stelden ook eisen aan de hoeveelheid buitenlandse voetbalspelers een club mocht hebben. Volgens Bosman was dit in strijd met het Europees recht, met name het vrij verkeer van werknemers
9. Uitleggen wie een beroep op het vrij verkeer van diensten kunnen doen:

:Om te bepalen wie een beroep kan doen op het vrij verkeer van diensten is het belangrijk om het onderscheid te maken tussen dienstverleners en dienstontvangers.
  • - Het recht om diensten te ontvangen geldt voor iedereen (voor zowel EU-burgers als derdelanders).
  • - Het recht om diensten te verlenen geldt in beginsel alleen voor EU-burgers.  Enige uitzondering op de regel dat derdelanders geen aanspraak kunnen maken op het recht van vrije dienstverlening, wordt gevormd door personeel afkomstig uit een derde land dat wordt ingehuurd door een dienstverlener die EU-burger is om in een andere lidstaat dienst uit te voeren
8. Aangeven welke diensten uitgezonderd zijn van art. 56 VwEU:

Het vrij verkeer van diensten is niet van toepassing op:
  • Dienstverlening ter uitoefening van het openbaar gezag, art. 62 jo 51 VWEU.
, art. 58 VwEU.
  • Vervoersdiensten, art 58 VwEU.
  • het gaat om harmonisatie van financiële diensten, art 58 lid 2 VwEU.
  • De vrijheid om diensten te verlenen geldt in beginsel alleen voor EU-burgers.