Summary Praktisch Europees Recht

ISBN-13 9789001846107
601 Flashcards & Notes
9 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Praktisch Europees Recht". The author(s) of the book is/are . The ISBN of the book is 9789001846107. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Praktisch Europees Recht

  • 1 Europese Unie

  • Welke internationaalrechtelijke aspecten zijn betrokken bij de Europese Unie?
    **
  • Wat zijn de doelstellingen van de Europese Unie?
    **
  • Leg het begrip interne markt uit. Wat houdt dit begrip in?
    **
  • Leg het gelijkheidsbeginsel uit.
    **
  • Leg het evenredigheidsbeginsel uit.
    **
  • Geef een voorbeeld van het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel.
    **
  • 1.1 Internationaal recht

  • Wat is staatssoevereiniteit (volgende vraag: en hoe kan dit worden beperkt)?
    Je kunt spreken van staatssoevereiniteit wanneer
    1. de nationale overheid de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid op het grondgebied van de staat heeft en 
    2. de enige is die wet- en regelgeving kan opstellen. 
    Dit heeft tot gevolg dat 
    • andere staten NIET kunnen bepalen hoe (bijvoorbeeld Nederland) deze staat zijn regelgeving vormgeeft. Deze macht ligt alleen bij de nationale overheid van deze staat. 
  • Hoe kan deze staatssoevereiniteit worden beperkt)?
    Deze macht kan op twee manieren worden beperkt:
    1. de macht kan vrijwillig (gedeeltelijk) worden overgedragen;
    2. de macht kan onvrijwillig worden beperkt.
  • De macht kan vrijwillig (gedeeltelijk) worden overgedragen, verklaar.
    De staat kan beslissen om (een gedeelte van) de beslissingsbevoegdheid over te dragen aan bijvoorbeeld een internationale organisatie.

    Gevolg: de staat kan niet meer alle regels zelf stellen, maar accepteert dat een organisatie hoger meer gezaghebbend is dan de staat zelf.
  • Soevereiniteit is uiterst belangrijk voor het functioneren van een staat. Het zal een belangrijke reden zijn die de staat hiertoe doet beslissen. In welk uiterste geval zal de staat de beslissingsbevoegdheid overdragen?
    1. Als dit het belang van het land dient.
    2. als het bijdraagt aan het welzijn van de inwoners.
  • De macht kan onvrijwillig worden beperkt, verklaar.
    Wanneer een land onvrijwillig de beslissingsbevoegdheid uit handen wordt genomen.

    Als een staat wordt binnengevallen door een ander land en dat andere land de macht overneemt. In dat geval is de beslissingsbevoegdheid van de andere (de binnengevallen staat) beperkt.

    De overheersende staat neemt vanaf dat moment alle beslissingen.
  • Voorbeelden van onvrijwillige beperking van souvereiniteit?
    1. Door militair ingrijpen van een onafhankelijke staat;
    2. Door een mandaat dat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft afgegeven om een land binnen te vallen. Recent gebeurd in Irak en Afghanistan.
  • Binnen het internationaal recht zijn een aantal belangrijke spelers. Noem deze.
    1. De staten op zich;
    2. Internationale organisaties, welke onder te verdelen zijn in:
      • gouvernementele organisaties; 
        • intergouvernementele organisaties;
        • supernationale organisatie; en
      • non-gouvernementele organisaties.
  • Gouvernementele organisaties zijn?
    Een samenwerkingsverband tussen staten.
    1. oprichting gebeurt in een verdrag;
    2. in het verdrag vermelden de lidstaten:
      • de doelstellingen
      • de middelen die de organisatie heeft
    3. een internationale organisatie biedt staten de mogelijkheid tot samenwerking op een bepaald beleidsterrein
  • Noem een voorbeeld van een intergouvernementele organisatie.
    Internationale Telecommunicatie Unie (ITU).

    1. op dit moment zijn 191 staten lid van de organisatie;
    2. het is een intergouvernementele organisatie lidstaten zijn soeverein.
    3. tegenwoordig houdt de organisatie zich bezig met telefoonnetwerken;
    4. de oudste organisatie (dateert uit 1865) maar samenwerking nog steeds relevant
    5. ITU beheert bijvoorbeeld de landencodes
  • Gouvernementele organisatie zijn op te delen in twee categorieën, welke?
    • supranationale organisatie: bij oprichting van de organisatie kiezen de staten ervoor (een deel van) de beslissingsbevoegdheid af te staan (supranationale organisatie staat boven de lidstaten, staten accepteren dat organisatie regels opstelt waar zij zich aan moeten houden).
    • Intergouvernementele organisatie: bij oprichting kiest de organisatie ervoor GEEN beslissingsbevoegdheid af te staan. Staten blijven soeverein (een samenwerking tussen lidstaten, nemen samen een beslissing
  • Non-gouvernementele organisaties?
    1. een internationale/nationale organisatie opgericht door een groep personen.
    2. onafhankelijk van staten.
    3. vaak een ideële doelstelling
    4. publiceren jaarlijks rapporten over stand van zaken op hun aandachtsgebied.
    5. hebben niet dezelfde status als de gouvernementele organisaties.
    6. worden wel vaak uitgenodigd om deel te nemen aan internationale vergaderingen, hebben geen stemrecht maar wel een adviserende rol.
    7. ook wel NGO genoemd.
  • Noem voorbeelden van een nationale NGO en internationale NGO.
    Nationale NGO:
    • natuurmonumenten.
    Internationale NGO:
    • Rode Kruis.
    • Amnesty International.
    • Wereld Natuurfonds. 
  • Kan een NGO een supranationale organisatie zijn?
    Van een supranationale organisatie zijn staten lid die (een deel) van hun bevoegdheden overdragen aan de supranationale organisatie. 
    Van een NGO zijn uitsluitend personen lid, geen staten daarom kan een NGO geen supranationale organisatie zijn.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is de rol van de nationale parlementen in het besluitvormingsproces??
  1. Als het nationaal parlement vindt dat de voorgestelde Europese wetgeving niet in overeenstemming is met het subsidiariteitsbeginsel (=de lidstaten bepalen zoveel mogelijk zelf. Pas als het beter gezamenlijk geregeld kan worden is de EU bevoegd) kunnen zij (sinds het Verdrag van Lissabon) bezwaar maken.
    1. Dit kan aan de hand van een gele kaart procedure
    2. of een oranje kaart procedure


Dit is mogelijk omdat de Commissie de nationale parlementen van al haar wetgevingsvoorstellen op de hoogte stelt.

Binnen acht weken moeten de nationale parlementen een standpunt hebben ingenomen. Elk parlement heeft hierbij 2 stemmen. Bij parlementen met een tweekamerstelsel heeft iedere kamer 1 stem. 
Selectie distributie.
Dit valt niet altijd onder een uitzonderingsregeling.

Verordening 330/2010 (ziet op verticale overeenkomsten).
Exclusieve afname en selectie distributie
Dit zou mogelijk kunnen zijn, maar hangt af van de termijn die ais afgesproken en ook de opzegmogelijkheid moet niet te lastig zijn. Artikel 101 VwEU, dan keen geen beroep worden gedaan op de uitzondering van Verordening 1984/83, deze regelt de uitzonder van exclusieve afname overeenkomsten.
Industrieel eigendom voorbeeld
Een licentieovereenkomst tussen de houder van een octrooi en producent.
Horizontale overeenkomst voorbeeld
Bierbrouwers spreken af om vergelijkbare bierflesjes te gebruiken, met zelfde inzameling en statiegeld.
Verticale overeenkomst voorbeeld
Leverancier geeft parfumerie aan flesjes ordelijk te plaatsen in de winkel.
Waar zien de drie algemene verordeningen op?
  1. Verticale overeenkomsten
  2. horizontale overeenkomsten
  3. industrieel eigendom
Wat zijn groepsvrijstellingen?
Voor de volgende sectoren zijn specifieke verordeningen ontwikkeld:
  1. vervoer
  2. landbouw
  3. postdiensten
  4. telecommunicatie
  5. verzekeringen 
  6. autobranche 
Dan zijn er nog uitzonderingen op basis van verordeningen.
  1. Groepsvrijstellingen welke in verordeningen zijn vastgesteld.
  2. plus 3 algemene verordeningen
Wat zijn de algemene uitzonderingen op basis van lid 3 VwEU? Verdrgasuitzonderingen.
Een overeenkomst, een besluit van een ondernemingsvereniging of een feitelijke gedraging is niet in strijd met artikel 101 lid 1 VweU als aan de volgende, cumulatieve eisen is voldaan:
  1. de overeenkomst draagt bij aan de verbetering van de productie of van de verdeling der producten, of tot verbetering van de technische of economische vooruitgang (bijdrage verbetering of ontwikkeling)
  2. mits een billijk aandeel in de daaruit voortvloeiende voordelen de gebruikers te goede komt (billijk aandeel)
  3. zonder nochtans aan de betrokken ondernemingen beperkingen op te leggen welke voor het bereiken van deze doelstellingen niet  onmisbaar zijn (evenredigheidsbeginsel)
  4. en zonder aan de betrokken ondernemers dingen de mogelijkheid te geven voor een wezenlijk deel van de betrokken producten de mededinging uit te schakelen (restconcurrentie)


Oftewel als de