Summary Praktisch goederenrecht

-
ISBN-10 9001765513 ISBN-13 9789001765514
219 Flashcards & Notes
10 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Praktisch goederenrecht". The author(s) of the book is/are Charlotte Phillips. The ISBN of the book is 9789001765514 or 9001765513. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Praktisch goederenrecht

  • 1 Basisbegrippen van het goederenrecht

  • Goederenrecht= relatie tussen persoon en zijn spullen
    Verbintenissenrecht= relatie tussen personen
    Goederenrecht + verbintenissenrecht = vermogensrecht, onderdeel van het privaatrecht.
  • wat zijn goederen?
    goederen zijn zaken die voor menselijke beheersing vatbaar zijn
  • 1.1 Goederen, zaken en vermogensrechten

  • Wat is het goederenrecht?
    Het goederenrecht is het rechtsgebied dat gaat over de rechtsrelatie tussen personen en goederen.
  • Wat is het verbintenissenrecht?
    Het verbintenissenrecht is het rechtsgebied dat de rechtsrelatie tussen personen bestrijkt.
  • Vermogensrecht
    Het goederenrecht en het verbintenissenrecht vormen samen het vermogensrecht. Het vermogensrecht is een van de twee hoofdonderdelen van het privaatrecht en regelt de rechtsverhoudingen tussen burgers onderling die op geld waardeerbaar zijn.
  • Privaatrecht
    Het privaatrecht, ook wel burgerlijk recht genoemd, houdt zich in beginsel bezig met alle juridische betrekkingen tussen burgers onderling. Het tweede hoofdonderdeel van het privaatrecht is het personen- en familierecht.
  • Welke begrippen zijn goederen in de zin van art. 3:1 BW?
    Een mobiele telefoon: een mobiele telefoon is een goed, te weten: een zaak. Het is voor menselijke beheersing vatbaar, want je kunt het vastpakken en het is een stoffelijk object. Het bestaat namelijk uit een bepaald materiaal, een bepaalde stof. 
    Een vakantiewoning: een vakantiewoning is een goed, te weten: een zaak. Het is voor menselijke beheersing vatbaar en het is een stoffelijk object. 
    De lucht boven Nederland: de lucht boven Nederland is geen goed, het is namelijk niet voor menselijke beheersing vatbaar.
    Een computer: een computer is een goed, te weten: een zaak. Het is voor menselijke beheersing vatbaar, want je kunt het vastpakken en het is een stoffelijk object. Het bestaat namelijk uit een bepaald materiaal, een bepaalde stof.
    Een geldvordering: een geldvordering is een goed, te weten een vermogensrecht: het is een vorderingsrecht en dus overdraagbaar. De rechthebbende gaat er namelijk financieel op vooruit. 
    Het water uit de rivier de Maas: is geen goed, het is namelijk niet voor menselijke beheersing vatbaar. 
    Een hond: is geen goed o.g.v. art. 3:2a lid 1 BW. Wel zijn de regels met betrekking tot zaken o.g.v. het tweede lid van toepassing op dieren. 
    Een caravan: is een goed, te weten: een zaak. Het is voor menselijke beheersing vatbaar en het is een stoffelijk object. 
    Een recht op loonbetaling: is een goed, te weten: een vermogensrecht. Het is een vorderingsrecht dus is het overdraagbaar. Tevens strekt het ertoe de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen daar deze er financieel op vooruit gaat.              
  • 1.1.1 Goederen

  • Twee soorten goederen:
    1. alle zaken (art. 3:2 BW)
    2. alle vermogensrechten (3:6 BW)
  • Goederen (3:1 BW) bestaat uit

    Zaken (3:2 BW) en vermogensrechten (3:6 BW)

    This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is vruchtgebruik?
Vruchtgebruik is het recht om goederen die aan een ander toebehoren te gebruiken en daarvan de vruchten te genieten (art. 3:201 BW). Vruchtgebruik geeft aan de vruchtgebruiker dus het recht om een goed dat aan een ander toebehoort te gebruiken of de vruchten daarvan in eigendom te verkrijgen. Degene die het recht van vruchtgebruik op een woning heeft, mag in de woning blijven wonen en krijgt dus het recht om de woning te gebruiken. De vruchtgebruiker mag de woning gebruiken zoals de eigenaar deze ook zou gebruiken, maar is geen eigenaar. Eigendom is namelijk een volledig recht, terwijl vruchtgebruik een beperkt recht is. Vruchtgebruik is niet hetzelfde als bruikleen. Bruikleen is een relatief recht en geldt dus niet ten opzichte van een ieder.
Wat is eigendom?
Eigendom is het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben. De eigenaar van een zaak mag deze dan ook gebruiken hoe hij wil mits het niet in strijd is met de wet of verkeersopvatting (art. 5:1 lid 2 BW). De eigenaar mag de zaak dus zelf gebruiken, maar mag deze ook verkopen of verhuren. De eigenaar mag alleen geen hinder veroorzaken met zijn eigendom.
Wat is een volledig recht en wat een beperkt recht?
Volledig recht: het eigendomsrecht is het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben (art. 5:1  BW). Eigendom is een volledig recht, ook wel het moederrecht genoemd. De rechthebbende van een volledige recht kan dan ook binnen de grenzen van de wet alles doen met het goed waar het volledige recht op rust. Hij mag zijn eigendom zelf gebruiken, maar kan de zaak ook verkopen (vervreemden) of er een beperkt recht op vestigen (bezwaren/belasten).
 
Beperkt recht: een recht dat is afgeleid uit een meer omvattend recht, hetwelk met het beperkte recht is bezwaard (art. 3:8 BW). Het meer omvattende recht waar het beperkte recht uit is afgeleid, is een volledig recht, namelijk het eigendomsrecht. Een beperkt recht is een minder vergaand recht dan een volledig recht. Het beperkte recht is afgesplitst van het volledige recht.
Wat zijn de rechtsgevolgen van absolute rechten?
Absolute rechten hebben naast het feit dat ze tegenover iedereen gelden nog drie andere rechtsgevolgen, namelijk: 
Zaaksgevolg, droit de suite; het absolute recht op het goed blijft bestaan, ook al bevindt het goed zich niet meer in de macht van de rechthebbende. Het absolute recht blijft op het goed rusten en volgt deze.
Prioriteitsbeginsel, droit de priorité; in geval er één of meer absolute rechten op het goed zijn gevestigd, gaat een eerder gevestigd absoluut recht voor een later gevestigd absoluut recht.
Bevoorrechte positie, droit de préference; dit betekent dat de rechthebbende van een absoluut recht een bevoorrechte positie inneemt bij het faillissement van een ander. Wanneer een persoon of bedrijf failliet gaat, vallen in beginsel al haar goederen onder het faillissement. Bevinden zich op dat moment goederen onder het faillissement waar een derde een absoluut recht op heeft, dan vallen die goederen niet onder het faillissement. De rechthebbende kan de goederen buiten het faillissement houden.
Welke absolute rechten zijn er en waar zijn deze geregeld?
In totaal zijn er acht absolute rechten, namelijk:
1) Recht van vruchtgebruik (art. 3:201  BW)
2) Recht van pand (art. 3:227 BW)
3) Recht van hypotheek (art. 3:227 BW)
4) Eigendom (art. 5:1  BW)
5) Erfdienstbaarheid (art. 5:70 BW)
6) Erpacht (art. 5:85 BW)
7) Opstal (art. 5:101 BW)
8) Appartement (art. 5:106 BW).

*Vruchtgebruik, pand en hypotheek zijn in boek 3 geregeld, omdat deze absolute rechten op goederen kunnen worden gevestigd. Dus zowel op zaken als vermogensrechten. De overige absolute rechten kunnen alleen op zaken worden gevestigd.
Wat zijn relatieve rechten? Geef hier een voorbeeld van.
ook wel persoonlijke rechten genoemd, gelden slechts tegenover een of meer bepaalde personen. Relatieve rechten gelden dus niet ten opzichte van iedereen. Een voorbeeld van een relatief recht is een vorderingsrecht.
 
Wat zijn absolute rechten? Geef hier een voorbeeld van.
zijn rechten die een persoon op een goed kan hebben. Het kan dus zowel een recht op een zaak als een recht op een vermogensrecht zijn. Absolute rechten gelden ten opzichte van iedereen. Het geeft de rechthebbende de bevoegdheid om een bepaalde heerschappij over het betreffende goed uit te oefenen. De rechthebbende kan dus bepalen wat hij met het goed doet. Een voorbeeld van een absoluut recht is het eigendomsrecht.
Wanneer ontbreekt de goede trouw?
Goede trouw: ontbreekt wanneer iemand die het recht waarop zijn goede trouw betrekking heeft kende of wanneer de persoon het recht waarop zijn goede trouw betrekking heeft behoorde te kennen (art. 3:11 BW). Wanneer je weet dat iets niet in orde is, maar niets met de wetenschap doet, ben je niet te goede trouw. Ook wanneer je behoorde te weten dat iets niet in orde was, maar geen stappen hebt ondernomen om dit te achterhalen, ben je niet te goeder trouw.
Wat zijn natuurlijke en burgerlijke vruchten en zelfstandige zaken en rechten?
 
Natuurlijke vruchten: zaken die volgens verkeersopvatting als vruchten van andere zaken worden aangemerkt (art. 3:9 lid 1 BW). Hierbij kun je denken aan een appel in een appelboom.
 
Burgerlijke vruchten: rechten die volgens verkeersopvatting als vruchten van goederen worden aangemerkt (art. 3:9 lid 2 BW). Hierbij kun je denken aan de huuropbrengst van een woning en de rente over een geldbedrag op een spaarrekening.
 
Zelfstandige zaken en rechten: een natuurlijke vrucht wordt een zelfstandige zaak wanneer deze wordt afgescheiden. Als de appel uit de boom valt, wordt deze een zelfstandige zaak (art. 3:9 lid 4 BW). Een burgerlijke vrucht wordt een zelfstandig recht wanneer deze opeisbaar wordt (art. 3:9 lid 4 BW).
Wat zijn registergoederen en wat niet-registergoederen?
Registergoederen: goederen waarvan voor de overdracht of vestiging inschrijving in een daartoe bestemd openbaar register noodzakelijk is (art. 3:10 BW). Alle onroerende zaken zijn registergoederen (art. 3:89 lid 1 BW). Een olietanker is ook een registergoed. Voor onroerende zaken geldt dat deze worden ingeschreven in het openbare register Kadaster (art. 3:16 BW). De wet  geeft aan wanneer iets een registergoed is.
 
Niet-registergoederen: goederen waarvan voor de overdracht of vestiging inschrijving in een daartoe bestemd openbaar register niet noodzakelijk is. De meeste roerende zaken m.u.v. schepen en vliegtuigen zijn niet-registergoederen. Levering voor roerende zaken die registergoederen zijn vindt op dezelfde wijze als voor onroerende zaken plaats (art. 3:89 lid 4 BW). Let op: een auto wordt wellicht ingeschreven in een kentekenregister, maar deze is niet openbaar!