Summary Praktisch goederenrecht

-
ISBN-10 9001809456 ISBN-13 9789001809454
188 Flashcards & Notes
36 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Praktisch goederenrecht
  • Charlotte Phillips
  • 9789001809454 or 9001809456
  • [2e dr.].

Summary - Praktisch goederenrecht

  • 1 basisbegrippen van het goederenrecht

  • Welke rechtsgebieden vormen samen het vermogensrecht? En wat is het verschil tussen deze rechtsgebieden?

    Goederenrecht en verbintenissenrecht. Goederenrecht is de rechtsrelatie tussen een persoon en een goed. Verbintenissenrecht is de rechtsrelatie tussen personen onderling.

  • Wat is het goederenrecht?
    Dat is een rechtsgebied dat gaat over de rechtsrelatie tussen een persoon en een goed.
  • Artikel 3:1 BW bepaalt dat goederen alle zaken en vermogensrechten zijn.

  • De relatie tussen een persoon en haar / zijn spullen noemen we ook wel een goederenrechtelijke rechtsrelatie.
  • 1.1 goederen, zaken en vermogensrechten

  • Waaruit bestaat het vermogensrecht?

    Goederen en verbintenissenrecht

  • In het goederenrecht staan de begrippen goederen, zaken en vermogensrechten centraal.
  • 1.1.1 Goederen

  • Art. 3:1 BW bepaalt dat goederen alle zaken en alle vermogensrechten zijn.
  • Er zijn twee soorten goederen. Welke zijn deze?
    Zaken en vermogensrechten.
  • 1.1.2 Zaken

  • Art 3:2 BW zegt dat een zijn aan twee criteria dient te voldoen, namelijk:
    • voor menselijke beheersing vatbaar
    • een stoffelijk object
  • Iets is voor menselijk beheersing vatbaar, wanneer we het kunnen vastpakken.
  • Een stoffelijk object wil zeggen dat iets uit een bepaald materiaal, een bepaalde stof bestaat.
  • 1.1.3 Vermogensrechten

  • Art 3:6 BW, beschrijft de vermogensrechten. Dit artikel bestaat uit de volgende onderdelen:
    • rechten die afzonderlijk of tezamen met een ander recht overdraagbaar zijn; of
    • die ertoe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen; of
    • die verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel.
  • In de eerste plaats van vermogensrecht gaan on rechten die overdraagbaar zijn. De overdracht kan zowel zelfstandig plaatsvinden als tezamen met een ander recht. Hiermee wordt bedoel dat de eigenaar van een bepaald recht dit recht aan een ander mag overgeven.
  • Ten tweede zijn vermogensrechten rechten die erop gericht zijn de rechthebbende, dit is meestal de eigenaar, stoffelijk (materieel) voordeel te verstrekken. Hierbij kun je denken aan het recht op smartengeld.
  • Ten derde zijn vermogensrechten rechtenn die zijn verkregen in ruil voor stoffelijk voordeel of in ruil voor toegezegd stoffelijk voordeel. 
  • 1.2.1 Onroerende zaken

  • Onroerende zaken zijn zaken die niet verplaatsbaar zijn. Art 3:3 lid 1 BW onderscheidt de volgende categorieën onroerende zaken:
    • De grond. Hieronder verstaan we elk stuk grond, dus bijvoorbeeld een tuin, een park, een weiland.
    • Delfstoffen die nog niet zijn gewonnen. Delfstoffen zijn gesteenten en mineralen met een bepaalde gebruikswaarde, die uit de grond worden gewonnen.
    • Beplantingen die met de grond zijn verenigd. dit zijn bomen, struiken, planten en gewassen die in de volle grond staan.
    • Gebouwen die duurzaam met de grond zijn verenigd. Hiermee worden gebouwen bedoelt die duurzaam op of in de grond zijn gebouw en niet zomaar te verplaatsen zijn.Elk gebouw dat op of in de grond is gebouwd, is een onroerende zaak.
    • Werken die duurzaam met de grond zijn verenigd. Werken kunnen zijn: bouwsels die geen gebouw zijn. kunstwerken, stellages. vereist os dat ze duurzaam vast staan op of in de grond.
    • Gebouwen en werken die door vereniging met andere gebouwen of werken duurzaam met de grond zijn verenigd. Hiermee wordt gebouwen en werken bedoeld die zelf niet met de grond zijn verenigd, maar die aan andere gebouwen en/of werken 'vastzitten' en door die verbinding duurzaam met de grond zijn verenigd.
  • 1.2.2 Roerende zaken

  • Art. 3:3 Lid 2 BW bepaald dat roerende zaken alle zaken zijn die niet onroerend zijn. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Praktisch goederenrecht
  • Charlotte Phillips
  • 9789001765514 or 9001765513
  • 1e dr.

Summary - Praktisch goederenrecht

  • 1 Basisbegrippen van het goederenrecht

  • Goederenrecht= relatie tussen persoon en zijn spullen
    Verbintenissenrecht= relatie tussen personen
    Goederenrecht + verbintenissenrecht = vermogensrecht, onderdeel van het privaatrecht.
  • wat zijn goederen?
    goederen zijn zaken die voor menselijke beheersing vatbaar zijn
  • 1.1 Goederen, zaken en vermogensrechten

  • Wat is het goederenrecht?
    Het goederenrecht is het rechtsgebied dat gaat over de rechtsrelatie tussen personen en goederen.
  • Wat is het verbintenissenrecht?
    Het verbintenissenrecht is het rechtsgebied dat de rechtsrelatie tussen personen bestrijkt.
  • Vermogensrecht
    Het goederenrecht en het verbintenissenrecht vormen samen het vermogensrecht. Het vermogensrecht is een van de twee hoofdonderdelen van het privaatrecht en regelt de rechtsverhoudingen tussen burgers onderling die op geld waardeerbaar zijn.
  • Privaatrecht
    Het privaatrecht, ook wel burgerlijk recht genoemd, houdt zich in beginsel bezig met alle juridische betrekkingen tussen burgers onderling. Het tweede hoofdonderdeel van het privaatrecht is het personen- en familierecht.
  • Welke begrippen zijn goederen in de zin van art. 3:1 BW?
    Een mobiele telefoon: een mobiele telefoon is een goed, te weten: een zaak. Het is voor menselijke beheersing vatbaar, want je kunt het vastpakken en het is een stoffelijk object. Het bestaat namelijk uit een bepaald materiaal, een bepaalde stof. 
    Een vakantiewoning: een vakantiewoning is een goed, te weten: een zaak. Het is voor menselijke beheersing vatbaar en het is een stoffelijk object. 
    De lucht boven Nederland: de lucht boven Nederland is geen goed, het is namelijk niet voor menselijke beheersing vatbaar.
    Een computer: een computer is een goed, te weten: een zaak. Het is voor menselijke beheersing vatbaar, want je kunt het vastpakken en het is een stoffelijk object. Het bestaat namelijk uit een bepaald materiaal, een bepaalde stof.
    Een geldvordering: een geldvordering is een goed, te weten een vermogensrecht: het is een vorderingsrecht en dus overdraagbaar. De rechthebbende gaat er namelijk financieel op vooruit. 
    Het water uit de rivier de Maas: is geen goed, het is namelijk niet voor menselijke beheersing vatbaar. 
    Een hond: is geen goed o.g.v. art. 3:2a lid 1 BW. Wel zijn de regels met betrekking tot zaken o.g.v. het tweede lid van toepassing op dieren. 
    Een caravan: is een goed, te weten: een zaak. Het is voor menselijke beheersing vatbaar en het is een stoffelijk object. 
    Een recht op loonbetaling: is een goed, te weten: een vermogensrecht. Het is een vorderingsrecht dus is het overdraagbaar. Tevens strekt het ertoe de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen daar deze er financieel op vooruit gaat.              
  • 1.1.1 Goederen

  • Twee soorten goederen:
    1. alle zaken (art. 3:2 BW)
    2. alle vermogensrechten (3:6 BW)
  • Goederen (3:1 BW) bestaat uit

    Zaken (3:2 BW) en vermogensrechten (3:6 BW)

    This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat zijn zekerheidsrechten (2):
  1. hypotheek
  1. pand
Wat zijn de genotsrechten (5):
  1. Vruchtgebruik 
  2. erfdienstbaarheid
  3. erfpacht
  4. opstal
  5. appartementsrecht
Hoe is de splitsing van het gebouw geregeld?
Door de notariële akte (splitsingsakte), gevolgd door de inschrijving in de openbare registers art. 5:109 BW. In de akte moeten de volgende punten zijn opgenomen:
  1. ligging gebouw;
  2. omschrijving verschillende gedeelte van gebouw;
  3. kadastrale aanduiding van de appartementsrechten;
  4. vermelding van de appartementseigenaren;
  5. reglement met financiële verplichtingen van de appartementseigenaren.   
Wat is het appartementsrecht?
Art. 5:106 BW

Een rechthebbende op een gebouw of stuk grond is bevoegd zijn recht te splitsen in appartementsrechten.
Wat is het recht van opstal?
Art. 5:101 BW

'een recht on in, op of boven een onroerende zaak van een ander gebouwen, werken of beplantingen in eigendom te hebben of te verkrijgen.'
Bij bebouwing (ook beplanting en werken) van het gepachte stuk heeft de erfpachter recht op vergoeding van de waarde ervan. Wat zijn de vier uitzonderingen hierop:
  1. De grond had een andere bestemming dan woningbouw;
  2. De erfpachter heeft de gebouwen, werken of beplantingen niet zelf bekostigd;
  3. de erfpacht is geëindigd door de opzegging van de erfpachter;
  4. de gebouwen, werken of beplantingen zijn onverplicht aangebracht en de erfpachter mocht ze niet aan het einde van de erfpachtperiode wegnemen (art. 5:99 BW).   
Art. 5:97 bepaalt de twee voorwaarde van beëindiging van erfpacht:
  1. Sinds de vestiging van de erfpacht is een termijn van minimaal 25 jaar minimaal verlopen; en
  2. instandhouding van de erfpacht is in strijd met de redelijkheid en de billijkheid.
Wat is het recht van erfpacht?
Art. 5:85 lid 1 BW

Een zakelijk recht, dat de erfpachter de bevoegdheid geeft de onroerende zaak van een ander te houden en te gebruiken.
Hoe kan de eigenaar van het heersende erf afstand doen van het recht van erfdienstbaarheid?
Art. 5:82 BW 
De eigenaar van het dienende erf is verplicht hieraan mee te werken.
Hoe kan de eigenaar van het heersende erf de erfdienstbaarheid opheffen?
Art. 5:80 BW
  • Door gewijzigde omstandigheden en;
  • een afgenomen belang van de eigenaar van het dienende erf.