Summary Praktisch psychologisch onderzoek

-
ISBN-10 9047300009 ISBN-13 9789047300007
401 Flashcards & Notes
5 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Praktisch psychologisch onderzoek". The author(s) of the book is/are Laurens Frederik Ekkel. The ISBN of the book is 9789047300007 or 9047300009. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Praktisch psychologisch onderzoek

  • 1.1 Vijf stappen van psychologisch onderzoek van probleem tot advies

  • Wat zijn de Vijf stappen van psychologisch onderzoek van probleem tot advies?
    1. Wat is het probleem? Helder krijgen van het probleem.
    2. Waarom is het probleem er? Reden van probleem.
    3. Waarheen leidt het probleem? Informatie verzamelen over prognose van probleem.
    4. Welke oplossing is er voor het probleem? Oplossing geven voor het probleem.
    5. Waartoe heeft de oplossing van het probleem geleid? Verantwoorden en reflecteren.
  • Stel Bas heeft last van een hondenfobie. Beschrijf (de oplossing van) het probleem van Bas aan de hand van de vijf W’s.
    1. Wat: Bas heeft een hondenfobie. Dat wil zeggen, hij is zo bang voor honden dat hij ze vermijdt en er doodsbang voor is als hij ze toch tegenkomt.
    2. Waarom: Dit is onduidelijk. Wel zitten er angststoornissen in de familie van Bas.
    3. Waarheen leidt het: Bas kijkt er erg tegenop om de straat op te gaan, uit angst een hond tegen te komen. Dit kan, als de hondenfobie onbehandeld blijft, uitlopen op een agorafobie (straatvrees).
    4. Welke oplossing is er: cognitieve gedragstherapie (CGT) is zeer effectief gebleken bij de behandeling van enkelvoudige fobieën.
    5. Waartoe heeft de oplossing geleid: Bas is in CGT gegaan en heeft geen last meer van een hondenfobie
  • Stel Bas heeft last van een hondenfobie. bedenk een SMART oplossing voor dit probleem
    SMART-oplossing voor Bas: Bas volgt 15 wekelijkse sessies cognitieve gedragstherapie voor fobieen, hij begint daar 1 januari mee.
    Specifiek: het gaat om een specifieke therapie voor fobieen
    Meetbaar:na de therapie valt goed na te gaan of Bas nog bang is voor honden.
    Acceptabel:het is wetenschappelijk aangetoond dat cognitieve gedragstherapie effectief is in de behandeling van fobieen
    Realistisch: de therapie is goed uitvoerbaar door deze psycholoog en goed te volgen door Bas. De therapie kan plaatshebben op zijn vrije dag.
    Tijdsgebonden:er zit een duidelijk tijdspad aan de therapie. Als alles goed gaat zal Bas eind april van zijn fobie af zijn.
    Ander soort oplossing mag ook zolang deze maar SMART is. Per correct ingevuld aspect 2 pt, max 10 pt
  • 2 Van aanvraag tot verslag: de diagnostische cyclus

  • Uit welke (4) fasen bestaat de diagnostische cyclus?
    1. Aanvraag of hulpvraag (analyse). Dit doe je door al bestaande dossiers en verslagen over het probleem te raadplegen.
    2. Reflectie. De informatie die je heb verzameld breng je hier tot één geheel. Je moet je bewust zijn van de volgende verstoringen die op kunnen treden: - Vooroordeel ten opzichte van een cliënt en opdrachtgever. - Weinig kunde bij sommige problemen. - Voorkeur voor een specifieke aanpak.
    3. Diagnostiek.  (de 5 w's)
      - Aannames, ook wel hypotheses, over het probleem.
     - Keuze van soorten onderzoek, die aansluiten bij je aanname.
     - Afname van onderzoeksmethoden.
    Belangrijk is om ook op kenmerken te letten tijdens het afnemen, zoals hoelang de persoon erover doet.
    4. Verslaglegging. De volgende elementen moeten aanwezig zijn in een verslag: aanvrager, achtergrondgegevens cliënt, aanmeldingsklachten, vraag, intakegesprek, afgenomen tests, rapportage van de tests, conclusies en advies. Het verslag heeft twee doelen: - De goed beredeneerde conclusies van het psychologisch onderzoek worden weergegeven, - De efficiënte terugkoppeling naar cliënt en opdrachtgever is gewaarborgd.
  • Noem de voordelen en de nadelen van psycho-diagnostisch onderzoek
    Voordelen: Wordt het correct uitgevoerd dan geeft psycho-diagnostisch onderzoek op gefundeerde wijze, i.e. via onderzoeksmethoden, inzicht in het probleem van de cliënt en wat daaraan gedaan kan worden. Het onderzoek mondt uit in een verslag waardoor er kan worden teruggekoppeld naar de cliënt cq opdrachtgever.
    Nadelen: Diagnostiek is een samenspel van de analyse van het probleem (reflectie) en de daaruit voortvloeiende aannames die een onderzoeker maakt. De analyse en de aannames kunnen subjectief zijn en sterk gekleurd worden door de kennis, vooroordelen, ervaring en voorkeuren van de onderzoeker. Onderzoekers kunnen bovendien onderzoeksinstrumenten gebruiken die niet voldoende valide of betrouwbaar zijn.
  • 2.3 Diagnose

  • Wat: stoornissen en psychopathologie
    Waarom: intelligentie, cognitieve vaardigheden, gezin, omgeving en persoonlijkheid
    Waarheen: algemene dagelijkse levensbehoeften en risicotaxaties
    Welke: angst, relatie en opvoeding, coping, vijandigheid, depressie, alcoholisme
    Waartoe: herhaling van afname specifiek instrument
  • 2.4 Verslag

  • Wat zijn de twee doelen van het verslag?
    1. De goed beredeneerde conclusies van het psychologisch onderzoek worden weergeven.
    2. De efficiënte terugkoppeling naar de cliënt en opdrachtgever is gewaarborgd.  
  • 3 Evidence-based practice

  • Wat is evidence- based practice?
    Een stijl van onderzoeken waarbij je je bij een belangrijke beslissing afvraagt of er bewijsmateriaal is om de beslissing te ondersteunen en hoe sterk het bewijs is.
  • 4 Kijken en observeren

  • Wat is observatie?
    Kijken en uitspraken doen op grond van wat je ziet.
  • Stel 2 vrouwen – Linda en Sara - voeren een observatieonderzoek uit. Linda moet, gedurende een uur, proberen een hele moeilijke puzzel op te lossen. Beide dames gaan vervolgens observeren hoe vaak, tijdens dat uur, Linda geïrriteerd is. Na het uur leggen ze de uitkomsten naast elkaar. Welke verschillen kunt u verwachten tussen de gegevens van Linda en die van Sara en waar komen die uit voort? Welke rol speelt de fundamentele attributiefout in de conclusies die de dames kunnen trekken uit de observaties? (max aantal te behalen punten: 8)
    Linda weet beter wat ze meet: zij weet het beste wanneer ze zich geïrriteerd voelt. Sara kan dat alleen maar opmaken uit het (non-verbale) gedrag van Sara, daardoor kan ze er naast zitten. In het geval van Sara ka dit zowel tot onder- als overrapportage leiden. (4 pt)
    Actor-observer fenomeen: als ze bijvoorbeeld observeren dat Linda heel vaak geïrriteerd was, zal Linda dat vooral toeschrijven aan de moeilijkheid van de puzzel (wat een rotding) en Sara aan Linda;s karakter (wat een chagrijn!) (4 pt)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

❗️Wat is een Burn-out?
  • emotionele uitputting
  • depersonalisatie 
  • verminderde persoonlijke bekwaamheid (bij mensen die beroepsmatig werken met anderen)
❗️Wat is een een functionele analyse? Hoe ziet dat een functionele analyse er uit?
  • In een functionele analyse staan de angst, de oorzaken en de gevolgen ervan centraal. Deze analyse kan helpen om problemen te ordenen en oplossingen voor angst te zoeken. 
  • Oorzaken van angst➣angstproblematiek➣gevolgen op de korte en lange termijn. 
❗️Wat schort er vaak aan psychoneurologische onderzoeksmethoden?
  • Om te kunnen vergelijken heb je stabiele methoden nodig. 
  • De kwaliteit van de stabiliteit en normgroepen van de neurologische onderzoeksmethoden is dikwijls onvoldoende onderzocht. 
  • Om normgroepen te krijgen moet je een vragenlijs of test afnemen bij grote groepen mensen van allerlei leeftijden en opleidingsniveaus. Dit is heel arbeidsintensief en daarom erg kostbaar
❗️Nadelen gestructureerd onderzoek ten opzicht van ongestructureerd onderzoek:
  • Tijdrovend (alle probleemgebieden komen aan de orde)
  • Minder aandacht (voor gedrag)
  • Observatie en kijken verdrongen (door opgelegde structuur van de vragen)
  • Probleem denken (alles wordt gevat in stoornissen, de omgeving, familie en beleving van de onderzochte blijft op de achtergrond)
  • Blinde vlekken klachten die niet in het interview voorkomen niet aan de orde. Zoals stoornissen die weinig voorkomen.
  • Gebrek aan achtergrondgegevens (onderzoek naar de stabiliteit en de trefzekerheid is zeer intensief en wordt niet of nauwelijks gedaan)
❗️Wat zijn de voordelen van gestructureerde interviews?
  • Stabiliteit (dezelfde uitkomsten bij dezelfde mensen)
  • Betere inschatting (zwaarte van symptomen wordt meer nagevraagd, dus probleem wordt minder snel onderschat.)
  • Trefzekerheid (Je weet dat je meet wat je wilt meten.)
  • Compleetheid (Alle problematiek wordt gescreend.)
❗️Wat is evidence- based practice?
Een stijl van onderzoeken waarbij je je bij een belangrijke beslissing afvraagt of er bewijsmateriaal is om de beslissing te ondersteunen en hoe sterk het bewijs is. Je gebruikt hierbij steeds de vier onderzoeksmethoden:
  1. kijken/observeren
  2. gesprekken/interviews
  3. dossiers/literatuur
  4. vragenlijst/tests
Welke achtergrondgegevens over een client moeten er in het verslag staan?
Sekse, leeftijd, relatie, kinderen, schoolopleiding, beroep
Het verslag heeft twee doelen, welke?
  1. Goed beredeneerde conclusies van het psychologisch onderzoek 
  2. Waarborging van efficiënte terugkoppeling naar cliënt/ opdrachtgever.
Wat moet er allemaal in het verslag komen te staan?
De volgende elementen moeten aanwezig zijn in een verslag: 
  1. aanvrager 
  2. achtergrondgegevens cliënt 
  3. aanmeldingsklachten
  4. vraag
  5. intakegesprek 
  6. afgenomen tests 
  7. rapportage van de tests 
  8. conclusies 
  9. advies 
Diagnostiek: uitwerken W vragen: Bij welke vraag hoort wat voor soort onderzoek?
Wat: (kan ongeveer alle soorten onderzoek omvatten) 
  • stoornissen
  • psychopathologie
Waarom: (focus op probleem veroorzakende en in stand houdende factoren) 
  • intelligentie
  • cognitieve vaardigheden
  • gezin/omgeving
  • persoonlijkheid
Waarheen: (voorspellen)
  • algemene dagelijkse levensbehoeften
  • risicotaxaties
Welke: (richt zich op oplossingen en obstakels die die oplossingen kunnen dwarsbomen)  
  • Angst
  • relatie en opvoeding
  • coping
  • vijandigheid
  • depressie
  • alcoholisme
Waartoe: (herhaling van onderzoek van wat om te zien of problemen door aangedragen oplossing is verminderd) 
  • herhaling van afname specifiek instrument