Summary Praktische didactiek voor Engels in het basisonderwijs

-
ISBN-10 9046900924 ISBN-13 9789046900925
209 Flashcards & Notes
10 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Praktische didactiek voor Engels in het basisonderwijs". The author(s) of the book is/are Sibilla Oskam. The ISBN of the book is 9789046900925 or 9046900924. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Praktische didactiek voor Engels in het basisonderwijs

  • 1 Engels in het basisonderwijs (Eibo)

  • Waarom is Engels zo een belangrijke taal?

    Engels is wereldwijd de meest geleerde tweede taal.

  • 1.4 waarom Engels?

  • Waarom Engels in het basisonderwijs?
    Omdat Engels een internationale taal is. Het is de taal van de internationale wetenschap, economie, handel, technologie, cultuur, muziek en internet.
  • 3.1 Inleiding

  • De doelen van een vreemde taal leren loopt sterk uiteen: Willen we een taal leren om wetenschappelijke of literaire boeken te kunnen lezen of om een gesprek met een buitenlandse zakenrelatie te kunnen voeren en zakelijke brief te kunnen schrijven, om op vakantie in het buitenland met de autochtone bevolking te kunnen praten of om aldaar de plaatselijke nieuwsberichten te kunnen volgen?
  • 3.2 De vier didactische methode

  • De belangrijkste opvattingen over de manier waarop we een vreemde taal leren zijn:
    1.) de structurele benadering
    1. de grammatica-vertaalmethode
    2. de audiolinguale methode

    2.) de communicatieve benadering
    • De functioneel-notionele methode (F-N), ook wel de communicatieve methode genoemd
    • de receptieve methode
  • Methode en lespakket
    • een methode is een didactische aanpak gebaseerd op leerpsychologische of onderwijskundige principes op het gebied van doelstellingen, selectie, ordening en overdracht en is een abstract begrip
    • een lespakket is de concrete invulling van een methode. een lespakket kan bijvoorbeeld bestaan uit leerlingenboek, een werkboek, een handleiding en andere leermiddelen zoals geluidsmateriaal, digitaal materiaal, posters, flashcards en leesboekjes
  • Receptieve en productieve vaardigheid.
    Het is gebruikelijk om de taalvaardigheid te verdelen in de vier domeinen luisteren, spreken, lezen en schrijven, die kunnen worden gegroepeerd in enerzijds productieve en receptieve vaardigheden en anderzijds in mondelinge en schriftelijke vaardigheid
  • Mondelinge en receptieve vaardigheden
    Er bestaan 2 opvattingen ten aanzien van de nadruk die er op bepaalde vaardigheden moeten worden gelegd:
    • Bij de audiolinguale methode en de F-N methode zijn de mondelinge vaardigheden het belangrijkst.
    • Bij de grammaticale-vertaalmethode (lezen) en de receptieve methode (luisteren en lezen) zijn de receptieve vaardigheden het belangrijkst.

    Schrijfvaardigheid is niet hetzelfde als spelling (woordbeeld). Het houdt bijvoorbeeld in dat je een brief of een verhaal in een vreemde taal kunt schrijven

    De structurele benadering stelt in de lessen een bepaalde grammatica probleem centraal. Bijvoorbeeld het meervoud of het lidwoord.

    In de communicatieve benadering staat het overbrengen van de boodschap centraal.

  • 3.3 De grammatica-vertaalmethode

  • Deze methode is verwant aan de manier waarop men eeuwenlang de klassieke talen leerde, de zogeheten ‘dode’ talen. Omdat de dode talen niet meer gesproken werden, ging men niet uit van de gesproken taal maar van de grammatica. De structuur (grammatica) van de taal werd aangeboden door middel van rijtjes vervoegingen van werkwoorden, zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden enzovoort.

    De woordenschat werd opgebouwd door middel van de tweetalige woordenlijsten die gericht waren op het vertalen van teksten, aangezien het procesdoel was dat de student in staat moesten zijn klassieke literatuur en wetenschappelijke te vertalen naar het Nederlands. Toen met ‘levende’ vreemde talen begon aan te bieden, bediende men zich van dezelfde methode.

  • Kenmerkend voor grammatica-vertaalmethode is de grote nadruk op het uit het hoofd leren van de grammaticale regels, op woorden leren met behulp van een tweetalige woordenlijsten en op het vertalen van Engelse zinnen naar het Nederlands en omgekeerd.

  • Het taalaanbod van de grammatica-vertaalmethode bestaat uit volslagen nutteloze, moeilijk toepasbare stukjes taal, die er alleen toe dienen om te laten zie hoe de grammatica in elkaar zit.
  • 3.4 De audiolinguale methode

  • Deze methode is ontstaan als reactie op de grammatica-vertaalmethode.  Er ontstond in de jaren vijftig behoefte aan meer praktisch gerichte aanpak. Met name de mondelinge vaardigheden dienen een grotere nadruk te krijgen. 
     Bij de audiolinguale methode staan daarom luisteren (audio) en spreken (lingua) centraal, naar de lessen zijn nog steeds gegroepeerd rond een grammaticaal probleem Omdat de mondelinge vaardigheden nu echter het belangrijkst werden geacht, werd het proces van de moedertaalverwerwerking als uitgangspunt genomen.
  • Kenmerken van de audiolinguale methode 
     -          De methode is eentalig: het gebruik van het Nederlands wordt zoveel mogelijk vermeden 
     -          Er worden geen grammaticaregels gegeven: net als bij de moedertaal wordt de grammatica inductief geleerd 

    De eentaligheid van de methode breng met zich mee dat de woordenschat wordt opgebouwd via omschrijvingen in de vreemde taal en/of door plaatjes.
  • 3.5.1 Moedertaalverwerving (T1) en simlutane tweedetaalverwerving

  • Moedertaalvewerving begint vanaf en zelf al vóór de geboorte. Het pasgeboren kind beschikt over een systeem van klankherkenning dat hem in staat stelt onderscheid te maken tussen alle denkbare speech sounds. De klanken die niet tot zijn moedertaal behoren, verdwijnen op den duur.

    Het kind is zelf actief bezig om verbanden te leggen tussen bepaalde klanken, begrippen en handelingen. Het is zelfs al bezig met het ontdekken en herkennen van regels in de taalstroom die het hoort, hoewel het zich nog in de stille periode bevindt.

  • font-weightCreatieve constructie.
    font-weightOpvoeders bevorderen de taalverwerking intuïtief door vanaf de geboorte tegen het kind te praten: zo raakt het kind vertrouwd met de klanken en de intonatie van de moedertaal.  Zodra het kind begint te reageren op de taaluiting van de opvoeder veranderen die van aard: opvoeders hebben de neiging alle handelingen die ze met en voor het kind uitvoeren duidelijk en eenvoudig onder woorden te brengen. 
    font-weightEr is hier een sprake van een groot receptief authentiek taalaanbod, terwijl het kind zelf actief bezig is om verbanden te leggen tussen bepaalde klanken, begrippen en handelingen. Het is zelfs al bezig met het ontdekken en herkennen van regels in de taalstroom die het hoort, hoewel het zich nog in de zogenaamde "stille periode" bevindt en zelf nog geen taal produceert.
    Het is bezig met taal te absorberen: het neemt de taal als geheel in zich op en begint taal te imiteren als het daaraan toe is. Dit proces wordt creatieve constructie genoemd.
  • Een kind van die leeftijd voert ook verbale opdrachten uit: "Zeg maar dag!" en het kind zwaait met zijn handje. In deze situatie is er spraken van een prikkel (de opdracht), een respons (de reactie op de prikken) en een reinforcement (bevestiging) in de vorm van het enthousiasme van de opvoeder en de rest van het "publiek".
    Vanaf ongeveer 12 maanden kijkt het kind aandachtig hoe de opvoeders bepaalde klanken vormen.
    Als het kind eenmaal gaat praten, gaan de opvoeder als luisterend gesprekjes met het kind voeren en niet alleen tegen hem praten.
  • Simultane tweetaligheid à Bij simultane tweetaligheid leren kinderen twee talen tegelijk,

    Meestal is het taalaanbod eentalig, maar steeds meer kinderen worden tweetalig opgevoed. De kinderen beschikken dus over twee gescheiden speech sounds.

    Successieve tweetaligheid à bij de successieve tweetaligheid leert een kind eerst een moedertaal en komt het pas daarna met de tweede taal in aanraking.

  • Wat is simultane tweetaligheid?
    Hierbij leren de kinderen twee talen tegelijk
  • Wat is successieve tweetaligheid
     bij de successieve tweetaligheid leert een kind eerst een moedertaal en komt het pas daarna met de tweede taal in aanraking.
  • Total immersion (totale onderdompeling): je wordt meteen in het diepe gegooid. Dit gebeurd vaak wanneer er thuis iets anders wordt gesproken dan op school.  

    T1 --> de moedertaal. 
    T2 --> de taal die overal wordt gesproken, behalve in de beslotenheid van het gezien, waar de moedertaal wordt gesproken. 
    T3 --> het verwerven van een vreemde taal.
  • Motivatie De motivatie om de taal te leren is groot bij T1: het is voor het kind van levensbelang om deel uit te maken van de samenleving. De taal is hier een middel en geen doel op zichzelf. Bij T2 is de motivatie ook groot: buiten het gezien is de te leren taal immers ook van levensbelang, omdat het kind zich in een omgeving bevind waarin T2 de voertaal is en het zich zonder kennis van T2 niet verstaanbaar kan maken of kan begrijpen wat er gezegd wordt op school en in de straat. Dit geldt uiteraard niet voor T3. Hoewel die taal tijdens de les tot voertaal verheven kan worden, is communiceren in die taal niet van levensnoodzaak, omdat de leerkracht en leerling altijd kunnen terugvallen op hun moedertaal.
    Als er op school bij het aanbieden van T3 uitsluitend in de authentieke doeltaal wordt gesproken en het kind niet kan terugvallen op de moedertaal, is de motivatie vergelijkbaar met die voor T2
  • Affectieve factoren zijn van grote invloed op het verwerkingsproces. Ze bepalen de mate van betrokkenheid bij de communicatie en de durf om te spreken. 
    Bij het verwerven van T1 is de affectieve omgeving optimaal: het kind krijt veel gerichte aandacht en hulp bij het taalverwerkingsproces. De omgeving is veilig: het kind durft te spreken en is niet bang om fouten te maken..
    Bij T2 vindt de taalverwerking niet binnen beslotenheid van het gezin plaats: de relatief onveilige situatie buiten het gezin kan leiden tot spreekangst.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is de functionele-notionele (F-N) methode
Deze methode gaat uit van kerndoelen en is zeer praktisch gericht. De leerlingen krijgen een aantal 'taalfuncties' en 'taalnoties' aangeboden die direct toepasbaar zijn. Het voornaamste doel van deze methode is communicatie, dat wil zeggen dat de boodschap van de spreker overkomt bij de gesprekspartner en omgekeerd, dat de boodschap ontvangen wordt.  Het gaat er niet om dat dit alles meteen volkomen correct gebeurt: de inhoud is belangrijker dan de vorm.
Wat valt er onder de productieve fasen
3.) Oefenfase: in de oefenfase wordt de aangeboden taal geoefend met behulp van een grote variatie aan werkvormen en leeractiviteiten, zowel schriftelijk als mondeling. In deze fase vindt gesloten taalproductie plaats: door in groepjes of tweetallen de taalfuncties en -noties te oefenen, wennen de leerlingen aan de taal die zij later gaan toepassen.
4.) Overdrachtsfase: in de overdrachtsfase, ook wel de transferfase genoemd, is ten slotte sprake van vrije taalproductie: de leerlingen kunnen nu de geleerde taal, gecombineerd met de eigen taalschat en de taal verworven in de eerdere lessenseries, toepassen in de aangeboden taalsituaties binnen het thema. Deze vrije taalproductie is altijd het productdoel van de lessencyclus die opgebouwd is in deze vier fasen.
Wat valt er onder de receptieve fasen?
1.) introductiefase: in de introductiefasen wordt de taalschat, die nodig is om later tot taalproductie te komen, binnen het thema opgebouwd vanuit de ervaringswereld van de kinderen.
2.) Inputfase: In de inputfase wordt nieuwe taal aangeboden door middel van filmpjes, luisterteksten of leesteksten waarin een reële taalsituatie over het onderwerp wordt gepresenteerd en verwerkt zonder dat er nog sprake is van taalproductie.
Wat is het vierfasenmodel?
De leerstof binnen een thema wordt opgebouwd in vier fasne, de eerste twee zijn receptief (input) en de laatste twee zijn productief (output)
Waarom Engels in het basisonderwijs?
Omdat Engels een internationale taal is. Het is de taal van de internationale wetenschap, economie, handel, technologie, cultuur, muziek en internet.
Welke drie soorten taal waar we mee te maken hebben bij CLIL zijn er?
1.) Taal van leren. (de kernwoorden)
2.) Taal voor leren (taal voor interactie)
3.) Taal door leren (de taalvraag die ontstaat tijdens het proces)
Wat is receptief taalaanbod?
de leerlingen moeten veel meer woorden begrijpen dan ze zelf hoeven kunnen zeggen.
Wat is successieve tweetaligheid
 bij de successieve tweetaligheid leert een kind eerst een moedertaal en komt het pas daarna met de tweede taal in aanraking.
Wat is simultane tweetaligheid?
Hierbij leren de kinderen twee talen tegelijk
Waarom is Engels zo een belangrijke taal?

Engels is wereldwijd de meest geleerde tweede taal.