Summary Praktische didactiek voor natuuronderwijs

-
ISBN-10 904690301X ISBN-13 9789046903018
605 Flashcards & Notes
84 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Praktische didactiek voor natuuronderwijs
  • Els de Vaan, Jos Marell Merlijne Marell ' s Jos Marell
  • 9789046903018 or 904690301X
  • 7e, herz. dr.

Summary - Praktische didactiek voor natuuronderwijs

  • 1.1 Natuuronderwijs op school

  • Welke twee werkvormen zijn er?
    - Ontdekkend leren
    - Ontwerpend leren
  • Wat zijn de drie pijlers voor natuur onderwijs?
    - het leren over het belang van de aard.
    - Het uitvoeren.
    - Kennis over het inzicht
  • Waar moet de leerkracht naast de kerndoelen nog meer rekening mee houden bij het geven van een les?
    - De onderwerpen moeten als hoofdrol over alledaagse dingen gaan.
    - Kinderen moeten actief bezig zijn en op hun niveau.
    - Dat de kinderen greep op hun omgeving en de waarde leren.
    -
  • Wat is geletterdheid in natuur en techniek?
    - de ll kunnen iets op een wetenschappelijke manier beschouwen.
    - de ll zijn bewust van de grenzen van natuurwetenschappelijke wetten.
  • Waarom is natuuronderwijs zo belangrijk op de bassischool?
    - Kinderen hebben de natuurlijke behoefte om de omgeving te verkennen.
    - De natuur heeft een aantoonbaar gunstige invloed op de totale ontwikkeling van kinderen. Bijv concentratievermogen, creativiteit.
    - Geschikt om het logisch denken te ontwikkelen.
  • 2 Doen en denken

  • Op welke manieren kunnen kinderen hun belevenissen ervaren?
    - als een nieuwe ervaring.
    - als iets wat hoort bij een eerdere ervaring.
  • Op welke verschillende manieren kunnen kinderen ervaringen die bij elkaar horen koppelen?
    - gebeurtenissen hebben steeds een bepaalde volgorde. (bijv eerst je jas aan dan naar buiten.)
    - Op elkaar lijkende dingen vertonen verschillend gedrag. ( dat beest blaft dus is een hond)
    - Verschillende verschijnselen verschijnen tegelijkertijd. ( als de zon schijnt zie je altijd schaduw.)
  • Hoe denken kleuter/peuters aanvankelijk?
    -intuïtief ( zij bekijken de wereld vanuit hun eigen perspectief.) 
  • uit welke drie stadiums bestaat de denkontwikkeling van de kinderen? 
    - concrete operaties: vroeg stadium. (kinderen proberen zich voor te stellen welke veranderingen plaatsvinden bij verandering voorwerp.

    - concrete operaties: later stadium. (denkactiviteiten worden krachtiger en meet gevarieerd.)


    - overgang naar het stadium abstract denken. (vermogen om abstract te denken ontwikkeld.)
  • Hoe kun je de kinderen het best een proef laten uitvoeren?
    voor en na het proefje erover laten praten.
  • 3 Waarnemen, identificeren en classificeren

  • Op welke manier kun je kinderen het best laten waarnemen?
    - echte spullen te laten vergelijken.
    - hun waarnemingen te laten vastleggen.
    - stimulerend te begeleiden.
  • Hoe kun je kinderen beter laten waarnemen, door hen:
    * echte spullen te laten vergelijken, ordenen en op volgorde leggen.
    * hun waarnemingen te laten vastleggen;
    * stimulerend te begeleiden
  • Wat voor waarneemsituaties boeien kinderen vooral?
    - spontane veranderingen.
    - wanneer een verandering opzettelijk wordt veroorzaakt.
    - als ze zelf kunnen opzoeken naar verschillen en overeenkomsten met andere objecten.
  • Wat betekent 'vakdidactisch bekwaam' voor natuuronderwijs? (4)
    - jezelf samen met de kinderen gaat verwonderen en je niet opstelt als allesweter.
    - inspeelt op de natuurlijke drang om al doende hun wereld te exploreren en te bevragen, zodat ze nieuwsgierig zijn en durven blijven.
    - de leeromgeving inricht met echte spullen/ organismen die verwondering en nieuwsgierigheid oproepen.
    - de verschillende ervaringen en denkbeelden van kinderen benutten, zodat zij zelf invloed hebben op het aard vh onderzoek.
    - de verschillende manieren waarop kinderen al doende leren, zo begeleidt dat hun gevoel van eigenwaarde en zelfvertrouwen toeneemt.
    werkvormen hanteert die ontdekkend leren, met echte materialen mogelijk maken.
  • Het is beter om kinderen pas te laten meten wanneer ze het voorwerp op het gevoel hebben vergeleken of gerangschikt.
  • Wat betekent 'organisatorisch bekwaam' voor natuurkunde onderwijs?
    - je verzamelt op tijd de benodigde spullen of je schakelt de leerlingen daarbij in.
    - je schat de benodigde tijd goed in.
    - je past de lokaalinrichting zo aan dat kinderen kunnen werken zonder elkaar te storen.
    -je zorgt efficiënt voor het uitdelen en weer ophalen van materiaal, bijvoorbeeld door kinderen verantwoordelijkheid te geven.
    - je bent flexibel
  • Welke stappen zijn gebonden aan het waarnemen? en in welke volgorde worden deze doorlopen?
    * Je krijgt een zintuiglijke indruk;
    * daarvan wordt je je bewust;
    * daarover vorm je een eigen mening en/of daarbij krijg je een gevoel
    * als gevolg daarvan doe je iets;
    Deze stappen kunnen in verschillende volgorders plaatsvinden.
  • Wat zijn de mogelijke mentale processen bij een waarneming? en geef hierbij voorbeelden
    * identificeren: herkennen van specifieke combinatie van eigenschappen.
    Hond van de buren herkennen, het buurmeisje Fenna
    * ordenen en/ of interpreteren: interpretaties berusten op ordeningen die je, bewust of onbewust hebt aangebracht: de hond is gevaarlijk, Fenna is groot voor haar leeftijd.
  • Wat is seriëren? 
    Dingen vergelijken en rangschikken volgens een geleidelijke overgang van één eigenschap, bijvoorbeeld van licht naar zwaarder.
  • Hoe kun je als leerkracht de onderzoeksvaardigheden waarnemen, identificeren en classificeren helpen ontwikkelen?
    * er op toe zien dat kinderen steeds zelfstandiger hun activiteiten plannen en uitvoeren.
    * er op toe zien dat kinderen steeds nauwkeuriger te werk gaan, meer op details letten, meer variabelen tegelijk in de gaten houden en meer complexe  hulpmiddelen leren benutten.
  • Leg uit waarom waarnemen vaak gekoppeld is aan een actie.
    - je krijgt een zintuigelijke indruk;
    - daarvan wordt je je bewust;
    - daarover vorm je een eigen mening en/of daarbij krijg je een gevoel;
    - als gevolg daarvan doe je iets.
  • Wanneer is direct vergelijken niet mogelijk?
    - als de objecten op verschillende plaatsen staan.
    - als het object verandert in de tijd
    - als het waarnemingsveld niet overzichtelijk is.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Praktische didactiek voor natuuronderwijs
  • Els de Vaan, Jos Marell Mart Kremers ' s Jos Marell
  • 9789046900123 or 9046900126
  • 6e, herz. dr.

Summary - Praktische didactiek voor natuuronderwijs

  • 1.2 Waarover gaat natuuronderwijs?

  • Wat is de definitie van natuuronderwijs?
    Natuuronderwijs gaat over de werkelijkheid van dingen en organismen
  • Welke mogelijkheden zijn er voor natuuronderwijs?
    1. Onderzoek
    2. Het oplossen van problemen
    3. Het formuleren van inzichten
    4. Het overdenken van mooie, verrassende en indrukwekkende natuur
  • 2 doen en denken

  • begrijpen
    greep krijgen op
  • 2.1 hoe leren kinderen de wereld begrijpen?

  • kljl;kjlkjlk
  • Hoe beginnen baby's dingen te begrijpen?

    Ze krijgen greep op de wereld door van alles vast te pakken. Al doende bouwen ze ervaring op, waarbij indrukken van verschillende zintuigen met elkaar in verband worden gebracht.

  • kjfldk
    jkl;
  • Wat motiveert kinderen om dingen te willen begrijpen?

     

    • Nieuwsgierigheid
    • Verwondering
    • De wil om dingen naar hun hand te zetten
  • Bij welke soorten natuurbeleving zijn kinderen meer geïnteresseerd dan volwassenen?
    Gebruiksnatuur en uitdagende natuur.
  • 2.2 Ontdekken van regelmaat en samenhang

  • Op welke twee manieren ervaren jonge kinderen hun ontdekkingen?

    • Als nieuwe ervaringen
    • Als iets wat hoort bij een eerdere ervaring
  • Op wat voor manieren kunnen jonge kinderen ervaringen die bij elkaar horen aan elkaar koppelen?

    • Gebeurtenissen hebben steeds een bepaalde volgorde (eerst jas aan, dan pas naar buiten)
    • Verschillende dingen vertonen soortgelijk gedrag (die teckel blaft als een hond en kan dus geen koe zijn)
    • Verschillende verschijnselen zijn er tegelijkertijd (als de zon schijnt, zie je schaduwen)
  • 2.3 Denkbeelden en denkschema's

  • Hoe kan een misconceptie ontstaan?

    Als de verkeerde ervaringen aan elkaar gekoppeld worden (als het waait, bewegen de bomen, dus de bomen maken de wind)

  • Kleuters ervaren vaak dat hun denkbeeld niet klopt. Hoe reageren ze daar in eerste instantie op en hoe passen ze uiteindelijk hun denkbeeld aan?

    In eerste instantie proberen ze vaak het verschijnsel te 'dwingen' zich aan te passen aan hun denkbeeld. Na verschillende ervaringen waarin dat dus niet lukt, wordt het kind gedwongen zijn denkbeeld aan te passen. Vaak ontstaat dan verder spelenderwijs onderzoek, waarmee het nieuwe denkschema op de proef gesteld wordt. 

     

    Kort: blijven proberen - gedwongen worden om denkbeeld aan te passen - nieuw denkschema 'spelenderwijs' testen

  • Hoe ontstaat een denkschema van een kind?

    Naar aanleiding van persoonlijke ervaringen

  • 2.4 Leren door doen

  • Waarom is het belangrijk om kinderen te laten vertellen over hun gedachten?

    Door hun ervaringen te moeten verwoorden denken ze er meer over na en groeit het begrip.

  • Waarom is het na verloop van tijd belangrijk dat kinderen leren om op een meer structurele manier te onderzoeken?

    Wanneer ze iets onderzoeken waarbij meerdere factoren tegelijk invloed hebben, is het van belang dat ze leren de resultaten 'eerlijk' te vergelijken. Dit ontwikkelt zich meestal niet spelenderwijs, omdat het in het dagelijks leven meestal niet voorkomt dat iets op een systematische manier onderzocht wordt. 

     

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is geletterdheid in natuur en techniek?
- de leerlingen kunnen iets op een wetenschappelijke manier beschouwen.
- de leerlingen zijn bewust van de grenzen van natuurwetenschappelijke wetten.
Welke bedoelingen kan je hebben met vragen
  1. Verwondering en nieuwsgierigheid oproepen. 
  2. Waarnemingen onder woorden laten brengen
  3. Natuurbeleving stimuleren
  4. Een beeld krijgen van relevante ervaringen of denkbeelden
  5. Uitnodigen om iets te ontdekken
  6. Concepten openen
  7. Onderzoek laten samenvatten
  8. Denken stimuleren door toepassingen te laten zoeken
  9. Aandacht vragen
  10. Inzicht stimuleren door argumenten te vragen bij voorspellingen. 
Wat kun je bereiken met werken buiten de klas
  • Meer samenhang bij de activiteiten
  • Versterking van de relatie kind-omgeving
Wat stimuleer je met de aanpak van het didactisch model van Margadant Van-Arcken
Je stimuleert betekenisvol leren, integratie van de stof in de persoonlijke kennisstructuur, en herkeninning in het dagelijks leven.
Welke voordelen heeft het Didactisch model van Margadant-Van Arcken
  • De kinderen hebben zelf veel inbreng en de leerkracht bevordert/integreert natuurbeleving.
  • De kinderen vergroten hun woordenschat op een natuurlijke manier.
  • De kinderen denken serieus na over wat ze hebben geleerd en wat aansluitend nog kunnen leren.
  • De leerkracht maakt optimaal gebruik van het meest bewerkelijke en tijdrovende deel van de voorbereiding: de werkvormen met echt materiaal in de klas, en het buitenwerk
Welke stappen heeft het Didactisch model Margadant-Van Arcken
  1. Introductiefase
           A. Het stadium van verkenning.
           B. Het stadium van de interpretatie.
           C. Het stadium van de inventarisatie.
    2. Activiteitenfase
           D. Het stadium van de opdrachtuitvoering
           E. Het stadium van de voorlopige vastlegging.
    3. Ordeningsfase 
           F. Het stadium van de verslaglegging.
           G. Het stadium van explicitering.
    4. Afrondingsfase
           H. Het stadium van de concretisering.
           I. Het stadium van de evaluatie.
Het 7-stappenmodel bestaat uit:
  1. Confrontatie
  2. Verkennen
  3. Opzetten van een experiment 
  4. Uitvoeren van het experiment
  5. Concluderen 
  6. Presenteren van resultaten 
  7. Verdiepen en verbreden
welke (vaste) volgorde heeft een onderzoeksaanpak
  1. Confrontatie
  2. Vraag
  3. Onderzoek 
  4. Antwoord
Wat is stap 5 van het 5-stappenplan?
Verbreding of verdieping
De leerkracht gaat dieper op de stof in of verbreedt de stof.
Wat is stap 4 van het 5 stappenplan?
Rapporteren 
De kinderen bespreken hun antwoorden die ze in stap 4 gevonden hebben en trekken conclusies uit de resultaten. Of je maakt een uitstalling in de hal van de resultaten.