Summary Praktische didactiek voor natuuronderwijs

-
ISBN-10 904690301X ISBN-13 9789046903018
542 Flashcards & Notes
77 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Praktische didactiek voor natuuronderwijs
  • Els de Vaan, Jos Marell Merlijne Marell ' s Jos Marell
  • 9789046903018 or 904690301X
  • 7e, herz. dr.

Summary - Praktische didactiek voor natuuronderwijs

  • 0 Inleiding

  • Wat betekent 'vakdidactisch bekwaam' voor natuuronderwijs?
    Het gaat erom dat je:
    * jezelf samen met de kinderen kunt verwonderen
    * inspeelt op de drang van kinderen om te exploreren en te bevragen
    * inricht met echte materialen die verwondering en nieuwsgierigheid oproepen
    * de verschillende ervaringen en denkbeelden van kinderen benut
    * ontdekkend leren mogelijk maakt
    * interactie gebruikt
    * differentieert
  • Wat zijn de zeven stappen van het onderzoekend leren?
    1) Confrontatie
    2) Verkennen
    3) Opzetten experiment
    4) Uitvoeren experiment 
    5) Concluderen
    6) Presenteren
    7) Verdiepen
  • Wat betekent 'organisatorisch bekwaam' voor natuuronderwijs?
    * je verzamelt op tijd benodigde spullen of je schakelt leerlingen erbij in
    * je schat benodigde tijd goed in
    * je past de lokaalinrichting zo aan dat kinderen kunnen werken zonder elkaar te storen
    * je zorgt efficiënt voor het uitdelen en ophalen van materiaal
    * je bent flexibel
  • Wat zijn de zeven stappen van het ontwerpend leren?
    1) Probleem constateren
    2)  Verkennen
    3) Ontwerpvoorstel maken
    4) Ontwerpvoorstel uitvoeren
    5) Testen en bijstellen
    6) Presenteren
    7) Verdiepen
  • Wat betekent 'startbekwaam' voor natuuronderwijs?
    * je kunt in je groep leren aan concreet materiaal mogelijk maken (organisatorisch bekwaam)
    * je kunt de beleving van kinderen inschatten en stimuleren (vakdidactisch bekwaam)
    * je creëert uitnodigende leersituaties (vakdidactisch)
    * je ziet wie stimulans of hulp nodig heeft (vakdidactisch en pedagogisch)
    * je hanteert lesmaterialen naar eigen inzicht (vakdidactisch bekwaam)
    * je vat, samen met de kinderen, de ontdekte resultaten samen en koppelt deze aan hun ervaringswereld (vakdidactisch bekwaam)
    * je ontwikkelt de onderzoeks- en ontwerpvaardigheden van kinderen, goede balans tussen houvast en uitdaging (vakdidactisch bekwaam)
  • Uit welke zeven punten bestaat een goede onderzoekende houding?
    1) Nieuwsgierigheid
    2) Kritische zin
    3) Onbevooroordeeld en objectiviteit
    4) Nauwkeurigheid en zorgvuldigheid
    5) Respect voor de kracht van het bewijs
    6) Behoedzaamheid bij het trekken van conclusies 
    7) Bereidheid met anderen samen te werken en resultaten met anderen te delen of ter discussie te stellen
  • Wat doe je als je iets aan het identificeren bent?
    Je herkent dan een specifieke combinatie van eigenschappen of bepaalde karakteristieke kenmerken zoals: Je herkent de hond van de buren, de smaak van erwtensoep ect.
  • Wat zijn interpretaties?
    Deze berusten zich op ordeningen die je, bewust of onbewust, hebt aangebracht. Die hond is gevaarlijk, je buurmeisje is groot ect.
  • Welke drie stijlen zijn er voor het onderwijs in natuurwertenschappen?
    1) Spontaan ontdekkend leren,
    2) Overdragend leren,
    3) Ontdekkend leren.
  • Wat houd spontaan ontdekkend leren in?
    Dit is een vorm van leerling gestuurd leren waarbij de kinderen zelf het initiatief nemen. Het begeleiden van de samenwerking binnen de groep is de enige taak van de leerkracht.
  • Wat houd overdragend leren in?
    Dit is leerkracht gestuurd leren. De leraar bepaalt de inhoud van de stof maar ook de gedachten gang van de leerlingen.
  • Bij een open leersituatie hebben leerlingen veel invloed op wat er in de les gaat gebeuren
  • Bij een gesloten situatie hebben leerlingen weinig/tot geen invloed op de les.
  • Wat is een eerlijk onderzoek?
    Hierbij wordt slechts één variabel tegelijk veranderd.
  • Wat is een identificerend en classificerend onderzoek?
    Bijv. Bodem- of slootdiertjes benoemen met behulp van een determineersleutel of keukengereedschap indelen naar functie ect.
  • Wat houd de manier van materiaal verkennen in: Doen om het doen
    Kinderen hebben vaak plezier in het gewoon doen, zonder uit te kunnen leggen waarom. Zoals bellen blazen.
  • Wat houd de manier van materiaal verkennen in: resultaat willen bereiken
    Dit zijn zaken die vooral op het resultaat gericht zijn en niet zozeer op de manier waarop of op het materiaal waarmee dat resultaat bereikt wordt. Denk aan: het water in een goot tegenhouden of een toren bouwen.
  • Wat houd de manier van materiaal verkennen in: Onderzoeken hoe voorwerpen reageren.
    Hierbij zijn het voorwerp en diens eigenschappen zelf interessant. aanraken, omduwen, in het water gooien en dergelijke zijn bedoeld om meer informatie over het voorwerp te krijgen.
  • Wat houd de manier van materiaal verkennen in: Variabelen verkennen.
    Het gaat hier om het zoeken naar factoren die van invloed zijn op gebeurtenissen. Die factoren zijn in de handelingen, zoals hard of zacht blazen. Het kunnen ook factoren zijn in de materialen.
  • Wat houd de manier van materiaal verkennen in: Onderzoek opzetten vanuit een bewust gestelde vraag.
    Dit is het meest planmatige van de rest. De bewust gestelde vraag is aanleiding om vooraf na te denken over de manier van onderzoeken.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Praktische didactiek voor natuuronderwijs
  • Els de Vaan, Jos Marell Mart Kremers ' s Jos Marell
  • 9789046900123 or 9046900126
  • 6e, herz. dr.

Summary - Praktische didactiek voor natuuronderwijs

  • 1.2 Waarover gaat natuuronderwijs?

  • Wat is de definitie van natuuronderwijs?
    Natuuronderwijs gaat over de werkelijkheid van dingen en organismen
  • Welke mogelijkheden zijn er voor natuuronderwijs?
    1. Onderzoek
    2. Het oplossen van problemen
    3. Het formuleren van inzichten
    4. Het overdenken van mooie, verrassende en indrukwekkende natuur
  • 2 doen en denken

  • begrijpen
    greep krijgen op
  • 2.1 hoe leren kinderen de wereld begrijpen?

  • kljl;kjlkjlk
  • Hoe beginnen baby's dingen te begrijpen?

    Ze krijgen greep op de wereld door van alles vast te pakken. Al doende bouwen ze ervaring op, waarbij indrukken van verschillende zintuigen met elkaar in verband worden gebracht.

  • kjfldk
    jkl;
  • Wat motiveert kinderen om dingen te willen begrijpen?

     

    • Nieuwsgierigheid
    • Verwondering
    • De wil om dingen naar hun hand te zetten
  • Bij welke soorten natuurbeleving zijn kinderen meer geïnteresseerd dan volwassenen?
    Gebruiksnatuur en uitdagende natuur.
  • 2.2 Ontdekken van regelmaat en samenhang

  • Op welke twee manieren ervaren jonge kinderen hun ontdekkingen?

    • Als nieuwe ervaringen
    • Als iets wat hoort bij een eerdere ervaring
  • Op wat voor manieren kunnen jonge kinderen ervaringen die bij elkaar horen aan elkaar koppelen?

    • Gebeurtenissen hebben steeds een bepaalde volgorde (eerst jas aan, dan pas naar buiten)
    • Verschillende dingen vertonen soortgelijk gedrag (die teckel blaft als een hond en kan dus geen koe zijn)
    • Verschillende verschijnselen zijn er tegelijkertijd (als de zon schijnt, zie je schaduwen)
  • 2.3 Denkbeelden en denkschema's

  • Hoe kan een misconceptie ontstaan?

    Als de verkeerde ervaringen aan elkaar gekoppeld worden (als het waait, bewegen de bomen, dus de bomen maken de wind)

  • Kleuters ervaren vaak dat hun denkbeeld niet klopt. Hoe reageren ze daar in eerste instantie op en hoe passen ze uiteindelijk hun denkbeeld aan?

    In eerste instantie proberen ze vaak het verschijnsel te 'dwingen' zich aan te passen aan hun denkbeeld. Na verschillende ervaringen waarin dat dus niet lukt, wordt het kind gedwongen zijn denkbeeld aan te passen. Vaak ontstaat dan verder spelenderwijs onderzoek, waarmee het nieuwe denkschema op de proef gesteld wordt. 

     

    Kort: blijven proberen - gedwongen worden om denkbeeld aan te passen - nieuw denkschema 'spelenderwijs' testen

  • Hoe ontstaat een denkschema van een kind?

    Naar aanleiding van persoonlijke ervaringen

  • 2.4 Leren door doen

  • Waarom is het belangrijk om kinderen te laten vertellen over hun gedachten?

    Door hun ervaringen te moeten verwoorden denken ze er meer over na en groeit het begrip.

  • Waarom is het na verloop van tijd belangrijk dat kinderen leren om op een meer structurele manier te onderzoeken?

    Wanneer ze iets onderzoeken waarbij meerdere factoren tegelijk invloed hebben, is het van belang dat ze leren de resultaten 'eerlijk' te vergelijken. Dit ontwikkelt zich meestal niet spelenderwijs, omdat het in het dagelijks leven meestal niet voorkomt dat iets op een systematische manier onderzocht wordt. 

     

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Waarmee sluit je het geheel af?
Een verwerkingsvorm waarbij de kinderen actief bezig zijn de nieuwe ervaringen toe te passen.
Waar gaat het om bij stap 5: Verbreding of verdieping?
- Je kunt nagaan of kinderen het geleerde ook in andere contexten kunnen toepassen
- Er ontbrak een essentieel deel in de verslaggeving
- Uit vragen blijkt dat er verwarring was 
- Er kan heel gemakkelijk verbinding gelegd worden naar een onderwerp dat later op het programma staat
- Het onderzoek was exemplarisch, zodat je kunt laten zien in welke gevallen de resultaten ook geldig zijn
Welke oorzaken kunnen de verschillende antwoorden van kinderen hebben?
- Verschillen tussen de gebruikte spullen
- Verschillen in vaardigheid en zorgvuldigheid
Waar gaat het om bij stap 4: rapportage?
De resultaten worden naast elkaar gezet en het opsporen van de oorzaak van de verschillen.
Waar gaat het om bij stap 3: Onderzoek en resultaten vastleggen?
De kinderen kunnen de vragen nu beantwoorden door het object of verschijnsel meer doelgericht te onderzoeken
Wat is de taak van de leerkracht tijdens deze stap?
Gelegenheid geven, belangstelling tonen en vragen signaleren
Wat is een belangrijk uitgangspunt als ej wilt aansluiten op hun ontwikkelingsniveau?
De spontane vragen
Welke functies kan de spontane verkenning hebben?
- Kinderen raken vertrouwd met het onbekende
- Ze kunnen bekende eigenschappen weer oproepen
- De verkenning kan vragen oproepen over nieuwe aspecten
- Alle kinderen krijgen op deze manier een vergelijkbare ervaring met de spullen/verschijnselen
Waar gaat het om bij stap 1: introductie?
Het oproepen van reacties, het prikkelen van nieuwsgierigheid, het openen van concepten en het delen van ervaringen.
Waar gaat het om bij stap 2: vrije exploratie
Het zelf aanrommelen