Summary Praktische economie.

-
ISBN-10 9034556395 ISBN-13 9789034556394
440 Flashcards & Notes
30 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Praktische economie.
  • J Hinloopen, P Adriaansen, A Zuiderwijk P Adriaansen, J Hinloopen
  • 9789034556394 or 9034556395
  • 5e dr.

Summary - Praktische economie.

  • 1 module 1

  • Wat is schaarste

    schaarste is er als er te weinig middelen zijn om de behoeften van de mensen te vervullen.

  • Aanwendingsrichting
    Manier waarop middelen worden ingezet
  • behoeften --> middelen --> schaarste

    bv: voedsel

          behoefte -- > onbeperkt
          middel --> niet onbeperkt
          gevolg --> prijs

  • Alternatief aanwendbaar
    Dezelfde middelen kunnen worden ingezet voor verschillende behoeften
  • Baten
    Opbrengsten
  • Behoefte
    Wensen van mensen
  • Budget
    Bestedingsruimte
  • Budgetlijn
    Lijn van alle mogelijke productcombinaties die maximaal kunnen worden gekocht
  • Middel
    Product of dienst dat een behoefte kan voorzien
  • Opbrengsten
    Baten
  • Schaarste
    Dingen waar je keuzes tussen moet maken
  • 1.1 hoofdstuk 1 voor niks gaat de zon op

  • Wat betekent schaarste?

    Schaarste betekent dat er te weinig middelen zijn om alle behoeften van iedereen te bevredigen.

  • l

     

    l

     

  • Wat is alternatief aanwendbaar?

    Middelen die verschillende behoeftes kan bevredigen.

  • Voorbeeld van een alternatief aanwendbaar middel:

    Een mobiel kan verschillende behoeften bevredigen, zoals bellen, sms'en maar ook ontspanning zoals spelletjes spelen.

    Dus het middel heeft meerdere functies.

  • Het gebruik van een middel levert iets op, ook wel opbrengsten of baten genoemd

  • Wat zijn aanwendingsrichtingen?

    De aanwendingsrichtingen van een middel zijn alle manieren waarop je het middel kunt gebruiken.

  • Alternatief aanwendbare middelen hebben dus aanwendingsrichtingen

     

  • De kosten en baten van alle aanwendingsrichtingen moeten op een rijtje worden gezet. Het is dan logisch om te kiezen voor de aanwendingsrichting waarbij het verschil tussen opbrengsten en kosten het grootst is. Want die aanwendingsrichting levert het meeste voordeel op.

  • De optelsom van alle middelen die iemand heeft, is zijn budget

     

  • Budgetlijn: geeft alle mogelijke productcombinaties die je maximaal kunt kopen met bepaald budget.

  • budget= (prijs goed 1 x aantal goed) + (prijs goed 2x aantal goed 2)

  • 1.1.1 Investeringen in productiviteit

  • waar moet je je inschrijven als je een onderneming wilt beginnen?

    De kamer van koophandel

  • waardoor kan een onderneming failliet gaan?

    - stijgende productie kosten, hierdoor word het eindproduct ook duurder en koopt niemand het meer.

    - de vraag daalt, doordat er concurrentie is die een betere versie op de markt brengen.

    - verkeerde investeringen.

     

  • als een onderneming in Nederland meer dan honderd jaar bestaat, dan kan het predicaat koninklijk worden aangevraagd

  • De productiviteit van een onderneming is de opbrengst die ontstaat door
    een combinatie van productiefactoren (arbeid, kapitaal, kennis & locatie)

  • Investeren betekent dat huidige opbrengsten worden geruild voor
    (hogere) toekomstige opbrengsten.
    Een onderneming ruilt dus ook door de tijd heen.

  • Investeringen worden bij een onderneming (net als bij arbeid) gedaan
    om de productiviteit in stand te houden of te verbeteren.

  • Het verhogen van de productiviteit leidt tot het verhogen van..

    De verdiencapaciteit van de onderneming, en dat leid weer tot toekomstige winst.

  • De winst kan op twee manier gebruikt worden.

    - Er kunnen nieuwe investeringen gedaan worden.

    - het kan worden uitgekeerd aan
    de eigenaren van een bedrijf.

  • Als de winst wordt uitgekeerd spreken we van dividend. Dividend is
    dus uitgekeerde winst.

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Praktische economie.
  • J Hinloopen, P Adriaansen, A Zuiderwijk P Adriaansen, J Hinloopen Bureau Sproet Yde Bouma ANP
  • 9789034556424 or 9034556425
  • 5e dr.

Summary - Praktische economie.

  • 1.1 baksteen

  • yo gasten

     

    shottamike hier

  • 1.1.1 de individuele vraag

  • Welke factoren beïnvloeden de individuele vraag naar een product?

    Individuele voorkeur, beschikbaar budget, exogene factoren, de aanwezigheid van substitueerbare producten en de aanwezigheid van complementaire producten.

  • Wat is het consumentensurplus?

    het verschil tussen de prijs van een product en wat een persoon bereid is ervoor te kunnen betalen.

  • 1.1.3 elasticiteiten

  • kruiselings elasticiteit


    Hierbij vergelijk je de prijs van product B met de vraag naar product A.

    De formule hiervoor is dus: 

    %verandering van de vraag naar product A/%verandering van de prijs van product B

    Wanneer deze uitkomst groter is dan 0 --> complementaire producten --> ze horen bij elkaar.

    Wanneer deze uitkomst kleiner is dan 0 --> substitueerbare producten --> ze vervangen elkaar.

  • prijselasticiteit

    De prijselasticiteit is een verhoudingsgetal tussen de procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid als gevolg van de procentuele verandering van de prijs. Dit getal is bij prijselasticiteit altijd negatief.

    Hierbij geldt de volgende formule:

    Ep = %verandering Q/%verandering P

    Hierbij geldt het volgende:

    -1>prijselasticiteit --> elastisch

    -1<prijselasticiteit<0 --> inelastisch

    prijselasticiteit =0 --> volkomen inelastisch

  • 1.1.4 productindeling op basis van inkomenselasticiteit

  • inkomenselasticiteit

    Hiervoor geldt de volgende formule:

    Ey=%verandering Q/%verandering Y

    Hierbij geldt het volgende over de uitkomst:

    Ey>1 --> luxe goederen --> stijgt het inkomen, stijgt de vraag nog meer

    0<Ey noodzakelijke goederen --> inkomen stijgt evenredig met de vraag naar het product

    Ey=0 --> geen relatie --> inkomen stijgt, vraag blijft hetzelfde als voor de stijging

    Ey inferieur goed --> inkomen stijgt, vraag naar inferieure goederen daalt --> product met lage kwaliteit

     

  • 1.2 De collectieve vraag

  • Wat houdt de collectieve vraag in?
    Dit is de optelsom van alle individuele vragen van een bepaalde groep. Welke groep (leeftijdscategorie, werk, opleidingsniveau) hangt af van het afzetgebied van het betreffende product. Met de optelsom van de individuele vraaglijnen ontstaat ook de collectieve betalingsbereidheid.
    We noemen de collectieve vraag ook wel de prijs-afzetcurve. 
  • 1.3 Elasticiteiten

  • Wat houdt de prijselasticiteit van de gevraagde hoeveelheid in, en hoe bereken je deze?
    De prijselasticiteit van de gevraagde hoeveelheid geeft de procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid weer, als gevolg van een procentuele verandering in de prijs.

    prijselasticiteit                    = procentuele verandering gevraagde hoeveelheid
    gevraagde hoeveelheid                         procentuele verandering prijs

    Over het algemeen geld, hoe hoger de prijs in eerste instantie is, hoe groter het effect van een prijsverandering is p de gevraagde hoeveelheid.
  • Wat houdt de inkomenselasticiteit van de gevraagde hoeveelheid in?
    Dit geeft de procentuele verandering weer van de gevraagde hoeveelheid, als gevolg van een procentuele verandering in het inkomen.
  • 1.4 Productindeling op basis van inkomenselasticiteit

  • Wat is het verschil tussen een inferieur en een normaal goed?
    Bij een normaal goed neemt de gevraagde hoeveelheid toe als het budget groter wordt. 
    Bij een inferieur goed neem de gevraagde hoeveelheid af als het budget groter wordt. Inferieure goederen zijn over het algemeen producten van lagere kwaliteit. Bij een inkomensstijging worden deze vervangen door vergelijkbare producten van een betere kwaliteit.
  • De inkomenselasticiteit is een belangrijke factor bij het bepalen met wat voor producten je te maken hebt. Hoe?
    i.e > 1    = inferieur goed
    i.e. 0-1  = noodzakelijk goed (energie, voeding) ----->  normaal goed
    i.e. < 1   = luxe goed (auto, vakantiewoning)         -----> normaal goed
  • Wat houdt het consumptiepakket in?
    Dit is het geheel aan luxe, inferieure en noodzakelijk goederen. Wanneer het beschikbare budget toeneemt, zal de samenstelling van het consumptiepakket veranderen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wie houdt in de gaten dat mensen niet handelen met voorkennis
De autoriteit financiele markten AFM
Waarom is handelen met voorkennis verboden
Omdat beleggers koersgevoelige informatie beschikken waarbij ze makkelijk kunnen frauderen
Wat zijn verzonken kosten
Kosten die voorafgaand bij een onderhandeling zijn gemaakt en niet meer terug te verdienen zijn
Welke instantie houdt toezicht op de kapitaal markt?
De Autoriteit Financiele markten (AFM)
Waarom komt de rentebetaling op een staatsobligatie niet in gevaar als de rente omhoog gaat
Omdat de kans dat de overheid falliet gaat nihil is
Op welke manier beinvloedt rente de waarde van aandelen indirect
Als de rente stijgt gaan de kosten van geld lenen omhoog
Wat gebeurt er als de rente bij banken stijgt en wat gebeurt er als de rente van de banken daalt?
  • Als de rente bij banken stijgt dan daalt de waarde van de aandelen
  • Als de rente bij banken daalt dan stijgt de waarde van de aandelen
Wat is een risicopremie
Een premie bovenop het rendement van het risicoloze alternatief
Wat is een aandelenemissie
Voor hoeveel geld voor het eerst aandelen worden uitgegeven
Wat is de berekening van het verwachte rendement
Verwachte investeringsobrengst
------------------------------ x100
                 Investering