Summary Praktische economie.

-
ISBN-10 9034556395 ISBN-13 9789034556394
440 Flashcards & Notes
32 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Praktische economie.
  • J Hinloopen, P Adriaansen, A Zuiderwijk P Adriaansen, J Hinloopen
  • 9789034556394 or 9034556395
  • 5e dr.

Summary - Praktische economie.

  • 1 module 1

  • Aanwendingsrichting
    Manier waarop middelen worden ingezet
  • Alternatief aanwendbaar
    Dezelfde middelen kunnen worden ingezet voor verschillende behoeften
  • Baten
    Opbrengsten
  • Behoefte
    Wensen van mensen
  • Budget
    Bestedingsruimte
  • Budgetlijn
    Lijn van alle mogelijke productcombinaties die maximaal kunnen worden gekocht
  • Middel
    Product of dienst dat een behoefte kan voorzien
  • Opbrengsten
    Baten
  • Schaarste
    Dingen waar je keuzes tussen moet maken
  • 1.2 hoofdstuk 2 van ruilen komt geen huilen

  • Arbeidsdeling
    Opdelen van een productieproces
  • Arbeidsproductiviteit
    Productie per arbeidskracht per tijdseenheid
  • Autarkie
    Situatie waarin niet wordt geruild
  • Consument
    Iemand die goederen en of diensten koopt om zijn behoeften te voorzien
  • Consumptie
    Kopen van goederen en of diensten om behoeften te bevredigen
  • Producent
    Iemand die producten maakt
  • Ruil
    Uitwisseling van middelen 
  • Ruilverhouding
    De waarde van een middel uitgedrukt in eenheden van een ander middel
  • Specialisatie
    Toelegging op een afgebakend onderdeel van het productieproces 
  • Transactiekosten 
    Kosten van het ruilverkeer, zoals onderhandelingskosten en informatiekosten
  • Chartaal geld
    Tastbaar geld
  • De Nederlandsche Bank
    Centrale bank van Nederland
  • Europese Centrale Bank
    Centrale banken van alle eurolanden
  • Extrensieke waarde
    De waarde die op het geld gedrukt staat
  • Fiduciair geld
    Geld dat zijn waarde uitsluitend ontleent aan het vertrouwen dat mensen erin hebben
  • Geld
    Middel dat geruild kan worden tegen alle andere middelen
  • Geldschepping
    Het maken van geld met als doel het in omloop brengen
  • Geldwissel
    Papier waarop staat hoeveel geld de houder aan de bank in beheer heeft gegeven
  • Giraal geld
    Niet tastbaar geld
  • Interne waarde
    Koopkracht van het geld
  • Intrinsieke waarde
    Waarde van het matriaal waarvan het gemaakt is
  • Maatschappelijke geldhoeveelheid
    Totale hoeveelheid chartaal en giraal geld dat in omloop is
  • Nominale waarde
    Waarde die op het chartale geld gedrukt staat
  • Oppotmiddel
    Sparen
  • Prijs
    Ruilverhouding van middelen tot het middel geld
  • Ruilmiddel
    Functie van het geld die het gemakelijker maakt goederen en diensten te ruilen
  • Wet van Gresham
    Ervaringsgegeven dat zegt dat geld met een relatief hoge intrinsieke waarde uit de omloop raakt
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Praktische economie.
  • J Hinloopen, P Adriaansen, A Zuiderwijk P Adriaansen, J Hinloopen Bureau Sproet Yde Bouma ANP
  • 9789034556424 or 9034556425
  • 5e dr.

Summary - Praktische economie.

  • 1.1 baksteen

  • yo gasten

     

    shottamike hier

  • 1.1.1 de individuele vraag

  • Welke factoren beïnvloeden de individuele vraag naar een product?

    Individuele voorkeur, beschikbaar budget, exogene factoren, de aanwezigheid van substitueerbare producten en de aanwezigheid van complementaire producten.

  • Wat is het consumentensurplus?

    het verschil tussen de prijs van een product en wat een persoon bereid is ervoor te kunnen betalen.

  • 1.1.3 elasticiteiten

  • kruiselings elasticiteit


    Hierbij vergelijk je de prijs van product B met de vraag naar product A.

    De formule hiervoor is dus: 

    %verandering van de vraag naar product A/%verandering van de prijs van product B

    Wanneer deze uitkomst groter is dan 0 --> complementaire producten --> ze horen bij elkaar.

    Wanneer deze uitkomst kleiner is dan 0 --> substitueerbare producten --> ze vervangen elkaar.

  • prijselasticiteit

    De prijselasticiteit is een verhoudingsgetal tussen de procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid als gevolg van de procentuele verandering van de prijs. Dit getal is bij prijselasticiteit altijd negatief.

    Hierbij geldt de volgende formule:

    Ep = %verandering Q/%verandering P

    Hierbij geldt het volgende:

    -1>prijselasticiteit --> elastisch

    -1<prijselasticiteit<0 --> inelastisch

    prijselasticiteit =0 --> volkomen inelastisch

  • 1.1.4 productindeling op basis van inkomenselasticiteit

  • inkomenselasticiteit

    Hiervoor geldt de volgende formule:

    Ey=%verandering Q/%verandering Y

    Hierbij geldt het volgende over de uitkomst:

    Ey>1 --> luxe goederen --> stijgt het inkomen, stijgt de vraag nog meer

    0<Ey noodzakelijke goederen --> inkomen stijgt evenredig met de vraag naar het product

    Ey=0 --> geen relatie --> inkomen stijgt, vraag blijft hetzelfde als voor de stijging

    Ey inferieur goed --> inkomen stijgt, vraag naar inferieure goederen daalt --> product met lage kwaliteit

     

  • 1.2 De collectieve vraag

  • Wat houdt de collectieve vraag in?
    Dit is de optelsom van alle individuele vragen van een bepaalde groep. Welke groep (leeftijdscategorie, werk, opleidingsniveau) hangt af van het afzetgebied van het betreffende product. Met de optelsom van de individuele vraaglijnen ontstaat ook de collectieve betalingsbereidheid.
    We noemen de collectieve vraag ook wel de prijs-afzetcurve. 
  • 1.3 Elasticiteiten

  • Wat houdt de prijselasticiteit van de gevraagde hoeveelheid in, en hoe bereken je deze?
    De prijselasticiteit van de gevraagde hoeveelheid geeft de procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid weer, als gevolg van een procentuele verandering in de prijs.

    prijselasticiteit                    = procentuele verandering gevraagde hoeveelheid
    gevraagde hoeveelheid                         procentuele verandering prijs

    Over het algemeen geld, hoe hoger de prijs in eerste instantie is, hoe groter het effect van een prijsverandering is p de gevraagde hoeveelheid.
  • Wat houdt de inkomenselasticiteit van de gevraagde hoeveelheid in?
    Dit geeft de procentuele verandering weer van de gevraagde hoeveelheid, als gevolg van een procentuele verandering in het inkomen.
  • 1.4 Productindeling op basis van inkomenselasticiteit

  • Wat is het verschil tussen een inferieur en een normaal goed?
    Bij een normaal goed neemt de gevraagde hoeveelheid toe als het budget groter wordt. 
    Bij een inferieur goed neem de gevraagde hoeveelheid af als het budget groter wordt. Inferieure goederen zijn over het algemeen producten van lagere kwaliteit. Bij een inkomensstijging worden deze vervangen door vergelijkbare producten van een betere kwaliteit.
  • De inkomenselasticiteit is een belangrijke factor bij het bepalen met wat voor producten je te maken hebt. Hoe?
    i.e > 1    = inferieur goed
    i.e. 0-1  = noodzakelijk goed (energie, voeding) ----->  normaal goed
    i.e. < 1   = luxe goed (auto, vakantiewoning)         -----> normaal goed
  • Wat houdt het consumptiepakket in?
    Dit is het geheel aan luxe, inferieure en noodzakelijk goederen. Wanneer het beschikbare budget toeneemt, zal de samenstelling van het consumptiepakket veranderen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wie houdt in de gaten dat mensen niet handelen met voorkennis
De autoriteit financiele markten AFM
Waarom is handelen met voorkennis verboden
Omdat beleggers koersgevoelige informatie beschikken waarbij ze makkelijk kunnen frauderen
Wat zijn verzonken kosten
Kosten die voorafgaand bij een onderhandeling zijn gemaakt en niet meer terug te verdienen zijn
Welke instantie houdt toezicht op de kapitaal markt?
De Autoriteit Financiele markten (AFM)
Waarom komt de rentebetaling op een staatsobligatie niet in gevaar als de rente omhoog gaat
Omdat de kans dat de overheid falliet gaat nihil is
Op welke manier beinvloedt rente de waarde van aandelen indirect
Als de rente stijgt gaan de kosten van geld lenen omhoog
Wat gebeurt er als de rente bij banken stijgt en wat gebeurt er als de rente van de banken daalt?
  • Als de rente bij banken stijgt dan daalt de waarde van de aandelen
  • Als de rente bij banken daalt dan stijgt de waarde van de aandelen
Wat is een risicopremie
Een premie bovenop het rendement van het risicoloze alternatief
Wat is een aandelenemissie
Voor hoeveel geld voor het eerst aandelen worden uitgegeven
Wat is de berekening van het verwachte rendement
Verwachte investeringsobrengst
------------------------------ x100
                 Investering