Summary presentaties werkgroepen Gezonde en zieke cellen 1

-
205 Flashcards & Notes
8 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - presentaties werkgroepen Gezonde en zieke cellen 1

  • 1.1 Osteogenesis Imperfecta

  • waar staat osteogenesis imperfecta voor?
    onvolledige botvorming
  • hoeveel mensen hebben osteogenesis imperfecta?
    1 op de 15.000, 1000 hiervan in nederland. 
  • wat zijn de symptomen van osteogenesis imperfecta?
    • botten breken makkelijk
    • lichte ruggengraat kromming
    • losse gewrichten
    • lage spierspanning
    • verkleuring van de sclerae (wit van de ogen) meestal naar blauw/grijs
    • zwak gebit
    • doofheid
  • wat zijn andere namen voor osteogenesis imperfecta?
    brittle bone disease, Lobstein syndroom
  • wat is de oorzaak van osteogenesis imperfecta?
    genetisch defect dat gevolgen heeft voor de synthese van collageen type 1. collageen bestaat uit een triple helix. hiervan zijn 2 van deze strengen alfa 1 strengen (COL1A1) en 1 streng is de alfa 2 streng (COL1A2)
  • wat is de precieze mutatie?
    mutatie voor de codering van alfa-1 en/of alfa-2 keten zal ervoor zorgen dat de streng een verkeerd aminozuur kan bevatten. in Osteogenesis imperfecta is het geval dat ipv glycine met de zijgroep H, andere aminozuren in het collageen polypeptide zitten. deze aminozuren met grotere zijgroepen zorgen eervoor dat het hele collageen polypeptide zo strak om zijn as kan worden gedraaid, waardoor het dus minder stabiel en stevig is. 
  • wat zijn de gevolgen van de mutatie?
    de collageen peptiden zijn dus minder stevig. collageen wordt op heel veel plaatsen in het lichaam gevonden als bindend weefsel en draagt bij aan 30%van de droge massa van de mens. collageen is het grootste bestanddeel voor botten en deze zijn dus minder stevig. in de ogen komt ook collageen voor en hier zorgt het imperfecte collageen voor een doorzichtigheid die de bloedvaten laat zien.
  • wat zijn de verschillende types die het meest vaak voorkomen?
    de types 1 t/m 5. 1a komt hierbij het meest voor. 
  • hoe erft deze ziekte over?
    autosomaal dominant in genen voor alfa-1 en/of alfa-2 helices -> meer dan 800 mutaties bekend. veelal vervanging van glycerine in de superhelix. 
  • wat is het verschil tussen de verschillende types?
    • type 1: verminderde productie collageen type 1, veel botbreuken in kindertijd, is goed mee te leven
    • type 2: verminderde kwaliteit collageen type 1. fataal. overlijdt tijdens of vlak na de zwangerschap, omdat er in de baarmoeder al fracturen ontstaan. 
  • 1.2 Marfan syndroom

  • wat is het Marfan syndroom voor aandoening?
    een aandoening van het bindweefsel, dat wordt gekenmerkt door veranderingen in voornamelijk het skelet, ogen en hart en bloedvaten. 
  • hoe vaak komt het Marfan syndroom voor?
    1 op de 5000. in 70-85% van de gevallen is het familiair en heeft het een autosomaal dominante overerving. 
  • wat is de pathogenese van het Marfan syndroom?
    het ontstaat door een defect in fibrilline 1, een extracellulair glycoproteine. er zijn twee mechanismen waardoor het defect leidt tot de klinische symptomen. de eerste is het verlies van structurele ondersteuning in microfibrilrijk bindweefsel. de tweede is het excessief activeren van de TGF-beta signalering
  • wat zijn fibrillines en wat doen ze?
    fibrilline is het grootste bestanddeel van microfibrillen die aanwezig zijn in de extracellulaire matrix. deze dienen als een soort steigers waarop (tropo)elastine steunt om elastische vezels te vormen. microfibrillen komen overal in het lichaam voor, maar zijn in grote getallen te vinden in de wanden van de aorta en in ligamenten en de ooglens. bij het Marfan syndroom worden dan ook deze structuren het meest aangetast
  • welke vormen van fibrilline bestaan er?
    fibrilline-1 en -2., die gecodeerd worden door twee verschillende genen (FBN1 en FBN2). mutaties in FBN1 leiden tot het Marfan syndroom. 600 verschillende mutaties kunnen hiertoe leiden. bij de meeste is er een abnormale vorm van fibrilline-1 gemaakt, waardoor polymerisatie van fibrilline tot microfibrillen wordt geïnhibeerd. het gevolg is verzwakt bindweefsel (pathogenese manier 1)
  • wat houdt de activatie van TGF-beta signalering in mbt het Marfan syndroom?
    hierdoor krijg je extreme bolgroei en veranderingen in de mitraalkleppen van het hart. het niet kunnen polymeriseren van fibrilline-1 leidt tot een verminderd aantal microfibrillen, wat weer leidt tot excessieve activatie van cytokine TGF-beta. normaal gesproken bindt het fibrilline-1 in microfibrillen aan TGF-B, waarmee de beschikbaarheid onder controle wordt gehouden. overmatige TGF-B heeft schadelijke effecten op de ontwikkeling van vasculaire gladde spieren. daarnaast verhoogd dit de activiteit van metalloproteases, die zorgen voor de afbraak van eiwitten. 
  • twee observaties ondersteunen de theorie van de TGF-beta signalering, welke?
    1. er is gebleken dat in mensen met de klinische kenmerken van het Marfan syndroom, maar zonder de FBN1 mutatie, andere mutaties aanwezig zijn die voor een verhoogd functie zorgen in genen die coderen voor TGF-B receptoren
    2. in muismodellen met de FBN1 mutaties zijn antilichamen voor TGF-B toegediend, waardoor veranderingen in de aorta en mitraalkleppen werd voorkomen. 
  • wat zijn de symptomen van het Marfan syndroom?
    • skelet: buitengewoon lange extremiteiten en lange, spitsige vingers en tenen. de gewrichtsligamenten zijn los, hoofd is langwerpig. vaak scoliose. pectus excavatum = ingedeukt borstbeen, of pectus carinatum = uitstekend. 
    • ooglens: bilaterale subluxatie of dislocatie van de lens = ectopia lentis. 
    • cardiovasculair: mitraalklep prolaps (typerend), dilatatie van de ascending aorta door cystische medionecrose (wandzwakte). excessieve TGF-B signalering in adventitia (buitenste laag bloedvat). hierdoor kan een scheur ontstaan inaorta (doodsoorzaak 30-40%). 
  • wat is de behandeling van het Marfan syndroom?
    voorschrijven van B blokkers, die zorgen voor een gereduceerde hartslag frequentie en daardoor minder druk op de aortawand. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

in welke cellen is het NF1 gen het meest actief?
neuronen, gliacellen, Schwanncellen
wat zijn de klinische gevolgen?
  • Café-Au-Lait macula - donkere vlekken door melanocyten. 
  • skinfold freckling - verklueringen die lijken op sproeten
  • juvenile myeolomonocitic leukemia (JMML)
  • juvenile xantrogranuloma (JXF)
  • scoliose
  • leerstoornissen
  • Lish nodules (op de iris)
  • optic glioma (tumor op de oogzenuw)
hoe werkt neurofibromine normaal?
regulator van Ras guanosine trifosfaat activiteit. het is dus een GTP-ase activering protein (GAP). zorgt ervoor dat Ras in inactieve vorm blijft. dus een tumor suppressor. 
welke subtypen NF1 zijn er?
  • gegeneraliseerd: overal
  • segmentaal: postzygotische mutatie. ook wel mozaicisme. geen bewijs in het bloed
  • gonadale: alleen in geslachtscellen
wat gebeurt er met neurofibromine bij een NF1 mutatie?
die is extreem kort, vaak door een verandering van het splitten van mRNA. hij heeft dan een loss-of-functions. 
wat is de mutatie?
deletie, stop mutatie, aminozuur substitutie, insertie. mensen met een gehele deletie hebben ernstigere klinische gevolgen dan mensen met een gedeeltelijke deletie. NF1 gen heeft een hoge spontane mutatie snelheid
wat is er aan de hand bij NF1?
neurofibromine wordt aangetast. 
wat gebeurt er door een verlies aan APC?
geen afbraak beta-cagtenine - binding aan TCF - stimulering transcriptie - genetische instabiliteit - mutatie in pro-oncogen (vaak K-Ras) - stimulatie proliferatie en voorkomen apoptose - kleine tumor - verlies 2e tumor supervisor gen -grotere tumor
welke tumor suppressor genen zijn er defect bij dikke darm kanker?
P53 en APX
wat is GADD45?
dit activeert P53 als de cel in de delingsfase blijft hangen. deze eiwitten bevorderen de DNA reparatie.