Summary Principes van bedrijfseconomie

-
ISBN-10 9043024384 ISBN-13 9789043024389
396 Flashcards & Notes
12 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Principes van bedrijfseconomie". The author(s) of the book is/are Clarence van der Putte, Fred Rienstra. The ISBN of the book is 9789043024389 or 9043024384. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Principes van bedrijfseconomie

  • 1.2 Definitie en oorsprong economie

  • Economie is een sociale wetenschap
  • Wat zijn de 3 organisatievormen van economie?
    Centraal geleide / Plan economie;
    Vrijemarkteconomie of kapitalisme;
    Gemengde economie
  • De deelterreinen van economie zijn: Algemene economie en bedrijfseconomie.
  • 1.3 Algemene economie

  • De algemene economie houdt zich bezig met de economie in samenhang met de maatschappij. Het draait daarbij vooral om het voorzien van schaarse goederen en diensten

  • Wat zijn de deelterreinen van de algemene economie?

    A. macro-economie;

    B. Meso-economie en micro-economie;

    C. internationale economische betrekkingen;

    D. Monetaire economie;
    E. Openbare financiën;
    F. Media en economie.
  • Wat zijn de grootheden in de macro-economie?
    Nationaal inkomen;
    Werkgelegenheid;
    Betalingsbalans;
    Consumptie;
    Investeringen;
    Overheidsbestedingen.
  • De meso-economie bestudeert hoe de economische processen zich voltrekken binnen bepaalde markten en bedrijfstakken.
  • Overheid, bedrijven en consumenten vormen het gebied van meso-economie.
  • De micro-economie houdt zich bezig met de gedragingen van individuele economische agenten. Het gaat hierbij om gezinnen of bedrijven, eveneens om politici of belangengroepen.
  • Wat staat er centraal in de micro-economie?
    Vraag en aanbod.
  • Wat zijn de twee poten in de International economische betrekkingen (IEB)?
    1. Reële sfeer;
    2. Monetaire sfeer.
  • In de reële sfeer gaat het om de bestudering van de internationale goederen- en dienstenstromen. Een mogelijke verklaring is bijvoorbeeld het feit dat landen verschillende import- en exportbepalingen hebben.

  • De monetaire sfeer gaat over de geldstromen tussen langen. Hierbij komen zaken zoals betalingsbalans, wisselkoersen en kapitaalstromen aan de orde.
  • Met wat houdt de monetaire economie zich bezig?
    Met het verschijnselgeld en de rol van banken in de economie.
  • Openbare financiën houdt zich bezig met de inkomsten en uitgaven van de overheid. De effecten van belastingen en overheidsuitgave worden in kaart gebracht.
  • Wat is ANP?
    Algemeen Nederlands Persbureau.
  • Wat is CBS?
    Centraal bureau voor de Statistiek.
  • 1.4 Bedrijfseconomie

  • Wat is bedrijfseconomie?
    Een deel van de economie dat de huishouding van bedrijven en de relaties tussen bedrijven bestudeert en is daarmee een onderdeel van het deelterrein: micro-economie.
  • Welke twee onderwerpen staan centraal in de bedrijfseconomische benadering van een onderneming?
    1. De internet bedrijfshuishouding;
    2. De relaties van het bedrijf en zijn omgeving (extern).
  • Interne bedrijfshuishouding: Financiële administratie -> hier wordt de jaarrekening opgemaakt op basis van de internationale en nationale wet- en regelgeving.
  • Waaruit bestaat de jaarrekening?
    Een balans en een winst- en verliesrekening (exploitatiebegroting of resultatenrekening). Bij grote bedrijven wordt er een kasstroomoverzicht (cashflow) bij geleverd.
  • Wat is managementrapportage?
    Management accounting, dat zijn frequentere verslagen van de boekhouding die de ontwikkeling van het bedrijf op een aantal kernpunten weergeven.
  • Wat zijn nog meer huishoudingen in een bedrijf.
    Goederenhuishouding;
    Personele huishouding.
  • Wat is de relatie van bedrijfseconomie met de omgeving rond het bedrijf?

    De geldstromen tussen bedrijven onderling en de relatie/contact met de klanten.

  • Wat is een andere naam voor kasstroombeheer?
    Cash management.
  • Wat is management control?
    Het beïnvloeden van ondernemers om de strategie van de onderneming in te voeren.
  • Management control is ingevoerd om de relaties met de omgeving te kunnen besturen.
  • Hierbij wordt gekeken naar de interne en externe factoren. Denk aan de SWOT
  • Wat zijn de vier deelterreinen van de interne bedrijfshuishouding/bedrijfseconomie?

    1. financiering;

    2. management accounting of interne verslaggeving;
    3. cost accounting;
    4. financial accounting of externe verslaggeving.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

een ligiduitetisketgetal is de debt ratioja of nee?
nee
De toetreding tot een markt kan vrij zijn of beperkt worden door marktbarrières. Voorbeelden van zulke barrières zijn patentbelemmeringen, vestigingseisen of juridische barrières. Als gevolg van deze factoren bestaat er een groot aantal marktvormen, welke zijn deze en licht ze toe. Maakt daarbij de tabel waar de verschillende marktvormen worden aangegeven.

· volledige mededinging (veel aanbieders die een homogeen product op de markt brengen bijv. suikerbieten, meel en graan maar ook de markt van dollars)

· monopolistische concurrentie (veel aanbieders die producten voorbrengen met geringe onderlinge verschillen. Bijv. monopolistische marktvorm kleding- en meubelmarkt.

Bijv. Heterogene producten bijv. Naamsbekendheid.)

· homogeen oligopolie (aantal aanbieders erg klein en kunnen ze rekening houden met elkaars activiteiten. Homogene producten kan gedacht worden aan vrijgeven van energie markt en rail bouw of computerchips waarop een aantal kleine bedrijfjes hetzelfde product bieden.)

· heterogeen oligopolie ( aantal aanbieders erg klein en kunnen ze rekening houden met elkaars activiteiten. Bij heterogene producten kan men denken aan automarkt en consumentenelektronica.)

Er zijn weinig aanbieders van technische toch wel verschillend producten, omdat de investering bij deze marktvorm zo hoog zijn.

· monopolie. (Een aanbieder van ene product. Bijv. de NS bied zowel homogene product aan (vervoer) als heterogene product (eerste klas en tweedeklas, en uiteraard bestemming.) Dit is natuurlijk bijzaak in vergelijking met het hoofdproduct, waardoor men ook wel zegt dat er bij monopolie slechts sprake is van homogene producten.

Bereken aan de hand van de activiteitskengetallen de RTV van het dupont-schema.

7x1,75=12,25
Bruto/totale vermogen= RTV

•Berekenen drie activiteitskengetallen uit de balans en de exploitatierekening.
Omloopsnelheid TV = omzet / (gemiddeld) TV
= €500.000 / €285.000 = 1,75
Brutowinstmarge = bedrijfsresultaat / omzet x 100%
= €35.000 / €500.000 * 100% = 7%
Omzetsnelheid voorraad
= inkoopwaarde omzet / (gemiddelde) voorraad
= €200.000 / €60.000 = 3,33
Opgave 5. Activiteitskengetallen‘De Slaap’ is leverancier van kussens en dekbedden. Balans en resultatenrekening van het bedrijf over afgelopen jaar zijn hierna weergegeven:De balansposten komen overeen met hun gemiddelden over het hele jaar. De winst ontstond geleidelijk over het boekjaar.Gevraagd:a.De brutowinstmarge over het afgelopen boekjaar.b.De omzetsnelheid van de voorraden over het afgelopen jaar.c.De gemiddelde opslagduur van de voorraden in maanden.Let op: uitkomsten afronden op 1 decimaal nauwkeurig.

a. bedrijfsresulaat/omzetx100%
296.000/188.0000x100=15,7%

b. kostprijs omzet/gemiddelde voorraad
372.000/113.2000= 3,0 %

c. maanden per jaar/omzetsnelheid
12/3,043=3,9 maanden

Opgave 4. KengetallenDe btw wordt buiten beschouwing gelaten.Verdere gegevens over 2010:Omzet                        € 2.500.000Inkoopwaarde        € 1.800.000______________________Brutomarge             € 700.000Kosten                      € 599.800_____________________Bedrijfsresultaat     € 100.200Rentekosten             € 36.390_____________________Resultaat € 63.810Gevraagd:a.De debt ratio per 31-12-2010.b.De current ratio per 31-12-2010.c.Het netto werkkapitaal per 31-12-2010.d.De rentabiliteit van het gemiddeld totaal vermogen.e.De rentabiliteit van het gemiddeld eigen vermogen voor belasting.f.De rentabiliteit van het gemiddeld vreemd vermogen.g.De omloopsnelheid van het gemiddeld totaal vermogen.h.De brutowinstmarge.Let op: kengetallen afronden op 1 decimaal nauwkeurig.

a. DR = 553/790x100= 70%

b. CR

Voorraden         80          Credit   60

deb                   40           RC        53

liq. middelen       5 +

125                      113

c. NWK

voorraden     80

deb               40

liq. middelen   5 +

125 VA

Credit           60

RC                 53 +

113 KW

125.000-113.000 = 12.000 debt ratio

d. 100.200/ 835.000 X 100 = 12% RTV

e. 63810/228500x100=27,9% REV

f. 36.390/606.500x100=6% RVV

g. omloopsnelheid TV 25.00000/835.000=3,0

h. Brutowinstmarge

25.00000/100200x100=4,0%

De balans van reisbureau de ‘De Wind’ ziet er op 31 december als volgt uit: Bovendien beschikt deze onderneming nog over de volgende gegevens over 2010: Bedrijfsresultaat: € 104.000 Rentekosten: € 24.000 Resultaat: € 80.000 Wat is de rentabiliteit van het eigen vermogen?

20%

De balans ziet er als volgt uit: Hoe groot is de debt ratio in deze balans?

0,56

Van onderneming ‘De makkelijke Slof’, een groothandelaar in schoeisel, ziet de balans per 24 december van dit jaar er als volgt uit. Welke handeling kan ‘De makkelijke Slof’ nog verrichten om zowel de current ratio als de quick ratio vóór 31 december te verbeteren?

een enkele van de bovenstaande handelingen stelt ‘De makkelijke Slof’ daartoe in staat.

Een balans ziet er als volgt uit: Hoe groot is de current ratio in deze balans?

1,73