Summary Pris Oefententamen vragen Yellow

-
353 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Pris Oefententamen vragen Yellow

  • 1 Public Health

  • Wet publieke gezondheid. Wat is juist?
    A.   De Wet publieke gezondheid regelt de organisatie van de openbare gezondheidszorg.
    B. de wet regelt de bestrijding van infectieziektecrises. 
    C. de wet regelt de isolatie van personen/vervoermiddelen die internationaal gezondheidsgevaren kunnen opleveren.
    D. de wet regelt de jeugd- en ouderengezondheidszorg.  
    E. Alles is juist
    F. Alles is onjuist  
    G. A &C zijn juist, B & D onjuist
    H. A, B & C zijn juist, D onjuist
    antwoord E.
  • Wat beschrijft de determinant sociale omgeving het beste? 4 keuze opties op de toets. Bedenk het nu zelf!
    De sociale omgeving omvat het geheel van sociale, culturele en levensbeschouwelijke factoren dat van invloed is op het menselijk gedrag.
  • Wie is er verantwoordelijk voor de uitvoering van de WPG?
    A. gemeente
    B. zorgverzekeraar
    C. overheid
    D. provincie
    WPG = wet publieke gezondheid. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor uitvoering.
  • Demografische transitie. Wat is juist? 
    A. daling sterftecijfer volgt op daling geboortecijfer. 
    B. in beginsituatie is sprake van hoge sterfte en lage geboortecijfers.
    C. daling geboortecijfer volgt op daling sterftecijfer.
    C. daling geboortecijfer volgt op daling sterftecijfer.
  • Casus over AAAQ over een Nigeriaanse vrouw in ontwikkelingsland met hiv en pasgeborene die wordt geadviseerd geen borstvoeding te geven, maar doet dit toch omdat dat in haar omgeving cultureel gekenmerkt is. Onder welk van de 4 pijlers past dit?
    A. availability
    B. accessibility
    C. acceptibility 
    D. quality 
    antwoord: acceptability
    AAAQ Framework
    Availability: gezondheidsvoorzieningen, middelen en diensten moeten in voldoende mate beschikbaar zijn. 
    Accessibility: zorgaanbod moet toegankelijk zijn voor iedereen zonder discriminatie. 
    Acceptability: zorgaanbod moet respectvol aansluiten bij medisch ethische waarden, culturele verschillen en genderverschillen.  
    Quality: zorgaanbod moet aansluiten bij wetenschappelijk en professionele principes en kwaliteitsstandaarden.
  • Wat zijn de indicatoren voor SES? 
    1. Opleiding
    2. inkomen
    3. beroep.
    SES = dit is de positie die iemand inneemt in de sociale hierarchie
  • Welk mechanisme staat meer op de voorgrond in nl? causatie of selectiemechanisme?
    Ant: causatiemechanisme, want socioeco status op bep lftd heeft invloed op gezondheid in latere fase.
  • Op welke groep is de bemoeizorg van de publieke omroep het meest gericht?
    A. Laag geletterden/ongeschoolden?
    B. Zwangeren die moeten stoppen met roken?
    C. ADHD kids?
    D. zorgmijders?
    E. mensen met weinig kennis over de zorg?
    Antwoord D!
    Bemoeizorg = Zorgvorm voor mensen die hulp nodig hebben, maar die hulp niet accepteren niet vinden dat zij ziek zijn, maar dit duidelijk wel zijn oordeel onbekwaam zijn wat ziekte betreft zorgmijdend zijn of niet weten hoe zorg te vinden.
  • Wat is het meest effectief om te doen wanneer uit onderzoek blijkt dat er in een wijk een hoge graad van obesitaskids wonen?
    A. Speeltuin aanleggen?
    B. Huisarts een cursus geven en voorlichting aanbieden?

    In HC is veel gericht om omgevingsfactoren. Veel groen, veel stimulatie tot bewegen, veel waterpunten etc.
    EPODE is enige bewezen effectieve programma: educatie en omgevingsverandering. 4 pijlers: 
    1. Politieke betrokkenheid 
    2. Sociale marketing 
    3. Publiek-privaat partnerschap 
    4. (Wetenschappelijke) evaluatie
  • Waardoor is Double burden of malnutrition door gekarakteriseerd?
    Overvoeding en obesitas hand in hand met ondervoeding

    The double burden of malnutrition is characterised by the coexistence of undernutrition along with overweight and obesity, or diet-related noncommunicable diseases, within individuals, households and populations, and across the lifecourse.
  • Vraag op de toets over welke vorm van preventie bij een casus hoort: primair, secundair of tertiair?
    Wat is primaire preventie?
    Mackenbach: Primaire preventie is gericht op het voorkómen van nieuwe gevallen van een ziekte en dus op het wegnemen of verminderen van de oorzaken daarvan.

    Wiki: Primaire preventie is in de geneeskunde de naam van maatregelen die ten doel hebben een eerste ziekte-episode te voorkomen, waarbij dus in principe gezonde mensen, vaak zelfs zonder klachten, worden behandeld.
  • Vraag op de toets over welke vorm van preventie bij een casus hoort: primair, secundair of tertiair?
    Wat is secundaire preventie?
    Mackenbach: Secundaire preventie is erop gericht een aandoening in een zo vroeg mogelijk stadium te ontdekken, zodat een vroege behandeling mogelijk is en verergering van de ziekte kan worden voorkomen.

    Wiki: Secundaire preventie is vroege opsporing van ziekten of afwijkingen bij personen die ziek zijn, een verhoogd risico lopen of een bepaalde genetische aanleg hebben. De ziekte kan daardoor eerder worden behandeld, zodat deze eerder geneest of niet erger wordt.
  • Vraag op de toets over welke vorm van preventie bij een casus hoort: primair, secundair of tertiair?
    Wat is tertiaire preventie?
    Mackenbach: Tertiaire preventie is het voorkómen of beperken van de gevolgen van een reeds gediagnosticeerde aandoening.

    Wiki: Tertiaire
    preventie voorkomt complicaties en wil voorkomen dat de ziekten of afwijkingen verergeren.
  • Wanneer kies je voor een hoogrisico benadering i.p.v. populatiebenadering?
    A. Hoog risico in bevolking, grote prevalentie van hoog risicogroep
    B. Hoog relatief risico voor de aandoening in de risicogroep, risicogroep is relatief eenvoudig te identificeren, prevalentie risicofactor is klein
    C.  Laag relatief risico voor de aandoening in de risicogroep, risicogroep is relatief eenvoudig te identificeren, prevalentie risicofactor is hoog
    Antwoord B.

    Preventieparadox = er wordt alleen gericht op het individu op hoog-risico individuen terwijl er meer baat is bij het richten op de gemiddeld tot laag risico op populatie niveau gezien die de hoog risico groep aanvullen.   

    Dus een hoogrisico benadering houdt in op de individu of een selecte kleine groep.
    Wanneer moet je dan wel ervoor kiezen om je te richten op de hoog risicogroep in plaats van de hele populatie? 
    • Hoog relatief risico (RR) in de risicogroep 
    • Prevalentie van de risicofactor is klein 
    • Risicogroep is eenvoudig te identificeren
  • Sleepvraag waarbij je de onderstaande aangrijpingspunten moet slepen onder de kopjes gezondheidsbescherming, gezondheidsvordering en ziektepreventie.
    Opties:  
    - omgeving
    - gedrag
    - aandoening
    juiste antwoorden: 
    - gezondheidsbescherming is omgeving
    - gezondheidsbevordering is gedrag
    - ziektepreventie is aandoening.
  • Wat is lead time bias?
    Antwoord van de uni!!: eerdere diagnostiek leidt automatisch tot langere overleving, ook als er geen voordeel is voor de individu = juiste antwoord. 

    Wiki e.a. Uni sites: De lead time bias = de tijdsduur tussen de detectie van een ziekte en de gebruikelijke klinische presentatie en diagnose.
    Voorbeeld: Lead-time bias betekent dat de diagnose mammacarcinoom eerder wordt gesteld ten gevolge van screening, wat leidt tot een betere stadiumoverleving, maar niet tot een lagere kankersterfte. Anders geformuleerd: de patiënt leeft langer met de wetenschap dat ze een mammacarcinoom heeft, maar ze leeft niet langer.
  • Wat is de length time bias? Noem een voorbeeld
    Length bias: screening detecteert vooral ziekten die langzaam ontstaan met een langere overleving.
    Voorbeeld = PSA test
  • SAMPC: betekenis afkorting?
        1. Somatisch/lichamelijk (VG, huidige klachten, medicatie)
        2. Activiteiten in het dagelijkse leven (lichamelijke verzorging, eten/drinken, mobiliteit, slapen)
        3. Maatschappelijk functioneren (sociale situatie, woonsituatie, werk)
        4. Psychisch functioneren (cognitie, emotie, gedrag)
        5. Communicatie/waarneming (beperkingen spraak/taal/gehoor)
  • Invulsleepvraag met volgende casus:
    uit screening zijn er 2000 verwezen waarvan er 1000 wel zkte hebben en de andere 1000 niet. Er zijn er 198.100 niet verwezen waarvan er 100 de ziekte wel bleken te hebben en de rest niet.
    Sleep de sommen naar de bijbehorende begrippen:
    1. sensitiviteit,
    2. specificiteit,
    3. posi voorspe waarde,
    4. neg voorspel waarde.


    A. 1000/1100
    B. 198000/199000
    C. 1000/2000
    D. 198000/198100
    Antwoorden:
    1. sensitiviteit = sens = 1000/1100
    2. specificiteit = spec = 198000/199000
    3. posi voorspe waarde = + voorsp waarde = 1000/2000
    4. neg voorspel waarde = - voorsp waarde = 198000/198100
  • Betekenis van afkorting van wetten (WMO)? Wat doet deze wet? Voor wie?
    wet maatschappelijke ondersteuning. 
    1. De Wet maatschappelijke ondersteuning regelt dat mensen met een beperking de voorzieningen, hulp en ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. Het kan gaan om ouderen, gehandicapten of mensen met psychische problemen. De Wmo zorgt ervoor dat iedereen kan meedoen aan de maatschappij en zo veel mogelijk zelfstandig kan blijven wonen. Gemeenten voeren de Wmo uit en iedere gemeente legt andere accenten.
  • Betekenis van afkorting van wetten: wet BIG: betekenis? Wat doet de wet? Voor wie?
    1. Wet BIG: De Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) moet de kwaliteit bevorderen van de zorg die beroepsbeoefenaren leveren. De wet is ook bedoeld om patiënten of cliënten te beschermen tegen ondeskundig of onzorgvuldig handelen van individuele zorgverleners.
  • Percentage kindermishandeling? 
    3%
  • Wie mogen voorbehouden handelingen verrichten?
    1. Alleen zorgverleners met een beschermde medische titel mogen beslissen of een medische handeling met een groot risico voor de patiënt nodig is. Deze handelingen worden ‘voorbehouden handelingen’ genoemd. 
      1. Artsen mogen alle voorbehouden handelingen uitvoeren. 
      2. Tandartsen en verloskundigen mogen de voorbehouden handelingen uitvoeren die bij hun beroep horen. Ook  mogen bepaalde taken zelfstandig uitvoeren. Denk aan injecties geven en geneesmiddelen voorschrijven.
  • Wie mogen medicijnen voorschrijven?
    Artsen, physician assistents, verpleegkundig specialisten.

    1. Tot het voorschrijven van UR-geneesmiddelen als bedoeld in  zijn bevoegd: artsen, tandartsen, verloskundigen (uitsluitend voor zover het betreft handelingen die overeenkomstig zijn met hun gebied van deskundigheid), verpleegkundigen (in bijzondere gevallen).
    2. Met ingang van 1 januari 2012 hebben twee groepen zorgverleners een tijdelijke (proefperiode van 5 jaar) voorschrijfbevoegdheid gekregen: physician assistants en verpleegkundig specialisten.
  • Percentage van kosten naar preventie?
    <5%
  • Wat zijn de verschillende fasen op volgorde van demografische transitie?
    demografisch is van hoog geboorte en sterfte cijfer naar eerst een laag sterfte en daarna een later in tijd volgend laag geboorte cijfer:
    • Pretransitiefase: hoge sterfte, hoge geboortecijfers (infectieziekten)
    • Transitiefase: daling sterfte (hygiene)
    • Transitiefase II: daling geboorte
    • Posttransitiefase: stabiliseren sterfte en geboortecijfer.
  • Bij welke Symptomen maak je een melding van Hep A ?
    Binnen hoeveel tijd? 
    Waarom en aan wie?
    Behandeling Hep A?
    Alle symptomen, binnen 24 uur aan GGD want Groep A meldingsplichtige ziekte.
    Actief/passieve immunisatie en encefalopathie + evt. LTX
  • Wat is een Uitgeroeide ziekte?
    polio, pokken, pest of SARS?
    Polio = alleen endemisch in Pakistan
  • Noem een aantal Successen van de public health?
    verbeterde hygiene, riolering, fluoridering water --> verminderde caries, infectieziektebestrijding, RVP, gezondere baby's en moeder, minder maternale sterfte, veilig en gezond voedsel, anticonceptie, verkeersveiligheid
  • Uitkomsten model van andersen?
    Ervaren gezondheid en Gemeten gezondheid
  • Hoe meten ze gezondheid?
    Levensverwachting bij geboorte, opleidingsniveau en BBP. --> op landniveau
  • wat is WaJong?
    wet voor jong gehandicapte of tijdens studie
  • Kenmerken kwetsbaarheid?
    Uitputting, gewichtsverlies, verminderde lichamelijke activiteit, verminderde loopsnelheid en verminderde knijpkracht
  • Wat voor vorm screening is screening op coloncarcinoom?
    Secundaire screening
  • Wat is in het kort het Zorgsysteem in NL?
    Combinatie van sociaalverzekeringsstelsel met marktwerking
  • Onder welk orgaan valt de GGD?
    A. Overheid
    B. Regionaal
    C. Gemeente
    D. Zelfstandig
    Gemeente
  • Is het voorspellen van de duur van het ziekteverzuim door een werknemer adequaat?
    Ja
  • Hoge SES vs lage SES tov model van lalonde. 
    A. Hoge SES =  betere leefstijl en beter steunsysteem  
    B. Lage SES =  betere leefstijl en beter steunsysteem
    SES = Sociaal economische status
    Hoge SES =  betere leefstijl en beter steunsysteem
  • Criteria voor vaccinatie (7)?
    • (Als er in de toets een vraag is met welk antwoord niet dan antwoord: 'logistiek' niet!!)
    • Ziektelast 
    • Effectiviteit
    • Veiligheid
    • Aanvaardbaarheid voor individu 
    • Aanvaardbaarheid voor populatie
    • Doelmatigheid
    • Prioriteit
  • Meldingsplicht infectieziekten:
    • Welke ziekte hoort in welke groep A, B1, B2, C?
      • pokken, bof, Hep A/B/C, SARS, difterie, TBC, polio, virale hemorragische koorts, rabiës, Buiktyfus, mazelen, MRSA-infectie, ziekte van Creutzveld-Jakob, kinkhoest
    • Welke maatregelen?
    1. Meldingsplicht infectieziekten: welke ziekte in welke groep en welke maatregelen?
      1. In Nederland zijn 42 infectieziekten meldingsplichtig.
      2. Groep A: Gedwongen opname tot isolatie of thuisisolatie, gedwongen onderzoek, gedwongen quarantaine (inclusief medisch toezicht), verbod van beroepsuitoefening.
        1. pokken, 
        2. polio, 
        3. SARS (severe acute respiratory syndrome), 
        4. virale hemorragische koorts.
      3. Groep B1: Gedwongen opname tot isolatie of thuisisolatie, gedwongen onderzoek, verbod op beroepsuitoefening. 
        1. humane infectie met dierlijk influenzavirus, 
        2. difterie, 
        3. pest,
        4.  rabiës, 
        5. tuberculose
      4. Groep B2: Verbod op beroepsuitoefening.
        1. Buiktyfus,
        2.  cholera, 
        3. hepatitis A/B/C (recent opgelopen), 
        4. kinkhoest, 
        5. mazelen, 
        6. paratyfus,
        7.  rubella,
        8.  shigatoxineproducerende E. Coli/enterohemorragische E. Coli infectie, Shigellose, invasieve groep A-streptokokkeninfectie voedselinfectie voor zover vastgesteld bij 2 of meer patiënten  met een onderlinge relatie wijzend op voedsel als bron.
      5. Groep C: Dwingende maatregelen kunnen niet opgelegd worden. Maar melding en persoonsgegevens zijn nodig om de inzet van vrijwilligers/te adviseren maatregelen rondom de patiënt of anderen in de gemeenschap mogelijk te maken.
        1.  Antrax, bof, botulisme, brucellose, ziekte van Creutzveld-Jakob (klassiek/variant), gele koorts, invasieve H.Influenzae type b-infectie, hantavirusinfectie, legionellose, leptspirose, listeriose, malaria, meningokokkenziekte, MRSA-infectie, invasieve pneumokokkenziekte bij kinderen <5 jaar, psittacose, Q-koorts, tetanus, trichinose, West-Nilevirus.
  • Criteria van Wilson en Jungner (10)?
    1. Relevant: de op te sporen ziekte moet tot de belangrijke gezondheidsproblemen behoren.
    2. Behandelbaar: de ziekte moet behandelbaar zijn met een algemeen aanvaarde behandelingsmethode.
    3. Voorzieningen: er moeten voldoende voorzieningen voorhanden zijn om de diagnose te stellen.
    4. Herkenbaar: er moet een herkenbaar latent stadium bestaan wil de opsporing de moeite lonen.
    5. Natuurlijk verloop: het natuurlijk verloop van de op te sporen ziekte moet bekend zijn.
    6. Wie is ziek? Er moet overeenstemming bestaan over wie als ziek moet worden beschouwd.
    7. Opsporingsmethode: er moet een bruikbare opsporingsmethode bestaan.
    8. Aanvaardbaarheid: de opsporingstest moet aanvaardbaar zijn voor de bevolking.
    9. Kosten-baten: de kosten moeten evenredig zijn met de baten.
    10. Continuïteit: het proces van opsporing dient continu te zijn.
  • Het doel van preventie?
    Doel van preventie is te zorgen dat mensen gezond blijven door hun gezondheid te bevorderen en te beschermen. Ook heeft preventie tot doel ziekten en complicaties van ziekten te voorkomen of in een zo vroeg mogelijk stadium op te sporen.
  • Welke vier indelingen van preventie zijn er?
    Er zijn grofweg vier indelingen van preventie in gebruik, namelijk naar: (1) doelgroep, (2) fase van de ziekte, (3) type maatregel en (4) methode van uitvoering.
  • wat is Epidemiologische transitie?
    Epidemiologische transitie =daling van de sterftecijfers door een radicale verschuiving in het doodsoorzaken patroon.
  • Wat zijn de Fasen die bij Epidemiologische transitie horen en in de juiste volgorde?
    1. fase met epidemieën en hongersnood
    2. fase met afnemende pandemieën
    3. fase met degeneratieve en door de mens veroorzaakte aandoeningen (welvaartziektes)
    4. fase waarin mensen niet langer doodgaan aan deze welvaartsziekten, maar er oud mee worden en gaan lijden aan de chronische aandoeningen waarmee deze veroudering gepaard gaat.
    5. Fase van opkomende en terugkerende ziektes (MRSA) 
  • Arbeidsadvies over toekennen WIA, Wie komen er in aanmerking voor een WIA?
    Werknemers die na 2 jaar ziekte meer dan 35% arbeidsongeschikt zijn, kunnen in aanmerking komen voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).
  • Wat is het Stappenplan bij ziekteverzuim? wie is erbij betrokken?
    1. Week 1: Na verzuimmelding ziek zijn gecontroleerd. Datum ziekmelding geregistreerd. 
    2. Week 2: De ziekmelding binnen week doorgegeven aan . Aanleggen re-integratiedossier.
    3. Week 5: Sprake arbeidsconflict? Zo ja, werkgever doorgeven aan bedrijfsarts (in re-integratiedossier)
    4. Week 6: Werkgever en werknemer ontvangen probleemanalyse van bedrijfsarts (in re-integratiedossier). Bedrijf nodigt werknemer uit voor opstellen van een .
    5. Week 7-8:  Werkgever en –nemer hebben plan van aanpak opgesteld. Hierin is casemanager aangegeven. Opgenomen in re-integratiedossier. 
    6. Week 14: Bedrijf heeft eerste evaluatiebijeenkomst met werknemer. Door werkgever en –nemer ondertekent verslag in re-integratiedossier. Bedrijfsarts heeft contact met werknemer. Eventuele veranderingen in re-integratieplannen zijn opgenomen in plan van aanpak. 
    7. Week 20: Werkgever heeft tweede evaluatiebijeenkomst met werknemer. Door werkgever en –nemer ondertekent verslag in re-integratiedossier. Bedrijfsarts heeft contact met werknemer. Eventuele veranderingen in re-integratieplannen zijn opgenomen in plan van aanpak. 
    8. Week 42: Werkgever heeft ziekmelding doorgegeven aan UWV. Kopie van de melding opgenomen in het re-integratiedossier.
  • Arbeidsadvies over toekennen WIA, Wie komen er in aanmerking voor een WIA? 
    Werknemers die na 2 jaar ziekte meer dan 35% arbeidsongeschikt zijn, kunnen in aanmerking komen voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).
  • Binnen de WIA zijn er 2 regelingen, de WGA en de IVA. Leg uit wat deze 2 regelingen inhouden en op wie ze van toepassing zijn.
    Binnen de WIA zijn er 2 regelingen. De Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) regelt een uitkering voor mensen die nog gedeeltelijk kunnen werken. De Inkomensvoorziening Volledig en duurzaam Arbeidsongeschikten (IVA) is voor volledig arbeidsongeschikten met weinig kans op herstel.
  • Verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen?
    vrouwen leven langer dan mannen maar korter in goede gezondheid.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.