Summary Privaatrecht als opdracht

-
ISBN-10 9069165570 ISBN-13 9789069165578
250 Flashcards & Notes
18 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Privaatrecht als opdracht". The author(s) of the book is/are A J Akkermans m m v A J Akkermans. The ISBN of the book is 9789069165578 or 9069165570. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Privaatrecht als opdracht

  • 4.1 Inleiding

  • Vermogen
    Het geheel van de op geld waardeerbare rechten en verplichtingen die aan een rechtssubject toekomen.

  • Het vermogensrecht bevat regels betreffende rechten die tot iemands vermogen kunnen behoren. De samenstelling van iemands vermogen wisselt voortdurend.
  • 4.2 Het begrip 'goederen'en het onderscheid tussen zaken en 'vermogensrechten

  • Een vermogensrecht is iets 'onstoffelijks'. Bij een goed kan men ook denken aan iets 'tastbaars'. Het juridische begrip 'goederen' omvat dan ook zowel zaken als vermogensrechten (art. 3:1).
    Zaak (art. 3:2).
  • De categorie 'zaken' in artikel 3:2 is eigenlijk de categorie 'eigendomsrechten op zaken' en als zodanig een afsplitsing van de categorie vermogensrechten.
    Het eigendomsrecht heeft altijd een zaak tot rechtsobject.


    Het eigendomsrecht is het meest omvattende recht dat men op een zaak kan hebben (art. 5:1). Alle andere zakelijke rechten dan eigendom zijn 'beperkte rechten'. Zij worden van het eigendomsrecht afgeleid en hebben de zaak (eigendom) van een ander tot rechtsobject.
    Het eigendomsrecht kan alleen op zaken betrekking hebben.
  • Welke rechten zijn overdraagbaar?
    Bijna alle rechten zijn overdraagbaar (art. 3:83).
  • VErmogensrechten
    Art. 3:6: 'rechten die, hetzij afzonderlijk hetzij tezamen met een ander recht, overdraagbaar zijn, of er toe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen, ofwel verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel.'
  • Goederen
    De actief-vermogensbestanddelen.
  • Zaak
    Een stoffelijk object dat voor menselijke beheersing vatbaar is (art. 3:2).
  • In de omschrijving 'vermogensrechten' (art. 3:6) worden drie criteria genoemd waaraan men kan toetsen of een recht een 'vermogensrecht' genoemd kan worden:
    • Overdraagbaarheid.
    • Stoffelijk voordeel.
    • Toezegging van stoffelijk voordeel.

    Het voldoen aan één van de genoemde kenmerken is voldoende.
  • Waar staan de rechten die niet overgedragen kunnen worden beschreven?
    Art. 3:226 lid 4.
  • 4.3 Roerende en onroerende zaken

  • Alles wat niet onroerend is, verklaart art. 3:3 lid 2 tot roerend.
  • Het onderscheid in 'roerend' en 'onroerend' geldt uitsluitend voor zaken en is dus niet van toepassing op vermogensrechten.
  • Waarin kun je zaken onderscheiden?
    Je kunt zaken onderscheiden in roerende en onroerende zaken.
  • Zaken die onroerend zijn op grond van artikel 3:3 lid1:
    • De grond.
    • De nog niet gewonnen delfstoffen.
    • Met de grond verenigde beplantingen, voorts de gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd.
  • 4.4 Registergoederen en niet-registergoederen

  • De belangrijkste onderscheiding van goederen is de onderscheiding in registergoederen en niet-registergoederen. dit onderscheid kan worden gemaakt zowel bij de categorie zaken als bij de categorie vermogensrechten.
  • Alle onroerende zaken zijn registergoederen omdat volgens art. 3:89 lid 1 voor de overdracht (van het eigendomsrecht) van deze zaken inschrijving van een notariële akte in de daarvoor bestemde openbare registers is voorgeschreven.
    Zolang die inschrijving niet is geschied, is de eigendom nog niet overgedragen.
  • De bedoelde registers bevinden zich ten kantore van de bewaarder van het kadaster en de openbare registers (art. 3:16). Deze registers zijn voor een ieder ter inzage. het bestaan van dergelijke registers is noodzakelijk omdat er vermogensrechten zijn die tegenover iedereen geldend kunnen worden gemaakt.
  • Derden moeten alles nalaten wat inbreuk zou kunnen maken op absolute rechten. Dat kan redelijkerwijze alleen maar worden verlangd als derden ook op de hoogte kunnen zijn van het bestaan van absolute rechten. Door registratie wordt aan deze eis tegemoet gekomen.
  • Ten aanzien van roerende zaken vindt derhalve in beginsel geen registratie in openbare registers plaats.
  • Het onderscheid in registergoederen en niet-registergoederen speelt bij diverse rechsfiguren een belangrijke rol:
    • Bij verjaring; de verjaringstermijn is voor registergoederen tien jaren en voor roerende zaken niet-registergoederen drie jaren (art. 3:99).
    • Zekerheidsrechten; een recht van hypotheek kan uitsluitend worden gevestigd op een registergoed; op niet-registergoederen moet men een pandrecht vestigen (art. 3:227).
  • Geef twee voorbeelden van roerende zaken die tevens registergoederen zijn.
    Schepen (art. 8:190 e.v. en 8:780 e.v.) en luchtvaartuigen (art. 5 Luchtvaartwet).
  • Registergoederen
    Goederen ten aanzien waarvan de wet voorschrijft dat voor de overdracht van die goederen of de vestiging daarvan inschrijving in openbare registers is vereist (art. 3:10).
  • Absolute rechten
    Vermogensrechten die tegenover iedereen geldend gemaakt kunnen worden.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke vruchten kent het Burgerlijk Wetboek?
Natuurlijke vruchten en burgerlijke vruchten.
Natrekking
A heeft eigendom (motor) dat een bestanddeel is gaan vormen van de eigendom van B Auto. B wordt nu dus ook eigendom van het bestanddeel van A. Het object van het eigendomsrecht bereidt zich uit dit wordt ook wel natrekking genoemd.
Wettelijk systeem (grondslag)
De wet vormt dus de uiteindelijke grondslag van een verbintenis en in de wet moet altijd enigerlei aanknopingspunt liggen om een verbintenis aan te kunnen nemen.
Primaat van de rechtsvorming
Blijft bij de wetgever berusten
De beoordeling of een verwachting van een burger privaatrechtelijk gerechtvaardigd is een....
Juridisch oordeel/ bevoegdheid bij de wetgever en de onafhankelijke rechter.
Maatschappelijke betamelijkheid
De maatschappelijke zorgvuldigheid of betamelijkheid vervult een zelfde functie als de redelijkheid en billijkheid buiten de gevallen dat mensen in een concreet bepaalde relatie staan. Ook dit is een rechterlijke beslissingsregel. Kernbepaling is de onrechtmatige daad.
Redelijkheid en billijkheid

Anders dan goede trouw, die betrekking heeft op het kwaliteit van het weten. Is de redelijkheid en billijkheid meer betrokken op gedrag.

Het verwijst naar maatschappelijke gedragsnormen. Mensen dienen zich jegens elkaar te gedragen overeenkomstig hetgeen redelijkheid en billijkheid eisen. Wat het in het concrete geval betekent moet de rechter vastleggen. Is zelf nog geen gedragsnorm maar een opdracht aan de regel.


Zie artikel: Algemeen erkende rechtsbeginselen, rechtsovertuigingen en maatschappelijke en persoonlijke belangen die bij een concreet geval zijn betrokken.
Goeder trouw

Dat de persoon bepaalde feiten niet kende en ook niet behoorde te kennen.

Of dat met een bepaalde stand van zaken niet behoefte te twijfelen. (Onderzoeksplicht heeft in het maatschappelijk verkeer. )
Nakoming Natuurlijke verbintenis
Kan niet worden afgedwongen, maar als eenmaal een natuurlijke verbintenis door de schuldenaar (vrijwillig) is nagekomen kan de prestatie niet meer als onverschuldigd betaald door hem worden teruggevorderd. (Dringende morele verplichting)
Natuurlijke verbintenis

Bestaat als aan een normale afdwingbare verbintenis de afdwingbaarheid wordt ontnomen door wet of rechtshandeling. (Verjaring, weddenschap)

Het staat partijen vrij af te spreken dat uit een overeenkomst alleen natuurlijke verbintenissen zullen ontstaan. Zo ontstaan verbintenissen, een rechtshandeling die niet via de rechter kunnen worden afgedwongen.


Een verwachting kan niet in aanmerking komen om als een relatief recht te worden erkend maar wel al zodanig sterk kan zijn dat er voor de wederpartij een verplichting van zware morele aard kan worden aangenomen. De verplichting is dan niet rechtens afdwingbaar maar wel als een natuurlijke verbintenis.