Summary Procederen in arbeidszaken

-
222 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Procederen in arbeidszaken

  • 1.1 Recht op eerlijke procedure

  • Art. 17 Gw: "niemand kan tegen zijn wil worden afgehouden van de rechter die de wet hem toekent"

    Art. 6 EVRM (toegang tot de rechter veel ruimer geformuleerd). --> Gw heeft niet een met deze artikel vergelijkbare bepaling. Wel zijn er artikelen over de openbaarheid van zaken (art. 27 en 28 Rv).

    Uit rechtspraak over art. 6 EVRM volgt dat de toegang tot de rechter "effectief" moet zijn: er mogen geen zodanige belemmeringen bestaan dat de effectieve toegang tot de rechter ontbreekt (vb: te hoge griffierechten of een te grote fysieke afstand tot de rechter, eis van verplichte procesvertegenwoordiging).

    Momenteel is er een Grondwetswijziging in de maak voor een grondwettelijk recht op een eerlijke procedure.
  • 1.2 Mogen belemmeringen?

  • Het recht op een eerlijke procedure betekent niet dat er geen enkele belemmering mag worden opgeworpen om te gaan procederen: zo is het recht van griffierechten toegestaan, tenzij de hoogte daarvan zodanig is dat dat een "wezenlijke belemmering" vormt voor toegang tot de rechter.

    Airey (EHRM): schending op art. 6 EVRM indien er onvoldoende middelen zijn om een advocaat te betalen, waardoor iemand ervan af ziet te procederen. --> Toegang dient dus gefaciliteerd te worden door middel van een systeem van gefinancierde rechtsbijstand (maar dit systeem hoeft niet onbeperkt te zijn).
  • 1.3 Gefinancierde rechtshulp

  • Systeem van gefinancierde rechtshulp in NL: bij een inkomen onder bepaalde grenzen en een vermogen onder bepaalde grenzen, bestaat recht op gefinancierde rechtshulp. Dit houdt in dat door de rechtszoekende een eigen bijdrage aan de advocaat/rechtshulp moet worden betaald, maar de verdere kosten van die advocaat/rechtshulpverlener worden door de overheid voldaan. Ook gelden er lagere griffierechten. 

    Vermogen: < €21.330 (in 2017)? Zo ja;
    Jaarinkomen: < €26.400 (alleenstaanden) of < €37.300 (samenwonenden)?
    Zo ja --> in aanmerking voor gefinancierde rechtshulp.
  • 1.4 Rechtsbijstand via de vakbond

  • Lidmaatschap van een vakbond (zoals FNV) geeft recht op rechtshulp in gebieden als arbeidsrecht, sociale zekerheidsrecht en andere conflicten die verband houden met arbeid; maar alleen als werknemer.

    Hiervoor is niet vereist dat iemand lid is, maar indien men nog geen lid was is vereist dat iemand 2 jaar lid zal blijven (en het lidmaatschapsgeld daarvoor vooruit betaalt). De hoogte is afhankelijk van het inkomen en is gemiddeld ongeveer €200,- per jaar.

    Indien de FNV de zaak in behandeling neemt, betaalt het de griffierechten en kosten van deskundigen. Ook eventuele proceskosten indien de zaak wordt verloren.
  • Wanneer mag de FNV rechtsbijstand aan een werknemer weigeren?
    De FNV mag de rechtsbijstand weigeren wanneer er geen redelijke kans bestaat op een succesvolle afronding.
  • 1.5 Rechtsbijstandsverzekeringen

  • Rechtsbijstandsverzekering (bij grote rechtsbijstandsverzekeraar) bedraagt €23,- per maand. Het dekt bijkomende kosten (deurwaarderskosten, griffierecht en proceskosten).
  • Wat houdt de "geschillenregeling" bij rechtsbijstandsverzekeringen in?
    Als de verzekeraar van mening is dat een procedure niet zinvol is, terwijl de verzekerde van mening is dat dit wel zo is, dan kan de verzekerde de (wettelijk voorgeschreven) geschillenregeling inroepen. Een door de verzekerde gekozen advocaat geeft dan een bindend advies over de vraag of procederen zinvol is. 

    HvJ: een verzekerde mag altijd zelf zijn rechtshulpverlener kiezen als er sprake is van een "gerechtelijke of administratieve" procedure.
  • Wat houdt het "principe van natura verzekering" in?
    Alle rechtsbijstandverzekeringen in NL gaan uit van dit principe: het houdt in dat het uitgangspunt is dat geschillen die onder de dekking van de verzekering vallen, behandeld worden door juristen in dienst van de verzekeraar.

    Wanneer sprake is van een civiele of administratieve procedure, heeft een verzekerde echter het recht om een andere rechtshulpverlener te kiezen, waarvan de redelijke en noodzakelijke kosten dan worden gedragen door de rechtsbijstandverzekeraar.  

    Wanneer de jurist van de verzekeraar de procedure ook kan voeren, maar de klant kiest voor een externe advocaat, dan is de klant een eigen bijdrage verschuldigd.
  • 1.6 Kosten juridische procedure

  • Griffierecht
    - Civiel --> bij vordering van onbepaalde waarde €287,- voor eiser; gedaagde moet ook griffierecht betalen.
    - Kanton --> voor rechtspersonen bij vorderingen tot een ton €1.924; gedaagde hoeft geen griffierecht te betalen.

    Proceskosten
    --> Indien een partij de procedure verliest. Deze partij moet zowel het door de andere partij betaalde griffierecht aan die partij vergoeden (naast het door hem betaalde griffierecht), als de kosten voor de advocaat/jurist van de andere partij (= "salaris gemachtigde") op basis van een "forfaitair bedrag" (= op basis van punten te berekenen bedrag)/"liquidatietarief".
  • Hoofdregeling kostenveroordeling:
    - dagvaardingsprocedures --> art. 238 en 239 Rv.
    - verzoekschriftprocedures --> art. 289 Rv.
  • 1.7 Arbitrage en de toegang tot het recht

  • Partijen kunnen schriftelijk (1021 Rv) overeenkomen dat geschillen die uit een rechtsbetrekking voortvloeien, aan arbitrage zijn onderworpen (1020 Rv). Ook een op grond van lidmaatschap of incorporatiebeding toepasselijke cao kan partijen opleggen dat de arbitrage gevolgd moet worden.

    NB: art. 2 lid 5 sub a Wet Algemeen verbindend verklaren cao's sluit het avv van arbitrale bedingen uit.  

    "Arbitrage": de (gewone) rechter is niet bevoegd van de in de arbitrage-overeenkomst bepaalde geschillen kennis te nemen; het is de arbiter/arbitraal college die deze rol vervult.

    De kosten van arbitrage zijn over het algemeen een stuk hoger dan van de gewone civiele rechter(procedure). Een arbitraal beding voor consumenten is daarom onredelijk bezwaren (art. 6:236 onder n BW). In arbeidsovereenkomsten is het nog wel steeds toegestaan.
  • Welke mogelijkheden heeft een partij indien hij wil klagen over het arbitraal vonnis?
    Een partij die wil klagen over een arbitraal vonnis heeft de volgende mogelijkheden:
    1. Vernietiging van een arbitraal vonnis (1065 Rv);
    2. Herroeping (1068 Rv).
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wanneer is nog sprake van "tijdens of ivm de werkzaamheden" en wanneer niet meer?
- Woon-werk-verkeer: valt er niet onder (en dus ook niet onder 658). 
- Werk-werk-verkeer: valt er wel onder.

"Werkterrein": ruim opgevat, ook bouwterrein valt hieronder.
Leg aan de hand van twee factoren uit hoe het bewijsrecht mbt art. 7:658 BW de wn sterk tegemoet komt.
1. De wn hoeft slechts te stellen (e zo nodig te bewijzen) dat hem het ongeval is overkomen ivm de uitoefening van zijn werkzaamheden: vervolgens is het dan aan de wg te stellen dat hij zijn zorgplicht is nagekomen. 

2. Er is bijna nooit sprake van eigen schuld aan de kant bij wn (daarvan pas sprake bij opzettelijk of bewust roekeloos handelen door wn). 'Gewone' onzorgvuldigheid is daarvoor niet voldoende.
Indien de wg niet heeft voldaan aan zijn informatieverplichting ex 655, moet dit dan invloed hebben op de bewijslastverdeling?
Hof Leeuwarden: geen invloed (verwijzend naar wetsgeschiedenis). 

Mening Boot en Erkens: met een richtlijnconforme interpretatie zou het wel gevolgen moeten hebben voor de bewijslastverdeling. De uitlating van de regering in de wetsgeschiedenis verzet zich daar niet tegen.

Conclusie: een richtlijnconforme interpretatie leidt tot het wel toekennen van bewijsrechtelijke consequenties aan het niet nakomen van de informatieverplichting door wg.
Onder welke omstandigheden kan een contractueel verbeurde boete worden gematigd?
Hof Den Haag: de rechter zal moeten letten op alle omstandigheden van het geval, waaronder:

a) de aard van de overeenkomst;
b) de inhoud en de strekking van het beding;
c) de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete; en
d) de omstandigheden waaronder het beding is ingeroepen.      

Vergaande matiging van de boete is mogelijk indien:
  • de wg geen schade heeft geleden door schending van het cb;
  • indien toewijzing van het (reeds gematigde) bedrag tot faillissement van de wn zal leiden.

--> Het is aan de wn om al deze omstandigheden te stellen en te bewijzen.
Is de civiele rechter verplicht om een oordeel van de Commissie Gelijke Behandeling mee te wegen?
Het oordeel van het CRM of de CGB kan een omstandigheid zijn die voor de civiele rechter relevant is, maar hij is op geen enkele wijze aan dat oordeel gebonden. Wel moet hij het motiveren indien hij van dat oordeel afwijkt.
Kan de bewijslastbepaling worden gezien als een omkering van de bewijslast of als een verschuiving van de bewijslast?
Bij een omkering van de bewijslast is degene op wie de bewijslast normaal gesproken zou rusten, van die bewijslast ontheven. Daarvan is hier pas sprake wanneer aan (dmv feiten aanvoeren van) het vermoeden is voldaan. Van een gewone omkering van omkering van een bewijslast kan men daarom niet echt spreken.
Wat indien er verschillende medische oordelen zijn over het wel of niet arbeidsongeschikt zijn?
Bij verschillende medische oordelen is het de rechter die de knoop moet doorhakken. Nu het overleggen van een deskundigenoordeel ex 629a BW verplicht is, ligt het voor de hand aan dat oordeel een zwaardere werking toe te kennen dan aan dat van de arbodienst. 

De rechter kan echter anders oordelen, hetzij ogv verklaringen van derden (externe deskundigen) hetzij ogv de beperkte of uitgebreide motivering van arbodienst en UWV-deskundige.
Wie heeft het bewijsrisico van de arbeidsongeschiktheid voorafgaand aan de beoordeling van de arbodienst?
In de praktijk gaat men ervan uit dat het voorafgaand aan de beoordeling van de arbodienst de wg is die het bewijsrisico heeft. 

--> Als een wn zich ziek meldt en zich ook weer hersteld meldt voordat hij door de arbodienst of bedrijfsarts is gezien, wordt uitgegaan van ziekte tijdens die periode. Het is dan aan de wg om te bewijzen dat dat niet zo was. Dit kan men beschouwen als een afwijking van de gewone bewijslastverdeling ex art. 150 Rv ogv r&b.
Wat als een wn weigert bepaalde werkzaamheden te verrichten (bijv. op een andere locatie gelegen) en de wg hem vervolgens helemaal niet meer tot het werk toelaat?
 In zo'n geval kan uit de aanvankelijke weigering worden afgeleid dat de wn niet de bereidheid had de bedongen werkzaamheden te verrichten. 

De wn is en blijft verplicht kenbaar te maken dat hij bereid is geweest te arbeid te verrichten. Hij heeft van die bereidheid de stelplicht en bewijslast.
Wat als de wg aanvoert wel al loon te hebben betaald, of stelt dat hetgeen hij heeft betaald datgenen is waar de wn recht op heeft?
In een dergelijk geval brengen de gewone regels van stelplicht en bewijslast met zich dat de wn stelt en bewijst wat er betaald had moeten worden en aanvoert dat hij dat niet heeft ontvangen. Dan is het aan wg om te stellen en zo nodig bewijzen dat dat gevorderde bedrag wel al is betaald.