Summary Profiel van de Nederlandse overheid organisatie, beleid en besluitvorming

-
194 Flashcards & Notes
13 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Profiel van de Nederlandse overheid organisatie, beleid en besluitvorming". The author(s) of the book is/are Patricia Wiebinga. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Profiel van de Nederlandse overheid organisatie, beleid en besluitvorming

  • 2 Enkele begrippen

  • Wanneer is er sprake van een staat?
    Er moet sprake zijn  van een grondgebied
    Er moet bestuursgezag aanwezig zijn. Hier speelt het begrip soevereiniteit een belangrijke rol. Soevereiniteit betekent het hoogste macht of gezag.
    Er moet sprake zijn van een staatsvolk
  • Noem 2 pijlers die in veel moderne staten ten grondslag liggen aan de inrichting van hun bestuur.
    De scheiding tussen kerk en staat
    de scheiding van de 3 machten
  • Noem de 3 soorten samenleving en motiveer ze
    samenleving op basis van gelijkheid: Dit is een samenleving waarbij de individuen redelijk gelijkwaardig zijn. Denk aan de jagers en verzamelaars.
    samenleving met rangorde: Dit is een samenlevingsvorm waarbij weer nieuwe machtsposities ontstaan.
    samenlevingen met gelaagdheid: In een standensamenleving zie je dat de bevolking in verschillende groepen of standen is opgedeeld. Een bekende gelaagdheid is die van geestelijkheid, adel, boeren en burgerij. De stand waarin je geboren wordt, is de stand waartoe je de rest van je leven zult behoren.
  • Noem de 3 machten die de basis vormen van het staatsbestel
    De wetgevende macht
    De uitvoerende macht
    De rechterlijke macht
  • definitie van deze 3 machten
    Deze 3 machten vormen in principe gelijkwaardige machten, vandaar dat er gesproken wordt van een horizontale machtenscheiding. Elk van de machten kent zijn eigen grondslagen, regels om te corrigeren. Het idee achter de trias politica is dat ook binnen de overheid de machten zou moeten scheiden.
  • Hoe kun je rijksniveau onderscheiden?
    De staten - generaal heeft een wetgevende macht
    De ministers hebben een uitvoerende macht
    onafhankelijke rechters hebben een rechterlijke macht
  • wat is administratief beroep?
    Dit is een vorm van rechtspraak door de uitvoerende macht zelf. Het hof heeft hieraan een einde gemaakt, omdat er op die manier geen sprake kon zijn van een onafhankelijke rechtspraak.
  • Waarom wordt de ambtenarenapparaat of de bureaucratie met de term aangeduid als vierde macht?
    Omdat de ambtenaren tal van zaken voor de ministers uitvoeren en nemen daarbij allerlei uitvoerbeslissingen. Ook al is de minister als officiële uitvoerende macht natuurlijk politiek verantwoordelijk, kunnen de rijksambtenaren de ministers met hun beleidsadviezen sterk sturen.
  • Noem andere machten en wat is kenmerkend voor deze machten?
    De media, lobbyisten, advies- en organisatieadviseurs worden elk ook machten genoemd kenmerkend voor al deze machten is dat zij, soms achter de schermen, de politieke besluitvormingen beïnvloeden.
  • wat is een vreedzame revolutie?
    In 1848 vond er een grondwetwijziging  plaats in Nederland die het begin betekende van een gedecentraliseerde eenheidsstaat. Deze grondwetwijziging was zo ingrijpenend dat het ook wel een vreedzame revolutie  werd genoemd.
  • Noem 8 wijzigingen die nu nog relevant zijn
    Invoering van ministeriele verantwoordelijkheid: de ministers zijn verantwoordelijk en de koning is onschendbaar.
    Rechtstreekse verkiezing van de tweede kamer, provinciale staten en gemeenteraden.
    Indirecte verkiezing van leden van de eerste kamer.
    Mogelijkheid om kamers te ontbinden en nieuwe verkiezingen uit te schrijven.
    Invoering van het recht van amendement van de tweede kamer.
    Invoering van het recht van enquete van de tweede kamer en het recht op informatie voor beide kamers.Jaarlijkse vaststelling van de begroting.
    Een andere procedure voor herziening van de grondwet.
  • Noem 2 soorten grondrechten en motiveer ze
    Klassiek grondrechten: Zijn zaken waar de overheid niet mee mag bemoeien. Klassieke grondrechten kunnen worden afgedwongen
    Sociale grondrechten: Dit zijn onderwerpen waar de overheid zich wel mee moet bemoeien. Sociale grondrechten kunnen worden afgedwongen.
  • wat is een nachtwakersstaat?
    In de negentiende eeuw was de overheidsrol beperkt tot het garanderen van de veiligheid van de inwoners van ons land. Deze periode wordt wel aangeduid met het begrip nachtwakersstaat.
  • wat houden de begrippen codificatie en modificatie in?
    In het begin van de 20ste eeuw zie je dat de rol van de overheid gaat toenemen. Zij wordt steeds belangrijker bij het aanpakken van de grote maatschappelijke problemen uit die tijd na WO 2 ging de overheid zich steeds meer bemoeien met de samenleving. Je zou deze verschuiving van het aandachtsveld van de overheid kunnen aanduiden met de begrippen codificatie en modificatie.
  • definitie van codificatie
    codificatie betekent het op schrift stellen van recht. Letterlijk het maken van een boek. Met codificatie wordt hier bedoeld dat de overheid eerst de ontwikkelingen in de samenleving volgt en daarna wetten opstelt die passen bij de geconstateerde ontwikkelingen.
  • definitie van modificatie
    Hierin zit het element sturing. Bij modificatie blijft het niet bij het eenmalig opstellen van wetgeving. De overheid wilt continu inspelen op de ontwikkelingen in de samenleving en mogelijk zelfs daarop vooruitlopen en ontwikkelingen beinvloeden. De overheid gaat de samenleving dus sturen en schept hiervoor zelf de randvoorwaarden: de verzorgingsstaat
  • begrip verzorgingsstaat
    Over de verzorgingsstaat wordt wel gezegd dat het een samenleving is waar de burger van de wieg tot aan de graf wordt verzorgd. In het begin van de verzorgingsstaat was de financiering van deze ontwikkeling nie zo een problee. Maar de afgelopen decennia staan in het teken van het besef dat niet alles betaalbaar meer is en dat het niet lager door kan gaan. Daarbij speelt ook een aantal factoren een rol in Nederland. Denk aan de vergrijzing en aantal werklozen.
  • Waarom de postverzorgingsstaat
    Er wordt over de huidige situatie ook wel gezegd dat we in een soort postverzorgingsstaat zijn terechtgekomen. Aan de ene kant zien velen de verschijnselen van de verzorgingsstaat als de verworvenheden waarop niet mag worden bezuinigd. Er moet een bescherming zijn, vangnet voor de zwakkeren in de samenleving. Aan de andere kant is ook wel duidelijk dat het huidige stelsel niet meer vol te houden is en dat dringend een herziening van dit stelsel nodig is. Het resultaat is dat de verantwoordelijkheid steeds meer bij de burgers zelf gaat komen te liggen. En dat de overheid zich steeds meer kan terugtrekken. Taken worden waar mogelijkheid is steeds meer aan de markt overgelaten.
  • Wat is en belangrijke rol bij het vormgeven van onze postverzorgingsstaat?
    Een belangrijke rol bij het vormgeven van onze postverzorgingsstaat spelen de politieke stromingen die in Nederland dominant zijn. Deze stromingen hebben namelijk elk een eigen opvatting over de rol van de overheid in de samenleving.

    Stroming:                      
    Liberalisme   
    Christendemocratie
    Socoliasme

    Kernwoorden:
    vrijheidsbeginsel
    christelijke beginsel
    gelijkheidsbeginsel
  • Betekenis van het begrip overheid
    De overheid bestaat in feite uit heleboel verschillende overheden. elk overheidsorganisatie heeft eigen doelstellingen en eigen belangen een overheid is opgebouwd uit een gecompliceerd geheel van verschillende actoren, met soms tegenstrijdige belangen en doelstellingen. Het begrip actor betekent ''hij die handelt''. Hier wordt met het begrip gedoeld op iedereen die bij een beleidsproces is betrokken. Dat kan bijvoorbeeld een provincie of een gemeente zijn.
  • Het begrip gedecentraliseerde eenheidsstaat
    Dit houdt in dat veel taken en bevoegdheden aan andere overheidsorganen dan de centrale overheid zijn toegedeeld. Deze taken en bevoegdheden zijn over 3 bestuurslagen verdeeld: rijk, provincie, gemeente. Het verdelen van de bevoegdheden tussen de rijksoverheid, provincies en de gemeenten wordt ook wel verticale machtenscheiding genoemd.
  • Het begrip territoriale decentralisatie
    Wanneer deze andere overheidsorganen een bepaalde gebied besturen
  • Het begrip functionele decentralisatie
    Wanneer zo een andere overheidsorgaan is ingesteld ter behartiging van een bepaald doel denk aan een waterschap
  • het begrip rijk
    Rijk draagt zorg voor de taken die niet aan de lagere overheden kunnen worden toebedeeld een voorbeeld hiervan is defensie of het toezicht op kern energie
  • het begrip Provincie
    Provincie heeft vooral een coordinerende taak. Dat komt voornamelijk doordat de provincie tussen het rijk en de gemeenten zit.
  • het begrip gemeentes
    Gemeenten doen vooral uitvoerende werk en staat het dichts bij de burgers.
  • het begrip autonomie
    Dit betekent dat gemeenten en provincies een eigen huishouding hebben, dat wil zeggen dat zij binnen zekere grenzen, exclusieve taken en bevoegdheden hebben waar de andere overheden zich niet in mogen mengen.
  • het begrip medebewindstaken
    Dit heeft betrekking op de uitvoeren van rijkstaken door de lagere overheden denk aan het bijhouden van het bevolkingsregister.
  • het begrip verlengd lokaal bestuur
    Op allerei gebieden werken gemeenten al samen. De besluitvorming hierover wordt echter niet overgedragen aan de hiervoor ingestelde samenwerkingsverbanden. omdat gemeenten zelf altijd de besluiten blijven nemen wordt intergemeentelijke samenwerking wel aangeduid met de term verlengd lokaal bestuur.
  • Voortschrijdende gemeentelijke herindeling
    het samenvoegen van kleine gemeenten tot een grotere.
  • deconcentratie
    Is het zich fysiek over een land verspreiden van delen van een overheid. Bijvoorbeeld de regionale kantoren van de belastingdienst.
  • Het verschil tussen decentralisatie en deconcentratie
    Het belangrijke verschil tussen deze twee begrippen is dat er bij deconcentratie geen overdracht van taken en bevoegdheden paats heeft. Het zijn als het ware filllialen van een ministerie.
  • Wat zijn de motieven voor deconcentratie
    In de eerste plaats is deconcentratie vaak bedoeld om de communicatie met den haag te verbeteren: de gedeconcentreerde diensten staan dichter bij wat er in het land gebeurt en hebben dan ook een oog- en oorfunctie voor de minister.
    Deconcentratie is vaak bedoeld om meer grip te krijgen op regionale zaken.
    Deconcentratie is vaak een compromis tussen behoefte aan decentralisatie in de regio en een behoefte van het rijk om touwtjes in handen te houden.
  • 3 vormen van deconcentratie
    inspecties: Inspectie van onderwijs, voor de gezondheidszorg. De taken van inspecties zijn meestal wettelijk vastgesteld en hebben veelal betrekking op toezicht, controle en coordinatie.
    Directie: Bijvoorbeeld regionale directies van rijkswaterstaat. De taken van directies zijn meestal meer technisch uitvoerend van aard.
    Consulentschappen: hun taken hebben vooral betrekking op voorlichting en advisering.
  • het begrip algemeen belang
    Het prevaleren van het belang van de heersende opinie in de Nederlandse maatschappij; Vaak strijd aanwezig tussen deelbelangen
  • het begrip bureaupolitiek
    Het verschijnsel dat individuele actoren eigen doelstellingen nastreven, die in strijd kunnen zijn met de beleids- of organisatiedoelstellingen.
  • het begrip poldermodel
    Nederland heeft ervoor gekozen om juist aan alle deelbelangen zover dat mogelijk is tegemoet te komen dat komt onder meer tot uitdrukkingen in allerei overlegvormen waarbij diverse belangengroepen bij aan elkaar aan tafel zitten.
  • het begrip beleid
    Beleid is het streven naar het bereiken van bepaalde doelen plus bepaalde middelen plus bepaaalde tijdskeuze.
  • beleid
    Beleid is een plan: een plan is een stelsel van doelen en middelen. het gaat erom dat een overheid van tevoren heeft uitgedacht wat er moet worden gedaan en hoe dat moet worden gedaan.

    Beleid is alles wat een overheid doet: geen beleid is ook beleid
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Bij de uitvoering van beleid spelen naast beleidsvrijheid ook andere factoren een rol. Welke factoren zijn dat? 
Geformuleerde doelstellingen, beschikbare middelen en ingezette beleidsinstrumenten
Wat is een juridisch beleidsinstrument?
Het is een voorschrift dat een bindende werking kan hebben. 
Een vorm van een communicatief beleidsinstrument is voorlichting. In hoeverre is dit instrument geschikt?
Het is geschikt mits het gaat om vrijwillige gedragsverandering. 
De toegangskaarten voor theaters zouden duurder uitvallen als die niet gesubsidieerd zouden zijn. Onder welk beleidsinstrument valt de subsidie?
De financiële, omdat het gedrag van de consument beïnvloed kan worden door de hoogte van de prijs. 
Er zijn tegenwoordig meerdere manieren voor de burger om inspraak te hebben in het beleidsbeslissingen die worden genomen. Denk aan een inspraakavond of de deelnemen aan een enquêteonderzoek van de gemeente. Welke functies heeft het organiseren van inspraak?
De legitimiteit vergroten van het overheidsbeleid.
Kan het rationele model toegepast worden bij de opvang van de huidige stroom van Syrische asielzoekers?
Nee, omdat niet bekend welke oplossing de beste is. 
Hoe kan beleidsevaluatie het beste worden omschreven?
Het beoordelen van de effecten van (bepaalde delen van) beleid aan de hand dan de doelen van dat beleid.  
1.Op de politieke agenda worden onderwerpen geplaatst die besproken moeten worden. Halen alle onderwerpen de politieke agenda?
Nee, want de agenda wordt beïnvloed door o.a. het ambtenarenapparaat. 
Welke 2 agenda’s kunnen deel uitmaken van de beleidsfasen?
De maatschappelijke en de politieke
1.Burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem besluiten om in de maand november 2017 een gemeentelijke campagne ‘sportiever in Arnhem’ te laten plaatsvinden. Bij welk type beleidsinstrument behoort deze campagne?
Communicatieve