Summary Psychiatrie Van diagnose tot behandeling

-
ISBN-13 9789036822848
493 Flashcards & Notes
8 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Psychiatrie Van diagnose tot behandeling
  • Ron van Deth
  • 9789036822848
  • 6th

Summary - Psychiatrie Van diagnose tot behandeling

  • 1 Psychiatrie en maatschappij

  • Wat bespreken wij bij psychopathologie?
    Bij psychopathologie bespreken wij:
    1. Voorkomen
    2. Symptomen
    3. Oorzaken
    4. Behandelingen
  • Wat is het verschil tussen een psychiater en een psycholoog?
    • Een psychiater is een basisarts met specialisatie en heeft dus geneeskunde gestudeerd. 
    • Een psycholoog heeft psychologie gestudeerd aan HBO of WO.
    • Een psychiater mag medicatie voorschrijven en de psycholoog mag dit niet.
  • Wat zijn de overeenkomsten tussen een psychiater en een psycholoog?
    Beiden voeren diepgaande gesprekken met de patiënt als doel om de patiënt te genezen of te begeleiden.
  • Wat is de student's disease?
    Deze ziekte die onder studenten veel voorkomt, is een vorm van depressiviteit.
    Dit kunnen zijn:
    • depressie,
    • chronische vermoeidheid of
    • een burn-out.    
  • 1.1 Gek of ziek?

  • De beoordeling of bepaald gedrag "normaal" is, hangt af van uiteenlopende criteria:
    1. Kenmerken van de persoon, zoals
    • leeftijd, 
    • geslacht, 
    • beroep, 
    • maatschappelijke positie en 
    • sociale rol.
    2. Tijd en plaats van het gedrag.
    3. Waarden en normen van de heersende cultuur en tijdgeest.
  • Hoe beoordeel je of bepaald gedrag "normaal" is?
    Bij beoordeling normaal/abnormaal zijn geen vaste/neutrale
    maatstaven te geven.
    Abnormaal gedrag = gedrag dat niet passend is bij de persoon, plaats en/of cultuur.

    Men kijkt naar: 
    • wanneer is abnormaal gedrag ook gestoord gedrag, i.p.v. bijv. excentriek?
    • is er sprake van ernstige hinder voor omgeving en/of personen?
    • de mate van tolerantie en de eisen in de samenleving bepalen ook wat abnormaal/gestoord is.
    • gestoord gedrag wijst niet altijd op een psychische stoornis.

    Normen en waarden die sterk cultuur- en tijdgebonden zijn, bepalen hoe gedrag wordt beoordeeld.         
  • Wat zijn de criteria voor het vaststellen van een psychisch stoornis? (zie ook H1.1 Gek of ziek?)
    Noodzakelijk zijn:
    • zienswijze op grond van wetenschappelijke kennis noodzakelijk
    • beoordeling op basis van de volgende kenmerken:
      • geeft ongemak, lijden of bezorgdheid voor de persoon en de omgeving en is storend
      • afwijkend van de norm
      • dwangmatig in gedrag (gevoel geen keus te hebben) 
    • beoordeling altijd door meerdere deskundigen (= het criterium van wetenschappelijke consensus)
    • in ieder geval nodig (volgens DSM protocol):
      • stoornis ook als 'storend' vastgesteld bij anderen
      • binnen het begrippenkader van de psychiatrie in te delen, vanwege gelijkenis op grond van overeenkomstig patroon.
      • bij een nieuwe stoornis (onbekend of onbeschreven) moet vaststelling door collega deskundigen ook mogelijk zijn (dit is het principe van repliceerbaarheid, m.b.v. gemeenschappelijke taal om psychische stoornissen te kunnen beschrijven en ordenen)
  • Wetenschappelijke consensus is nodig omdat...
    psychische stoornissen dan beter gedefinieerd kunnen worden, aan de hand van een gemeenschappelijke psychologische / psychiatrische taal,  die beschreven en geordend is.
    Dit wordt vastgelegd in DSM-5. 
    Het huidige classificatiesysteem.

    Niet iedere patiënt past in een bepaalde beschrijving/ordering, waardoor regelmatige bijstelling nodig is en de huidige DSM inmiddels de 5e versie is.
  • Psychisch gestoord/ziek en lichamelijk ziek:
    • vaak is er geen lichamelijke oorzaak aantoonbaar
    • aanwijsbare lichamelijk factoren zijn op zichzelf meestal niet voldoende verklarend
    • lichamelijke aandoening kan deels of geheel oorzaak zijn van/samengaan met psychisch gestoord gedrag
  • Lichamelijk bepaalde psychische stoornissen zijn:
    1. aangeboren hersenletsel
    2. niet aangeboren hersenletsel
    3. lichamelijk aandoening die homeostase in de hersenen aantast
  • Psychische stoornis door aangeboren hersenletsel kan ontstaan door:
    • genetische aanleg
    • vergiftiging/infectie tijdens zwangerschap
    • zuurstoftekort tijdens de bevalling
  • Psychische stoornis door niet aangeboren hersenletsel kan ontstaan door:
    • Traumatisch hersenletsel, zoals o.a.
      • hersenkneuzing
      • hersenverwonding
      • operatie
    • Niet traumatisch hersenletsel, zoals o.a.
      • CVA
      • Parkinson
      • Alzheimer
      • MS
      • Meningitis
  • Psychische stoornis door lichamelijk aandoening die de homeostase in de hersenen aantast, kan ontstaan door:
    • Leverfalen
    • Nierfalen
    • Hartfalen
    • Ernstige hormonale verstoren, zoals
      • Hyper- of Hypothyreoïdie
      • Ziekte van Cushing


    Eén van deze stoornissen is delier.
    In korte tijd ontstaan hierdoor de volgende psychologische verstoringen (vaak bij een kwetsbaar brein, zoals bij ouderen):
    • bewustzijnsvernauwing
    • desoriëntatie
    • cognitieve problemen
    Dit wordt vaak geconstateerd na ziekenhuisopname / operatie. Mensen lijken ineens dement. Van delier kan men echter wel (deels) herstellen, meestal als men weer in eigen omgeving is.
  • Psychische stoornis door lichamelijk aandoening die de homeostase in de hersenen aantast, kan ontstaan door:
    • Leverfalen
    • Nierfalen
    • Hartfalen
    • Ernstige hormonale verstoren, zoals
    • Hyper- of Hypothyreoïdie
    • Ziekte van Cushing
    Eén van deze stoornissen is delier.
    In korte tijd ontstaan hierdoor de volgende psychologische verstoringen (vaak bij een kwetsbaar brein, zoals bij ouderen):
    • bewustzijnsvernauwing
    • desoriëntatie
    • cognitieve problemen
    Men kan herstellen van delier (in eigen omgeving lukt dit het best).
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Psychiatrie van diagnose tot behandeling
  • R van Deth
  • or
  • 1st

Summary - Psychiatrie van diagnose tot behandeling

  • 1 psychiatrie en maatschappij

  • Welke drie stromingen waren er in de psychiatrie en hoe zijn die nu aanwezig?
    De biologische, psychotherapeutische en sociale ze komen nu allemaal naast elkaar voor.
  • Waar hangt het van af of gedrag abnormaal is?
    De kenmerken van de persoon, tijd en plaats en de normen en waarden van de heersende cultuur
  • Welke twee kenmerken moeten er zijn voordat iets een psychische stoornis is?
    Het gedrag moet ook door anderen als storend worden ervaren en ten tweede moet het beschreven en geordend kunnen worden binnen de psychiatrie.
  • Welke 4 argumenten bewijzen het bestaan van psychische stoornissen?
    Het belevings, historisch, geografisch en experimentele argument
  • Wat is de systematische werkwijze om psychische verschijnselen te bestuderen?
    1. Diagnose
    2. verklaring
    3. prognose
    4. therapie
    5. preventie
  • In welke drie groepen kunnen we de ggz hulpverlening verdelen?
    • de intramurale/klinische zorg
    • de ambulante/extramurale zorg
    • tussenvoorzieningen/ vormen van semimurale zorg (begeleid wonen)
  • Wanneer kan je iemand onvrijwillig opnemen?
    Als er een gevarencriterium is, dat houd in dat iemand een gevaar vormt voor zichzelf of voor de mensen om zich heen. hiervoor is een rechtelijke machtiging of inbewaringstelling van de burgemeester voor nodig.
  • Wat houd de wvggz in ?
    Dit is de Wet verplichte ggz het betekent dat behandelen voorop staat in plaats van opname je mag dan ook allen iemand opnemen als alle vormen van hulpverlening zijn toegepast.
  • Welke drie patiëntenverenigingen zijn er?
    • LOC zeggenschap in zorg: het doel is om bij te dragen aan de kwaliteit van leven
    • Landelijk platform GGZ: een gesprekspartner voor politici, verzekeraars, beleidsmakers etc.
    • labyrint-in perspectief: biedt ondersteuning aan de direct betrokkenen
  • 2 Diagnose

  • Wat is de definitie van een syndroom?
    een groep of samenhangend geheel van symptomen in puur beschrijvende zin.
  • Wat zijn de 2 basisprincipes van een diagnostisch systeem?
    Ten eerste moet de ordening van psychische stoornissen losstaan van mogelijke verklaringen en ten tweede moet de indeling steunen op heldere ondubbelzinnige criteria die bruikbaar zijn in de diagnostische praktijk en het wetenschappelijke onderzoek
  • Hoe is de DSM in gedeeld?
    In twintig hoofdgroepen op basis van het ontwikkelingsperspectief, binnen elke hoofdgroep is ook een volgorde op basis van leeftijd. ten tweede is de hoofdindeling ook gebaseerd op de mate van verwantschap tussen hoofdgroepen
  • Wat is een DBC?
    Dit is de diagnose behandeling combinaties, deze beschrijven iedere stap van een bepaalde stoornis, de DBC vormt de basis voor de declaratie bij de zorgverzekeraar
  • Wat is een diagnostisch interview?
    Een gericht vraag gesprek en een belangrijk middel om de belevingswereld van een cliënt te verkennen het is op gebouwd uit verschillende anamneses
  • Hoe is een diagnostisch interview opgebouwd?
    Het begint met identificatie gevolgd door een probleemanamnese die bestaat uit een analyse van de huidige toestand en voorgeschiedenis, dan de biografische anamnese, familie anamnese en tenslotte de beoordeling van de psychische toestand
  • Waarom is lichamelijk onderzoek ook belangrijk bij een psychiatrische diagnose?
    Het is belangrijk ook een lichamelijke oorzaak uit te sluiten voorbeelden hiervan zijn neurofysiologisch onderzoek, neurobiochemisch onderzoek en psychofysiologisch onderzoek.
  • Uit welke methodes kan psychologisch onderzoek bestaan?
    Psychodiagnostische tests, vragenlijsten, beoordelingsschalen.
  • Welke vormen van zelfbeoordelingsschalen zijn er?
    De persoonlijkheidsvragenlijsten en de vragenlijsten voor klachten of probleem gebieden
  • Total Health:
    Wat is het diagnostisch proces binnen de psychiatrie
    Het diagnostisch proces is het vaststellen en onderscheiden van stoornissen zonder een uitspraak te doen over de verklaring ervan. De betrouwbaarheid ervan hangt af van de gehanteerde classificatie en de gebruikte diagnostische methode.
    Het Amerikaanse classificatiesysteem DSM 5 ordent de psychische stoornissen onder andere op basis van een ontwikkelingsperspectief naarmate een stoornis  vroeger in de levensloop kan optreden, staat deze meer vooraan, zowel bij de indeling van de hoofdgroepen als bij de ordening binnen elke hoofdgroep. Er komt steeds meer kritiek op deze diagnostiche labels!!

    Diagnostiek verloopt bij voorkeur systematisch met behulp van het diagnostisch interview en is afgestemd op de individuele cliënt. Hierin worden allereerst gegevens over het leven van de client verzameld veelal aangevuld met informatie uit de directe omgeving. Hetero anamnese. Daarnaast is de interviewer gespitst op een beoordeling van de psychische toestand van de client. Om deze informatie volledig te maken is vaak een lichamelijk onderzoek (hersenonderzoek)  noodzakelijk en kan ook gebruik worden gemaakt van psycho diagnostische test.

    Inmiddels wordt gepleit voor gepersonaliseerde zorg met persoonlijke diagnostiek, waarbij systematisch de kennis, ervaring en verwachtingen van clienten en hun naasten worden betrokken. Naast hun persoonlijke levensgeschiedenis is essentieel hoe clienten zelf tegen de problematiek aankijken, wat hun zorg of ondersteuningsbehoefte is en wat zij zelf al hebben gedaan om de problematiek te hanteren.
    Bekostiging van de ggz verloopt via dbc's maar een nieuw systeem op basis van zorgclusters is in ontwikkeling hierin staat de zorgvraag centraler!!
  • Wat zijn slaap waakstoornissen en wat zijn de symptomen en de medische benadering van deze aandoening. ( hoe kan je ze herkennen en eventueel de client kan worden door verwezen)
    Er zijn verschillende slaap waakstoornissen:
    Insomnia stoornis.
    Circadianeritme-slaap waakstoornis
     Nachtmerriestoornis
    Non- REM slaap arousalstoornis
    hypersomnolentie stoornis
    Slaapapneu
    Narcolepsie

    Mensen met een insomniastoornis hebben veel last van in of doorslaap problemen, waardoor ze overdag niet voldoende uitgerust zijn. Naast biologische factoren kunnen een onrealistisch verwachtingspatroon van de slaap, bepaalde  leerervaringen, stress en een slechte slaap waakhygiene de problemen verergeren. 

    Bij een circadianeritme slaap waakstoornis moet men de slaaptijden geleidelijk bijstellen zodat de biologische klok weer het normale dag-nachtritme volgt.

    Bij een nachtmerriestoornis verstoren beangstigende dromen herhaaldelijk de slaap, maar anders dan bij de non REM slaap arousal stoornissen herinnert iemand zich die verstoring sochtends nog wel. Kenmerkend voor deze laatste stroonissen zijn de pavor nocturnus en slaapwandelen. Bij de pavor nocturnus (angstaanval) wordt men herhaaldelijk schreeuwend wakker. 

    Mensen met hypersomnolentie stoornis hebben last van grote slaperigheid. Bij narcolepsie zijn er onbedwingbare slaapaanvallen overdag. Bij deze stoornissen worden vaak stimulerende middelen zoals amfetaminen voorgesteld. 

    Bij slaapapneu wordt de slaap talloze malen onderbroken door adempauzes, vaak doordat de luchtdoorstroming in het neus keelgebied belemmerd wordt. De behandeling richt zich dan ook op verbetering van de ademhaling tijdens de slaap of operatief ingrijpen. 

    In het algemeen zijn cognitieve gedragstherapie en een goede slaap-waakhygiene. Met leefregels voor vaste slaaptijden, voldoende beweging overdag en beperking van middelen als koffie en alcohol, bij alle slaap waakproblemen belangrijke behandeling opties. Benzodiazepinen worden wel veel als slaapmiddel voorgeschreven, maar moet hoogstens voor korte tijd worden gebruikt vanwege de bijwerkingen tolerantie en het risico van afhankelijkheid.
  • Impulsbheersingstoornissen hebben een gebrek aan zelfbeheersing of een
    onbedwingbare drang als belangrijkste kenmerk. De handelingen zelf hebben voor hen een bevredigend effect, ze ervaren deze als egosyntoon (volledig aanvaardbaar) De regulatie van emoties en of gedrag is problematisch en kan tot aanzienlijke sociale en maatschappelijke problemen leiden.
    Kleptomanie Koopverslaving Pyromanie en peridiodiek explosieve stoornis.
    Biologische en sociale factoren worden wel aangevoerd als verklaringen voor impulsbeheersingsstoornissen.
    Bij veel impulsbeheersingsstoornissen adviseert men cognitieve gedragstherapie die gericht is op het vergroten van de zelfcontrole.
    Biologische behandeloptie is vooral het gebruik van antidepressiva, die de activiteit van serontonine kan verbeteren.
    Ondersteuning en herstel van sociale kontakten is belangrijk om die te herstellen.  In het algemeen hebben clienten met impulsbeheersingsstoornissen ook na behandeling een aanzienlijke kans op terugval.

    Jongeren met een normoverschrijdend gedragsstoornis hebben geen enkel respect voor de rechten van anderen, zijn egocentrisch en weinig empatisch. Hierbij wordt cognitieve gedragstherapie (emotieregulatiestraining) en systeemtherapie voorgeschreven
    Zie hierboven
  • Wat zijn stoornissen in het gebruik van drugs en alcohol?
    Drugs of psychoactieve stoffen kunnen vergiftiging, tolerantie en verslaving veroorzaken. Van problematisch gebruik of misbruik is sprake als iemands functioneren thuis en op het werk sterk negatief wordt beinvloed en of anderen er duidelijk nadeel van ondervinden. Dit kan uitmonden in lichamlijke en psychische verslaving afhankelijkheid. 
    3 groepen drugs zijn:
    bewustzijnsverlagende middelen alcohol morfine heroine
    stimulerende middelen zijn  caffeine cocaine nicotine
    bewustzijnveranderende middelen  harihuana, hasj lsd.

    de verslaving ontstaat door nieuwschierigheid of groepsdruk. 
    Verslaving spelen genetische kwetsbaarheid biochemische processen in de hersenen en conditioneringsprocessen een belangrijke rol. 

    Behandeling van verslavingen bestaat allereerst uit ontgifting en aanpak van medische complicaties. ( disulfiram wordt als aversie middel gegeven bij alcohol) hier wordt je dan ziek van als je alcohol drinkt. 
    Methadon bij heronine verslaving. 
    Zelfcontrole programma wordt geadviseerd. Sociale vaardigheidstraingingen  en lotgenoten. Systeemtherapie en specifieke programma's zoals CRA CRAFT. Terugval is zeer groot.
  • Trauma en tressor gerelateerde stoornissen
    Spanningsbronnen of stressoren stellen de weerbaarheid en het aanpassingsvermogen van mensen op de proef. Wanneer iemand deze stressoren als bedreigend ervaart, kan er stress ontstaan. Dit gaat gepaard met tal van klachten en symptomen. Zo kunnen er stoornissen in het gevoelsleven optreden en allerlei lichamelijke klachten. Specifieke tenchnieken tegen stress zijn, ontspanningsoefeningen, mindfulness en zeefinstructietraining

    Anders dan bij de meeste andere stoornissen in de DSM 5 delen trauma en stressor gerelateerde stoornissen een veronderstelde overeenkomst in oorzaak het gaat telkens om een hevige reactie op een stressor. Onderscheiden worden:
    Aanpassingsstoornissen
    hechtingsstoornissen
    acute stressstoornis en posttraumatische stressstoornis. 

    De stressor bij de aanpassingsstoornis heeft een alledaags karakter, zoals werkdruk of een echtscheiding. Naast de ernst en duur van de stressor bepalen vooral de wijze waarop betrokkennen hiermee omgaan (coping) bepaalde persoonlijkheidskenmerken, genetische kwetsbaardhied en sociale ondersteuning    of er een aanpassingsstoornis ontstaat. Bij de behandeling worden veelal eerst de spanningsklachten met cognitieive gedragstherapie aangepakt en vervolgens het coppinggedrag en de stressor zelf. 

    Na een psychotrauma kan een acute of posttraumatische stressstoornis PTSS ontstaan. Clienten kunnenn uiteenlopende stressklachten vertoenen en last hebben van herbeleveningen van de schokkende ervaring. Ter verklaring wordt wel gewezen op genetsiche kwetsbaarheid, neurobiologische factoren, conditioneringsprocessen en de aard en ernst van het trauma . Mensen in de omgeving kunnen praktische hulp bieden. Als dat na enkele weken onvoldoende blijkt, dan kan er sprake zijn van PTSS. 
    Trauma gerichte cognitieve gedragstherapie en EMDR zijn belangrijke behandelopties. 

    Hechtingsstoornis. 
    Een goede hechting op jonge leeftijd is van groot belang voor een evenwichtige ontwikkeling. Daarvoor is een veilige opvoedingssituatie en een duurzame affectieve band met de opvoeder vereist. Een reactieve hechtingsstoornis is teruggetrokken geremd sociaal contact stoornis. 
    Of een ontremd sociaalcontactstoornis met weinig remmingen in het contact. 
    Video interactiebegeleiding kan hiervoor worden ingezet. 
    Als dit niet wordt aangepakt kan er een bordeline persoonlijkheidsstoornis ontstaan. 

    Bij gecompliceerde rouw duurt het rouwproces na een verlies langer dan verwacht. Een behandeloptie is cognitieve gedragstherapie. Hierbij gaat het erom de rouwverwerking weer op gang te brengen, vooral door vermijdingsgedrag en niet helpende gedachten aan te pakken.
  • Schizofrenie en psychotische stoornissen?
    Vooral door hallucinaties en wanen is bij een psychose de relatie met de werkelijkeheid sterk verstoord. Bij hallucinaties meent de client iets waar te nemen wat erin werkelijkheid niet is. Wanen zijn niet te corrigeren, onjuiste overtuigingen die behoren tot de inhoudelijke denkstoornissen. Specifieke denkpatronen bij mensen met een psychose zijn, 
    Confimatietendens: De neiging om vooral te zoeken naar ondersteuning voor het eigen gelijk en alle tegengestelde of aanvullende informatie te negeren. Een patroon dat vooral voor de onwrikbaarheid van wanen zorgt.
    Covariatietendens: De neiging om eerder te denken in oorzaken dan in toeval. Dit denkpatroon speelt bij wanen mee. 
    Springen naar conclusies: met beperkte informatie conclusies trekken, waarvan men overtuigd is dat ze juist zijn. Bv. Iemand met een zonnebril is een spion. 
    Bronmonitoringstendens: De neiging om eigen gedachten en uitspraken aan een externe bron toe te schrijven. Bv. Die gedachte wordt door die vervelende buurman in mijn hoofd gestraald. Dit denkpatroon wordt versterkt door de aandacht op zichzelf te richten en is met name bij auditieve hallucinaties herkenbaar. 

    De belangrijkste psychose is schizofrenie. Deze stoornis wordt gekenmerkt door een breed scala van cognitieve emotionele en gedragsafwijkingen. De symptomen worden verdeeld in positieve zoals hallucinaties en wanen en negatieve zolas verminderde emotionele expressie initiatiefverlies en spraakarmoede. 
    Bij Schizofrenie is vaak sprake van genetische kwetsbaarheid. Verder berust de stoornis op structurele en biochemische hersenafwijkingen, mogelijk een gevolg van geboortecomplicaties of virusinfecties. Behandel opties anti psychotica , al is langdurig omstreden vanwege vervelende bijwerkerkingen. 
    Deze vorm van behandeling moet altijd worden gecombineerd met een brede psychosociale aanpak, waaronder cognitieve gedragstherapie psycho educatie en herstelgerichte zorg.

    Waanstoornis is er uitsluitend een niet bizarre waan. 
    Erotische waan, grootheidswaan somatische waan, paranoide waan, of jaloeziewaan. 
    Behandeling: is een goede relatie met zorgverlener een belangrijke voorwaarde. 

    Andere psychotische stoornissen zijn: schizofreniforme psychose, 
    Kortdurende psychotische stoornis en gedeelde psychotische stoornis. 
    Vaak zijn mensen met psychose zorgvermijders. Wijkteams en FACT teams proberen met bemoeizorg te voorkomen dat deze mensen tussen wal en schip raken.
  • Dissociatieve stoornissen
    Bij dissociatieve stoornissen is tijdelijk en gedeeltelijk de samenhang van het bewustzijn verstoord.Dat kan zijn werslag hebben op het geheugen en de ervaring van de eigen persoon.Onderscheiden worden: Dissociatieve amnesie (ernstige geheugenverlies) 

                     Depersonalisatie stoornis(mensen ervaren lichaam als
                     onwerkelijk en vreemd. Schizofrenie depressie en                                         paniekstoornis.
                    
                     Dissociatieve identiteitsstoornis DIS bepalen regelmatig 2
                     of meer persoonlijkheden, identiteiten of alters het                                     gedrag .Vrijwel altijd spelen traumatische jeugdervaringen                       mee .

    Dissociatie zou een overlevingsstrategie zijn door pijnlijke ervaringen geheel of gedeeltelijk uit het bewustzijn te verdringen.Vroeger werd hypnose gebruikt maar dit was vaak te heftig. Tegenwoordig richt de behandeling zich op het verminderen van het problematische gedrag in de huidige leefsituatie.  Cliënten leren om te gaan met spanningen en conflicten zonder te dissociëren. Daarnaast wordt gewerkt aan traumaverwerking en de integratie van de verschillende identiteiten. Vaak is de opbouw van een evenwichtig sociaal netwerk daarbij onmisbaar.
  • Herkennen van de signalen in de pluis/niet pluis van de volgende aandoeningen.... Depressieve en bipolaire stemmingsstoornissen
    Een stemming is een bepaalde gemoedstoestand van een zekere duur. Wanneer die stemming langdurig verstoord en ernstig verstoord is spreekt men van een een depressieve of bipolaire stemmingsstoornis. 
    Depressie stoornis wanneer er abnormale neerslachtigheid en lusteloosheid aanwezig is. Cliënten zijn met de dood bezig. Suïcidaal....
    Manische periode wordt gekenmerkt door uitzonderlijke energie, vrolijkheid zelfoverschatting en grote prikkelbaarheid. 
    Manische periodes wisselen zich vrijwel altijd af met de depressieve periodes
  • Angststoornissen en de pluis niet pluis aandoeningen
    Angststoornis de kenmerken zijn:Paniekaanvallen met lichamelijke symptomen, kortademigheid benauwdheid ademnood pijn op de borst duizeligheid hartkloppingen trillen transpireren of misselijkheid. 
    Sommigen zijn bang de gehele controle te verliezen en denken dood te gaan of gek te worden.
    Rond 15 a 20 procent van de bevolking vooral bij vrouwen krijgt ooit te maken met angststoornissen. Onderscheiden worden:
    sociale angststoornis late puberteit is verwant met selectief mutisme niet spreken tegen anderen alleen in thuis situatie.
    seperatie angststoornis gescheiden worden 
    paniekstoornis angstaanval met vaak hyperventilatie
    agrofobie 
    geneneraliseerde angsstoornis tussen de 25 en 45 jaar.

    biologische factoren zoals genetische kwetsbaarheid  overactieve amygdala
    psychologische factoren zoals traumatische jeugdervaring
    sociale factoren zoals overbezorgde ouders geringe sociale vaardigheden en gepest worden
  • Dwangstoornis OCS obsessieve compulsieve stoornis
    Anders dan bij drangmatig gedrag beleven veel dwangclienten geen plezier aan het uitvoeren van de dwanghandelingen. Ze vinden het egodystoon Niet Fijn!!
    Mensen met een dwangstoornis slagen er niet in herhaalde, ongewilde gedachten en of handelingen te onderbreken of te stoppen. 
    Onderscheiden wordt de obsessieve compulsieve stoornis bepaalde handelingen moeten uitvoeren bv 10 keer de deur dicht en open draaien.
    Excoriatie stoornis pulken
    trichotillomanie Haaruittrekken
    morfodysfore stoornis jezelf lelijk vinden
    verzamelstoornis
  • Somatisch symptoomstoornis
    Wanneer iemands leven draait om ziekte en gezondheid kan sprake zijn van een somatisch symptoomstoornis en verwante stoornissen. Onderscheiden worden:
    somatisch syptoomstoornis overmatig overbezorgheid van  ernstige ziekte
    ziekte angst stoornis erg bang om een ziekte te hebben
    Conversiestoornis  na ingrijpende gebeurtenis onverklaarbare wijze de spieren of zintuigen gestoord
    Zelfverwonding berust op een drang zichzelf pijn te doen.
    Er kan ook gesimuleerd worden, ze veinzen een aandoening met het oog op een bepaald voordeel.
  • Voeding en eetstoornissen

    Bij jonge kinderen treden voedingsstoornissen eerder op dan bij volwassen.
    Pica= het eten van oneetbare zaken
    ruminatie stoornissen= het ophalen van voedsel
    Restrictieve voedselinname stoornis = heel weinig eten
    Orthorexia nervosa = het doorslaan in heel gezond eten.

    Eetstoornissen zijn anorexia nervosa uithongering Boulimia vraatzucht
  • Persoonlijkheidsstoornissen
    Ieder mens heeft bepaalde karaktertrekken die hem onderscheiden van anderen. Bepaalde trekken kunnen echter zo overheersend of star worden dat aanpassing aan wisselende omstandigheden niet meer lukken iemand steeds vastloopt. Wanneer dit soort karaktertrekken niet aan tijd of situatie verbonden zijn is sprake van een persoonlijkheidsstoornis. Deze worden in 3 groepen verdeeld:
    Cluster A = vreemde of excentrieke gedragingen
                         paranoide schizoide schizotypische                                                                    persoonlijkheidsstoornissen  
    Cluster B = dramatische emotionele of onvoorspelbare gedragingen
                          anti sociale bordeline histrionische en narcistische                                      persoonlijkheidsstoornissen
    Cluster C  = angst, controle en of vermijding centraal behorende:
                         vermijdende afhankelijke en dwangmatige 
                          persoonlijkheidsstoornissen

    Ze ontstaan in een wisselwerking tussen biologische kwetsbaarheid en neurobiologische afwijkingen en sociale factoren zoals gehechtheid
  • Autisme spectrumstoornis
    ASS gaat gepaard met ernstige tekortkomingen in sociale communicatie, beperkte stereotiepe gedragspatronen en eenzijdige belangstelling. Een klein deel heeft uitzonderlijke talenten, maar een groter deel heeft een verstandelijke beperking. Naast een genetische kwetsbaarheid wordt ter verklaring gewezen op een verstoorde informatieverwerking, gebrekkige integratie van informatie , gebrekkig begrip van de context en gebrekkige executieve functies (moeite met planning probleemoplossend flexibiliteit en werkgeheugen.
  • ADHD
    Mensen met ADHD zijn onrustig, chaotisch en ongeorganiseerd, waardoor zij dikwijls negatieve reacties oproepen, wat tot een negatief zelfbeeld kan leiden. Genetische kwetsbaarheid, een verstoorde werking van bepaalde neurotransmitters en de prefrontale cortex spelen vermoedelijke een rol. Omgevingsfactoren lijken vooral het verloop van de stoornis te bepalen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

6. PP. Hoe en wanneer wordt ASS opgemerkt?
Of en wanneer ASS wordt opgemerkt is afhankelijk van:
  • de ernst
  • mate van begaafdheid
  • sociale omgeving (school, ouders etc.)
Dit kan heel snel al zijn of pas op volwassen leeftijd.

Grootste kans op evenwichtige ontwikkeling bij een vroege diagnose en de juiste begeleiding. Dit door middel van met name psycho-educatie afgestemd op het individu en gericht op:
  • verbeteren van ...
    • cognitieve denkpatronen
    • communicatievaardigheden
    • sociale vaardigheden
  • minimaliseren problematisch gedrag
  • persoonlijke plan van aanpak en adequaat inzetten
6. PP. Noem enkele mogelijk ver ontwikkelde capaciteiten van mensen met ASS?
  • originele manier van problemen oplossen/eigen logica
  • eerlijkheid
  • sterke goede focus op bepaald onderwerp
  • veel kennis van bepaalde onderwerpen
  • geboeid door ongewone zaken
  • onverstoorbaar doorwerken
  • goed visueel geheugen
  • lagere gevoeligheid voor pijn, hitte of kou
  • kwetst niet opzettelijk
  • begrijpen van schema's
6. PP. Wat zijn mogelijke oorzakelijke factoren ASS?
Bij ASS ontwikkelt het brein zich ongelijkmatig.
Bepaalde gebieden meer/extra en andere juist minder.

Mogelijke oorzakelijke factoren hiervoor zijn:
  • voornamelijk biologische factoren (bijv. genetisch of anderszins aangeboren)
  • vroeg psychotrauma kan soms mogelijk ook van invloed zijn
  • voeding kan ook van invloed zijn op de ernst van de klachten
6.2 PP.  ASS > Autisme Spectrum Stoornissen 
ASS is een pervasieve ontwikkelingsstoornis
Dit is dus een zeer ingrijpende/doordringende stoornis.

Kenmerken (1 of meer) die tijdens de ontwikkeling herkenbaar zijn:
  • lager sociaal begrip (niet snappen hoe het sociaal gaat)
  • bijzonderheden in spraak-/taalontwikkeling
  • opvallende motorische ontwikkeling
  • zintuiglijke over-/onder-gevoeligheid
  • emotionele problematiek (bijv. angst, woede, wiegen)

Dit kan op volwassen leeftijd leiden tot o.a.:
  • beperkte sociale vaardigheden
  • opvallend gebruik van taal
  • rigiditeit in denken en handelen
  • motorische onhandigheid
  • relatie- en werkproblemen  
6.2 PP. M.b.t. ASS: hoe werd er vroeger naar gekeken en hoe nu?
Glijdende en gedifferentieerde schaal:
  • Vroeger - indeling in:
    • Klassiek autisme > ernstige vorm, meestal laagbegaafd
    • Asperger > hoogbegaafd, ouwelijk, formeel taalgebruik, motorisch onhandig
    • PDD-NOS > overige (restgroep)
  • Huidige indeling:
    • ASS en
    • Specifiek criterium (sociale communicatie en interactie, motorische ontwikkeling) en
    • Mate van hulp en ondersteuning die nodig is
  • De grens tussen 'normaal' en 'licht autistisch' is niet altijd duidelijk
6. PP. Noem enkele neurobiologische ontwikkelingsstoornissen en mogelijke oorzaken
  • Verstandelijke beperking (IQ lager dan 70)
  • Leerstoornissen (bijv. dyslexie en dyscalculie)
  • Stoornis in de motorische vaardigheden (dyspraxie)
  • Stoornis in de zindelijkheid
  • Taal-/spraakstoornissen (bijv. stotteren)
  • Sociale communicatiestoornis
  • Tic stoornissen (bijv. Gilles de la Tourette)
  • Autismespectrumstoornissen
  • Aandachtsdificiëntie-/Hyperactiviteitsstoornis (ADHD)

Mogelijke oorzaken:
  • erfelijke aanleg
  • anders aangeboren
  • ziekte
  • traumatische ervaringen
6. PP. Wat zijn neurobiologische ontwikkelingsstoornissen?
Optredende neurologische en/of psychische aandoeningen, die een belemmering en/of afwijking vormen in een normale ontwikkeling bij kinderen en adolescenten.
20.2PP. Noem kenmerken van: Dwangmatige persoonlijkheidsstoornis
  • heel perfectionistisch
  • alles op eigen manier willen doen
  • niet veel flexibiliteit/spontaniteit
  • altijd beheerst en zo niet, dan helemaal van streek
  • houdt zich aan regels en procedures
  • vormelijk persoon die onverwachte zaken moeilijk toelaat
  • weinig gevoel voor humor
  • harde werker, bereid tot overwerkt om het echt goed te doen
  • niet bereid tot improviseren of een andere aanpak
  • past zich slecht aan
  • autoritair
  • bang om fouten te maken (daardoor twijfels)
  • reageert op ieder voorstel met 'ja, maar ...'
20.2 PP. Noem kenmerken van: Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis
  • vraagt voortdurend bevestiging
  • zeer veel moeite met besluiten, twijfelaar
  • wil geen verantwoordelijkheid
  • afhankelijk en onderdanig
  • heeft veel advies en geruststelling nodig
  • weinig zelfvertrouwen
20.2 PP. Noem kenmerken van: Vermijdende persoonlijkheidsstoornis
  • is onzichtbaar
  • in vreemde situaties zeer onzeker
  • gaat nooit uit/iets nieuws ondernemen/op avontuur
  • zal nooit een praatje aanknopen met iemand
  • zegt altijd nee / doet nooit mee
  • overgevoelig voor ongemakkelijke gevoelens die we allemaal kennen
  • moeilijk in de omgang
  • wijst promotie af ondanks jarenlange (werk-)ervaring