Summary Psychologie

-
ISBN-10 9038209037 ISBN-13 9789038209036
9742 Flashcards & Notes
522 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Psychologie
  • Marc Brysbaert
  • 9789038209036 or 9038209037
  • 2006

Summary - Psychologie

  • 1 Wat is Psychologie?

  • Wat is rationalisme

    Filosofische doctrine die stelt dat waarheid achterhaald kan worden door gebruik te maken van de rede

  • welke stromingen zijn er vanaf het begin van de psychologie ontwikkeld
    structurele, gestaltpsychologie, functionele, psychoanalise, behaviorisme
  • Hoe achterhaalt Descartes de waarheid?
    Door middel van rationalisme: er moet gebruik gemaakt worden van de rede: men moet nadenken over de mens. 
  • Janda (1998) onderzocht het beeld van de leek op psychologie als wetenschap. Wat vond hij? (4) 
    1. Psychologen worden als niet belangrijk gevonden. 
    2. Psychologie is geen harde wetenschap.
    3. Psychologen worden niet vertrouwd
    4. Psychologie is een makkelijke studierichting. 
  • Verklaar de psychologisering van de samenleving. (Jansz en van Drumen (2001))
    Het feit dat in het dagelijkse leven van de mens psychologische inzichten een steeds belangrijkere rol gaan spelen
  • Wat is volgens Hume contiguiteit?
    Associaties worden bepaald door gelijkenis en het samen voorkomen in tijd en ruimte.
  • Hoe kwam volgens Locke hogere-orde kennis tot stand? 
    Door combinaties van eenvoudiger ideeën. Dit noemde hij associationisme. 
  • Vindt Descartes dat je door middel van observatie de mens leert begrijpen?
    Nee.
  • 1.1.1 Ontwikkelingen die de psychologie mogelijk hebben gemaakt

  • Welke ontwikkelingen hebben de psychologie mogelijk gemaakt?

    Ontwikkelingen in de filosofie, de evolutietheorie van Darwin en de eerste psychologische experimenten.


  • Wat zegt het empirisme
    Kennis komt voort uit zintuigelijke ervaringen en associaties van ideeen. 
  • Empiristen?
    Begin, Thomas Hobbes rond 1600
    kennis komt voort uit zintuigelijke ervaringen en associaties van ideeën
    John Locke: associationisme, hogere orde kennis door associaties van ideeën
    David Hume; werkte dit verder uit, associaties bepaald doorgelijkenis en tegelijkertijd voorkomen.


  • Hume en associationisme...
    stelt dat associaties van ideeen vooral bepaald wordt door gelijkenis en samen voorkomen in tijd en ruimte (contiguiteit) 
  • 1.1.2 Darwin en de evolutietheorie

  • Wat zegt de evolutietheorie?
    Grondslag is natuurlijke selectie(survival of the fittest). Wanneer omgeving verandert hebben sommige eigenschappen voordeel boven andere waardoor dieren zich met meer succes voortplanten. Omdat mensen uit dieren zijn geevolueerd  was het zinvol om de gelijkenissen en verschillen te onderzoken tussen dieren en mensengedrag. 
  • Waar werd de laboratorium voor psychologie opgericht?
    Universiteit Leipzig.
  • 1.1.3 De eerste psychologische experimenten


  • Wat waren de eerste experimenten die nauw aansloten bij psychologie?
    Trichomatische theorie kleurperceptie (Thomas Young).
    Experimenten snelheid zenuwimpulsen (Hermann von Helmholt)
    Weberfractie (Ernst Weber)
    Registreren snelheid reactie op stimuli (F.C. Donders)

  • Wat was de snelheid van de zenuwimpulsen volgens onderzoek von Helmholtz?
    30 meter per seconde kikker, 60 meter per seconde mens (216 km per uur).

  • Waar werd de laboratorium voor psychologie opgericht?
    Universiteit Leipzig.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Psychologie
  • Marc Brysbaert
  • 9789038214450 or 9038214456
  • 2009

Summary - Psychologie

  • 1.1 Een definitie van psychologie

  • Wat is de definitie van psychologie?
    Psychologie is een wetenschap waarbij het gedrag bestudeerd wordt en waarbij gedragsevidentie gebruikt wordt om de interne processen te begrijpen die aan dat gedrag ten grondslag liggen
  • Een van de eerste psychologen; Hermann Ebbinghaus: "Uber das Gedachtniss (1885)" 
  • Wat is psychologie?
    Psychologie is een wetenschap waarbij het gedrag bestudeerd wordt om de interne processen te begrijpen die aan dat gedrag ten grondslag liggen.
  • 1.2 Ontwikkelingen die de psychologie mogelijk gemaakt hebben

  • Wat zei "Hermann Ebbinghaus"?
    "Van het oudste onderwerp zullen wij de nieuwste wetenschap maken"
  • Waardoor is Copernicus bekend geworden?
    In de zestiende eeuw kwam Nicolaus Copernicus tot de overtuiging dat de aarde zich niet in het centrum van het universum bevond maar (samen met andere planeten) om de zon draaide.
  • Wie was "René Descartes"
    Een Franse filosoof en wiskundige. Hij ging uit van twee principes. Het Rationalisme en Nativisme.
  • Wat betekend het "Rationalisme"
    Rationalisme is de wetenschap dat de waarheid kan worden achterhaald door gebruik te maken van de rede.
  • Wat betekend het "Nativisme"
    Nativisme betekend dat sommige kennis is aangeboren. Vanuit aangeboren kennis kon de rede de volledige waarheid afleiden.
  • Wat is het "Empirisme"?
    Het empirisme staat lijnrecht tegenover het rationalisme. Deze schrijft voor dat kennis wordt opgedaan door zintuigelijke ervaringen. De stroming begon in de zestiende eeuw bij Thomas Hobbes maar werd voornamelijk belangrijk gemaakt door John Locke en David Hume.
  • Wie was Thomas Hobbes
    Grondlegger van het Empirisme in Engeland in de zestiende eeuw.
  • Wie was John Locke
    John Locke lanceerde de term "associaties van ideeën". Volgens Locke kwam een hogere-ordekennis tot stand door combinaties (associaties) van eenvoudigere ideeën te maken.
  • Wie was David Hume
    David Hume heeft het associatisme verder uitgewerkt.
  • Wie was Charles Darwin
    Charles Darwin heeft de evolutietheorie beschreven in de "Origin of Species". Deze staat ook wel bekend als de theorie rondom natuurlijke selectie. 
  • Wat betekend natuurlijke selectie?
    Natuurlijke selectie omschrijft de theorie waarmee een organisme natuurlijk wordt geselecteerd om voort te bestaan. Een organisme dat zich het beste past binnen de omstandigheden heeft de meeste kans op voortplanten en voort te bestaan waar anderen uitsterven. Een voorbeeld hiervan zien we bij vogels. In drogere streken waar de zaden harder zijn overleven alleen de soorten met een hardere snavel. Deze planten zich voort waar de anderen uitsterven.
  • Wie was Thomas Youngh
    Een Engelse arts die d trichromatische theorie over kleurperceptie voorstelde. Op basis van observaties stelde hij vast dat alle kleur die wij als mens zien bestaat uit een combinatie van Rood, Groen en Blauw.
  • Wie was Herman von Helmholtz
    Duitse fysioloog die onderzoek deed naar het meten van de snelheid van zenuwimpulsen.
  • Wie was Ernst Weber
    Ernst Weber bestudeerde hoe groot het verschil tussen twee stimuli moest zijn voordat de mens het verschil kon waarnemen.
  • Wat waren de eerste psychologische experimenten?
    De eerste geregistreerde psychologische experimenten waren het onderzoeknaar triochemetrie (dat alle kleur een samenstelling is uit rood, groen en blauw) van Thomas Youngh, het onderzoek naar de snelheid van zenuwimpulsen van Herman von Helmhultz en het onderzoek naar het minimaal waarneembare verschil tussen twee stimuli van Ernst Weber.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 3:

  • Psychologie
  • Marc Brysbaert
  • or
  • 1st

Summary - Psychologie

  • 1 Wat is psychologie

  • Rationalisme
    Gebruik maken vd rede. Om mensen te begrijpen niet observeren maar over hem nadenken. Descartes.
  • 4 Waarneming

  • Visuele agnosie
    Niet kennen/herkennen. Gewaarwordingen niet meer kunnen organiseren en interpreteren tot een betekenisvolle waarneming.
  • Waarneming
    • Waarneming: Het interpreteren en begrijpen vd gewaarwording
  • Perceptuele constantie
    • Perceptuele constantie: Het fenomeen van gelijkblijvende voorwerpen, ondanks voortdurende veranderingen in het retinale beeld. Belangrijkste: grootte, lichtheid en kleur. Belangrijk om onze gewaarwordingen te corrigeren zodat onze wereld gelijk blijft.
  • Proximale stimulus
    • Proximale stimulus: Het geheel aan fysische energie dat onze receptoren stimuleert. Voorbeelden: Lichtgolven die onze retina’s bereiken en geluidsgolven die onze trommelvliezen doen trillen.
  • Distale stimulus
    • Distale stimulus: Het voorwerp in de buitenwereld dat de fysische energie (en dus de proximale stimulus) produceert.
  • Waarneming als heuristisch interpretatieproces
    • Waarneming als heuristisch (=zelfvindend) interpretatieproces: We combineren binnenkomende proximale stimulus met voor de hand liggende aannames. Soms zijn deze percepties onjuist, dit heet visuele illusies.
  • Laterale inhibitie
    • Laterale inhibitie: De signalen in oog vd 127 miljoen receptoren worden gecomprimeerd tot 1 miljoen ganglioncellen. Deze onderdrukken de activiteit vd omringende ganglioncellen als ze zelf erg actief zijn. Inhibitie=verlagen. Zo lijkt het alsof er minder helder licht is (raster Hermann). Anders gezegd: Cellen die veel vuren onderdrukken cellen die minder vuren.
    Laterale inhibitie vergroot contrast, zodat zwarte letters meer opvallen op wiite achtergrond.
  • Bottom-up processen
    • Bottom-up processen: De informatiestroom van de receptoren naar de hersencentra die verantwoordelijk zijn voor het herkennen en classificeren van voorwerpen.
  • Top-down processen
    • Top-down processen: Informatiestroom van de kenniscentra naar de vroegere stadia van de verwerking. Op deze manier kunnen we de zoektocht naar sensorische informatie in de omgeving sturen en onze waarneming efficienter maken.
  • 3 stadia structuren receptorsignalen
    • 3 grote stadia voor structureren vd receptorsignalen tot betekenisvolle voorwerpen:
      • 1. Primaire schets
      • 2. Perceptuele organisatie
      • 3. Patroon- en objectherkenning
  • De primaire schets
    • De primaire schets: In eerste instantie worden inputsignalen sterk vereenvoudigd. Vooral randen en vormen zijn belangrijk. Schets van lijnen die plotselinge intensiteirsveranderingen in het oorspronkelijke beeld aanduiden. (fig. 4.8)
  • Perceptuele organisatie
    • Perceptuele organisatie: Het proces waarbij de verschillende randen uit het retinale beeld gestructureerd worden in grotere gehelen die in een bepaalde relatie tot elkaar staan. Welke randen horen bij elkaar en vormen 1 voorwerp. Gestaltpsychologen, vooral Wertheimer. 2 belangrijke principes:
      • 1. Perceptuele groepering: de processen die ervoor zorgen dat elementen uit de primaire schets waargenomen worden als bij elkaar horend als onderdeel v eenzelfde perceptuele ervaring. Verschillende soortenprincipes: principe van gelijkheid, nabijheid, geslotenheid, goede voortzetting, vroegere ervaringen. Voorbeeld auto achter hek: principes van gelijkheid, geslotenheid en goede voortzetting (reepjes auto zijn gelijk qua kleur, vormen 1 geheel en vloeien in elkaar over; puzzel past).
      • 2. Figuur- achtergrondscheiding: Noodzaak om onderscheid te maken tussen figuur en achtergrond. Principes: omsingeling, grootte, symmetrie, lokatie, textuur, vorm, vertrouwheid.
  • Patroonherkenning
    • Patroon- en objectherkenning: De overgang van een kijker- gericht beeld naar een voorwerp-gericht beeld.
    • Patroonherkenning: Het proces om een object te herkennen en de bijbehorende informatie te activeren, moet het kijker-gerichte beeld aan een voorstelling in het geheugen gekoppeld worden. Twee principes:
      • 1. Template-matching: Templates of sjablonen zijn voorstellingen v voorwerpen die in het geheufen opgeslagen zijn. Als het voldoende overeenkomt wordt het herkend. Te grote afwijkingen dan nieuw sjabloon. Beperkingen templates: soms zie je maar klein deel en soms er grote variatie op zelfde voorwerp.
      • 2. Kenmerkenherkenning: Op basis v karakteristieke kenmerken voorwerpen herkennen (bijv de letter N/N/N).
  • Ponzo illusie
    • Ponzo-illusie fig 4.34: De bovenste horizontale lijn lijkt ten onrechte langer dan de onderste.
  • Muller-Lyer illusie
    • Müller-Lyer illusie: fig 4.35 Deze twee illusies tonen aan hoe sterk de neiging is om diepte te zien voor onze overlevingskansen.
  • Theorie van gebeurteniscodering
    • Theorie van gebeurteniscodering: In ons geheugen zitten geen aparte herinneringen voor waarnemingen (voorwerpen) en acties, maar bestaat het menselijk geheugen uit gebeurtenisherinneringen, waarin waarnemingen bijbehorende actie gezamenlijk opgeslagen zijn en met elkaar interageren. Alles 1 geheel.
  • Habituatietechniek
    • Habituatietechniek: (habituatie=eenvoudige vorm van leren, geleidelijk wennen aan terugkerende prikkel) Stimulus verschillende keren aanbieden aan baby’s zodat ze gewend raken en aandacht hiervoor verliezen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 4:

  • Psychologie
  • Marc Brysbaert
  • or
  • 1st

Summary - Psychologie

  • 1 Wat is Psychologie?

  • Wat wordt er bedoeld met de 'psychologisering' van de samenleving volgens Jansz en van Drunen (2001)?
    Het feit dat in het dagelijks leven van de mens psychologische inzichten een steeds belangrijkere rol gaan spelen
  • Welke 3 bronnen helpen mee aan een globaal en stereotiep beeld over psychologen? (met name negatief)
    - populaire boeken (bijv waarom mannen altijd aan seks denken)
    - films & boeken (zelden een psycholoog als succesvol personage
    - verslaglegging over misdaad en rechtszaken
  • 1.1 Een definitie van Psychologie

  • Wat doen/proberen psychologen?
    Menselijk gedrag begrijpen
  • Hoe proberen psychologen menselijk gedrag te begrijpen?
    Door gedrag op een systematische manier te observeren en kijken hoe het beïnvloed wordt door gebeurtenissen in de omgeving en proberen het gedrag te begrijpen
  •  Wat doen psychologen?
    Zij proberen gedrag te begrijpen door het systematisch te observeren en kijken hoe dit gedrag wordt beïnvloed door gebeurtenissen om hen heen.
  • Hoe krijg je inzicht in gedrag? (2)
    - Door gedrag te observeren en te meten
    - Theorieën op te stellen over de interne, onzichtbare processen en motieven die eraan ten grondslag liggen
  • Hoe kunnen we psychologie definiëren?
    Psychologie is een wetenschap waarbij het gedrag bestudeerd wordt en waarbij die gedragsevidentie gebruikt wordt om de interne processen te begrijpen die aan dat gedrag ten grondslag liggen.
  • Wat is 1 van de redenen waarom psychologisch onderzoek voortdurend vooruitgang boekt?
    Omdat men steeds nauwkeuriger kan registreren wat er gebeurt door betere technieken en methoden en men beter weet waar men naar moet kijken.
  • Wat maakt een goed inzicht in onzichtbare processen mogelijk?
    Te voorspellen wat men onder bepaalde omstandigheden ZOU MOETEN vaststellen
  • Van wie is de uitspraak "van het oudste onderwerp zullen wij de nieuwste maken' van zijn grootste werk 'Über das Gedachtnis"?
    1 van de pioniers van de psychologie; Hermann Ebbinghaus
  • Welke filosofen hielden zich in de 4e + 5e eeuw voor Christus al bezig met verschillende aspecten van de psychologie? (3)
    Socrates, Plato en Aristoteles
  • 1.2 Ontwikkelingen die de psychologie mogelijk gemaakt hebben

  • Welke reden zorgde ervoor dat de psychologie als wetenschap moeilijk van de grond kwam?
    Het eeuwenoude geloof dat de mens het centrum van het universum was en het universum speciaal voor hem gecreëerd was.
  • Wie deden de eerste psychologische onderzoeken?
    Thomas Young stelde dat elke kleur een combinatie van rood groen en blauw RGB zijn. Helmholtz stelde vast dat de snelheid van zenuwimpulsen 30 m/s zijn. Weber onderzocht hoe groot het verschil tussen twee stimuli diende te zijn om deze te kunnen onderscheiden.
  • Wie stelde de psychologie als wetenschap voor het eerst aan de kaak?
    Nicolaus Copernicus
  • Waar stond Copernicus voor?
    Copernicus stelde dat de mens centraal stond in het universum.
  • Wat stelde Nicolaus Copernicus vast?
    Dat de aarde niet het centrum van het heelal was, maar rond de zon draaide.
  • Welke filosoof is van het rationalisme en nativisme? 
    Descartes. Rationalisme stelt dat altijd de waarheid te achterhalen is door uit te gaan van de rede. Het nativisme staat voor het feit dat een deel van de kennis aangeboren is.
  • Wat stelden de 2 filosofen Aristoteles en Plato als soortgelijke visie?
    Zij stelden dat de mens uit twee ONAFHANKELIJKE elementen bestonden; een lichaam en een geest
  • Wat is empirisme?
    Is uit Engeland, van Hobbes, Hume en Locke. (HHL) geest komt tot stand uit zintuigelijke ervaringen. Zo ontstond ook de "de assocationisme": wanneer je twee dingen tegelijkertijd beleefd associeer jij ze.
  • Wie was 1 van de eersten die het onafhankelijk denken van de Griekse filosofen op de voorgrond plaatste?
    René Descartes, franse filosoof en wiskundige
  • Wat is de evolutietheorie?
    Deze theorie van Charles Darwin stelt dat wanneer dingen veranderen bepaalde eigenschappen van de mens voordeel hebben: natuurlijke selectie.
  • Van welke 2 principes ging René Descartes uit?
    Rationalisme en Nativisme
  • Wat houdt het principe Rationalisme volgens Descartes in?
    Filosofische doctrine die stelt dat de waarheid achterhaalt kan worden door gebruik te maken van de rede. Om een mens te begrijpen; NIET observeren maar NADENKEN over iemand
  • Wat houdt het principe Nativisme volgens Descartes in?
    Sommige kennis is aangeboren. Vanuit de aangeboren kennis kan de rede de volledige waarheid afleiden.
  • Waarmee had Descartes nog meer een grote invloed op de ontwikkelingen binnen de filosofie?
    Met zijn mechanische visie op de wereld
  • Wat houdt de mechanische visie op de wereld van Descartes in?
    Hij zag de wereld als een complexe machine die onder invloed stond van deterministische wiskundige wetten. God had deze gecreëerd en in werking gesteld. Het menselijk lichaam was een onderdeel van de machine en was dus aan de natuurwetten onderworpen. Daardoor kon het menselijk lichaam wetenschappelijk bestudeerd worden.
  • Welke stelling verdedigde Descartes als aanhanger van het dualisme?
    Dat het lichaam onderzocht kon worden zonder afbreuk te doen aan de ziel.
  • Wat was de enige plaats waar de ziel en het lichaam met elkaar in contact kwamen?
    De pijnappelklier, een kleine klier in het midden van de hersenen die een rol speelt bij het regelen van de slaap. De pijnappelklier kreeg deze eer omdat het de enige (zichtbare) structuur is in de hersenen die niet in tweevoud voorkomt.
  • In Engeland groeide en beweging tegen het rationalisme van Descartes. Welke beweging was dit?
    Empirisme
  • Waar staan de empiristen voor?
    Kennis komt voor uit zintuiglijke ervaringen en associaties van ideeën.
  • Wie begon de stroming Empirisme en was tevens grondlegger van de politieke wetenschappen?
    Thomas Hobbes (1588-1679)
  • Wat onderzocht John Locke?
    de werking van de menselijke geest. De nadruk lag meer op hoe de menselijke geest iets weet dan op wat ze weet. Volgens John Locke kwam alle kennis voort uit ervaringen met externe, voelbare voorwerpen en niet vanwege aangeboren ideeen. (stimuli)
  • Welke term lanceerde Locke nog meer?
    'Associaties van ideeen.'
  • Wat bedoelde Locke met 'Associaties van ideeen?'
    Hij bedoelde hiermee dat hogere-orde kennis tot stand kwam door combinaties (associaties) van eenvoudigere ideeen.
  • Door wie werd het idee van associationisme verder uitgewerkt? (als twee dingen tegelijk ervaren worden, dan hebben ze veel kans om met elkaar geassocieerd te worden)
    Hume
  • Wat begonnen filosofen te aanvaarden door het empirisme en het associationisme?
    Dat mentale gebeurtenissen volgens natuurwetten opereerden.
  • De 'Evolutietheorie' had veel invloed op de ontwikkeling van de wetenschappelijke psychologie. Van wie is deze theorie?
    Charles Darwin
  • Wat voorspelt de Evolutietheorie van Darwin?
    Deze theorie voorspelt dat veel kenmerken en gedragingen van mensen en dieren overgeërfd worden
  • Hoe staat het mechanisme van de evolutie dat Darwin voorstelde, nu bekend?
    De natuurlijke selectie
  • Wat houdt het mechanisme (natuurlijke selectie) van Darwin in?
    Dat wanneer de omgeving verandert, sommige eigenschappen van een organisme meer voordeel bieden dan andere. Dieren die de goede kenmerken hebben, kunnen zich niet met meer succes voortplanten, terwijl andere dieren (met slechte kenmerken) meer moeite hebben om te overleven en zich voort te planten in de veranderende omgeving. Daarom zullen zij uitsterven.
  • Door wie werd het selectieproces het duidelijkst in beeld gebracht?
    Door het onderzoek van Peter en Rosemary Grant. Zij volgden 20 jaar een vinkenpopulatie op een piepklein eiland van de Galapagoseilanden (ook door Darwin bezocht en hebben een grote rol gespeeld in zijn denken).
  • Waarom had Darwins theorie belangrijke implicaties voor de psychologie?
    Omdat mensen geëvolueerd waren uit dieren, kon hun gedrag bestudeerd worden zoals men diergedrag bestudeerde en was het zinvol om de gelijkenissen en verschillen te onderzoeken tussen diergedrag en menselijk gedrag.
  • Welke proeven effende de weg voor de oprichting van het eerste laboratorium voor de wetenschappelijke studie van de psychologie aan de universiteit van Leipzig?
    - Engelse arts Thomas Young stelde zijn trichromatische theorie over de kleurperceptie voor. Op basis van observaties was hij tot de overtuiging gekomen dat alle kleuren die mensen kunnen waarnemen een combi zijn van rood, groen en blauw licht.
    - Hermann von Helmholtz pioenierde met experimenten om de snelheid van zenuwimpulsen in de zenuwvezels te meten
    - Ernst Weber bestudeerde hoe groot het verschil tussen twee stimuli moest zijn voordat de mens het verschil kon waarnemen
    - Gustav Fechner stelde een wiskundige formule voor om de sterkte van de ervaring te beschrijven op basis van de sterkte van de stimulus.
    - Plateau en Donders registreerden de snelheid waarmee mensen kunnen reageren op stimuli (Gevalsstudie)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 5:

  • Psychologie
  • Brysbaert
  • or
  • 2006

Summary - Psychologie

  • 1.1 Een definitie van psychologie

  • Wat is de definitie van psychologie?

    De wetenschap waarbij het gedrag bestudeerd wordt en waarbij die gedragsevidentie gebruikt wordt om de interne processen te begrijpen die aan dat gedrag ten grondslag liggen.

  • 1.2 Ontwikkelingen die de psychologie mogelijk gemaakt hebben

  • Copernicus: aarde niet centrum van universum en mens is onderworpen aan natuurwetten.

  • Rationalisme stelt dat de Waarheid achterhaald kan worden met gebruik van rede. Dus niet observeren maar nadenken.

  • Nativisme stelt dat sommige kennis aangeboren is.

  • Wat zijn twee belangrijke principes van Descartes?

    Rationalisme en nativisme.

  • Volgens het empirisme komt de inhoud van de geest niet tot stand op basis van aangeboren ideeën maar via zintuigelijke ervaringen.

  • Wie zijn drie belangrijke empiristen?

    Thomas Hobbes, John Locke en David Hume.

  • Tabula rasa is de schone lei waarmee iedere mens zou beginnen en waarop nieuwe ervaringen geschreven worden.

  • Volgens het associationisme worden associaties tussen ideeën vooral bepaald door gelijkenis en het samen voorkomen in tijd of ruimte.

  • 1.3 De beginjaren van psychologie

  • Wanneer en door wie werd in Leibzig het eerste psychologische laboratorium opgericht?

    Door Wilhelm Wundt in 1879.

  • Het kijken naar het eigen bewustzijn wordt introspectie genoemd.

  • Hoe heet de stroming die op basis van introspectie de structuur van het bewustzijn probeerde te ontdekken?

    Structuralisme.

  • Hoe heet de stroming die ontstond in Duitsland als een reactie tegen het structuralisme en wat was hun belangrijkste stelling?

    De gestaltpsychologie die stelde dat waarneming niet bestond uit een reeks van onafhankelijke sensaties maar dat mensen de wereld waarnemen in gehelen of gestalten.

  • Gestaltpsychologen argumenteerden dat de mens de mens niet kan begrijpen als een som van onafhankelijke, elementaire gedragingen. Elk psychisch proces is afhankelijk van het veld van krachten waarin het plaatsvindt. Hiervoor bedachten ze de term psychologisch veld.

  • Wie waren belangrijke figuren binnen het functionalisme?

    John Dewey en William James.

  • Het functionalisme werd sterk beïnvloed door de evolutietheorie en bestond in eerste instantie uit onderzoek naar de aanpassing.

  • John Watson schreef in 1913 het pamflet 'Psychology as the behaviorist views it' waarin hij stelde dat psychologie de wetenschap van het gedrag moest worden. Deze gebeurtenis wordt beschouwd als het beginpunt van het behaviorisme.

  • Concepten gedefinieerd in termen van de gebruikte meetprocessen worden operationele definities genoemd. 

  • S-R-psychologie staat voor stimulus-respons psychologie.

  • Wat stelde Freud en zijn psychoanalyse?

    Het bewustzijn en het gedrag zijn slechts zeer oppervlakkige fenomenen. De ware oorsprong van het ontstaan van persoonlijkheidsverschillen en mentale stoornissen lag bij onbewuste krachten.

  • Wat houdt het logisch positivisme in?
    Heel geloven in de wetenschap.
  • 1.4 De hedendaagse psychologie

  • Wat stelt de cognitieve psychologie?

    Men kan menselijk gedrag niet begrijpen en voorspellen zonder een beroep te doen op de informatieverwerkende (cognitieve) processen die zich afspelen in de hersenen.

  • Op welke vier manieren speelt biologie een rol bij de psychologie?

    Zo goed als al het gedrag verloopt via het centrale zenuwstelsel (1). De biologie manifesteert zich ook in de overerfbare genen (2). Evolutie heeft invloed op de psychologie omdat sommige genetische eigenschappen de kans op nakomelingen vergroten (3). Biologische factoren beperken zich niet tot het zenuwstelsel. Door middel van hormonen kan de biologie ook de geest beïnvloeden (4).

  • De cognitieve neurowetenschap combineert het psychologische en het neurobiologische onderzoek naar cognitieve functies.

  • Wat zijn de drie grote principes die een rol spelen binnen de hedendaagse psychologie?

    Het biologische, cognitieve en sociaal-culturele aspect.

  • Met welke vier dimensies verschillen culturen met elkaar?

    Individualisme vs. collectivisme, afstand op basis van macht, vermijding van onzekerheid en masculiniteit.

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Waarom is het van belang ook nog familiestudies te verrichten naast tweelingen- en adoptieonderzoek?
  1. Familieleden hebben een gedeelte van DNA gemeenschappelijk (erfelijke gelijkheid)
  2. Gezinsleden leven meestal samen (milieu gelijkheid)
  3. O.b.v. familiestudies kan men kijken naar het effect van het genotype over verschillende generaties en kan men bijv. op zoek gaan naar de genen voor een bepaald kenmerk. Dit gaat gemakkelijker als het om dominante genen gaat.
Waarom zijn adoptiestudies een noodzakelijke aanvulling op tweelingenonderzoek?
Het is dan beter mogelijk om de genetische invloed te bestuderen, los van de omgevingsinvloed. Meestal groeien tweelingen nl. op in dezelfde omgeving.
Wat betekent een concordantiegraad van 100%? En wat mag je concluderen uit een concordantiegraad van 50% over de verklaring of oorzaken van de onderzochte eigenschap?
100% concordantiegraad: alle verwanten vertonen het onderzochte kenmerk als de testpersoon het vertoont.
50% concordantiegraad: erfelijkheid speelt een belangrijke rol, maar milieufactoren spelen voor de helft ook een rol
Wat is concordantiegraad?
Dit is een manier om uitdrukking te geven aan de mate waarin een bepaald kenmerk van een individu, ook bij verwanten aanwezig is.
De concordantiegraad wordt berekend bij duidelijke identificeerbare eigenschappen en wordt gedefinieerd als het percentage verwanten dat het kenmerk ook vertoont.
Lijkt een twee-eiige tweeling meer op elkaar dan elk willekeurige broer en zus van dezelfde ouders?
Lijkt even weinig op elkaar, omdat ze ontstaan uit twee verschillende bevruchte eicellen en dus niet meer basenparen met elkaar gemeen hebben dan andere broers en zussen. Hun milieu is meestal wel meer gelijkend dan dat van broers en zussen van een verschillende leeftijd.
Wat is het belangrijkste eigenschap van het DNA van een eeneiige tweeling? Wat is de oorzaak daarvan?
Het DNA van een eeneiige tweeling is precies gelijk omdat ze ontstaan uit dezelfde bevruchte eicel.
Waarom is biotechnologie in een stroomversnelling geraakt eind 20e eeuw?
Omdat men inzicht kreeg in de precieze samenstelling van het menselijke en dierlijke genoom en men had technieken ontwikkeld om genen te veranderen in het DNA van een dier.
Bij biotechnologie worden genen veranderd of overgeplaatst.
Onder welke conditie hadden intelligentieproeven met selectieve teelt nagenoeg geen effect?
Als beide groepen in een verarmde omgeving opgroeiden -> deze studie toont dus aan hoe milieu en erfelijkheid interageren in het tot uiting brengen van gedrag. Enkel als de omgeving voldoende rijk is, kan een genetisch verschil in intelligentie tot uiting komen.
Wat houdt selectieve teelt in bij gedragsgenetica?
Het selecteren van mannetjes en vrouwtjes dieren op een bepaalde eigenschap, deze met elkaar laten paren en dan nagaan of de eigenschap wordt overgegeven aan nakomelingen en welke omgevingsstimuli hiervoor nodig zijn.
Welke vormen van mensonderzoek worden gebruikt bij gedragsgenetica?
  1. Vergelijken van 1- met 2-eiige tweelingen
  2. Vergelijken van adoptiekinderen met kinderen die bij biologische ouders opgroeien
  3. Bestuderen van families met een bepaald kenmerk/gedragspatroon (via stamboomonderzoek)