Summary Psychologie en sociologie

-
467 Flashcards & Notes
55 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Psychologie en sociologie
  • Ella Wijsman
  • or

Summary - Psychologie en sociologie

  • 1 Gedrag en invloeden op gedrag

  • Wat is psychologie?
    De wetenschap die zich bezighoudt met het gedrag van de mens als individu
  • Wat is het verschil tussen psychologie en sociale psychologie?
    Sociaal psychologen bestuderen ook gedrag, maar dan vooral in de relatie tussen het individu en zijn sociale omgeving 
    (=ze bestuderen de wisselwerking tussen het individu en zijn sociale omgeving)
  • Wat bestudeert sociologie?
    De manier waarop mensen samenleven binnen bepaalde gemeenschappen of samenlevingsverbanden
  • Door welke factoren / invloeden wordt ons gedrag bepaald? 
    - fysiek lichamelijke factoren
    - psychische (persoonlijkheidskenmerken) factoren
    - sociale factoren (imitatiemodel) denk aan invloed van ouders e.d
    - culturele / spirituele factoren (waar staat je wieg, je normen en waarden)
    - fysisch / geografische factoren (in welk land groei je op?) fysisch houdt o.a. in jaargetijde en klimaat. 
  • 1.1 defintie van gedrag

  • Wat worden gezien als risicofactoren voor antisociaal gedrag?
    1 Impulsiviteit
    2 Lage verbale intelligente
    3 Slecht invoelend vermogen
  • Wat wordt bedoeld met 'maakbare' samenleving?
    In de jaren zeventig dacht men dat de mens veranderbaar was via opvoeding en andere vormen van sociale beïnvloeding
  • Waardoor wordt menselijk gedrag beïnvloed?
    1 Door omgevingsfactoren (iemands sociale cultuur)
    2 Erfelijke factoren (intelligentie, muzikaliteit, temperament factoren: mate van activiteit, snelheid van bewegen en impulscontrole)
  • Waar bestaat gedrag uit?
    Waarneembare handelingen en uit vormen van innerlijke activiteit die kunnen leiden tot waarneembare handelingen
  • 1.2 invloed op gedrag

  • Door welke invloeden wordt ons gedrag bepaald?
    1 Fysieke factoren
    2 Psychische factoren
    3 Sociale factoren
    4 Culturele en spirituele factoren
    5 Fysische en geografische factoren
  • Hoe kunnen fysieke (lichamelijke) factoren ons gedrag beïnvloeden?
    1 Pijn/ziekte kan ons humerig maken
    2 Handicaps belemmeren onze waarneming en beïnvloeden onze omgang met andere mensen 
    3 Honger of een overdosis aan chemische stoffen kunnen ervoor zorgen dat je lichamelijk en geestelijk niet meer normaal ontwikkelt
    4 Angst/paniekaanvallen kunnen ons gedrag ontregelen en denken en handelen verlammen
  • Hoe is ons uiterlijk van invloed op onze zelfbeleving en gedrag?
    - Als je vind dat je er lelijk/dik uitziet, ga je je vaak verlegen/onzeker/ongemakkelijk gedragen/voelen
    - Als je tevreden bent over je uiterlijk, kan dat doorwerken in je manier van lopen, maar ook in je omgang met andere mensen

    Het is even belangrijk hoe wij ons lichaam beleven
  • Hoe kunnen psychische factoren ons gedrag beïnvloeden?
    - Zelfbeleving 
    - Persoonlijkheidskenmerken  
    - Capaciteiten (intelligentie of muzikaliteit) 
    mate van intelligentie beïnvloedt sterk de mogelijkheid om goed op allerlei situaties te reageren en 'succes' te bereiken
    muzikaliteit zorgt ervoor dat je kunt communiceren in een andere taal
  • Waar hangt je psychisch functioneren van af?
    De levensfase waarin je verkeert.
  • Hoe kunnen fysische en geografische ons gedrag beïnvloeden?
    In Noorwegen zou je 's winters meer last van depressie kunnen hebben, omdat er weinig zonlicht is overdag
  • 2.1 het begrip persoonlijkheid

  • Wat is persoonlijkheid?
    De unieke, relatief duurzame manier waarop iemand geneigd zich te gaan gedragen en zich onderscheid van andere mensen (constant en stabiel)

    => chronische stress kan lijden tot persoonlijkheidsveranderingen
  • Wat is gedrag?
    Uit gedrag leiden we persoonlijkheidskenmerken af. De persoonlijkheid van iemand komt tot uiting in zijn of haar gedrag.
  • Wat betekent temperament?
    Wordt gezien als erfelijk (echter kan dit ook aan de omgeving gerelateerd zijn)
  • Wat is mechanisme socialisatie?
    Het leren dat bepaald gedrag acceptabel is binnen de (sub)cultuur waartoe het behoort en laat gedrag dat de gemeenschap afkeurt
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Psychologie en Sociologie
  • Ella Wijsman
  • 9789001816834 or 9001816835
  • 6e [herz.] dr.

Summary - Psychologie en Sociologie

  • 1 Gedrag en invloeden op gedrag

  • Wat is psychologie?

    Psychologie is de wetenschap die zich bezighoudt met  het gedrag van de mens als individu

  • Wat verstaan we onder gedrag?
    Gedrag bestaat uit waarneembare handelingen en uit vormen van innerlijke activiteit die kunnen leiden tot waarneembare handelingen.
  • wat is psychologie?
    de wetenschap die zich bezighoudt met het gedrag van de mens als individu
  • Wat is de letterlijke betekenis van psychologie?
    Wetenschap van den ziel.
  • Sociaal psychologen bestuderen de relatie tussen het individu en zijn sociale omgeving.

  • Welke invloed op gedrag zijn te onderscheiden?
    - fysieke factoren
    - psychische factoren
    - sociale factoren
    - culturele en spirituele factoren
    - fysische en geografische factoren
  • wat is sociale psychologie?
    het bestuderen van de wisselwerking tussen het individu en zijn sociale omgeving
  • Betekenis psychologie:
    Psychologie is de wetenschap die zich bezig houdt met het gedrag van de mens als individu.
  • wat is sociologie?
    het bestuderen van de manier waarop mensen samenleven binnen bepaalde gemeenschappen
  • Betekenis sociale psychologie:
    De sociale psycholoog bestudeert de wisselwerking tussen het individu en zijn sociale omgeving.
  • wat is innerlijk gedrag?
    niet alle gedrag is zichtbaar. bijv dromen of je boos voelen
  • Betekenis sociologie:
    De sociologie bestudeert de manier waarop mensen samenleven binnen bepaalde gemeenschappen of samenlevingsverbanden.
  • wat is gedrag?
    waarneembare handelingen, en vormen van innerlijke activiteit die kunnen leiden tot waarneembare handelen
  • Wat is empirie? (=werkelijkheid)
    Ervaringswetenschap
  • welke factoren hebben invloed op gedrag?
    -erfelijk; bepalen uiterlijk en lichamelijk functioneren.
    -temperament; snelheid van bewegen en impulscontrole
    -fysiek; het lichaam kan beletten om goed te functioneren
    -psychisch; zelfbeleving, persoonlijkheidskenmerken, intelligentie
    -sociaal; beïnvloeding door mensen om je heen, gedrag afstemmen
    -cultureel; aanleren omgangsregels uit onze cultuur
    -fysisch en geografisch; klimaat, plaats waar je woont
  • Wat is gedrag?
    Gedrag bestaat uit waarneembare handelingen en uit vormen van innerlijke activiteit die kunnen leiden tot waarneembare handelingen.
  • wat is persoonlijkheid?
    de unieke, relatief duurzame manier waarop iemand geneigd is zich te gedragen en zich onderscheid van andere mensen. het is constant en stabiel
  • We hebben bewust gedrag en onbewust gedrag.
  • hoe komt de persoonlijkheid tot uiting?
    in het gedrag
  • Wat is een freudiaanse vergissing?
    Je spreekt bijvoorbeeld je klasgenoot aan met de naam van je geliefde.
    Gedachten en emoties kunnen nog onbewust doorwerken.
  • waaruit bestaat de persoonlijkheid volgens freud?
    het id, het ego en het superego
  • Menselijk gedrag wordt beïnvloed door omgevingsfactoren of culturele factoren.
  • wat is het id van freud?
    een lustprincipe. een reservoir vol driften. het kind wordt beheerst door lusten of driften en wil deze bevredigd hebben. 
  • Bij gedrag zijn erfelijke factoren ook belangrijk!
  • let het ego uit
    het realiteitsprincipe. het ego ontwikkelt zich onder invloed van je omgeving waardoor je je driften leert beheersen. het ego is het centrale, besturende deel van de persoonlijkheid. het ego houdt het id onder controle. het houdt contact met de realiteit, met je omgeving
  • Zonder de goede genen komen erfelijke eigenschappen als intelligentie of muzikaliteit tot ontwikkeling, maar de juiste omgeving zorgt ervoor dat ze tot volledige expressie komen.
  • wat is het superego?
    een soort geweten. het bestaat uit de idealen die je voor jezelf hebt
  • Ons gedrag wordt bepaald door verschillende factoren:
    Fysiek, lichamelijk (uiterlijk)
    Psychisch (persoonskenmerken)
    Sociaal (imitatiemodel)
    Cultureel/spiritueel (waar staat je wieg?)
    Fysisch/geografisch (in welk land groei je op?) 
  • welke fasen horen bij de primitieve driften van het id?
    orale fase; de mond is het belangrijkste orgaan van genot. het kind leert in deze fase vertrouwen. bij onvoldoende veiligheid kan het kind wantrouwend worden.
    anale fase; plezier beleven aan plassen en poepen. in deze fase kan het kind overdreven koppig zijn. het wil oefenen met zelfstandigheid. bij fixatie kan het kind rebelleren. 
    fallische fase; lust beleven aan eigen geslachtsorganen. het oedipuscomplex speelt belangrijke rol. 
    latente fase; kind richt zich op schoolwerk.
    genitale fase; kind is in staat betekenisvolle relatie aan te gaan.
  • Bij psychologie wordt aandacht besteed aan: denken, voelen en handelen.
  • wat is het oedipuscomplex?
    het kind ontwikkelt gevoelens van liefde voor de ouder van het andere geslacht en reageert met vijandigheid op de ouder van het andere geslacht
  • Wathebbendezegedragswetenschappen met de studieIntegraleVeiligheidtemaken?
    Veelveiligheidsproblemenvindenvooreengrootdeelhunoorsprong in (risicovol) menselijkgedrag -> overlast, criminaliteit, terrorisme, ongevallen.
  • wat is het ajase-complex?
    de haat van het jongetje wordt gericht tegen moeder. schuldgevoelens ontstaan. 
  • Integraal:  Alledrie de wetenschappen kunnen zich bezig houden met het zelfde onderwerp. Elk neemt een andere invalshoek (bril).
  • wat zijn de 5 fasen tijdens de kindertijd volgens erikson?
    -vertrouwen vs wantrouwen
    -zelfstandigheid vs schaamte en twijfel
    -initiatief vs schuldgevoel
    -vlijt vs minderwaardigheid
    -identiteit vs rolverwarring
  • Integraal:
    Psychologie bekijkt bijvoorbeeld de relatie tussen bepaalde persoonlijkheidskenmerken en criminaliteit.

    Sociale psychologie kan de criminaliteit bekijken als een vorm van beïnvloeding.

    Sociologie bekijkt bijvoorbeeld of er verbanden bestaan tussen de economischerecessie en criminaliteit.
  • wat zijn afweermechanismen?
    grotendeels onbewuste maatregelen die iemand neemt om zich te beschermen tegen te grote spanning, pijn of sterke emoties.
  • Hoewel lichamelijke processen en factoren belangrijk zijn, is het voor ons gedrag minstens even belangrijk hoe wij ons lichaam beleven.
  • noem de afweermechanismen (7)
    -verdringing; gebeurtenissen worden weggestopt of vergeten
    -projectie; toeschrijven van eigen emoties aan anderen
    -regressie; terugvallen in kinderlijk of afhankelijk gedrag
    -overdekking door het tegendeel; tegenovergesteld gedrag ontwikkelen
    -rationalisatie; wegpraten van twijfels en emoties
    -verplaatsing; de emotie verplaatsen naar andere situatie
    -vluchtgedrag; afleiding zoeken om emotie te vergeten
  • Er is sprake van een wisselwerking tussen lichamelijke en psychische factoren.
  • wat is sublimatie?
    niet acceptabele gedragingen omzetten in wel aanvaardbaar gedrag. 
  • Spiegelneuronen zorgen dat we imiteren, iets ook (bijna) voelen. Als je mensen op een film ziet kussen, lijkt het wel of je zelf gekust wordt.
  • leg de trekken theorie uit
    mensen zijn van elkaar te onderscheiden doordat ze verschillen in persoonlijkheid of karaktertrekken.
  • wat zijn de 2 belangrijkste dimensies van de persoonlijkheid volgens de trekkentheorie?
    extraversie en neuroticisme 
  • noem de dimensies van de big 5
    -extraversie; extravert en introvert
    -vriendelijkheid; onvriendelijkheid
    -zorgvuldigheid; nonchalant
    -emotionele stabiliteit; neurotisch
    -openheid voor nieuwe ideeën; conventionaliteit
  • wat zijn behavioristen?
    zij spreken liever over gedrag dan over persoonlijkheid. gedrag is meetbaar en beïnvloedbaar.  
  • maslow is een vertegenwoordiger van de humanistische psychologie
  • hoe zien de humanistische psychologen de mens?
    de mens is vrij om te kiezen door wie het zich laat beïnvloeden. wanneer het je lukt om je basisbehoeften te bevredigen zul je gaan streven naar hogere doelen en zul je je willen ontplooiien
  • noem een aantal persoonlijkheidstheorieën 
    -psychoanalyse
    -trekkentheorie
    -behaviorisme
    -humanistische psychologie
  • wat is socialisatie?
    het overnemen en verinnerlijken van overtuigingen en gedragingen van andere mensen binnen een bepaalde cultuur. imitatie- en identificatieprocessen zijn daarbij belangrijk
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

begrip P
unieke relatief duurzame manier waarop iemand geniegd is zich te gedragen, onderschieden van andre mensen.
Hoe kun je misverstanden proberen weg te nemen?
door metacommunicatie
- je kunt verklaren dat je alleen feiten wilt (zakelijke aspect)
- je kunt iets over jezelf vertellen (expressieve aspect)
- je kunt vertellen hoe je de relatie tot de ander ziet/zag (relationele aspect)
- uitleg geven over je bedoeling (appellerende aspect)
Aan welke voorwaarden moet communicatie voldoen om effectief te zijn?
1 Technische voorwaarde: je moet elkaars taal spreken
2 Cognitieve voorwaarde: je moet elkaar kunnen begrijpen (zelfde niveau van cognitief intellectueel functioneren)
3 Interpretatieve voorwaarde: je moet dezelfde interpretatie hebben of weten wat de interpretatie van de ander en van jezelf is 
4 Affectieve voorwaarde: begrijpen welke emoties opgeroepen kunnen worden door bepaald gedrag te vertonen
Wanneer is communicatie effectief?
wanneer de ontvanger niet alleen begrijpt wat de zender bedoelt, maar ook de reactie laat zien waar de zender op gerekend heeft
wat is een complementaire relatie?
de een neemt initiatief, is de leidende figuur en de volgt, denkt mee, laat zich leiden
wat is een symmetrische relatie?
als je de ander als gelijkwaardig als jezelf (de ander heeft dezelfde rechten)
Op welke manieren kan je een boodschap analyseren?
- zakelijke aspect
de booschap heeft een zakelijke, feitelijke inhoud
- expressieve aspect
je geeft als zender informatie over je gemoedstoestand, attitudes, taalgebruik, capaciteiten en gedragingen
- relationele aspect 
je maakt als zender duidelijk hoe je de relatie ziet tussen jou en de ander(en)
- appellerende aspect
het effect dat de zender wil bereiken, is het zodanig beïnvloeden van de ander
Wat zijn betrekkingen?
langdurige en (bijna) onverbrekelijke relaties, maar ook kortdurende, vluchtige realties
Waardoor ontstaan misverstanden in de communicatie?
- het negeren van informatie die strijdig is met onze kennis en attitudes
- inconsistente non-verbale signalen: de toon of de uitdrukking van het gezicht komt niet overeen met de boodschap die gezonden wordt 
- emotionele geladenheid (iemand is boos en komt niet goed uit zijn woorden) 
- gebrek aan vertrouwen
- machts- en statusproblemen 
- milieuverschillen en verschillen in cultuur 
- verschillen in beleving van de werkelijkheid door mannen en vrouwen, kinderen en volwassenen
Noem voorbeelden van diskwalificaties?
- jezelf tegenspreken
- vaag en algemeen praten
- zeggen dat je slechts hardop tegen jezelf praat 
- zeggen dat jij het niet vindt, maar dat men het niet goed vind 
- te veel generaliseren 
- stilte, zwijgen 
- beeldspraak te letterlijk nemen of er onterecht grapjes over maken