Summary Psychologie en sociologie

-
467 Flashcards & Notes
56 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Psychologie en sociologie
  • Ella Wijsman
  • or

Summary - Psychologie en sociologie

  • 1 Gedrag en invloeden op gedrag

  • Wat is psychologie (letterlijke betekenis)?
    Wetenschap van de ziel.
    Ervaringswetenschap = empirie (werkelijkheid)
    Buitenkant versus binnenkant.
  • Wat is psychologie?
    De wetenschap die zich bezighoudt met het gedrag van de mens als individu
  • Wat is psychologie volgens de wetenschap (het boek)?
    de wetenschap die zich bezighoudt met het gedrag van de mens als individu. 
  • Wat is het verschil tussen psychologie en sociale psychologie?
    Sociaal psychologen bestuderen ook gedrag, maar dan vooral in de relatie tussen het individu en zijn sociale omgeving 
    (=ze bestuderen de wisselwerking tussen het individu en zijn sociale omgeving)
  • Wat bestudeert de sociale psychologie?
    Deze bestudeert de wisselwerking tussen individu en zijn sociale omgeving. 
  • Wat bestudeert sociologie?
    De manier waarop mensen samenleven binnen bepaalde gemeenschappen of samenlevingsverbanden
  • Psychologie als wetenschap
    Bestuderen van een object Verschil wetenschappelijke en dagelijkse kennis:

    •Regels en methoden;
    •Objectief ;
    •Theorie (beschrijven, verklaren, voorspellen);
    •Iedere wetenschap heeft een andere theorie
  • Wat is sociologie?
    deze bestudeert de manier waarop mensen samenleven binnen bepaalde gemeenschappen of samenlevingsverbanden.
  • Wat is gedrag?
    gedrag bestaat uit waarneembare handelingen en uit vormen van innerlijke activiteit die kunnen leiden tot waarneembare handelingen. 
  • Wat staat centraal bij sociale psychologie? 
  • Wat staat centraal bij sociale psychologie?
    De relatie die een persoon met zijn sociale omgeving heeft staat centraal. Dus de invloed die een persoon in een groep waarin hij verkeerd ondergaat. 
  • Wat is het verschil tussen psychologie en sociologie?
    Bij psychologie gaat het om het gedrag van de individuele mens. Bij sociologie gaat het om het gedrag van groepen mensen en de beïnvloeding  van mensen door de maatschappij waarin ze leven. 
  • Door welke factoren / invloeden wordt ons gedrag bepaald? 
    - fysiek lichamelijke factoren
    - psychische (persoonlijkheidskenmerken) factoren
    - sociale factoren (imitatiemodel) denk aan invloed van ouders e.d
    - culturele / spirituele factoren (waar staat je wieg, je normen en waarden)
    - fysisch / geografische factoren (in welk land groei je op?) fysisch houdt o.a. in jaargetijde en klimaat. 
  • Buiten - en binnenkant
    Buitenkant = waarneembaar gedrag
    Binnenkant = subjectieve beleving, moeilijk waar te nemen (cognitie)
    Bij psychologie wordt zowel het gedrag van mensen bestudeerd, als de gevoelens en gedachten die zij daarbij hebben. 
    Denken, voelen en handelen. 
  • Psychologisch onderzoek wordt veelvuldig toegepast als een selectiemiddel bij een sollicitatie. 
  • Wat hebben de gedragswetenschappen (psychologie, sociale psychologie en sociologie) te maken met de studie Integrale Veiligheid
    Veel veiligheidsproblemen vinden voor een groot deel hun oorsprong in (risicovol) menselijk gedrag. Denk aan overlast, criminaliteit, terrorisme en ongevallen bv
  • Integraal: 
    alle drie de wetenschappen kunnen zich bezighouden met hetzelfde onderwerp. Elke wetenschap neemt een andere invalshoek (bril).
  • Integraal:
    criminaliteit
    Psychologie bekijkt bijvoorbeeld de relatie tussen bepaalde persoonlijkheidskenmerken en criminaliteit.
    Sociale psychologie kan de criminaliteit bekijken als een vorm van beïnvloeding.
    Wordt iemand door een groep 'aangezet' tot crimineel gedrag, welke invloed hebben ouders?
    Sociologie bekijkt bijvoorbeeld of er verbanden bestaan tussen economische recessie en criminaliteit.
  • 1.1 defintie van gedrag

  • Wat is gedrag
    gedrag bestaat uit waarneembare handelingen en uit vormen van innerlijke activteit die kunnen leiden tot waarneembare handelingen
  • Wat worden gezien als risicofactoren voor antisociaal gedrag?
    1 Impulsiviteit
    2 Lage verbale intelligente
    3 Slecht invoelend vermogen
  • Wat wordt bedoeld met 'maakbare' samenleving?
    In de jaren zeventig dacht men dat de mens veranderbaar was via opvoeding en andere vormen van sociale beïnvloeding
  • Waardoor wordt menselijk gedrag beïnvloed?
    1 Door omgevingsfactoren (iemands sociale cultuur)
    2 Erfelijke factoren (intelligentie, muzikaliteit, temperament factoren: mate van activiteit, snelheid van bewegen en impulscontrole)
  • Waar bestaat gedrag uit?
    Waarneembare handelingen en uit vormen van innerlijke activiteit die kunnen leiden tot waarneembare handelingen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Psychologie en Sociologie
  • Ella Wijsman
  • 9789001816834 or 9001816835
  • 6e [herz.] dr.

Summary - Psychologie en Sociologie

  • 1 Gedrag en invloeden op gedrag

  • Wat is psychologie?

    Psychologie is de wetenschap die zich bezighoudt met  het gedrag van de mens als individu

  • Wat verstaan we onder gedrag?
    Gedrag bestaat uit waarneembare handelingen en uit vormen van innerlijke activiteit die kunnen leiden tot waarneembare handelingen.
  • wat is psychologie?
    de wetenschap die zich bezighoudt met het gedrag van de mens als individu
  • Wat is de letterlijke betekenis van psychologie?
    Wetenschap van den ziel.
  • Sociaal psychologen bestuderen de relatie tussen het individu en zijn sociale omgeving.

  • Welke invloed op gedrag zijn te onderscheiden?
    - fysieke factoren
    - psychische factoren
    - sociale factoren
    - culturele en spirituele factoren
    - fysische en geografische factoren
  • wat is sociale psychologie?
    het bestuderen van de wisselwerking tussen het individu en zijn sociale omgeving
  • Betekenis psychologie:
    Psychologie is de wetenschap die zich bezig houdt met het gedrag van de mens als individu.
  • wat is sociologie?
    het bestuderen van de manier waarop mensen samenleven binnen bepaalde gemeenschappen
  • Betekenis sociale psychologie:
    De sociale psycholoog bestudeert de wisselwerking tussen het individu en zijn sociale omgeving.
  • wat is innerlijk gedrag?
    niet alle gedrag is zichtbaar. bijv dromen of je boos voelen
  • Betekenis sociologie:
    De sociologie bestudeert de manier waarop mensen samenleven binnen bepaalde gemeenschappen of samenlevingsverbanden.
  • wat is gedrag?
    waarneembare handelingen, en vormen van innerlijke activiteit die kunnen leiden tot waarneembare handelen
  • Wat is empirie? (=werkelijkheid)
    Ervaringswetenschap
  • welke factoren hebben invloed op gedrag?
    -erfelijk; bepalen uiterlijk en lichamelijk functioneren.
    -temperament; snelheid van bewegen en impulscontrole
    -fysiek; het lichaam kan beletten om goed te functioneren
    -psychisch; zelfbeleving, persoonlijkheidskenmerken, intelligentie
    -sociaal; beïnvloeding door mensen om je heen, gedrag afstemmen
    -cultureel; aanleren omgangsregels uit onze cultuur
    -fysisch en geografisch; klimaat, plaats waar je woont
  • Wat is gedrag?
    Gedrag bestaat uit waarneembare handelingen en uit vormen van innerlijke activiteit die kunnen leiden tot waarneembare handelingen.
  • wat is persoonlijkheid?
    de unieke, relatief duurzame manier waarop iemand geneigd is zich te gedragen en zich onderscheid van andere mensen. het is constant en stabiel
  • We hebben bewust gedrag en onbewust gedrag.
  • hoe komt de persoonlijkheid tot uiting?
    in het gedrag
  • Wat is een freudiaanse vergissing?
    Je spreekt bijvoorbeeld je klasgenoot aan met de naam van je geliefde.
    Gedachten en emoties kunnen nog onbewust doorwerken.
  • waaruit bestaat de persoonlijkheid volgens freud?
    het id, het ego en het superego
  • Menselijk gedrag wordt beïnvloed door omgevingsfactoren of culturele factoren.
  • wat is het id van freud?
    een lustprincipe. een reservoir vol driften. het kind wordt beheerst door lusten of driften en wil deze bevredigd hebben. 
  • Bij gedrag zijn erfelijke factoren ook belangrijk!
  • let het ego uit
    het realiteitsprincipe. het ego ontwikkelt zich onder invloed van je omgeving waardoor je je driften leert beheersen. het ego is het centrale, besturende deel van de persoonlijkheid. het ego houdt het id onder controle. het houdt contact met de realiteit, met je omgeving
  • Zonder de goede genen komen erfelijke eigenschappen als intelligentie of muzikaliteit tot ontwikkeling, maar de juiste omgeving zorgt ervoor dat ze tot volledige expressie komen.
  • wat is het superego?
    een soort geweten. het bestaat uit de idealen die je voor jezelf hebt
  • Ons gedrag wordt bepaald door verschillende factoren:
    Fysiek, lichamelijk (uiterlijk)
    Psychisch (persoonskenmerken)
    Sociaal (imitatiemodel)
    Cultureel/spiritueel (waar staat je wieg?)
    Fysisch/geografisch (in welk land groei je op?) 
  • welke fasen horen bij de primitieve driften van het id?
    orale fase; de mond is het belangrijkste orgaan van genot. het kind leert in deze fase vertrouwen. bij onvoldoende veiligheid kan het kind wantrouwend worden.
    anale fase; plezier beleven aan plassen en poepen. in deze fase kan het kind overdreven koppig zijn. het wil oefenen met zelfstandigheid. bij fixatie kan het kind rebelleren. 
    fallische fase; lust beleven aan eigen geslachtsorganen. het oedipuscomplex speelt belangrijke rol. 
    latente fase; kind richt zich op schoolwerk.
    genitale fase; kind is in staat betekenisvolle relatie aan te gaan.
  • Bij psychologie wordt aandacht besteed aan: denken, voelen en handelen.
  • wat is het oedipuscomplex?
    het kind ontwikkelt gevoelens van liefde voor de ouder van het andere geslacht en reageert met vijandigheid op de ouder van het andere geslacht
  • Wathebbendezegedragswetenschappen met de studieIntegraleVeiligheidtemaken?
    Veelveiligheidsproblemenvindenvooreengrootdeelhunoorsprong in (risicovol) menselijkgedrag -> overlast, criminaliteit, terrorisme, ongevallen.
  • wat is het ajase-complex?
    de haat van het jongetje wordt gericht tegen moeder. schuldgevoelens ontstaan. 
  • Integraal:  Alledrie de wetenschappen kunnen zich bezig houden met het zelfde onderwerp. Elk neemt een andere invalshoek (bril).
  • wat zijn de 5 fasen tijdens de kindertijd volgens erikson?
    -vertrouwen vs wantrouwen
    -zelfstandigheid vs schaamte en twijfel
    -initiatief vs schuldgevoel
    -vlijt vs minderwaardigheid
    -identiteit vs rolverwarring
  • Integraal:
    Psychologie bekijkt bijvoorbeeld de relatie tussen bepaalde persoonlijkheidskenmerken en criminaliteit.

    Sociale psychologie kan de criminaliteit bekijken als een vorm van beïnvloeding.

    Sociologie bekijkt bijvoorbeeld of er verbanden bestaan tussen de economischerecessie en criminaliteit.
  • wat zijn afweermechanismen?
    grotendeels onbewuste maatregelen die iemand neemt om zich te beschermen tegen te grote spanning, pijn of sterke emoties.
  • Hoewel lichamelijke processen en factoren belangrijk zijn, is het voor ons gedrag minstens even belangrijk hoe wij ons lichaam beleven.
  • noem de afweermechanismen (7)
    -verdringing; gebeurtenissen worden weggestopt of vergeten
    -projectie; toeschrijven van eigen emoties aan anderen
    -regressie; terugvallen in kinderlijk of afhankelijk gedrag
    -overdekking door het tegendeel; tegenovergesteld gedrag ontwikkelen
    -rationalisatie; wegpraten van twijfels en emoties
    -verplaatsing; de emotie verplaatsen naar andere situatie
    -vluchtgedrag; afleiding zoeken om emotie te vergeten
  • Er is sprake van een wisselwerking tussen lichamelijke en psychische factoren.
  • wat is sublimatie?
    niet acceptabele gedragingen omzetten in wel aanvaardbaar gedrag. 
  • Spiegelneuronen zorgen dat we imiteren, iets ook (bijna) voelen. Als je mensen op een film ziet kussen, lijkt het wel of je zelf gekust wordt.
  • leg de trekken theorie uit
    mensen zijn van elkaar te onderscheiden doordat ze verschillen in persoonlijkheid of karaktertrekken.
  • wat zijn de 2 belangrijkste dimensies van de persoonlijkheid volgens de trekkentheorie?
    extraversie en neuroticisme 
  • noem de dimensies van de big 5
    -extraversie; extravert en introvert
    -vriendelijkheid; onvriendelijkheid
    -zorgvuldigheid; nonchalant
    -emotionele stabiliteit; neurotisch
    -openheid voor nieuwe ideeën; conventionaliteit
  • wat zijn behavioristen?
    zij spreken liever over gedrag dan over persoonlijkheid. gedrag is meetbaar en beïnvloedbaar.  
  • maslow is een vertegenwoordiger van de humanistische psychologie
  • hoe zien de humanistische psychologen de mens?
    de mens is vrij om te kiezen door wie het zich laat beïnvloeden. wanneer het je lukt om je basisbehoeften te bevredigen zul je gaan streven naar hogere doelen en zul je je willen ontplooiien
  • noem een aantal persoonlijkheidstheorieën 
    -psychoanalyse
    -trekkentheorie
    -behaviorisme
    -humanistische psychologie
  • wat is socialisatie?
    het overnemen en verinnerlijken van overtuigingen en gedragingen van andere mensen binnen een bepaalde cultuur. imitatie- en identificatieprocessen zijn daarbij belangrijk
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

begrip P
unieke relatief duurzame manier waarop iemand geniegd is zich te gedragen, onderschieden van andre mensen.
Hoe kun je misverstanden proberen weg te nemen?
door metacommunicatie
- je kunt verklaren dat je alleen feiten wilt (zakelijke aspect)
- je kunt iets over jezelf vertellen (expressieve aspect)
- je kunt vertellen hoe je de relatie tot de ander ziet/zag (relationele aspect)
- uitleg geven over je bedoeling (appellerende aspect)
Aan welke voorwaarden moet communicatie voldoen om effectief te zijn?
1 Technische voorwaarde: je moet elkaars taal spreken
2 Cognitieve voorwaarde: je moet elkaar kunnen begrijpen (zelfde niveau van cognitief intellectueel functioneren)
3 Interpretatieve voorwaarde: je moet dezelfde interpretatie hebben of weten wat de interpretatie van de ander en van jezelf is 
4 Affectieve voorwaarde: begrijpen welke emoties opgeroepen kunnen worden door bepaald gedrag te vertonen
Wanneer is communicatie effectief?
wanneer de ontvanger niet alleen begrijpt wat de zender bedoelt, maar ook de reactie laat zien waar de zender op gerekend heeft
wat is een complementaire relatie?
de een neemt initiatief, is de leidende figuur en de volgt, denkt mee, laat zich leiden
wat is een symmetrische relatie?
als je de ander als gelijkwaardig als jezelf (de ander heeft dezelfde rechten)
Op welke manieren kan je een boodschap analyseren?
- zakelijke aspect
de booschap heeft een zakelijke, feitelijke inhoud
- expressieve aspect
je geeft als zender informatie over je gemoedstoestand, attitudes, taalgebruik, capaciteiten en gedragingen
- relationele aspect 
je maakt als zender duidelijk hoe je de relatie ziet tussen jou en de ander(en)
- appellerende aspect
het effect dat de zender wil bereiken, is het zodanig beïnvloeden van de ander
Wat zijn betrekkingen?
langdurige en (bijna) onverbrekelijke relaties, maar ook kortdurende, vluchtige realties
Waardoor ontstaan misverstanden in de communicatie?
- het negeren van informatie die strijdig is met onze kennis en attitudes
- inconsistente non-verbale signalen: de toon of de uitdrukking van het gezicht komt niet overeen met de boodschap die gezonden wordt 
- emotionele geladenheid (iemand is boos en komt niet goed uit zijn woorden) 
- gebrek aan vertrouwen
- machts- en statusproblemen 
- milieuverschillen en verschillen in cultuur 
- verschillen in beleving van de werkelijkheid door mannen en vrouwen, kinderen en volwassenen
Noem voorbeelden van diskwalificaties?
- jezelf tegenspreken
- vaag en algemeen praten
- zeggen dat je slechts hardop tegen jezelf praat 
- zeggen dat jij het niet vindt, maar dat men het niet goed vind 
- te veel generaliseren 
- stilte, zwijgen 
- beeldspraak te letterlijk nemen of er onterecht grapjes over maken