Summary Psychologie in de Gezondheidszorg

-
ISBN-10 903133796X ISBN-13 9789031337965
178 Flashcards & Notes
7 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Psychologie in de Gezondheidszorg". The author(s) of the book is/are A J J M Vingerhoets P H G M Soons Petrus Franciscus Marie Kop. The ISBN of the book is 9789031337965 or 903133796X. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Psychologie in de Gezondheidszorg

  • 1 Psychologie in de gezondheidszorg

  • Hoofdstuk 1
    Psychologie in de gezondheidszorg
  • 1.4 De rol van de psychologie in de geneeskunde

  • Samengevat: Wat is de rol van de psychologie in de geneeskunde?
    Het biomedische model was ontoereikend (om gezondheid en ziekte te verklaren) daardoor ontstaan nieuwe stromingen die de relatie tussen psychologie/psychiatrie en geneeskunde leggen: 
    • Psychosomatische geneeskunde: (voorloper klinische gezondheidspsychologie): onbewuste conflicten en persoonlijkheid kunnen ten grondslag liggen aan gezondheidsklachten.
    • Behavioral medicine: empirisch onderbouwde gedragsverklaringen voor 'psychosomatische' aandoeningen. Fysiologische problemen/ziekte is 'gedrag' wat gebruikt kan worden als communicatiemiddel (gezondheidsklachten als coping) Gedrag is aan te leren en dus ook weer af te leren. (niet voor aandoeningen met een organische oorsprong) Richt zich op gedragstherapeutische technieken, preventie, diagnose en behandeling van somatische aandoeningen.
    • Gezondheidspsychologie: uitgangspunt is het biopsychosociale model dat ervanuit gaat dat biologische, fysiologische, psychologische, gedragsmatige, sociale en omgevingsfactoren allemaal invloed hebben op gezondheid en ziekte. 
  • 1.6 Diagnostiek

  • Bij assessment worden in verschillende domeinen informatie verzameld. Kan je een voorbeeld geven?
    Biologisch/fysieke domein: 
    • leeftijd, zender, etniciteit, medische achtergrond, gebruik van middelen. 
    Affectieve domein:
    • gezinsomstandigheden, gezondheidszorgsysteem, socio-culturele achtergronden.
    Cognitieve domein: 
    • intelligentie, geheugen, informatieverwerkingsstijl
    Gedragsmatige domein: 
    • leefstijl, sporten, gezondheidsbevorderende gedrag
  • Welke vraagstellingstypen bevat assessment?
    • Beschrijvend: Wat voor iemand is de patiënt
    • Onderkennend: Wil de patiënt iets met zijn ziekte communiceren?
    • Verklarend: Is er een verklaring voor de ontwikkeling van deze klachten op dit moment?
    • Voorspellend: Wat is er nodig om verdere problemen te voorkomen?
    • Indicerend: Hoe kan de client het beste geholpen worden?
    • Evaluerend: Wordt deze client adequaat geholpen?
  • Over welke inzichten moet de gezondheidspsycholoog beschikken bij het diagnostisch proces om psychosociale determinanten van gezondheid en ziekte op te kunnen sporen?
    De psycholoog moet inzicht hebben in:
    • gezondheid- en ziektegedrag
    • psychosociale factoren (die van invloed zijn)
    • psycho(bio)logische mechanismen
    • ziekte-beleving van de patiënt 
    • contact-belevingt met de gezondheidszorg van de patiënt
    • kennis van verschillen in gender/cultuur
  • Wat kan je vertellen over classificatie volgens de DSM?
    Abnormaal en afwijkend gedrag is in drie overlappende aspecten te verdelen:
    1. aard vh afwijkende gedrag (klinisch beeld)
    2. determinanten vh afwijkende gedrag
    3. methoden die het afwijkende gedrag kunnen verminderen of weghalen

    De DSM heeft een meerassig-classificatiesysteem, elke as verwijst naar een ander kennisdomein dat kan helpen bij het maken van een behandelplan

    As I: Klinische stoornissen en andere aandoeningen die reden voor zorg kunnen zijn. (met uitzondering van de persoonlijkheidsstoornissen en zwakzinnigheid)
    • ontwikkelingsstoornissen
    • schizofrenie
    • andere psychotische stoornissen
    • angst en stemmingsstoornissen
    • somatoforme stoornissen
    As II: Persoonlijkheidsstoornissen/zwakzinnigheid
    Cluster A: paranoïde, schizoïde en schizotypische persoonlijkheidsstoornis
    Cluster B: theatrale, narcistische en borderlinepersoonlijkheidsstoornis
    Cluster C: afhankelijke, ontwijkende en obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis.
    As III: Somatische aandoeningen
    As IV: Psychosociale en omgevingsproblemen die de diagnose, behandeling en prognose van psychische stoornissen op As I en As II kunnen beïnvloeden. (bv. gebrek aan sociale steun, financiële problemen, problemen met justitie)
    As V: Algehele beoordeling van het functioneren (GAF-schaal)
  • 1.7 Vaak toegepaste interventies voor het preventief, curatief en begeleidend handelen

  • Wat is het doel van de assessmentprocedure?
    De assessmentprocedure moet vertaald worden in een interventieplan met als doel:
    (patient/omgeving gericht, met de focus op het biologische, affectieve, cognitieve en/of gedragsdomein)
    • voorkómen van toename van klachten/stoornissen
    • bevorderen van herstel van ziekte of medische ingreep
    • leren omgaan met ongeneeslijke of chronische lichamelijke aandoeningen.
  • De eerste stap die gezet moet worden is het maken van een behandelplan. Wat moet hierin komen te staan?
    Het behandelplan moet de volgende 4 punten bevatten:
    1. Klachten: de ervaren problemen van de client. (Beperken tot de klachten waar de behandelaar iets mee denkt te kunnen en waarop de behandeling gericht zal zijn.)
    2. Hypothese: Wat staat herstel in de weg? Factoren die beïnvloedbaar/behandelbaar zijn.
    3. Voorgenomen methode/uitvoering: expliciet wat en hoe men dat wil gaan doen, sluit aan op de hypothese, rol van derden. 
    4. Beoogd resultaat: wanneer er geen volledige oplossing voor het probleem is dan wel een significante reductie van de klachten nastreven.

    Eventueel uitbreiden met:
    1. Voorgeschiedenis: biografische en anamnestische informatie
    2. DSM diagnose: Enkel wanneer een DSM-diagnose iets zegt over de factoren die veroorzaken of instandhouden.  
    3. Afspraken: expliciete afspraken kunnen handig zijn on vast te leggen.
  • Wat kan je zeggen over patiëntgerichte interventies?
    De patiëntgerichte interventies zijn in drie domeinen in te delen, namelijk: 
    1. Patiëntgerichte interventies op biologisch domein: gericht op directe verandering in de fysiologische reacties die samenhangen met de ziekte of stoornis.  (biofeedback)
    2. Patiëntgerichte interventies binnen het affectieve domein: gericht op verbetering in stemming en emotioneel welbevinden. Stemmingen vaak verweven met lichamelijke problemen. (Bij angst, depressie, vijandigheid; aanleren ontspanningstechnieken, systematische desensitisatie)
    3. Patiëntgerichte interventies binnen het cognitieve domein: gericht op onrealistische gedachten/verwachtingen (met een negatieve invloed) te weerleggen. Niet de gebeurtenis is oorzaak van emotie maar de gedachte over de gebeurtenis.(RET)
    4. Patiëntgerichte interventies binnen het gedragsdomein: gericht om verandering in gedrag te bewerkstelligen. (assertiviteitstraining, selfmonitoring voor inzicht voor interne of externe cues die het ongewenst gedrag initiëren.)

    Vaak wordt er ook voor een multidisciplinaire aanpak gekozen, namelijk een aanpak op meerdere domeinen omdat er een complex samenspel van factoren over de domeinen verdeeld kunnen zijn. (bv stressmanagement)
  • Wat kan je zeggen over omgevingsgerichte doelen?
    De omgevingsgerichte doelen omvatten
    • het gezin: (als systeem) Alle gezinsleden beïnvloeden elkaar. Verandering bij 1 gezinslid kan invloed hebben op het hele systeem. Daarom moet er voor het hele gezin informatie en ondersteuning zijn, zodat het systeem goed blijft functioneren. 
    • het gezondheidszorgsysteem: Interventies die gericht zijn op het faciliteren van de therapeutische relatie tussen hulpverleners en patiënt. Informatie, consultatie en educatie tbc attitude hulpverleners.
    • de socio-culturele context: bevat interventies gericht op het sociale netwerk van de patiënt. (bv werkomgeving)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.