Summary Psychologie van de adolescentie

-
ISBN-10 9006951420 ISBN-13 9789006951424
1740 Flashcards & Notes
36 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Psychologie van de adolescentie". The author(s) of the book is/are Nicolaas Willem Slot Marcellinus Antonius Gerhardus van Aken. The ISBN of the book is 9789006951424 or 9006951420. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Psychologie van de adolescentie

  • 1 Inleiding

  • Hoe kun je adolescentie typeren?
    Als een periode tussen de kinderjaren en de volwassenheid. Het is een periode van overgang met veel ontwikkelingen en diverse uitdagingen. Er voltrekt zich een biologisch rijpingsproces van zowel hormoonhuishouding als hersenen

    OF

    refereert naar de transitiefase waarin jongeren de veranderingen die zich ten gevolge van rijping en ontwikkeling voordoen gaan integreren tot persoonskenmerken.
  • In welke drie categorieën kunnen de klassieke theorieën worden opgedeeld?
    - de psychoanalytische
    - de sociaal-culturele
    - de cognitieve theorieën. 
  • Arnett : emerging adulthood = ontluikende volwassenheid. Vertel ?
    Jongeren in westerse, geïndustrialiseerde landen:  langer thuis, studeren langer > later werken. Nog geen volwassen rol oppakken >  meer tijd voor experimenteren voordat keuze in de liefde en werk gemaakt worden.
    Arnett: niet per se negatief.
    Moffit: jongeren moeten vroeg zelfstandig zijn > middelen passend bij volwassenheid (baan, huis, relatie) komen later > probleemgedrag.
  • Hoe wordt adolescentie op het moment gezien?
    • Grenzen van adolescentie vervagen.
    • Als een kunstmatig begrip, want veel grenzen zijn cultuurafhankelijk.
  • Typeer puberteit
    refereert aan het proces van geslachtsrijp worden, inclusief de hormonale ontwikkeling die de geslachtsrijpheid en tal van andere rijpings- en ontwikkelingsprocessen aanstuurt. Het markeert het beginpunt van de adolescentie.
  • Welke leeftijdsgrenzen kent (bij benadering)de adolescentieleeftijd?
    • Periode van 10 tot 22 jaar:
    • Vroege adolescentie: tussen 10 en 13 jaar
    • Middenadolescentie: tussen 14 en 18 jaar
    • Late adololescentie: tussen 19 en 22 jaar
    • Voor de meesten afgerond op 25 ste
  •  Beschrijf hoe de drie klassieke theorieën denken over de Storm-and-Stress-hypothese; neem hierin mee de verschillen en overeenkomsten tussen de theorieën.
    De theorieën hebben met elkaar gemeen dat ze alle drie de adolescentie zien als een periode van toegenomen emotionele verwarring (Storm and Stress). De oorzaak van deze verwarring wordt echter door de theorieën in verschillende hoeken gezocht. De psychoanalytische theorie wijt deze emotionele verwarring aan de toegenomen activiteit van de driften. Volgens de sociaal-culturele theorie hangt de emotionele verwarring samen met de biologische veranderingen die in de adolescentie plaatsvinden maar is de mate van deze verwarring afhankelijk van de bredere culturele context. De cognitieve theorie tot slot wijt de Storm and Stress aan veranderingen in het denken waarbij er een egocentrisme ontwikkelt die ervoor zorgt dat de adolescent zich uniek en onbegrepen voelt (emotionele onrust) maar ook onkwetsbaar (risicogedrag). 
  • Als je dan toch een indeling moet maken over de adolescentieperiode: hoe zit die eruit?
    10 tot 22: adolescentie 
    10 - 13 jaar: vroege adolescentie
    14 - 18 jaar: midden adolescentie
    19 - 22 jaar: late adolescentie.
    Rond 25ste zijn de meeste volwassen rollen wel opgepakt.
  • Drie domeinen van veranderingen:
    De veranderingen binnen de jongere vinden op een aantal domeinen plaats:
    - Biologische domein: snelle veranderingen in het uiterlijk en seksuele ontwikkeling.
    - Cogniteve domein: jongeren kunnen abstract en in hypothetische termen denken. Daarmee kunnen ze beter het perspectief van anderen nemen, daardoor anderen beter begrijpen, maar ook eerder de acties van anderen goed- of afkeuren.
    - Sociale domein: jongeren verwerven een andere sociale status omdat ze van rol veranderen, maar ook omdat ze, als gevolg van biologische, cognitieve, of emotionele veranderingen, andere interesses krijgen in hun relaties (behoefte aan seks) of andere eisen stellen aan hun relaties (autonomie tegenover ouders).
  • Typeer Tiener
    Dit is een leeftijdsaanduiding. Volgens Van Dale is iemand een tiener tussen zijn tiende en twintigste jaar. In de volksmond wordt een tiener vaak beschouwd als iemand in de leeftijd van dertien tot negentien jaar. Dit zijn doorgaans de jaren die overlappen met de adolescentie.

  • Op zichzelf staand geven de drie bovengenoemde theorieën geen volledig beeld van de ontwikkeling van de adolescentie. Beschrijf hoe de psychoanalytische, de sociaal-culturele en de cognitieve theorie samengebracht worden in de theorie van Erikson over de vorming van de identiteit.
    De psychoanalytische en de sociaal-culturele theorie komen terug in de drie dimensies die Erikson onderscheidt: In de biologische dimensie zijn psychoanalytische elementen te vinden (bijvoorbeeld de driften) en in de sociale dimensie zijn sociaal-culturele elementen te vinden (de culturele invloeden). In de persoonlijke dimensie worden deze twee aspecten geïntegreerd. Cognitieve elementen komen terug in het ontstaan van het tijdsperspectief, de mogelijkheid om actief plannen te maken voor de toekomst.
  • Welke 3 vragen stellen om onderscheid te maken tussen 'normale' adolescentie-perikelen en indicatie voor stoornis in ontwikkeling?
    1. Sprake van eenmalige stemmingen/gedragingen of van patronen in stemmingen/gedragingen?
    2. Sprake van spanningen en onevenwichtigheid bij nieuwe taken of zijn spanningen signaal voor stoornis in ontwikkeling?
    3. Komen problemen voort uit adolescentie of daarvoor? Veel problemen tijdens adolescentie gaan over zonder directe consequenties voor functioneren (adolescence-limited). Zo niet, dan was er vaak al enige problematiek in periode voor adolescentie en deze duur ook voort (life-course-persistent).
  • Leerdoel: het begrip 'adolescentie' en de afbakening hiervan
    Het einde van de adolescente wordt getypeerd als het bereiken van de volwassenheid, waarin nieuwe taken centraal staan: aangaan van persoonlijke, inteme relates en de zorg voor de volgende generate. 

    Sociale en culturele aspecten bepalen hoe de adolescente wordt afgebakend (tijdstppen). Westerse samenleving denkt bij identiteit aan eigenheid en autonomie, terwijl dit begrip in andere culturen aan familie of stam wordt gekoppeld. Ook sekseverschillen hebben invloed op de ontwikkeling tijdens de adolescentie.
  • Typeer Jongvolwassene
    verwijst naar iemand in de leeftijd tussen adolescentie en volwassenheid, ook wel aangeduid met late adolescentie.


  • Hoewel de sociaal-culturele theorie een grote rol toekent aan de rol van de omgeving in de ontwikkeling van de adolescent, wordt de rol van deze omgeving in de contextuele theorieën meer in detail beschreven. De ecologische theorie van Bronfenbrenner en de theorie van de levensloop gaan beide in op een hele reeks van contexten. In welk opzicht is de theorie van de levensloop een verlenging van de ecologische theorie van Bronfenbrenner?
    De theorie van de levensloop bekijkt de adolescent, net als de ecologische theorie, in een bredere context. Waar de ecologische theorie echter de nadruk legt op de sociale context, gaat de theorie van de levensloop verder in op de historische context. Deze theorie stelt dat alle adolescenten in hun overgang naar de volwassenheid een eigen ontwikkelingstraject afleggen in een omgeving die door de maatschappij is voorgestructureerd en dat de periode in de geschiedenis waarin de adolescent leeft het ontwikkelingstraject sterk beïnvloed.
    NB Bronfenbrenner heeft op een later tijdstip nog een vijfde systeem toegevoegd, het chronosysteem. Dit systeem is vergelijkbaar met de theorie van de levensloop en omvat omgevingsfactoren en transities gedurende het leven evenals sociohistorische invloeden.
  • Waar is ontwikkelingspsychologisch onderzoek primair op gericht?
    Opsporen van veranderingen zich over langere tijd binnen persoon plaatsvinden;  intra-individuele veranderingen. Ook gericht op verschillen in ontwikkeling tussen diverse individuen ; inter-individuele verschillen.
  • Leerdoel: de karakteristieken van deze ontwikkelingsperiode
    =
  • Typeer Jeugd
    Dit is een bredere term en staat voor het tijdperk van het jong-zijn, de leeftijd tot de volwassenheid. De adolescent valt dus per definitie onder ‘de jeugd’ en doorgaat verschillende fasen als puber, tiener en jongvolwassene gedurende deze periode.
  • Wat houden de volgende begrippen in: adolescentie, puberteit, tiener, jongvolwassene, jeugd?
    • adolescentie: transitiefase waarin jongeren de veranderingen t.g.v. rijping en ontwikkeling gaan integreren 
    • puberteit: geslachtsrijp worden t.g.v. de hormonale ontwikkeling die dit aanstuurt.  Is het het beginpunt van de adolescentie
    • tiener: 13 - 19 jaar: aanduiding voor adolescentiejaren
    • jongvolwassene: late adolescentie: tussen adolescnetie en volwassenheid in
    • jeugd: bredere term,tijdperk van het jong-zijn, leeftijd tot volwassenheid: adolescent doorloopt verschillende fasen: puber, tiener en jongvolwassenheid 


  • De historische context is volgens de theorie van de levensloop door het ontwikkelingstraject sterk beïnvloedt. Welke vier basisprincipes liggen ten grondslag aan deze invloed?
    1. De levensloop van individuen is ingebed en wordt vormgegeven door de historische context.
    2. De impact van bepaalde historische gebeurtenissen is afhankelijk van het moment waarop ze optreden in iemands leven.
    3. Sociale en historische invloeden komen tot uitdrukking in een netwerk van gedeelde relaties en levens die onderling zijn verbonden.
    4. Individuen hebben een invloed op hun eigen leven door de keuzes die ze maken en de acties die ze ondernemen binnen de mogelijkheden en beperkingen van de historische en sociale context.
  • Welke 3 punten passen bij adolescentie? EIC
    - Identiteitsvorming en autonomie t.o.v.  ouders.
    - Omgaan met innerlijk beleefde conflicten (bijvambivalente gevoelen t.o.v.  ouders).
    - Bepaald niveau cognitief functioneren (bijv.  nadenken over moreel vraagstuk).
  • Leerdoel: de kenmerken van de normale en pathologische ontwikkeling, en kunt u deze van elkaar onderscheiden.
    -
  • Wat is de centrale ontwikkelingstaak in de adolescentie navolging van Erikson
    Het ontwikkelen van een eigen identiteit
  • Wanneer is moeilijk gedrag en emotionele onrust als puberaal en wanneer als problematiek te bestempelen? Waar moet je bij de interpretatie van dit onderscheid rekening mee houden?
    1. Het onderscheid tussen eenmalige stemmingen of gedragingen en meer langdurige patronen. De adolescentie is een periode van uitproberen (van bijvoorbeeld alcohol, drugs of antisociale gedragingen). Meestal is dit onschadelijk en leidt het niet tot langdurige problemen. Ook de stemmingswisselingen die vaak plaatsvinden zijn niet noodzakelijkerwijs gekoppeld aan ingrijpende en langdurige problematiek.
    2. Het onderscheid tussen spanningen behorende bij een periode waarin jongeren voor nieuwe taken worden gesteld en spanningen die we moeten beschouwen als signalen dat de ontwikkeling gestoord dreigt te raken. Wanneer dit onderscheid niet wordt gemaakt loopt men het gevaar aan dreigende stoornissen in de ontwikkeling te weinig aandacht te besteden en ten onrechte te menen dat ernstige problemen ook vanzelf zullen overgaan.
    3. Het onderscheid tussen problemen die echt uit de adolescentie voorkomen en problemen die hun wortels hebben in de periode voor de adolescentie. Is onderscheid tussen adolescence-limited en life-course-persistent problematiek.
  • Wat wordt er in de ontwikkelingspsychologie bedoeld met transactionele beinvloeding?
    Met een transactie of transactionele beïnvloeding wordt het proces van wederzijdse beïnvloeding bedoeld; de omgeving beïnvloedt de adolescent en de adolescent beïnvloedt zijn omgeving.
  • Wat zijn ontwikkelingstaken?
    = eisen en verwachtingen binnen bepaalde cultuur voor  bepaalde leeftijdsgroep gelden.
  • wanneer is gedrag als puberaal en wanneer als problematiek te bestempelen? (Drie opmerkingen)
    1. Het onderscheid tussen eenmalige stemmingen of gedragingen en meer langdurige patronen. De adolescentie is een periode van uitproberen (van bijvoorbeeld alcohol, drugs of antisociale gedragingen). Meestal is dit onschadelijk en leidt het niet tot langdurige problemen. Ook de stemmingswisselingen die vaak plaatsvinden zijn niet noodzakelijkerwijs gekoppeld aan ingrijpende en langdurige problematiek.
    2. Het onderscheid tussen spanningen behorende bij een periode waarin jongeren voor nieuwe taken worden gesteld en spanningen die we moeten beschouwen als signalen dat de ontwikkeling gestoord dreigt te raken. Wanner dit onderscheid niet wordt gemaakt loopt men het gevaar aan dreigende stoornissen in de ontwikkeling te weinig aandacht te besteden en ten onrechte te menen dat ernstige problemen ook vanzelf zullen overgaan.
    3. Het onderscheid tussen problemen die echt uit de adolescentie voorkomen en problemen die hun wortels hebben in de periode voor de adolescentie.
  • Centrale ontwikelingstaak is het ontwikkelen van een eigen identiteit (Erikson).
  • Wat leidt tot probleemgedrag
    Er is een discrepantie tussen enerzijds geacht worden als vroeg zelfstandig te zijn, maar anderzijds pas laat echt de middelen hiervoor te hebben.
    Mofitt (’93) 
  • Wat is de mening van de schrijvers over de adolescentie als moeilijke leeftijd?
    • Het is een periode die voor bijna iedereen wel wat stress oplevert, maar waar bijna iedereen goed doorheen komt
    • Ingrijpende emotionele omrust of ernstig probleemgedrag is bijna nooit het direcet of logisch gevolg van de vernaderingen tijdens de adolescentie ( kijken met een ontwikkeingspsychologische blik: dwz kijken naar de voorgeschiedenis van een kind om de problemen tijdens de adolescentie goed te kunnen inschatten ).
  • Ook de contextuele theorieën hebben een visie op het concept vanStorm and Stress. Beschrijf deze visie.
    Vanuit de contextuele theorieën kan gesteld worden ofStorm and Stress al dan niet optreedt en zo ja, hoe sterk deze afhankelijk is van het volledige patroon van relaties die jongeren hebben met hun omgeving.
  • Wat is ontwikkelingspsychopathologie?
    Onderzoek naar condities waaronder stoornissen in ontwikkeling kunnen ontstaan, in stand blijven of verdwijnen.  En naar individuele verschillen in aanpassing stoornissen
  • Wat is een identiteit
     Bij besef van identteit, beleeft een persoon zichzelf als iemand met een eigen levensstijl die, ondanks allerlei veranderingen, consistent is en voor de mensen om hem heen herkenbaar is.
  • Wat wordt bedoeld met emerging adulthood?
    Arnett (2007): jongeren in westerse landen nemen steeds langer deel aan onderwijs en gaan later werken, blijven langer thuis en krijgen pas later een vaste relatie. Dit geeft ruimte om te experimenteren oftewel een verlengde adolescentie
  • Wat is de definitie van puberteit?
    Puberteit is het proces van geslachtsrijp worden.  Het is een cyclisch proces: hormonale veranderingen leiden tot ander gedrag en dit gedrag kan weer aanleiding geven tot veranderingen in hormoonhuishouding. Dit heeft invloed op het gedrag en stemmingen.
  • Stanley Hall 1904 geeft de adolescentie aan met het begrip Sturm und Drang (storm en stress). Wat wordt hiermee bedoeld en is dit een correcte weerspiegeling van deze periode?
    • Adolescentie als een periode van grote emtionele beroering en opstandigheid
    • Kritiek: periode levert wel wat stress op, maar bijna iedereen komt er goed doorheen.
  • Ontwikkelingspsychopathologie:  levensomstandigheden hange  deels samen met stappen die iemand zelf zet en deze stappen hebben weer  invloed op latere ervaringen.
    Quinton: onderzoek gedaan naar 10-jarige meisjes met gedragsproblemen. Welke 4 factoren bepaalde (on)gunstige ontwikkeling van deze meisjes?
    • Gezinsklimaat.
    • Kunnen maken van concrete toekomstplannen.
    • Keuze van vrienden.
    • Partnerkeuze.
  • De grenzen van de adolescente vervagen/vervroegen door de veranderingen in media, kleding, maatschappelijke normen enz. uok wordt de maatschappij gecompliceerder, waardoor zelfstandig worden meer tjd kost (vooral hoger opgeleiden door langer studeren/thuis wonen).
  • Vroege adolescentie speelt zich af tussen?
     10 en 13 jaar
  • Nieuw is aandacht voor hoe persoon zijn omgeving kan beïnvloeden. Caspi & Shiner, 2006 : 3 manieren hoe  genotype samenhangt met omgeving.
    Wat zijn 3 manieren van persoon-omgeving interactie?
    1. Passieve interactie; individu krijgt omgeving aangeboden door biologische verwanten.
    2. Evocatieve interactie: beïnvloeding door reacties die persoon bij  omgeving oproept. Omgeving verandert door reactie van de persoon. (Verlegen)
    3. Actieve interactie: persoon selecteert een omgeving. Omgeving verandert door actie persoon.
  • Midden adolescentie speelt zich af tussen?
     14 en 18 jaar
  • Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de invalshoek van de adolescentie als karakteristieke periode?
    Er wordt vooral gekeken naar intra-individuele veranderingen, meestal opgevat als een opeenvolging van stadia of fasen. De overgangen zijn duidelijk waarneembaar. De gedragswijzen zijn typerend voor een bepaald niveau en ontstaan in de loop van een proces met een vaste volgorde. Dit kan samenhangen met structurele veranderingen of met de structuur van denken.
    Er worden kwalitatief verschillende ontwikkelingsniveaus/ ontwikkelingstaken onderscheiden.
  • Op welke domeinen zijn er veranderingen in  leven van adolescent?
    • Biologisch domein.
    • Cognitief domein.
    • Sociale domein.
  • De Late adolescentie speelt zich af tussen ?
    19 en 22 jaar
  • Wat is kenmerkend voor de invalshoek van de de adolescentie als onderdeel van een ontwikkelingsproces met continue en discontinue momenten?
    Continuïteit heeft betrekking op processen en mechanismen. 
    Continuïteit veronderstelt een voorspelbaar patroon van relaties tussen gebeurtenissen en ervaringen in een eerdere levensfase en een bepaalde uitkomst later.
    Discontinuïteit ontstaat door een wending in de ontwikkeling, bv bepaalde life events (echtscheiding ouders, verhuizing, nieuwe relatie etc) De beïnvloeding hoeft niet altijd een negatieve wending te betekenen. Er is sprake van plasticiteit van het individu.
  • Definieer onderstaande begrippen
    • adolescentie
    • puberteit
    • tiener
    • jongvolwassene
    • jeugd

    Adolescentietransitiefase waarin jongeren veranderingen die zich door rijping en ontwikkeling voordoen gaan integreren tot persoonskenmerken.

    Puberteit: proces van geslachtsrijp worden, ook hormonale ontwikkeling die geslachtsrijpheid en meerdere rijpings- en ontwikkelingsprocessen aanstuurt. Is beginpunt adolescentie.

    Tiener: leeftijdsaanduiding. Volgens Van Dale: tiener =  tussen tiende en twintigste jaar. In volksmond tiener gezien als iemand in leeftijd van dertien tot negentien jaar. Overlap met adolescentie.
    Jongvolwassene: leeftijd tussen adolescentie en volwassenheid = late adolescentie.
    Jeugd: bredere term = tijdperk van jong-zijn, leeftijd tot volwassenheid. Adolescent valt onder ‘de jeugd’ en doorgaat verschillende fasen als puber, tiener en jongvolwassene.
  • De leefijdsgrens van 18 jaar voor volwassenen staat niet meer vast. Mannen kunnen tot hun 23ste jaar volgens het jeugdstrafrecht veroordeeld worden als zij niet op volwassen niveau functoneren. In de lichamelijk en geestelijke gezondheidszorg is sprake van transitonal care, waarbij de definite jeugd van 15-24 jaar loopt.
  • Wat wordt er bedoeld met de uitspraak 'de adolescentie begint in de biologie en eindigt in de cultuur'?
    Hiermee wordt bedoeld dat het begin van de adolescentie dikwijls wordt afgemeten aan objectief waarneembare biologische verschijnselen, zoals fysiologische veranderingen die uiteindelijk de geslachtsrijpheid veroorzaken, de lichamelijke verschijnselen waaruit geslachtsrijpheid blijkt of  de versnelling van de lengtegroei. Cultuur als einde van de adolescentie verwijst naar het bereiken van de volwassenheid, waarin nieuwe taken centraal staan: het aangaan van persoonlijke, intieme relaties en de zorg voor de volgende generatie.
  • Wat is kenmerkend voor de invalshoek van de ontwikkelingspsychopathologie?
    Recente stroming richt zich op onderzoek naar de condities waaronder stoornissen in de ontwikkeling optreden, in stand blijven of verdwijnen en naar individuele verschillen in aanpassing die daarbij voorkomen.
    Er is een complex samenspel tussen individu en omgeving.
    Factoren die de ontwikkeling positief of negatief beïnvloeden zijn: het gezinsklimaat, het kunnen maken van toekomstplannen, de keuze van vrienden en de partnerkeuze.
  • Wat zijn de drie invalshoeken van een ontwikkelingspsychologische benadering van de adolescentie periode:
    1. De karakteristieke ontwikkelingsperiode met daaraan verbonden specifieke ontwikkelingstaken
    2. De adolescentie als onderdeel van een ontwikkelingsproces met continue (processen, mechanismen, kern van de persoon) en discontinue momenten (koerswijzigingen in samenhang met protectieve factoren (sociale ondersteuning, bepaalde persoonlijkheidstrekken) 
    3. Ontwikkelingspsychopathologie ( richt zich op onderzoek naar de condtities waaronder stoornissen optreden, in stand blijven, verdwijnen en naar de individuele verschillen in aanpassing die daarbij  komen)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Discontinuïteit
Wanneer het de ontwikkelingsrichting onderbroken wordt.
  •  Bv. jongeren met wie het tot een bepaald moment vrij goed ging, gaat het ineens minder goed.
Continuïteit
Betekend dat de ontwikkeling zich meestal voortzet in de richting die er al lang in zit.
  • Bv. jongeren met wie het tot een bepaald moment vrij goed ging, blijven zich ook wel goed ontwikkeling en vice versa. 


Het begrip continuïteit heeft verschillende definities:
1. Heeft betrekking op processen en mechanismen. 
  • Variabelen die op verschillende leeftijden weliswaar dezelfde functie hebben, maar in vorm verschillend uiten naargelang de leeftijd. 
  • Continuïteit in deze is dus meer de kern van een psychologisch verschijnsel.

2. Veronderstelt een voorspelbaar patroon van relaties tussen gebeurtenissen en ervaringen in een eerdere levensfase en een bepaalde uitkomst later.
  • Hier is veel discussie over, maar over het algemeen is men het erover eens dat al in de vroege levensjaren zich een bepaald stramien ontwikkelt dat medebepalend is voor de wijze waarop de persoon met latere ervaringen omgaat. 
  • Continuïteit in deze is meer de kern van de persoon. 
Waarom is omgaan met autoriteit een aparte ontwikkelingstaak geworden?
Omdat dit aspect bij het wel of niet ontwikkelen van antisociaal gedrag een belangrijke rol speelt.
Ontwikkelingstaken volgens Slot:
zijn geformuleerd voor de hulpverlener die werkt met antisociale jongeren, omdat men daar vaak geneigd is de aandacht op de problemen te richten, en niet vanuit een ontwikkelingsperspectief te bekijken.

Deze zeven ontwikkelingstaken voor jongeren zijn:
  1. Vormgeven aan veranderende relaties binnen het gezin.
  2. Zorgdragen voor de gezondheid en het uiterlijk.
  3. Zinvol invullen van vrije tijd.
  4. Vormgeven aan intimiteit en seksualiteit.
  5. Participeren in onderwijs of werk.
  6. Vriendschappen en sociale contacten onderhouden.
  7. Omgaan met autoriteit.   
Wat zijn ontwikkelingstaken?
Wanneer men kwalitatief verschillende ontwikkelingsniveaus onderscheid wordt er ook wel gesproken over ontwikkelingstaken.

Verwijzen naar de eisen en verwachtingen die binnen een bepaalde cultuur voor een bepaalde leeftijdsgroep gelden.

Sommige taken hebben een universeel karakter: gelden voor iedereen.  
  • Bv omgaan met seksuele gevoelen.

Andere taken hangen meer samen met concrete maatschappelijke verwachtingen.
  • Bv schoolkeuze.
Fasen in de adolescentie psychologie
Fase = Veronderstelt dat er gedragswijzen en attituden zijn die typerend zijn voor een bepaald niveau van psychologische ontwikkeling, soms samenhangend met structurele veranderingen en de structuur van het denken. 

  • Het vormen van eigen identiteit en bereiken van autonomie t.o.v. ouders. 
  • De manieren van omgaan met innerlijk beleefde conflicten 
    • (bv. ambivalente gevoelens t.o.v. ouders).
  • Een bepaald niveau van cognitief functioneren 
    • (bv. denken over morele vraagstukken).


Denken in termen is wat controversieel.
  • Enerzijds blijft het een grote invloed uitoefenen op het denken over het verloop van de ontwikkeling en kan het nodig zijn een periode in de ontwikkeling met bepaalde kenmerken of niveaus aan te duiden. 
  • Anderzijds hoeft onderscheiden van niveaus niet te betekenen dat gedrag van individuen met eenzelfde ontwikkelingsniveau over de hele linie uniformiteit vertoont.
Waar richt het ontwikkelingspsychologisch onderzoek zich op?
Primair is het gericht op intra-individuele veranderingen, dus veranderingen binnen de persoon.

Veranderingen worden opgevat als een opeenvolging van stadia of fasen.
Quarterlife crisis
Jongeren ervaren moeilijkheden bij het vinden van een plaats in de volwassen wereld (bv. baan zoeken/jaar reizen/samenwonen?)
Wanneer is het gedrag als puberaal en wanneer als problematiek te bestempelen?
1. Het onderscheid tussen eenmalige stemmingen of gedragingen en meer langdurige patronen. 
  • De adolescentie is een periode van uitproberen (van bijvoorbeeld alcohol, drugs of antisociale gedragingen). 
  • Meestal is dit onschadelijk en leidt het niet tot langdurige problemen. Ook de stemmingswisselingen die vaak plaatsvinden zijn niet noodzakelijkerwijs gekoppeld aan ingrijpende en langdurige problematiek.
  • Empirisch onderzoek geeft weinig steun aan de stelling dat meeste jongeren een periode doormaken met ernstige gedragsproblemen/emotionele onevenwichtigheid. 
  • Nieuwe idee emerging adulthood heeft geleid tot het formuleren van een nieuwe crisis, genaamd de quarterlife crisis, maar onderzoek spreekt deze crisis tegen, met de meeste jongeren gaat het in deze periode prima en neemt welzijn toe.

2. Het onderscheid tussen spanningen behorende bij een periode waarin jongeren voor nieuwe taken worden gesteld en spanningen die we moeten beschouwen als signalen dat de ontwikkeling gestoord dreigt te raken.
  • Wanneer dit onderscheid niet wordt gemaakt loopt men het gevaar aan dreigende stoornissen in de ontwikkeling te weinig aandacht te besteden en ten onrechte te menen dat ernstige problemen ook vanzelf zullen overgaan.

3. Het onderscheid tussen problemen die echt uit de adolescentie voorkomen en problemen die hun wortels hebben in de periode voor de adolescentie. 
  • Veel van de problemen tijdens de adolescentie gaan weer over zonder directe consequenties voor het verdere functioneren (adolescence-limited). 
  • Bij de jongeren bij wie dit niet het geval is was er vaak al enige problematiek in de periode voor de adolescentie en zal deze problematiek na de adolescentie nog voortduren (life-course-persistent
Is het koppelen van een leeftijd aan de adolescentie zinvol?
Nee, vanwege de grote individuele variatie in de aanvang en het beloop van de ontwikkelingen.

Het beste kan er gekeken worden naar de aard en het karakter van de ontwikkeling die in deze periode plaats vindt.