Summary Psychologie van de adolescentie : basisboek

-
ISBN-10 9006951013 ISBN-13 9789006951011
676 Flashcards & Notes
7 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Psychologie van de adolescentie : basisboek". The author(s) of the book is/are Wim Slot, Marcel van Aken ( ) Marcel van Aken inhoudelijke Wim Slot Singeling Tekstproducties. The ISBN of the book is 9789006951011 or 9006951013. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Psychologie van de adolescentie : basisboek

  • 1 inleiding

  • Adolescentie - een periode tussen de kinderjaren en de volwassenheid.
    Dit is en periode van overgang, waarin zich veel ontwikkelingen voordoen op verschillende terreinen. 
    Noem de ontwikkelingen:
    • jongeren krijgen met diverse uitdagingen te maken en doen nieuwe ontdekkingen
    • er is een verhoogde kwetsbaarheid en er zijn spanningen
    • sommige jongeren beleven deze periode als prettig en als een tijd zonder veel extra problemen, andere hebben er moeite mee
    • er voltrekt zich een biologisch rijpingsproces dat zowel de hormoonhuishouding als de hersenen betreft
    • er vinden ontwikkelingen plaats in het verstandelijk functioneren en het denken over morele kwesties
    • door groei, spier- en vetontwikkeling verandert het uiterlijk
    • de relatie met de ouders krijgt een andere kwaliteit
    • door de psychoseksuele ontwikkeling krijgt het leven er nieuwe dimensies bij
  • Als wat is de centrale ontwikkelingstaak in navolging van Erikson (1968) te typeren?
    De centrale ontwikkelingstaak in de adolescentie is in navolging van Erikson (1968) te typeren als het ontwikkelen van een eigen identiteit.
  • In de adolescentie gaan jongeren zich heroriënteren. Vaak gebeurt dit op een kritische wijze. Al experimenterend verkennen ze hun nieuwe mogelijkheden en leren ze hun beperkingen te accepteren.
    Wat speelt daarbij een belangrijke rol?
    • de reacties van mensen met wie jongeren relaties onderhouden, zoals ouders en zeker ook vrienden en leeftijdgenoten
    • ze willen zich erkend en herkend voelen door volwassenen en door jongeren die voor hen belangrijk zijn
    • in de voortdurende interactie met anderen komen jongeren tot keuzes en gaan ze verplichtingen aan die grote consequenties kunnen hebben voor de toekomst
  • Op wat hebben deze keuzes en verplichtingen betrekking?
    Deze keuzes en verplichtingen hebben betrekking op
    • persoonlijke relaties
    • levensovertuigingen
    • maatschappelijke positie 
  • Wat ontstaat geleidelijk?
    Een besef van identiteit, dat wil zeggen dat de persoon zichzelf beleeft als iemand met een eigen herkenbare levensstijl die, ondanks allerlei veranderingen, consistent is en voor de mensen om hem heen als zodanig herkenbaar is.
  • Welke discrepantie bedoelt Moffitt (1993) die tot probleemgedrag leidt?
    Omdat bij jongeren met een hogere opleiding de overgang naar de geïnstitutionaliseerde volwassenheid vrij lang duurt, omdat ze langer studeren en daardoor ook langer thuis blijven wonen is er een discrepantie tussen enerzijds geacht worden al vroeg zelfstandig te zijn, maar anderzijds pas laat echt de middelen hiervoor te hebben.
  • Wat bedoelt Arnett (2007) met 'emerging adulthood' ofwel 'ontluikende volwassenheid'?
    Jongeren in westerse, geïndustrialiseerde landen nemen steeds langer aan het onderwijs deel en gaan later werken.
    Zij blijven langer thuis wonen en gaan ook steeds later een vaste relatie of huwelijk aan.
    In tegenstelling tot Moffitt meent hij niet dat dit tot spanningen hoeft te leiden.
    Het is eerder omgekeerd:
    Het geeft ruimte om nog te experimenteren, voordat er keuzes met betrekking tot liefde en werk gemaakt worden.
    Men spreekt in dit verband weleens van een verlengde adolescentie.
    Arnett spreekt over 'emerging adulthood', ofwel 'ontluikende volwassenheid'.
  • Wat houdt het begrip 'transitional care' in?
    • in de lichamelijke en geestelijke gezondheidszorg wordt in toenemende mate benadrukt dat er sprake moet zijn van 'transitional care', waarbij 'jeugd' wordt gedefinieerd als de periode tussen 15 en 24 jaar
    • de leeftijd van 18 wordt niet gehanteerd als een scherpe grens waarop een jongere bijv. van de kinder- en jeugdpsychiatrie naar de volwassenpsychiatrie doorverwezen wordt
  • Leeftijdsaanduidingen zijn slechts benaderingen. De typering van een periode kan het beste worden ontleend aan de aard en het karakter van de ontwikkeling die in deze periode plaatsvindt. 
    Wat er gebeurt met de jongere zegt meer over de fase waarin hij zich bevindt dan de precieze leeftijd.
    Als er toch leeftijdsgrenzen aangegeven moeten worden, welke zijn dat dan?
    • adolescentieleeftijd is de periode van ongeveer 10 tot 22 jaar
    • vroege adolescentie 10 - 13 jaar
    • middenadolescentie 14 - 18 jaar
    • late adolescentie 19 - 22 jaar
    • 'emerging adulthood' eindigt per definitie pas als volwassen rollen zijn opgenomen, hetgeen bij de meesten zo rond het 25e jaar wel gebeurd is
  • Op wat heeft het begrip puberteit betrekking?
    • op het proces van geslachtsrijp worden, incl. de hormonale ontwikkeling die de geslachtsrijping en tal van andere rijpings- en ontwikkelingsprocessen aanstuurt
  • Wat wordt bedoeld met 'het puberen'?
    • als gevolg van de processen van geslachtsrijp worden treedt er verandering op in gedrag en stemmingen - het puberen
    • de adolescentie is de fase waarin de jongeren de veranderingen gaan integreren die zich ten gevolge van rijping en ontwikkeling voordoen
    • ze gaan zich bezighouden met de vraag:


    'In hoeverre ben ik aan het veranderen, wat zegt dit over wie ik ben, wat ik zou willen bereiken en wat anderen van mij verwachten?'
  • Wat wordt bedoeld met:
    'de adolescentie begint in de biologie en eindigt in de cultuur'
    • het begin van de adolescentie wordt dikwijls afgemeten aan objectief waarneembare biologische verschijnselen, zoals de fysiologische veranderingen die uiteindelijk de geslachtsrijpheid veroorzaken, de lichamelijke verschijnselen waaruit geslachtsrijpheid blijkt of de versnelling van de lengtegroei
    • het einde van de adolescente wordt meestal getypeerd als het bereiken van de volwassenheid, waarin weer nieuwe taken centraal staan: het aangaan van persoonlijke, intieme relaties en de zorg voor de volgende generatie
  • Welke kritiek is op de uitspraak: 'de adolescentie begint in de biologie en eindigt in de cultuur'?
    Het is eenzijdig om het begin uitsluitend in verband te brengen met biologische veranderingen.
    • de hormonale veranderingen beginnen veel vroeger, al ver voor er lichamelijke verschijnselen zijn waar te nemen 
    • het psychisch ontwikkelingsproces loopt niet altijd synchroon met de lichamelijke rijping: kinderen kunnen lichamelijk al verder zijn dan psychisch of andersom
    • we zien aan het begin van de adolescentie ook al belangrijke veranderingen die sociaal en cultureel bepaald zijn - bijv. de overgang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs
    • er is dus meer dan alleen een biologisch begin van de adolescentie


    Bij volwassenen is er sprake van een voortdurend ontwikkelingsproces, waarbij het steeds weer gaat om een optimale afstemming van de eigen mogelijkheden en wensen op de condities die de omgeving en de levensfase stelt.
    Er zijn dan ook diverse vormen en momenten van volwassenheid denkbaar, al naargelang de persoonlijke, maatschappelijke of culturele ontwikkeling
    • er zijn dus verschillende afrondingen van de adolescentie denkbaar


    Sociale en culturele aspecten bepalen in grote mate hoe de adolescentie wordt afgebakend:
    • in onze westerse samenleving zijn we bijv. geneigd om bij een begrip als identiteit vooral aan 'eigenheid' en autonomie te denken
    • in andere culturen vormt het zekere gevoel om deel uit te maken van een groep, een breed vertakte familie of een stam een belangrijker aspect van identiteit


    Naast culturele invloeden zijn ook sekseverschillen van invloed op de wijze waarop de ontwikkeling zich gedurende de adolescentie manifesteert.
  • Vroeger werd vaak gezegd dat de adolescentie een periode is van grote emotionele beroering en opstandigheid.
    Hall (1904) 'Storm and Stress' - 'Sturm und Drang'

    Leg uit:
    In werkelijkheid lijkt het toch meer zo te zijn dat het een periode is die voor bijna iedereen wel wat stress oplevert, maar waar ook bijna iedereen uiteindelijk goed doorheen komt .
  • In hoeverre zijn emotionele onrust en moeilijk gedrag in de adolescentie nu een algemeen voorkomend verschijnsel?
    Of hebben we hier te maken met stereotiepe opvattingen over  jongeren?
    Bij de discussie over deze kwestie komt de vraag aan de orde hoe ruim verspreid emotionele onrust en moeilijk gedrag tijdens de adolescentie zijn. 
    Moeten emotionele verwarring en het problematische gedrag van (sommige) jongeren worden opgevat als een normaal verschijnsel of als een indicatie voor een stoornis in de ontwikkeling?
    Er moeten 3 zaken aan de orde komen bij het beantwoorden van deze vragen (Steinberg):
    1. het is belangrijk een onderscheid te maken tussen eenmalige stemmingen of gedragingen en meer langdurende patronen
    2. aan de andere kant zal uit de hoofdstukken over probleemgedrag in dit boek duidelijk worden dat bij sommige jongeren wel degelijk ernstige emotionele problemen of ernstige gedragsstoornissen voorkomen - er moet dus een onderscheid worden gemaakt tussen spanningen en de daarmee gepaard gaande onevenwichtigheden die jongeren in het algemeen ervaren wanneer zij voor nieuwe taken worden gesteld, en spanningen die we moeten beschouwen als signalen dat de ontwikkeling gestoord dreigt te raken
    3. bij de vraag naar het al dan niet problematische karakter van de adolescentie moet aandacht worden besteed aan het onderscheid tussen problemen die echt uit de adolescentie voortkomen en problemen die hun wortels hebben in de periode voor de adolescentie


    Moffitt, 1993:
    'life-course-persistent'-antisocialen: jongeren die al gedurende hun hele leven antisociaal of problematisch gedrag vertonen
    'adolescence-limited'-antisocialen: jongeren bij wie het antisociaal gedrag beperkt blijft tot de adolescentie en bij wie voordien geen problemen waren

    Het is daarom ook van belang te bedenken dat veel van de problemen tijdens de adolescentie weer overgaan, zonder directe consequenties voor het verdere functioneren.
    Bij de jongeren bij wie dit niet het geval is, blijkt vaak ook de periode voor de adolescentie al enige problematiek met zich te hebben meegebracht.
    • de voorgeschiedenis van een kind zegt veel over hoe de problemen tijdens de adolescentie moeten worden ingeschat
  • ontwikkelingspsychologisch onderzoek - intra-individuele veranderingen:
    • is gericht op het opsporen van veranderingen die zich binnen de persoon in het verloop van de tijd voltrekken
  • ontwikkelingspsychologisch onderzoek - inter-individuele verschillen:
    • is gericht in verschillen die zich daarbij in het verloop van de ontwikkeling tussen onderscheiden individuen voordoen
  • Welke factoren beïnvloeden het ontwikkelingsproces?
    Het ontwikkelingsproces wordt door verschillende factoren beïnvloed en is op te vatten als het resultaat van een langdurige wisselwerking (interactie) tussen aanleg en omgevingsfactoren:
    • net zoals omgevingsfactoren de persoon zelf kunnen veranderen, kunnen persoonskenmerken leiden tot bepaalde veranderingen in de omgeving 
  • Wat wordt als karakteristiek voor de fase van de adolescentie vooral gezien?
    • het vormen van een eigen identiteit en het bereiken van autonomie ten opzichte van de ouders
    • de manieren van omgaan met bepaalde innerlijk beleefde conflicten (bijv. in verband met ambivalente gevoelens ten opzichte van de ouders)
    • een bepaald niveau van cognitief functioneren (bijv. wat betreft het denken over morele vraagstukken)
  • Naar wat verwijzen ontwikkelingstaken (ontwikkelingsniveaus)?
    • ontwikkelingstaken verwijzen naar de eisen en verwachtingen die binnen een bepaalde cultuur voor een bepaalde leeftijdsgroep gelden
    • ontwikkelingstaken voor jongeren zijn dus kwalitatief verschillend van die van kinderen
    • het vervullen van een bepaalde ontwikkelingstaak wordt als een belangrijke voorwaarde gezien voor een goed verloop van de verdere ontwikkeling
    • sommige van deze taken hebben een universeel karakter: ze gelden voor iedereen - jongeren kunnen zich bijv. niet onttrekken aan het zoeken naar een nieuwe manier van omgaan met hun seksuele gevoelens
    • andere ontwikkelingstaken hangen meer samen met concrete maatschappelijke verwachtingen, zoals de keuze voor en het volgen van voortgezet onderwijs
  • Slot (1994) komt tot een nadere uitwerking van ontwikkelingstaken voor de adolescentie op basis van onderzoek naar de ontwikkeling van antisociaal gedrag.
    In dat onderzoek werd middelbare scholieren gevraagd wat zij zelf als de belangrijkste aspecten van hun dagelijks leven ervoeren.
     Wat zijn de 7 ontwikkelingstaken voor jongeren volgens dit onderzoek?
    • vormgeven aan veranderende relaties binnen het gezin
    • zorgdragen voor de gezondheid en het uiterlijk
    • zinvol invullen van vrije tijd
    • vormgeven aan intimiteit en seksualiteit
    • participeren in onderwijs of werk
    • vriendschappen en sociale contacten onderhouden
    • omgaan met autoriteit
  • In haar onderzoek naar de levensloop van alle kinderen die in 1955 op het Hawaïeiland Kauai geboren zijn, vond Werner (1993) een aantal centrale protectieve factoren in het leven van veerkrachtige individuen.
    Welke?
    sociale ondersteuning
    • goede relaties binnen het gezin
    • positieve schoolervaringen
    bepaalde persoonlijkheidskarakteristieken
    • positief zelfbeeld
    • gemakkelijk humeur 
  • Wat wijst op een belangrijke plasticiteit van het individu gedurende het ontwikkelingsproces?
    • vroege ervaringen en latere ontwikkeling kunnen op zeer verschillende wijze met elkaar in verband staan
    • nieuwe mogelijkheden kunnen de effecten van eerdere ongunstige condities veranderen
    • allerlei ervaringen - life events of levensgebeurtenissen - op diverse momenten in de levensgeschiedenis kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van jongeren
  • Op wat richt zich de ontwikkelingspsychopathologie?
    De ontwikkelingspsychopathologie richt zich op onderzoek naar de condities waaronder stoornissen in de ontwikkeling optreden, in stand blijven of verdwijnen, en naar de individuele verschillen in aanpassing die daarbij voorkomen.
    Deze condities zijn onder meer situaties die een verhoogd risico inhouden.
  • Quinton et al. (1993) gingen na in hoeverre tienjarige meisjes met gedragsproblemen later, op jongvolwassen leeftijd, al dan niet problematisch zouden functioneren.
    Hun onderzoek wees uit dat 4 opeenvolgende factoren bepaalden in hoeverre de ontwikkeling van de meisjes in gunstige dan wel ongunstige richting zou verlopen.
    Welke factoren zijn dit?
    • het gezinsklimaat
    • het kunnen maken van concrete toekomstplannen
    • de keuze van vrienden
    • de partnerkeuze
  • Theorieën uit het dynamisch interactionisme (Magnusson, 1990) - transactionele modellen.
    Leg uit:
    Niet alleen kwetsbaarheidsverhogende en protectieve factoren zijn van invloed op het verloop van de ontwikkeling, de meisjes beïnvloedden zelf hun toekomst door de keus voor vrienden of een partner.
    Mensen geven hun eigen omgeving vorm, maar worden ook op hun beurt door hun omgeving vormgegeven = transactionele modellen.
  • Welke manieren van persoonomgeving interactie zijn er?
    • passieve interactie
    • evocatieve interactie
    • actieve interactie
  • passieve interactie - leg uit:
    • het individu krijgt de omgeving die door biologische verwanten, namelijk de ouders, wordt aangeboden
    • hierbij is er uiteraard niet duidelijk sprake van het beïnvloeden van de omgeving door de persoon
  • evocatieve interactie - leg uit:
    • het individu beïnvloedt een omgeving door reacties die men bij anderen oproept
    • bepaalde kenmerken van de persoon (bijv. verlegenheid of juist extraversie) hebben bepaalde reacties van de omgeving tot gevolg
    • de omgeving verandert dus als gevolg van de reacties die de persoon uitlokt
  • actieve interactie - leg uit:
    • het individu selecteert een omgeving
    • individuen zoeken bijv. vrienden die bij hen passen, of een werkkring waarin zij zich thuis voelen
    • de omgeving verandert dus als gevolg van bepaalde acties van de persoon
  • Welke uitwerkingen hebben de verschillende interacties?
    • er is een verandering van passieve interacties naar actieve interacties tijdens de adolescentie
    • het evocatieve interactietype is gedurende alle levensfasen te vinden - al naar gelang uiterlijk, temperament en intelligentie blijken individuen verschillende reacties van anderen op te roepen
  • 'diathesis-stress' model - leg uit:
    • de effecten van een bepaalde (al dan niet negatieve) omgeving hangen van persoonskenmerken van de jongere af
    • dit geldt voor de effecten van opvoeding, van leeftijdgenoten, maar zelfs ook voor de effecten van de buurt
    • al langere tijd had men het idee dat jongeren met een bepaald soort temperament of persoonlijkheid extra vatbaar waren voor negatieve omgevingsinvloeden - diathesis-stress-model
  • 'differential susceptibility' - 'individueel verschillende vatbaarheid' - leg uit:
    • recentelijk vindt men resultaten die erop lijken te wijzen dat diezelfde 'kwetsbare' jongeren ook vatbaarder zijn voor positieve omgevingsinvloeden
  • De veranderingen binnen de jongere vinden plaats op een aantal domeinen (Steinberg, 2008).
    Welke?
    het biologische domein:
    • de adolescentie is de periode van (snelle) veranderingen in het uiterlijk (incl. de primaire en secundaire geslachtskenmerken) en van seksuele ontwikkeling
     de cognities:
    •  het denken van jongeren
    • in vergelijking met jongere kinderen kunnen jongeren abstract en in hypothetische termen denken
    • ze kunnen daarmee ook beter het perspectief van anderen nemen, daardoor anderen beter begrijpen, maar ook eerder de acties van anderen goed- of afkeuren
    het sociale domein:
    • jongeren verwerven een andere sociale status omdat ze van rol veranderen (ze gaan bijv. deelnemen aan het arbeidsproces), maar ook omdat ze, als gevolg van biologische, cognitieve, of emotionele veranderingen, andere interesses krijgen in hun relaties (bijv. de behoefte aan romantische of seksuele relaties) of andere eisen stellen aan hun relaties (bijv. meer autonomie in de relatie met ouders)
  • Casus 1
    Peter is vierdejaars student rechten, hij is eenentwintig jaar en houdt wel van zijn studentenleventje. Hij heeft niet te veel verantwoordelijkheden, hij gaat minimaal drie keer per week stappen met zijn dispuutgenoten. Hij heeft niet veel contact met zijn ouders maar kan wel altijd op zijn ouders terugvallen als nog voor het eind van de maand zijn geld alweer op is. 

    Casus 2
    Marijke is tien jaar en zit in groep zeven van de basisschool. Ze is wel tien centimeter gegroeid sinds vorig jaar en ze krijgt ineens borstjes. Voor Marijke betekenen haar ouders heel veel, ze heeft wel een beste vriendin waar ze soms geheimen mee deelt. 

    Welke casus beschrijft een typische adolescent? Geef een korte toelichting bij het antwoord.
    Marijke en Peter zijn allebei adolescent.

    Marijkes lichamelijke rijping is op gang gekomen en ze begint al meer naar haar leeftijdgenoten toe te trekken. Deze ontwikkelingen typeren de vroege adolescentie.

    Peter is zich als student aan het ontwikkelen tot advocaat (een maatschappelijke positie) en heeft een persoonlijke relatie met zijn dispuutgenoten. Om Peter op zijn eenentwintigste nog als adolescent te beschouwen lijkt wat vreemd maar anderzijds is hij nog niet geheel volwassen in termen van onafhankelijkheid. Deze eigenschappen zijn kenmerkend voor de late adolescentie.

    Hoewel de adolescentie globaal genomen de leeftijd van 10 jaar tot 22 jaar omvat, is het koppelen van leeftijdsaanduidingen aan de adolescentie(fasen) weinig zinvol vanwege de grote individuele variatie in de aanvang en het beloop van de ontwikkelingen.
  • Definieer de onderstaande begrippen (raadpleeg hiervoor een woordenboek):
    • adolescentie
    • puberteit
    • tiener
    • jongvolwassene
    • jeugd
    Het begrip adolescentie refereert naar de transitiefase waarin jongeren de veranderingen die zich ten gevolge van rijping en ontwikkeling voordoen gaan integreren tot persoonskenmerken.

    Het begrip puberteit refereert aan het proces van geslachtsrijp worden, inclusief de hormonale ontwikkeling die de geslachtsrijpheid en tal van andere rijpings- en ontwikkelingsprocessen aanstuurt. Het markeert het beginpunt van de adolescentie.

    Tiener is een leeftijdsaanduiding. Volgens Van Dale is iemand een tiener tussen zijn tiende en twintigste jaar. In de volksmond wordt een tiener vaak beschouwd als iemand in de leeftijd van dertien tot negentien jaar. Dit zijn doorgaans de jaren die overlappen met de adolescentie.

    Jongvolwassene verwijst naar iemand in de leeftijd tussen adolescentie en volwassenheid, ook wel aangeduid met late adolescentie.

    Jeugd is een bredere term en staat voor het tijdperk van het jong-zijn, de leeftijd tot de volwassenheid. De adolescent valt dus per definitie onder ‘de jeugd’ en doorgaat verschillende fasen als puber, tiener en jongvolwassene gedurende deze periode.
  • Wat wordt er bedoeld met de uitspraak 'de adolescentie begint in de biologie en eindigt in de cultuur'?
    Hiermee wordt bedoeld dat het begin van de adolescentie dikwijls wordt afgemeten aan objectief waarneembare biologische verschijnselen, zoals
    • fysiologische veranderingen die uiteindelijk de geslachtsrijpheid veroorzaken, 
    • de lichamelijke verschijnselen waaruit geslachtsrijpheid blijkt of  
    • de versnelling van de lengtegroei. 

    Cultuur als einde van de adolescentie verwijst naar het bereiken van de volwassenheid, waarin nieuwe taken centraal staan: 
    • het aangaan van persoonlijke, intieme relaties en de zorg voor de volgende generatie. 
  • Wat zijn de belangrijkste punten van kritiek op bovenstaande uitspraak?
    Het begin van de adolescentie uitsluitend in verband brengen met deze biologische veranderingen geeft meerdere problemen.
    • Ten eerste weten we inmiddels dat de hormonale veranderingen al veel vroeger beginnen, al ver voordat er lichamelijke veranderingen waar te nemen zijn.
    • Ten tweede loopt het psychisch ontwikkelingsproces niet altijd synchroon met de lichamelijke rijping.
    • Ten derde zien we aan het begin van de adolescentie ook al belangrijke veranderingen die sociaal en cultureel bepaald zijn (denk aan de overgang naar het voortgezet onderwijs).
  • De publicatie van Adolescence van de psycholoog Granville Stanley Hall in 1904 kenmerkt volgens velen het begin van het veld van de adolescentiepsychologie.
    Stanley Hall is het meest bekend om het begrip Storm and Stress (of "Sturm und Drang”).

    Wat wordt er bedoeld met het begrip Storm and Stress en is dit een correcte weerspiegeling van de adolescentie?
    Storm and Stress refereert naar de opvatting dat de adolescentie een periode is van grote emotionele beroering en opstandigheid.

    De benaming is afgeleid van de Duitse Sturm und Drang-beweging in de muziek en de literatuur: Sturm und Drang

    Deze opvatting kent inmiddels veel kritiek omdat het een periode is die voor bijna iedereen wel wat stress oplevert, maar waar ook bijna iedereen uiteindelijk goed doorheen komt.
  • Adolescentie is ‘de moeilijke leeftijd’ van tegendraads (puberaal) gedrag en stemmingswisselingen als logisch gevolg van de veranderingen tijdens de adolescentieperiode.

    Beschrijf waar vanuit ontwikkelingspsychologisch oogpunt rekening mee gehouden moet worden bij de interpretatie van gedragingen en emoties tijdens deze moeilijke leeftijd.

    Met andere woorden: wanneer is het gedrag als puberaal en wanneer als problematiek te bestempelen?
    Bij de interpretatie van gedragingen en emoties tijdens de adolescentie moet met de volgende zaken rekening gehouden worden:

    1. Het onderscheid tussen eenmalige stemmingen of gedragingen en meer langdurige patronen. De adolescentie is een periode van uitproberen (van bijvoorbeeld alcohol, drugs of antisociale gedragingen). Meestal is dit onschadelijk en leidt het niet tot langdurige problemen. Ook de stemmingswisselingen die vaak plaatsvinden zijn niet noodzakelijkerwijs gekoppeld aan ingrijpende en langdurige problematiek.
    2. Het onderscheid tussen spanningen behorende bij een periode waarin jongeren voor nieuwe taken worden gesteld en spanningen die we moeten beschouwen als signalen dat de ontwikkeling gestoord dreigt te raken. Wanner dit onderscheid niet wordt gemaakt loopt men het gevaar aan dreigende stoornissen in de ontwikkeling te weinig aandacht te besteden en ten onrechte te menen dat ernstige problemen ook vanzelf zullen overgaan.
    3. Het onderscheid tussen problemen die echt uit de adolescentie voorkomen en problemen die hun wortels hebben in de periode voor de adolescentie. Veel van de problemen tijdens de adolescentie gaan weer over zonder directe consequenties voor het verdere functioneren (adolescence-limited). Bij de jongeren bij wie dit niet het geval is was er vaak al enige problematiek in de periode voor de adolescentie en zal deze problematiek na de adolescentie nog voortduren (life-course-persistent).
  • Wanneer er vanuit een ontwikkelingspsychologische invalshoek gekeken wordt naar de adolescentie, ligt de nadruk vaak op intra-individuele veranderingen, veranderingen die zich binnen een persoon in het verloop van de tijd voltrekken. Hierbij kan er sprake zijn van continuïteit (de ontwikkeling gaat voort in de richting die er al in zit) of van discontinuïteit (een wending in de ontwikkeling).

    Hoewel elk ontwikkelingstraject individuele continue en discontinue momenten of elementen kent, zijn er ook drie ontwikkelingsniveaus die kenmerkend zijn voor de ontwikkeling van iedere adolescent.
    Welke drie zijn dit?
    En kunt u een voorbeeld geven van een factor of situatie die kan zorgen voor discontinuïteit in de ontwikkeling?
    De drie niveaus zijn:
    • het vormen van een eigen identiteit en het bereiken van autonomie
    • omgaan met bepaalde innerlijk beleefde conflicten
    • het ontwikkelen van een bepaald niveau van cognitief functioneren.

    Voorbeelden van factoren of situaties die voor discontinuïteit zorgen kunnen verschillend zijn van aard. 
    U kunt bijvoorbeeld bepaalde life events (levensgebeurtenissen) als voorbeeld noemen (echtscheiding van de ouders, verhuizing, een romantische relatie aangaan). 
    Belangrijk is wel dat deze beïnvloeding niet altijd een negatieve wending hoeft te betekenen. Nieuwe mogelijkheden kunnen de effecten van eerdere ongunstige condities veranderen.
  • Beschrijf de rol van de drie typen persoon-omgeving-interacties (passieve, evocatieve en actieve interactie) tijdens de adolescentie.
    Tijdens de adolescentie vindt er een verschuiving plaats van passieve interacties naar actieve interacties. Deze verschuiving wordt veroorzaakt doordat het belang van acties of keuzes van een individu in deze periode toeneemt.
    Adolescenten kunnen gemakkelijker buiten het gezin een omgeving vinden (denk aan school, studie of werk). Deze omgeving kan zowel een positieve als een negatieve invloed hebben op het ontwikkelingstraject van de adolescent.
    Hoewel het evocatieve interactietype gedurende de gehele levensloop een rol speelt, lijkt deze in de adolescentie een belangrijkere plaats in te gaan nemen.
  • tweede separatie-individuatiefase - Blos, 1979 - leg uit
    • in een volgende fase wordt psychologisch of emotioneel afstand genomen van de interne voorstellingen van de ouders door de omgang met mensen buiten het gezin (vooral leeftijdgenoten van het andere geslacht)
    • dit gebeurt tijdens de adolescentie
    • in dit proces ervaren jongeren tegenstrijdige tendensen om afstand te nemen van de ouderfiguren en opnieuw toenadering te zoeken op manieren die analoog zijn aan de oefenfase en de toenaderingsfase die Mahler beschreef bij jonge kinderen
    • de jongere trekt zich bijv. regelmatig in zijn eigen wereld terug, maar ervaart tevens een behoefte de ouder op te zoeken om - bijv. tijdens een meningsverschil - zijn eigenheid te tonen en te ervaren
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.