Summary Psychology

-
ISBN-10 0393116824 ISBN-13 9780393116823
1541 Flashcards & Notes
162 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Psychology". The author(s) of the book is/are Henry Gleitman, James Gross, Daniel Reisberg. The ISBN of the book is 9780393116823 or 0393116824. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Psychology

  • 1 Evolution and the biological roots of behavior

  • Waarom is het van belang om de evolutie van het brein te leren kennen

    bla bla bal

  • evolutionair kijken naar het brein laat zien welke functies zich vroeger dan wel later hebben ontwikkeld

  • 1.1 Making Observations

  • What is a variable?

    Any characteristic whose value can change

  • What do we look for in psychology?
    Variables that seem linked to each other.
  • What is a testable hypothesis?

    A prediction that has been formulated specifically enough so that it is clear what observations would confirm the prediction and what observations would challenge it.

  • What is a variable?
    Any characteristic whose values can change
  • What is an operational definition?

    A definition that translates the variable we want to assess into a specific procedure or measurement.

  • It's important that for the operational definition to have construct validity- that us, it must truly reflect the variable named in our hypothesis.

  • What is a dependent variable?

    The variable that is measured or recorded in an experiment.

  • What is an independent variable?

    The variable that the experimenter manipulates as a basis for making predictions about the dependent variable.

  • The populations is defined as the entire group about which the investigator wants to draw conclusions.

  • The subset of the population that the investigator studies in order to learn about the population at large is called a sample.

  • What is random sampling?

    A procedure in which every member of the population has an equal chance of being picked to participate in a study.

  • How do we call an intensive study of one person?

    Case study

  • The degree to which a study's participants, stimuli, and procedures adequately reflect the world as it actually is, is called?

    external validity

  • What are a study's demand characteristics?

    The cues in a study that might tell a research participant what behaviors are expected or desirable in that setting.

  • The technique of assigning participants to experimental conditions while keeping both the participants and the researchers unaware of who is assigned to which group is called?

    Double-blind design

  • 1.1.1 ljoij

  • ahj+pdfoighahdg=

    jas+pdoghad

  • aosdighoadigoaisdhgloajksdfoiahdgohjsldkfjlasdfaspdoij

  • 1.1.2 Systematically collecting data

  • What is confirmation bias?
    People's tendendcy to recall evidence that confirms their views more easily than they can recall evidence to the contrary.
  • What is anecdotal evidence?
    Evidence that involves just one or two cases, has been informally collected and is now informally reported. 
  • What's important in collecting data?
    -We need to record the data in some neutral and objective way.
    -Our data collection has to be systematic
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat zijn de gele vlek (fovea) en de blinde vlek?
  • Gele vlek / fovea: midden netvlies, beste zicht
  • Blinde vlek: hier gaat de visuele zenuw naar de hersenen, geen zicht (want geen staafjes en kegeltjes).
Kwaliteit van de hechting: 4 hechtingspatronen (aan moeder)
Reacties kind:
- Goede hechting (ong. 60%)
- Angstig / opstanding
- Angstig / vermijdend
- Chaotisch

Opvoedstijlen:
...
Autoritair-reciproque patroon: lijkt het beste, correleert met onafhankelijke kinderen op latere leeftijd.
Hoe spelen controle, attributiestijl en zelf-controle een rol bij iemands persoonlijkheid volgens deze benadering? (Sociaal-cognitief)
(Karaktereigenschappen zijn in essentie van cognitieve aard > PP hc)
- Controle hebben: mate waarin je controle denkt te hebben over dingen in je leven (geen controle denken te hebben > depressie).
- Attributiestijl: De manier waarop iemand de dingen die in zijn leven gebeuren uitlegt. We neigen ertoe dingen die goed gingen aan onszelf toe te schrijven (dispositionele attributie) en dingen die slecht gingen aan de omgeving (situationele attributie).
- Zelf-controle hebben: Jezelf doelen stellen + uitstel van beloning door cognitieve strategie. Bv exp: kinderen en marshmallows > voorspeller voor de toekomst. Dit heeft te maken met wilskracht.
Wat is de cognitieve grondslag in deze benadering en wat zijn persoonlijke constructen? (Sociaal-cognitief)
Menselijk gedrag is wel afhankelijk van de situatie, maar vooral van de persoonlijke interpretatie van de situatie.
Dit heten persoonlijke constructen: de dimensies waarop de ervaringen van een persoon georganiseerd worden.
De studie naar persoonlijkheid zou niet op specifieke eigenschappen of situaties gefocust moeten zijn, maar op hoe mensen flexibel en dynamisch omgaan met de steeds veranderende situaties om hen heen.
Wat is de behavioristische grondslag in deze benadering? (Sociaal-cognitief)
Iedereen kan alles worden d.m.v. conditionering.
We maken gebruik van uitkomstverwachtingen (wat de uitkomsten van bepaald gedrag wsl zullen gaan zijn) en zelfeffectiviteit (je er bewust van zijn dat je invloed hebt op de dingen die je kunt bereiken).

PP hc:
- Klassieke conditionering: persistentie door vermijding
- Operante conditionering: persistentie door partiële bekrachtiging
Wat is de sociaal cognitieve benadering?
Persoonlijkheidsverschillen in denken en gedrag worden veroorzaakt door verschillen in omgeving en onze interpretatie / overtuigingen daarvan.
Wat is positieve psychologie, het geluksnormaalpunt en flow? (Humanisme)
Onderzoeksbeweging naar factoren die mensen gelukkiger zouden maken.

Geluksnormaalpunt (happiness set point): sterk genetisch bepaald en vrijwel constant gedurende leven.
Flow: Als de uitdaging en iemands skills op de juiste manier aan elkaar gewaagd zijn.
Wat zijn persoonlijke mythen? (Humanisme)
Persoonlijke verhalen die een persoon een goed gevoel kunnen geven over de richting en betekenis van het leven. Dit staat ook weer in verband met het zelf-schema.
Wat houdt de zelftheorie in en wat is een zelf-schema? (Humanisme)
Theorie over persoonlijkheid waarbij de nadruk ligt op het actief proberen om behoeften te bevredigen, maar consistent te blijven met ons zelfconcept.

Zelf-schema =  een schema van kennis (eigenschappen) over wie je bent: ons gedrag, waarneming en emoties.
Schema's zijn actief, emotioneel en kunnen veranderen.
Het is ook belangrijk bij het gevoel van eigenwaarde: afweging tussen positieve en negatieve oordelen van een individu over zichzelf.
Wat zijn karaktersterktes en in welke 6 categorieën kunnen ze ingedeeld worden? (Humanisme)
Positieve kenmerken die bijdragen aan het geluk van een persoon, zonder dat het het geluk van anderen in de weg staat.

- Wijsheid en kennis
- Moed
- Humanitaire overwegingen
- Rechtvaardigheid
- Matigheid
- Transendentie: bv. waardering van schoonheid, hoop, humor